Samenleving krijgt kerkgebouwen terug

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Klaas van der Kamp, die schrijft over het herbestemmen van kerkgebouwen.

Profielfoto auteur Klaas van der Kamp

Klaas van der Kamp

Ook seculieren hebben een warm plekje in hun hart voor het kerkgebouw.

De huidige generatie kerkenraadsleden staat voor keuzes die vorige generaties niet hoefden te maken. De secularisatie dringt dilemma’s op. De middelen van menskracht en geld nemen af. Kerkenraden moeten prioriteiten stellen. Pregnant wordt de keus als ze moeten besluiten over de inzet van het kerkgebouw.

Eén op de vier gebedshuizen wordt inmiddels niet langer gebruikt voor religieuze doeleinden. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed maakt duidelijk dat van de ruim 7000 kerken, synagogen en moskeeën er nu al 1530 een andere bestemming hebben gekregen. Honderden gebouwen zullen volgen. Sommige kerkgebouwen worden afgebroken. Anderen krijgen een bredere bestemming.

Achter die keuzes rond het kerkgebouw gaat een theologie schuil; mensen die terugverlangen naar een volle kerk met een zingende gemeente hanteren een retro-theologie waarin geen plaats is voor variabel gebruik; mensen die hangen naar een nieuwe visie op zingeving zien kansen voor de opbouw van een meer seculiere zingeving.

Waardering van het gebouw

De waardering voor het kerkgebouw is in protestantse kring in korte tijd veranderd. Het gebouw doet ertoe en de stenen zijn ‘heilig’. Het gaat daarbij niet om heiligheid in rooms-katholieke zin, alsof de stenen aan het gewone gebruik zijn onttrokken. Het is eerder emotioneel getoonzet: er is besef dat het gebouw in het dorpsbeeld moet blijven. Een kerkenraad met een slinkende beurs hoeft niet langer voorrang te geven aan het pastoraat. De continuïteit van de gemeente zit niet alleen in de blijvende aandacht voor elkaar, maar zit ook in het waarderen van de stenen.

In de Bijbel vind je een ontwikkeling van een kerkenvisie 1.0 naar een kerkenvisie 6.0

Tegelijk groeit het besef dat het kerkgebouw breder inzet verdient dan twee uurtjes kerkdienst op zondag. Met een knipoog wordt teruggekeken naar de Middeleeuwen. De kerk was toen het centrum van een leefgemeenschap. Tijdens de kerkenspraak werden er mededelingen gedaan over de beschikbaarheid van stieren, de pacht van het land en de tijden van de jaarmarkt. Vaak was het kerkgebouw een reden om rond het plein van de kerk huizen te bouwen en een samenleving op te bouwen.

Geert Mak en Jacobine Gelderloos

Het is aan Jacobine Gelderloos te danken dat er een omslag in het denken is gekomen. Zij bracht de dissertatie ‘Sporen van God in het dorp’ uit waarin ze de analyse van Geert Mak op zijn kop zet. Waar Geert Mak laat zien hoe langzaam de energie uit het dorp weglekt, beschrijft Jacobine Gelderloos hoe het kerkgebouw als hart van een gemeenschap nieuw bloed met zuurstof in de gemeenschap rondpompt.

Die zuurstof hoeft niet zonder evangelie te zijn, maar zet meer registers open. Het gaat ook om de kerk als stemlokaal bij verkiezingen, de kerk als onderkomen voor de kaartvereniging, de kerk als podium voor de sinterklaasviering en de kerk als plaats waar het dorpsbelang de jaarvergadering houdt. De steriele kerkbanken worden uit het interieur gesloopt en de statafels doen hun intrede.

Van kerkenvisie 1.0 naar 6.0

De veranderende visie op het gebouw is niet nieuw. In de Bijbel vind je een ontwikkeling van een kerkenvisie 1.0 naar een kerkenvisie 6.0. Van adhoc vieringen bij Abraham (kerkenvisie 1.0) ontwikkelt de visie zich via een volk dat zich door een tent laat begeleiden (kerkenvisie 2.0), naar meer vaste plaatsen op de hoogten (kerkenvisie 3.0) om tot één centrale locatie te komen in Jeruzalem (kerkenvisie 4.0).

