< Terug

Het wonder van Titus als heilige boost

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Thomas Quartier, die schrijft over de heiligverklaring van Titus Brandsma en wonderen.

Thomas Quartier

(foto: Dick Maes Broekema)

“Wonderen spreken geneeskunde en psychologie niet tegen, maar zijn gewoonweg een ander perspectief dat er ook mag zijn.”

We maken in Nederland een revival van het wonder mee. Rond de heiligverklaring van Titus Brandsma is dat woord ineens terug op de publieke agenda. De een ziet erin het bewijs van zijn of haar geloof, de ander een overblijfsel van kerkelijke procedures die uit de tijd zijn omdat we steeds meer rationeel kunnen verklaren. Beide reacties doen afbreuk aan de eigen logica van het wonder en daarmee ook aan wat wij als heilige boost in ons leven kunnen ervaren.

Ik zat in een tv-program

Kort voor de heiligverklaring van Titus Brandsma, karmeliet, hoogleraar en getuige van de vrijheid, kreeg ik in een populair tv-programma de vraag of het wonder dat hij volbracht zou hebben, niet ook anders te verklaren zou zijn, door medische behandelingen. Nu moet ik eerlijk bekennen dat dat voor mij nooit het springende punt is geweest van wat een wonder uitmaakt. ‘Vast’, zei ik, ‘maar dan volg je niet de eigen logica van de heiligheid’. Die logica bestaat erin dat er dingen kunnen gebeuren die zich aan de menselijke logica onttrekken.

Waarschijnlijk zijn er geen wonderen die niet met behulp van ratio en wetenschap benaderd kunnen worden. Als die verklaring niet sluitend is, zou dat met een gebrek aan kennis en inzicht te maken kunnen hebben dat vast een keer weggewerkt zal zijn. Allemaal waar, maar wat zegt dat nu? “Een wonder veronderstelt dat je open staat voor de werking van het heilige. Wanneer je het als bewijs probeert te gebruiken, doet dat alweer afbreuk aan de andersheid ervan. Maar als je de pretentie hebt dat we ooit alles kunnen verklaren, is dat vermetel.”

Toen Driscoll ernstig ziek werd, was de aanwezigheid van Titus in zijn leven, de verbondenheid ergens tussen hemel en aarde, zo sterk dat hij een heilig boost ervoer en genas.

Wat is een wonder?

Blijft natuurlijk de vraag wat een wonder dan wél is, als het niet valt binnen de categorieën die we bijvoorbeeld in de geneeskunde gewend zijn. Ik zou het als een heilige boost willen zien die mensen kunnen ervaren. Neem nou het wonder dat Titus Brandsma gedaan zou hebben. De Amerikaanse karmeliet Michael Driscoll werd genezen van een agressieve vorm van kanker. Wat was de invloed van Titus daarop?

In de biografie van Driscoll speelde Brandsma een belangrijk rol sinds zijn intrede in de orde in 1961. De permanente aanwezigheid van de grote voorloper werd een kracht- en inspiratiebron voor de jonge religieus. Toen hij ernstig ziek werd, was die aanwezigheid van Titus in zijn leven, de verbondenheid ergens tussen hemel en aarde, zo sterk dat hij een heilige boost ervoer en genas. Dat kun je wel degelijk een wonder noemen, zoals er permanent dingen gebeuren die echt geen toeval kunnen zijn wanneer je er oog voor hebt.

Reductionisme

Ik zelf heb dan niet zo’n behoefte aan commissies die de geldigheid van het wonder bevestigen. Sterker nog, voor mij doet dat eerder afbreuk aan de heiligheid van het wonder. Ook wanneer psychologen met messcherpe analyses komen hoe iemand zijn innerlijke kracht putte uit een projectie op een verheven figuur als in dit geval Titus doet dat voor mij geen afbreuk aan het wonder. Want de valkuil van het reductionisme ligt snel op de loer.

Natuurlijk kunnen geneeskundigen, psychologen en ongetwijfeld nog veel andere experts zinnige dingen zeggen over wat onverklaarbaar lijkt. Verbinden ze daarmee echter de pretentie om het dan stiekem toch te kunnen verklaren, gaat mij dat te ver. Evenals de kerkelijke pretentie te onverklaarbaarheid te kunnen bewijzen. Nee, je moet elkaars logica respecteren.

