< Terug

God ligt op straat

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Fred Omvlee de week met een pleidooi voor open kerken. Hoewel het niet aan mensen is om de kerk te redden, zouden kerken wel actief de wereld in mogen trekken.

Fred Omvlee

“Hoe kan het dat in nagenoeg elk Franse of Italiaanse dorp de kerken altijd open zijn, maar dat je in Nederland voor gesloten deuren staat?”

Een pleidooi voor een open kerk

Als je mijn vorige columns[1] hebt gelezen weet je dat ik sporen van God ervaar in het leven en de muziek van Elvis en in de Nederlandse rapcultuur. Ik ga nog een stapje verder: God ligt op straat.

Ik wil dat ook graag. Er bestaat geen scheiding tussen christelijke cultuur en wereldse cultuur. Ik ken het adagium ‘wel ín de wereld, niet ván de wereld,’ maar ik ben het er niet mee eens. Ik wil óók van de wereld zijn. Al was het maar omdat die zo inspirerend is. Ik zou willen dat de kerk ook van de wereld is. Gelukkig zie ik dat vaak genoeg: zeer betrokken kerkgangers die ook vaak de meest actieve vrijwilligers zijn. Ik zie het natuurlijk ook in de kerken die Top2000-kerkdiensten omarmen. Het zijn kerken ‘van het volk’ in positieve betekenis.

Ik geloof dat het lot van de kerk uiteindelijk niet in onze handen ligt – God zij dank – maar toch wil ik de kerken redden.

Hoe graag ik ook zou zien dat kerkelijke gemeentes bloeien en groeien: de realiteit die ik zie als ik in het land voorga is die van kleiner wordende, verouderende gemeentes.[2] De sfeer is steevast hartelijk en plezierig, maar ik hoor dat ambtsdragers moeilijk te vinden zijn, dat er geen eigen predikant is, of dat van de 6 kerkgebouwen in de gefuseerde PKN-gemeente er inmiddels 4 verkocht zijn. Dankzij de Elvis- of Top2000-dienst zijn er meestal extra en ‘onbekende’ kerkgangers. Dat is natuurlijk fijn, maar negatief gezegd: ‘daar redden we de kerk niet mee.’ Ik geloof dat het lot van de kerk uiteindelijk niet in onze handen ligt – God zij dank – maar toch wil ik de kerken redden.

Op het materiele vlak hoop ik dat iconische kerkgebouwen in steden en dorpen bewaard blijven als kerk.[3] Hoe kan het dat in vrijwel elk Franse of Italiaanse dorpje de kerken overdag open zijn? Vaak is er niemand te bekennen, maar je kan er wel een kaarsje opsteken. Waarom kan dat in Nederland niet? Zet open die kerkgebouwen! Er gaat een kracht, rust en zegen uit van onze kerkgebouwen.

Ik wil aansluiten bij een algemeen levend gevoel dat er ‘iets’ is. Laat God op straat te vinden zijn! Durf heilige huisjes van een bepaalde liturgische vorm of muziekstijl los te laten. Laat naast ‘gewoon’ orgelspel van psalmen en gezangen, ook de Bach-cantates en de Choral Evensongs bloeien, alsook de Passion- en popmuziek-diensten. Maar laten de kerken vooral ook kijken naar wat er leeft aan behoefte in hun wijk, dorp of stad: heeft de voedselbank plaats nodig? Of is er behoefte aan ouderengespreksgroepen, of juist iets voor jonge ouders? De kliederkerk is natuurlijk een geweldig voorbeeld.

Durf de buurtbewoners die geen kerklid zijn ook te vragen wat de kerk hen waard is, en hoe zij willen bijdragen.

Zet de kerkdeuren open voor opvang, koffie, gesprek, maaltijden en nog zoveel meer. Maar nogmaals: laat in jouw kerk ook ruimte zijn voor een paar popmuziek-kerkdiensten, van Elvis tot rap. Je zult zien dat er nieuwe mensen geraakt worden. Durf daarop ook aan de buurtbewoners die geen kerklid zijn te vragen: ‘wat is de kerk jou waard’; ‘wat kan jij doen?’ In de gemeente Waterland, een groene oase net boven Amsterdam-Noord, zie ik dat gebeuren in dorpen als Broek in Waterland en Zuiderwoude: buurtbewoners dragen het kerkgebouw financieel en doen mee aan bijzondere activiteiten in en rond de kerk.

Een ander advies dat voortkomt uit de bijzondere popdiensten: beschouw elke kerkdienst als een event. Ga er niet meer van uit dat mensen automatisch weten wat jij organiseert op welk tijdstip. Nee, bij elke kerkdienst of activiteit van de kerk hoort een persbericht in de lokale krant, een link naar sociale media, een foto en een duidelijke omschrijving en aanmoediging: welkom!

Al heel lang geleden zong popzanger en schrijver Thé (Matheus Josephus) Lau van popgroep The Scene een nummer dat voor mij zo door Jezus gezongen had kunnen worden: Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.

Dit is voor de misfits
die je her en der alleen ziet staan
die onder straatlantaarns eten
en drinken bij de volle maan

dit is voor degenen
die je overal herkent
en deze is voor jou en mij
want dit is ons moment

en ik hef het glas
op jouw gezondheid
want jij staat niet alleen
iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen

[…]

rood, zwart, wit, geel, jong, oud, man of vrouw
in het donker ben je nooit te zien
maar deze is van ons aan jou.

Uit: Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen van The Scene.

Noten

[1] Namelijk “Sporen van God in de populaire cultuur” en “Elvis, Typhoon, Snelle & de Bijbel.”

[2] Meer hierover in het Theologisch drieluik van Hans de Waal over kerk en vergrijzing: “Anders kijken naar een ouder wordende kerk.”

[3] Meer hierover in het Theologisch drieluik van Cristina Pumplun over kerk zijn in de stad: “Hoe ben je kerk in de stad?

Een van de grote auteurs van dit moment is Marieke Lucas Rijneveld. Met de Booker Prize die hij ontving voor de Engelse versie van De avond is ongemak vestigde hij zich als schrijver van internationaal formaat. Als liefhebber van literatuur volg ik de carrière van Rijneveld, die net als ik opgroeide als Gereformeerd meisje in een overwegend agrarisch dorp met een grote Gereformeerd Synodale Kerk – zij het enkele decennia later dan ik.

Aan de hand van 10 iconische albums die de geschiedenis van de popmuziek veranderd hebben, schetst dit boek de geschiedenis en ontwikkeling van de belangrijkste popstromingen. Binnen hun eigen stijl en vanuit hun relevantie heeft elk van deze albums een breuk veroorzaakt, een nieuwe synthese of crossover tot stand gebracht of een 'code herschreven'.

Via elk album ontdek je een belangrijk kantelmoment in de popgeschiedenis: wat voorafging, welke vernieuwing het album teweegbracht en welke invloed het heeft gehad op volgende generaties popartiesten.

pop als wetenschap

< Terug