< Terug

Eerherstel van de tucht?

Sake Stoppels

Discipelschap en discipline horen bij elkaar. Kan er in onze permissieve samenleving door de kerken toch een gezonde vorm van levenstucht worden gevonden?

Elke week publiceert Theologie.nl een actuele theologische blog, geschreven door richtinggevende theologen. Deze week: een herwaarderende kijk op de tucht door Sake Stoppels.

Lees ook de andere theologenblogs.

Toen mijn boek Oefenruimte verscheen in 2013, gaf ik een exemplaar aan een tante. Met haar had ik vaak gesprekken over kerk en geloof. Een van de paragraaftitels in het boek was de vraag die ook boven deze column staat. Zodra ze deze vraag zag in de inhoudsopgave, had het boek voor haar afgedaan. Tucht was een woord dat haar terugbracht naar de onbarmhartige kerk van vroeger en daar wilde ze niets meer mee te maken hebben. Ik weet niet of ze het boek ooit nog gelezen heeft.

Deze allergische reactie is ergens ook wel begrijpelijk. Immers, maar al te vaak is de tucht instrument geweest van willekeur en vernedering. De opbouwende en verbindende intenties die de kerkelijke tucht zouden moeten typeren, zijn vaak ver te zoeken geweest. Tucht ontaardde meestal in tuchtmaatregelen, schrijft Gerben Heitink ergens. Seksualiteit was daarbij vaak een speerpunt.

Richting biedende woorden

Deze allergie neemt niet weg dat elke serieuze kerk niet alles kan toestaan. Discipelschap en discipline horen bij elkaar. Kan er in onze permissieve samenleving door de kerken toch een gezonde vorm van levenstucht worden gevonden? Prikkelend in dit verband zijn de eisen die men stelde aan de dopelingen in de jonge kerk. Acteurs, beeldhouwers en gladiatoren werden niet toegelaten tot het catechumenaat. Dit in verband met de vervlochtenheid van hun werk met de heidense cultus. Militairen werden ook niet zonder meer toegelaten, ze moesten zich houden aan bepaalde regels. Zijn deze regels echt uit de oude doos of zijn er hedendaagse pendanten bij voor te stellen?

In een aantal PKN-orden van dienst voor de doop wordt onder meer gevraagd naar de bereidheid van de dopeling om zich te verzetten ‘tegen alle machten die als goden over ons willen heersen’ en om ‘ieder slavenjuk’ af te werpen om zo te kunnen leven in de vrijheid van Gods kinderen. Dat zijn op zich zeker richting biedende woorden, maar het wordt pas spannend en werkelijk sturend als hier man en paard worden genoemd. Maar dat blijkt erg lastig te zijn. We zijn er in de praktijk verlegen mee en vallen stil. De grote woorden bij het doopvont krijgen vrijwel nooit een concrete uitwerking.

‘Wie ben ik dat ik zou …’

Baptisten-voorganger Yme Horjus deed onderzoek naar de plek van tucht binnen de baptistische traditie. Hij promoveerde er op in december 2020 aan de TU in Kampen. In zijn empirische deel signaleert hij de enorme verlegenheid met iets als tucht: ‘wie ben ik dat ik zou …’. Onder meer secularisering, pluralisering en individualisering spelen hier een rol. Persoonlijke ervaringen van de geïnterviewden met tuchtmaatregelen waren vooral ook negatief. Origineel was de vraag aan zijn gesprekspartners of ze zelf bereid waren aangesproken en gecorrigeerd te worden. Deze vraag overviel de meesten van hen. Met allerlei mitsen en maren antwoordden ze vaak toch positief, maar Horjus merkt daarbij wel direct op dat hier sociale wenselijkheid op de loer ligt.

Aan het einde van zijn boek komt hij met het begrip ‘accountability’ als mogelijk concept voor de onderlinge relaties binnen de gemeente. Het begrip is in het bedrijfsleven behoorlijk ingeburgerd geraakt en zijn gesprekspartners zagen er ook wel iets in voor het functioneren van de kerkelijke gemeente. In zijn eigen kerkelijke baptistische traditie is deze ‘bottom-up’ benadering ook heel erg passend. ‘Tucht’ gebeurt niet van bovenaf, maar zou primair plaats moeten vinden binnen de onderlinge relaties binnen de gemeente.

Een profetisch tegenover

Maar de praktijk is dus vaak anders. We durven elkaar niet meer aan te spreken, ook voorgangers niet. Zij zijn vaak sterker in het bevestigen van mensen in hun leven dan in het oproepen tot bekering en het loslaten van elementen die niet sporen met de weg van de navolging. Horjus ziet graag dat voorgangers meer een profetisch tegenover in de gemeente durven zijn, uiteraard wel met empathie en zorgvuldigheid, maar tegelijk met een zekere concreetheid. Hij spreekt in dit verband waarderend over paus Franciscus die het heeft over ‘ecologische zonden’. Daarmee raken we aan een buitengewoon actuele en urgente thematiek. Kan hier iets als tucht worden ontwikkeld? Niet meer vliegen naar Bali bijvoorbeeld? Of is dat vooral betutteling en heeft de gemeente van Christus eigenlijk niets in handen om consumptiepatronen werkelijk om te buigen?

Horjus spreekt in zijn dissertatie uiteraard het laatste woord niet, maar legt wel een grote uitdaging in het midden van de gemeente: hoeveel ruimte is er voor correctie en tegenspraak? Dat is een vraag die we niet kunnen laten rusten, want waar alles kan en mag, gebeurt meestal maar weinig…

Literatuur

Yme Horjus, Elkaar aanspreken. Is er nog draagvlak voor tegenspraak, correctie en tucht in de kerk?, uitgave Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam 2020.

Ook interessant voor jou?

'Jezus roept leerlingen, geen kerkmensen.' Dat is de grondtoon van dit boek. Oefenruimte  van Sake Stoppels helpt leidinggevenden om met hun geloofsgemeenschap verder te komen in de navolging van Christus. Daarbij wordt afstand genomen van een vrijblijvende kerk. Waar niets hoeft, gebeurt meestal maar weinig. Sake Stoppels zoekt in Oefenruimte naar een manier om te bouwen aan een cultuur van discipelschap die ook open is voor de zinzoeker van deze tijd. Daarbij komt hij tot concrete en soms radicale voorstellen.

oefenruimte sake stoppels

< Terug