Doet een verklaring de ervaring teniet dat je vanuit een hopeloze situatie toch weer beter wordt?

Daarom kon ik dat tv-programma ook zonder aarzeling instemmen met de constatering dat kankerbehandelingen een heilzame werking hebben, uiteraard. Maar doet dat de ervaring teniet dat je vanuit een hopeloze situatie toch weer beter wordt? Neemt dat de boost weg die je niet in behandelingen en verklaringsmodellen kunt vangen?

Geloven in wonderen

In de Schrift staat: “Als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: ‘Verplaats je van hier naar daar!’ en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.” (Matteüs 17:20) Het woord ‘geloof’ betekent ten eerste dat je open staat voor de onmetelijke kracht die mensen aan een heilige boost kunnen ontlenen. Dat is geen magie, maar een openheid voor de onmetelijke kracht van het leven.

Ten tweede betekent ‘geloof’ hier ook dat je ín iets gelooft. Daarvoor gebruiken we het woord God, en de vele wegen die mensen kunnen ervaren om kracht aan het goddelijke te ontlenen. Eén van die kanalen zijn heilige personen. Het woord ‘tegenwoordigheid’ is voor mij daarbij heel belangrijk. Geloven in de heiligheid van een persoon houdt in dat je die persoon krachtig in je leven aanwezig voelt, zoals pater Michael die van Titus. Dan kan dat precies die extra boost zijn die bergen verzet. Dat spreekt geneeskunde en psychologie niet tegen, maar is gewoonweg een ander perspectief dat er ook mag zijn.

“Bent u niet bang voor een wonder-inflatie?”

Wonderen gebeuren elke dag, en heiligen zijn er oneindig veel. Mensen kunnen heiligen zijn voor elkaar, en ze kunnen wonderen doen in elkaars leven, met bovenmenselijke krachten. Een bijzondere gebeurtenis als het wonder dat tot de heiligverklaring van Titus Brandsma leidde is een baken dat ons allen een boost kan geven. Zoals natuurlijk de heilige persoon wiens tegenwoordigheid dit alles heeft bewerkt zonder dat hij een tovenaar zou zijn.

Dat er wonderen bestaan en mensen erin geloven, hoort bij het mens-zijn

Is dat niet een erg breed wonder begrip? Dat werd ik ook in dat tv-interview gevraagd: “Bent u niet bang voor een wonder-inflatie?” ‘Nee’, was mijn antwoord: “Dat er wonderen bestaan en mensen erin geloven, hoort bij het mens-zijn.” Wel denk ik trouwens dat je spaarzaam moet zijn met het uitlichten van ‘wonderen’. Dat kan in uitzonderlijke gevallen, en dat gebeurt dan ook bij een heiligverklaring, maar dan met het oog op een heilige boost voor iedereen, hier en nu. Moge het voor ons allen – in tegenwoordigheid van de heilige Titus en hen die voor ons heilig zijn – zo zijn!

Nikolaas Sintobin

Pierre Favre (1506 – 1546) groeide op in Villaret, een gehucht in de Franse Alpen, als eenvoudige herdersjongen. Hij was danig briljant dat hij uiteindelijk terechtkwam aan de Parijse Sorbonne om er theologie te studeren. Favre woonde er in een studentenkamertje samen met Ignatius van Loyola. Pierre werd de mentor van de wat oudere Ignatius die moeizaam studeerde. Op zijn beurt werd Ignatius de geestelijk begeleider van Pierre. Later zouden ze met enkele andere gezellen de Sociëteit van Jezus stichten, beter bekend als de jezuïeten.

Veertien staties van het lijden van Christus, zoals Titus Brandsma dat in de jaren ’30 van de vorige eeuw zag en zijn vriend en kunstenaar Jac Maris dat vorm gaf. Bijna een eeuw later zijn ze er nog, in het Processiepark bij de Bonifatiuskapel in Dokkum, ook een idee van Titus Brandsma. In het jaar van zijn heiligverklaring worden deze staties voorzien van eigentijdse teksten door predikant en leken-karmeliet Herman F. de Vries die daarbij de hulp kreeg van pastoor Paul Verheijen, beiden uit Dokkum. Musicus en leken-karmeliet Chris Fictoor schreef tekst en muziek van het kruisweglied. In de audiotour van de kruisweg wordt het vierstemmig gezongen lied herhaald na elke statie.

titus brandsma

< Terug