< Terug

Enkele theologische overwegingen bij transgenderthematiek

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Guus Labooy de week met een eschatologische relativering van het belang van genderidentiteit en geaardheid, en maatschappelijke consequenties hiervan.

Guus Labooy

“We dragen allemaal ‘zware lasten’ in deze ‘aardse tent’; iedereen valt ergens buiten de norm.”

In mijn pastoraat heb ik enkele keren een zeer aangrijpend gesprek gehad met een volwassene die worstelde met zijn wens om een gender-transitie in te gaan. Verder heb ik het een en ander gelezen, maar ik ben dus geen kenner aangaande gender-issues. Daarom slechts een paar theologische overwegingen, preluderend op de inbreng van meer deskundigen dan ik. Ik richt me qua toonzetting op wat Paulus zegt: “Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.” (Filippenzen 4:5)

‘De Heer is nabij!’ Wat heeft dat er nou mee te maken? Wel, het brengt ons bij de vraag of ons gender een blijvende kwestie is: zijn we straks, als Hij definitief nabij is, ook nog man of vrouw? Of wordt ons gender dan van ons afgetild, tegelijk met de ‘zware last’ van deze ‘aardse tent’? (2 Korintiërs 5) Dan, als we onze hemelse tent op de één of andere manier als een extra trui over onze oude koude lijven mogen aantrekken?

Genderidentiteit en geaardheid gerelativeerd

Deze gedachte geeft een goed ‘out of the box’ perspectief: zo wordt de identiteit van man- en vrouw-zijn gerelativeerd. Misschien moeten we er minder in gaan hangen? Jezus zelf zegt toch ook: “Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel.” (Matteüs 22). Als ons gender zo van ons wordt afgetild, wordt ook de gender-discussie op een ander plan getild. Al krijgen we hier geen in beton gegoten antwoorden – we zien slechts ‘in een wazige spiegel’ –, het maakt ons als christenen in elk geval wel nederiger voor de grootheid van de Herschepper, en hopelijk vriendelijk, want de Heer is nabij!

Niet alleen genderidentiteit, maar ook geaardheid wordt gerelativeerd

De relativering van ons man- of vrouw-zijn schuift natuurlijk ook door naar mensen met een andere geaardheid, welke dan ook. Ook die identiteiten worden gerelativeerd. En dat terwijl ze natuurlijk aan de andere kant juist zo scherp benadrukt worden vanuit de nu gevoelde noodzaak tot emancipatie. Maar deze eschatologische relativering maakt mij sensitief voor de mogelijkheid dat ook deze identiteiten te veel opgeblazen kunnen worden. Ik geloof dat ieders identiteit óf niet, óf uiteindelijk alleen in Christus wordt gevonden.

Een parallel met blindheid

Ook als het om transgender-vragen gaat, denk ik dat de christelijke weg die van de liefde is. Ik verduidelijk dat met een parallel: een beperking als blindheid. Hierbij spreek ik met iets meer gezag, want mijn vrouw is blind. De blinden zijn al langer geëmancipeerd, laten we de uitvinding van Braille (zeg 1817) en de stichting van Instituut Bartimeus (1917) als de ‘booster eeuw’ van hun emancipatie nemen.

Nu is er bij blinden niet de neiging om het hele idee van een beperking te dumpen; om ook dat door de emancipatiegolf weg te laten slaan. Dat is bij de gender-kwesties wel actueel. Toch vind je ook bij blinden – en breder bij filosofen die over beperkingen reflecteren – de gedachte dat blindheid als een ultieme identiteit beschouwd moet worden: dat je dus ook op de nieuwe hemel en aarde blind bent. Dat hoort nu eenmaal tot je identiteit: “Blind-zijn is toch niet minderwaardig? Ik ben ik!” Maar hoe zit dat dan met alle moeite? Dat je wéér je hoofd stoot tegen dat kastje? Blijft dat dan straks? Nee, je bent nog steeds blind, alleen de moeite daarvan wordt van je afgenomen, zo gaat de redenering.

Het hebben van een beperking, een ‘zware last’, mag gewoon erkend worden

Mijn vrouw en ik bewandelen dit pad niet: een beperking mag er zijn en gelukkig wordt die eens van je afgenomen, het zit niet in het hart van je identiteit. Net als alle andere vaak minder zichtbare ‘zware lasten’: jij die moet vechten met je depressiviteit; die narcist met zijn alles verterende zucht naar erkenning; ga zo maar door. Allemaal ‘zware lasten’, maar gelukkig niet in het hart van je identiteit.

Waarom maakt dit verhaal duidelijk wat ik met de weg van de liefde bedoel? Liefde maakt niet de koppeling tussen het hebben van een beperking en het minder waard zijn. Het hebben van een beperking, een ‘zware last’, mag dus gewoon erkend worden. Maar het woord ‘beperking’ veronderstelt het bestaan van een norm, net zoals het begrip ‘berg’ het begrip ‘dal’ impliceert. Dan volgt dus ook: het feit dat je binnen de norm valt maakt je nog niet meer waard, en het feit dat je er niet binnen valt, maakt je niet minder waard. Je waarde ligt in Christus.

