< Terug

Elvis, Nick Cave en God

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Fred Omvlee de week met een laatste reflectie op sporen van God in populaire cultuur. Natuurlijk kan Elvis niet ontbreken, maar ditmaal passeert ook Nick Cave de revue.

Fred Omvlee

“Ik stel me open voor oprechte levensverhalen en geloofservaringen van mensen die normaliter niet in de kerk komen.”

Sporen van God in populaire cultuur

In mijn laatste blog deze zomer voor theologie.nl over sporen van God in de populaire cultuur kan ik niet anders dan teruggrijpen op mijn voorliefde voor de ongepolijste zendeling Elvis Presley. Uit zijn swingende gospel So High haal ik de oude lofprijzing:

He’s so high (so high you can’t get over Him)
So wide (so wide you can’t get around Him)
So low (so low you can’t get under Him)
Great God Almighty (you must come in at the door)

Het slaat voor mij ook op de omhelzing van zowel de lage als de hoge cultuur. In beide is geloof, genade, God te vinden. Ik heb het weer ondervonden in een Elvis-herdenking en ik vind het in het nieuwste album van Nick Cave.

Een Elvis-herdenking

Op 16 augustus jl. was het 45 jaar geleden dat Elvis Presley overleed. Ik herdenk die dag graag met een ‘Elvis memorial’, een herdenking van het leven van Elvis, met hits en gospels en de gelegenheid een kaarsje aan te steken. Ik laat het graag plaatsvinden in een kerk, maar het is geen kerkdienst.  Ik vond de Opstandingskerk in mijn woonplaats Monnickendam bereid mee te werken.

De PR en de sociale media deden hun werk en de kerk stroomde goed vol, inclusief schrijvende pers en TV, het programma Hart van Nederland was er. Van ver waren de mensen gekomen: er bleken bezoekers uit Deventer, Den Bosch, Rotterdam, Dokkum. Ook was daar een man die ooit roemrucht ‘Rooie Frans’ genoemd werd. Onder de Elvis-tattoos.[1] Hij stond Hart van Nederland emotioneel te woord en zei iets als ‘Elvis is mijn God’.

Het is een oprechte volkscultuur die mij ontroert.

Nee, dat was niet mijn boodschap, maar het raakte me. Ik wist dat Frans een leven vol geweld en celstraf achter de rug had. Hij had gevraagd of hij mocht komen. Uiteraard. Na afloop omhelsde hij me huilend omdat hij hier mocht zijn. Op de vraag ‘Waar denk je aan bij Elvis?’ – die ik altijd stel in Elvis-kerkdiensten –, antwoordde een vrouw waarvan ik wist dat zei zware tijden achter de rug had: “Elvis heeft me erdoor heen geholpen.”

Is dit blasfemie, of zelfs ‘afgoderij’, zoals een katholieke professor op LinkedIn reageerde? Ik wijs het in ieder geval niet af, ik stel me open voor oprechte levensverhalen en geloofservaringen van mensen die normaliter niet in de kerk komen. Het is een oprechte volkscultuur die mij ontroert, en dat bedoel ik niet denigrerend.

De Psalmen van Nick Cave

Aan de andere kant van het spectrum van de populaire cultuur staan de intellectuele, ‘high brow’ helden als Bob Dylan en Nick Cave. Cave is een in Australië geboren singer-songwriter die begin jaren tachtig als punker bekend werd met de band The Birthday Party en later met zijn eigen band Nick Cave and the Bad Seeds. Zijn teksten gaan meestal over de zware, donkere kanten van het leven. Hoewel artistiek zeer succesvol kent zijn privéleven veel dalen van echtscheiding, verslaving en rouw – twee zoons van hem zijn overleden.

“I don’t believe in an interventionist God, but I know Darling that you do.”

Cave heeft een dubbelzinnige relatie met het christelijke geloof. Aan de ene kant bracht hij een CD uit met oude spirituals (Kicking against the Pricks, 1986) en schreef hij in ’98 zelfs een inleiding op het evangelie van Markus.[1] Tegelijkertijd zingt hij in het wonderschone liefdeslied Into my arms (van het album The Boatman’s Call, 2010) tegen zijn geliefde: “I don’t believe in an interventionist God, but I know Darling that you do.” En nu, juli 2022, gooit hij alle schroom van zich af en publiceert Seven Psalms. Zeven psalmen, waarvan zes met korte teksten – spoken word. Het zijn alle teksten ‘de profundis’; vanuit de diepte. De tweede psalm, Have Mercy on Me, luidt als volgt:

Have mercy on me, Lord, I have done wrong
A crystal piano plays dreadful in my spleen
A hatred and a desolater’s song
Here and there and each part in between

I have eaten the children and rained fire upon the old
Dashed the newborns dead upon the rocks
Plagued the cities, thrown families into the cold

And turned backwards all the advancing clocks
I am the mist-maker moving through the throng
A cloud of carnage everywherе I roam
Crystal piano plays the desolater’s song
Havе mercy on me, Lord, and bring me home

(Have Mercy on Me, door Nick Cave)

Ik hoor er de echo in van het lied van Elvis waar ooit mijn hart door brak van verdriet en dankbaarheid: “Precious Lord, take my hand, and lead me home.” Dat raakt Nick, dat raakt Rooie Frans en dat raakt mij.

God is aanwezig in populaire cultuur.

Noot

[1] Mocht je meer over Rooie Frans willen weten, vind je hier een interessant artikel van Vice: https://www.vice.com/nl/article/a3pbx4/de-elvisfans-die-in-de-jaren-70-en-80-de-dienst-uitmaakten-in-eindhoven.

[2] Nick Cave (intr.), The Gospel According to Mark, Pocket Canons serie (Canongate, 1998). Ter promotie werd een voordracht van de introductie door Cave, per CD verspreid: https://www.youtube.com/watch?v=SyhgzlRMIbU.

Nikolaas Sintobin

Pierre Favre (1506 – 1546) groeide op in Villaret, een gehucht in de Franse Alpen, als eenvoudige herdersjongen. Hij was danig briljant dat hij uiteindelijk terechtkwam aan de Parijse Sorbonne om er theologie te studeren. Favre woonde er in een studentenkamertje samen met Ignatius van Loyola. Pierre werd de mentor van de wat oudere Ignatius die moeizaam studeerde. Op zijn beurt werd Ignatius de geestelijk begeleider van Pierre. Later zouden ze met enkele andere gezellen de Sociëteit van Jezus stichten, beter bekend als de jezuïeten.

Dit e-boek beschrijft hoe je een kerkdienst rond popmuziek inricht en voorbereidt. Veel popsongs bevatten een religieuze laag. Geen wonder dat popmuziek steeds vaker een plek krijgt in kerkelijke vieringen. Bekend zijn de Top2000-diensten en de Elvis-vieringen. In dit boek gaan de auteurs dieper in op de religieuze inhoud van popmuziek en de waarde daarvan voor de kerk. Er blijken veel artiesten te zijn van wie de muziek een plek kan krijgen in kerkdiensten, zoals BLØF, U2, Johnny Cash en Bob Dylan. Het boek sluit af met een kleine theologie van de popmuziek.

elvisviering omvlee

< Terug