Op het moment dat door oorlogen die centrale locatie wordt verwoest, ontstaat er een nieuw initiatief in de ballingschap; geen tempel waar men dieren offert, maar een plaats van studie en gebed: de synagoge (kerkenvisie 5.0). Uiteindelijk komt de ontwikkeling tot een geestelijke definitie als de bouwkundige visie zich incorporeert in één persoon die zegt: ‘Breek deze tempel af en ik zal haar in drie dagen weer opbouwen’ (kerkenvisie 6.0).

Prijzen

Diverse instanties zien de cultuurwending en proberen die te versnellen door prijsvragen uit te loven. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed liet de meest gastvrije kerk in een regio verkiezen. De Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer schreef een Mercer-Marsh Award uit voor toekomstgericht kerkbeheer gebaseerd op samenwerking. En de provincie Overijssel daagde kerkbesturen uit met een integraal plan te komen voor brede inzet van het kerkgebouw ten dienste van de hele leefgemeenschap.

Eerder stelde de rijksoverheid plaatselijke wethouders tienduizenden euro’s in het vooruitzicht als ze een plan zouden opstellen voor toekomstige inzet van religieuze gebouwen. Een HBO-instelling als de Jan des Bouvry-Academie stelt studententeams ter beschikking om na te denken over het interieur van de kerk.

Ook seculieren hebben een warm plekje in hun hart voor het kerkgebouw

De protestantse synode stelde onlangs het rapport ‘Speelruimte gezocht’ vast dat over het kerkgebouw gaat. Dat is opmerkelijk, want tien jaar geleden was er ook al een rapport over kerkgebouwen in de synode. Er was blijkbaar herijking nodig. De focus ligt tegenwoordig op zinvol (breder) gebruik en hergebruik. Het is van belang een langetermijnvisie te ontwikkelen.

De kerk is bezig een oude plaats opnieuw in te vullen. Namelijk die als ontmoetingscentrum in het geheel van de samenleving. In Markelo praten ze er over om de deur te vervangen door glas, zodat je zo van de markt de kerk inkijkt. In Zwolle hebben ze twee muren van de St. Michaëlskerk transparant gemaakt, om een kijklijn vanaf het plein door de kerk heen te creëren.

Warm plekje

Op de vraag van Gerben van Dijk in de generale synode van de PKN wie er instemde met de stelling ‘ons kerkgebouw is bestemd voor het houden van erediensten; ander gebruik van de kerkzaal is ongepast,’ reageerde het merendeel van de synodeleden negatief. ‘Bij veel kerkgebouwen gaat de publieke functie nog verder en vinden er allerlei sociale en maatschappelijke activiteiten plaats,’ staat er in het rapport:

“Dat brengt de vraag naar voren wie eigenlijk de eigenaar van het kerkgebouw is. Formeel is dat de kerkelijke gemeente, hierin vertegenwoordigd door het college van kerkrentmeesters. Gevoelsmatig zijn alle gemeenteleden eigenaar. Maar je kunt het ook veel breder zien. Ook de samenleving (de buurt, het dorp, de stad) ervaart emotioneel eigenaarschap. Ook als mensen niet kerkelijk meeleven, beleven ze het toch als hun kerk(gebouw). De kerk als instituut heeft voor hen misschien afgedaan, maar het gebouw heeft een warm plekje in hun hart.” (p. 14)

De muzikale setting van het Zonnelied door Sofia Gubaidulina geeft aan dat lied een aparte dimensie en luisteren naar haar muziek is een fascinerende geestelijke oefening die om geduld vraagt.

Nooit heb ik niets met U

In Nooit heb ik niets met U voert Henk Veltkamp persoonlijke gesprekken met 25 verschillende mensen over wie God voor hen is. Die vraag levert heel diverse antwoorden op. De een krijgt een warm gevoel en raakt niet meer uitgepraat. De ander haalt de schouders op. Gesprekken met Stevo Akkerman, Nora Asrami, Tamarah Benima, Stef Bos, Tijs van den Brink, Heino Falcke, Jacobine Geel, e.a.

nooit heb ik niets met u

Tags:

Meer Kerk en wereld