Hoe het hebben van een norm onze taal vormt

Ik denk dat we hier bij een belangrijk punt komen: hoewel ik bij gender-issues niet van een ‘beperking’ zou willen spreken – is ‘zware last’ in bepaalde gevallen passend? , zou ik wel willen pleiten voor het blijven erkennen van een norm. Er wordt gesuggereerd dat dat per definitie intolerant en liefdeloos is. Als dat inderdaad zo zou zijn moeten we omwille van de liefde de gedachte van een norm loslaten. Maar ik geloof zoals gezegd dat we die koppeling niet hoeven te leggen.

Waaraan merk ik dat verzet tegen het bestaan van een norm? Ik merk dat bijvoorbeeld aan de druk om de norm van de taal niet langer te accepteren – de Rowlings-affaire is een goed voorbeeld. Maar ik kan dan niet zo snel een reden bedenken waarom dit dan niet doorgetrokken moet worden naar bijvoorbeeld blinden. Die wil je toch ook niet discrimineren? Dat betekent dus dat we ‘tot ziens’ afschaffen en alle ‘kijk-woorden’ in de ban doen: makelaars mogen niet meer adverteren met ‘kijkdagen’. Maar vergeet de doven niet! De journalist die spreekt over een ‘oorverdovend gejuich’ in Zandvoort krijgt een reprimande.

We dragen allemaal ‘zware lasten’ in deze ‘aardse tent’; iedereen valt ergens buiten de norm

Wat het belang van een norm is

U weet, blinden en doven eisen deze taalaanpassingen niet en er is ook geen enkele politieke partij of belangenvereniging die dat als haar heilige missie ziet. Dat zit, als ik het goed zie, ook op dat punt van de norm: bij transgender kwesties mogen we niet meer spreken over een norm, uit angst een ander te kwetsen. Maar je kunt heus op dit ene punt buiten de norm vallen en toch evenveel waard zijn als een ander. Trouwens, iedereen valt wel ergens buiten de norm, denk aan die worstelende narcist. We dragen allemaal ‘zware lasten’ in deze ‘aardse tent’; wee de regering die zich verbeeldt dat ze dat, op welk terrein dan ook, zou kunnen en moeten opheffen. Dat doet de Schepper, Hij is nabij.

Waarom vind ik een collectieve bevestiging van de norm van belang? Wie de norm uitwist, is als iemand die de horizon uitwist. Een horizon voor een cultuur, een houvast voor jonge mensen. Eindelijk iets waarin ze niet hoeven te kiezen, althans niet standaard hoeven te kiezen. Tenzij die vanzelfsprekendheid niet voor jou geldt, zoals bij mensen die zich vanaf hun 2e in een verkeerd lijf voelden zitten. Dan zullen we zo iemand met oprechte liefde ontmoeten en, indien nodig, professioneel medisch-psychologisch begeleiden.

Je kunt heus anders zijn dan de norm en toch evenveel waard zijn als een ander

Maar als de norm is uitgewist, moeten jongeren standaard in allerlei gender-kwesties gaan kiezen en ik ben bang dat dit grote schade kan opleveren. En de prikkels komen dan van alle kanten op je af: zonder vaste horizon zullen winkels bijvoorbeeld uit winstbejag een kant van het debat kiezen in hun presentatie van de kinderkleding; dan worden dit soort thema’s dus verder aangejaagd door de markt, niet door de liefde.

Concluderend

Omwille van het brede debat wil ik tot slot dit betoog van haar christelijke fundament én meerwaarde ontdoen en in het algemeen appelleren op liefde en verantwoordelijkheid, waarden die we samen delen. Ik bepleit om uit te blijven gaan van een norm. Want, ten eerste, je kunt heus anders zijn dan de norm en toch evenveel waard zijn als een ander: weet je bemind.

En, ten tweede, een cultuur heeft een norm nodig, een horizon. Als we de horizon uitwissen, vrees ik schade aan concrete mensenlevens. Eens zullen we dan terugkijkend vol schaamte erkennen dat we samen een cultuur hebben geschapen die onveilig was voor makkelijk beïnvloedbare jongeren op zoek naar hun identiteit. Ze hebben zich laten meeslepen in een moeilijke fase van hun leven; ze hebben door alle goed bedoelde bemoediging een, zo ontdekten ze jaren later, verkeerde maar definitieve afslag genomen.

Nikolaas Sintobin

Pierre Favre (1506 – 1546) groeide op in Villaret, een gehucht in de Franse Alpen, als eenvoudige herdersjongen. Hij was danig briljant dat hij uiteindelijk terechtkwam aan de Parijse Sorbonne om er theologie te studeren. Favre woonde er in een studentenkamertje samen met Ignatius van Loyola. Pierre werd de mentor van de wat oudere Ignatius die moeizaam studeerde. Op zijn beurt werd Ignatius de geestelijk begeleider van Pierre. Later zouden ze met enkele andere gezellen de Sociëteit van Jezus stichten, beter bekend als de jezuïeten.

Vuur dat nooit dooft van René Erwich en Almatine Leene is een onmisbaar theologisch boek over gender en seksualiteit in de kerk. ­In veel kerken en andere christelijke gemeenschappen leven er vragen over gender en seksualiteit. De praktijk is weerbarstig en er is veel verlegenheid. Ook is er vaak weinig ruimte om dieper op het onderwerp in te gaan en zijn gesprekken vaak eenzijdig. Dit boek geeft de achtergrondinformatie die voor een goed gesprek nodig is. De auteurs geven een theologisch raamwerk waarmee met een bredere bril naar de vragen rond gender en seksualiteit gekeken kan worden.

vuur dat nooit dooft dded

< Terug