< Terug

Hijs de vlaggen!

Ter gelegenheid van halfvasten, is het mooi om stil te staan bij wat er komen gaat: ‘de wilde verrukking van Gods creatieve kracht’ staat ons te wachten.

Portret van Yanniek van der Schans

Elke week publiceert Theologie.nl een actuele theologische blog. Deze week is de blog geschreven door jong theoloog Yanniek van der Schans. Ter gelegenheid van halfvasten reflecteert ze op de vijftigdagentijd als periode van vreugde bij uitstek.

“Dit is óns feestje. Hijs de vlaggen!” N.T. Wright voert in zijn boek Verrast door Hoop een pleidooi voor het uitgebreider en uitbundiger vieren van Pasen. En dan niet alleen het Paasfeest zelf, maar voornamelijk de periode ná Pasen: de vijftigdagentijd. Afgelopen zondag, 14 maart, is het Laetare: halfvasten. Langzaam begint het kruis en bijbehorende opstanding dichterbij te komen; een stralend licht aan het eind van de lijdenstunnel. Het nieuwe leven ontwaakt langzaam, de knoppen verschijnen voorzichtig aan de bomen. Het bloeiende, het goede is om de hoek. Laetare: verheugt u!

Wright schrijft in zijn boek het volgende: “Pasen gaat over de wilde verrukking van Gods creatieve kracht; het past misschien niet erg bij ons, maar we zouden op z’n minst een ‘halleluja’ moeten schreeuwen in plaats van mompelen; we zouden alle kaarsen die we hebben moeten aansteken in plaats van een paar; we zouden iedere man, vrouw, kind, kat, hond en muis in onze kerk een kaars moeten geven; we zouden een echt paasvuur moeten ontsteken; en we zouden water over ons heen moeten plenzen terwijl we onze doopgeloften hernieuwen.”

De wilde verrukking van Gods creatieve kracht

Het is een beeldend en uitbundig tafereel dat Wright ons hier voorhoudt. Het klinkt chaotisch en, uit mijn ervaring sprekende, is het vaak niet hoe wij Pasen liturgisch vormgeven. We vieren het slechts twee dagen, waarvan de tweede meer als een weekenddag voelt. De dagen die volgen na het Paasweekend zijn voor de meesten als iedere andere dag. Hoeveel van ons vieren tijdens de vijftigdagentijd iedere dag het doorbreken van het goede nieuws? Ter gelegenheid van halfvasten, is het mooi om stil te staan bij wat er komen gaat: ‘de wilde verrukking van Gods creatieve kracht’ staat ons te wachten.

Het geheel rondom Pasen herinnert ons aan het feit dat dit leven een feest is; we hebben immers een mooie, hoopvolle toekomst in Jezus Christus. Zonder het kruis, zonder de opstanding van Christus, ‘is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos’, aldus Paulus (1 Kor. 15:12; 17). Wright merkt laconiek op: “Laat Kerst weg, en wat de Bijbel betreft, raak je twee hoofdstukken aan het begin van Matteüs en Lucas kwijt; meer niet. Laat Pasen weg, en je houdt geen Nieuwe Testament meer over; en geen christendom.” Uiteraard zijn Kerst en Pasen ook volgens Wright onlosmakelijk verbonden, maar je begrijpt waar Wright op doelt. Het zwaartepunt van het christelijk geloof is Jezus’ lijden & opstanding, en wat daarop volgde. In het evangelie van Markus komt dit mooi terug. Het verhaal van Jezus’ bediening wordt kort, krachtig en rap neergezet, terwijl het lijdensverhaal juist met veel detail, zorg en ruimte wordt verteld. Deze literaire keuze benadrukt dat de kern van het verhaal in het Paasverhaal schuilt: dát is de climax.

De meest vreugdevolle periode

Het idee van Wright om Pasen te vieren, en zijn kritiek dat dit feest in de dagen na Pasen nauwelijks plaatstvindt, zijn op zich geen nieuwe gedachten; we vinden ze ook bij kerkvaders Ambrosius en Tertullianus. Ambrosius (339–397) stelt bijvoorbeeld dat de vijftig dagen na Pasen moeten worden gevierd als een doorlopende zondag. Tertullianus (c. 160–c. 230) omschrijft deze periode zelfs als de meest vreugdevolle periode – laetissimum spatium – om in gedoopt te worden. Een overtreffende trap dus: geen andere periode is vreugdevoller![1]

Wellicht zijn we in de loop der jaren het idee van de vijftigdagentijd als laetissimum spatium verloren. In hoeverre hangen we de slingers op en hijsen we de vlag? Na 40 dagen vasten, waarbij iedere dag iets wordt gelaten, staan we in de 50 dagen na Pasen amper dagelijks stil bij het vreugdevolle nieuws van de opstanding van Christus.

Vorig jaar merkte paus Franciscus ook op dat het vreugdevolle wat afwezig is in de praktijk van het Paasvieren. In zijn paasboodschap benadrukte hij dat de opstanding “de overwinning van de liefde op de wortel van het kwaad [is], een overwinning die het lijden en de dood niet ‘omzeilt’, maar erdoorheen gaat, een weg opent in de afgrond, het kwaad in het goede verandert: dit is het unieke kenmerk van de kracht van God.” Het ziet ernaar uit dat paus Franciscus en Wright elkaar hierin dus wel kunnen vinden. Wright concludeert scherp: “Is het gek dat de wereld er nauwelijks iets van merkt, als Pasen maar op een enkele dag gevierd wordt na veertig dagen van vasten en somberheid? Het is hoog tijd dat we eens goed kijken naar de manier waarop we Pasen vieren in de kerk, bij ons thuis, in ons persoonlijke leven, in het hele systeem van ons kerk- en christen-zijn.”.

Een hoopvolle toekomst

In de vastentijd is niet voor niets iedere zondag Paaszondag; in de lijdensperiode hangen we de slingers op, en staan we stil bij de hoop die het geloof in Jezus Christus en zijn opstanding ons biedt. Wij hebben immers een hoopvolle toekomst, juist door het goede nieuws dat Jezus ons biedt. Juist in deze vreemde, vaak ook hopeloze tijd, hebben wij als christenen een taak: het vieren van een hoopvolle toekomst. De vraag is echter waar dit idee van vreugdevol vieren is gebleven; laat de aankomende vijftigdagentijd weer geheel in lijn met Tertullianus een laetissmum spatium zijn. Zoals Wright schrijft in zijn Paasfeest-betoog: “Dit is ons feestje. Hijs de vlaggen!” Hoe we dit feest straks mogen, of kunnen vieren? Het valt te bezien. Maar ik hang met verve de vlag uit, en vier het feest: lente komt! Het leven ontwaakt! We hebben een hoopvolle toekomst. We hebben wat te vieren!

Noot

[1] In het negentiende hoofdstuk van zijn De baptismo duikt de term op omdat de opgestane Heer in deze periode verscheen aan Zijn discipelen. In een ander werk – over vasten, De ieiunio – schrijft hij dat de vijftigdagen periode in ‘alle opgetogenheid’ worden doorgebracht. Volgens Tertullianus is de vijftigdagentijd dus doordrenkt van vreugde.

Meer theologenblogs

Voluit leven

In Voluit leven neemt Anselm Grün je mee naar de ziel, waar zich een stiltecentrum bevindt in de hectiek van alledag. Het zwaartepunt van je leven ligt niet in uiterlijke zekerheden, en ook niet in andere mensen. In je eigen innerlijk vindt je leven de rust en de wijsheid. Daar spreekt God tot ieder mens een woord dat hem of haar voluit doet leven.

voluit leven grun

< Terug