< Terug

Kerk-zijn bezien vanuit de 60’s

Een interview met Gerben Heitink

Afgelopen week verscheen het boek Een doorbraak in de tijd. Kerk in de spiegel van de jaren zestig van emeritus hoogleraar praktische theologie Gerben Heitink. Waarom is het de moeite waard om de kerk weer in het licht van de jaren 60 te bekijken? We praten er met hem over. “In de jaren zestig is ook mijn visie op de kerk en de theologie ingrijpend veranderd. Ik heb dit als bevrijdend ervaren.”

Wat was de aanleiding voor het schrijven van Een doorbraak in de tijd? En welke betekenis heeft het boek voor u persoonlijk?

De jaren zestig worden algemeen gezien als een periode in de geschiedenis waarin zich vrij onverwacht en op allerlei gebieden, grote veranderingen in de samenleving hebben voltrokken. Het waren ook jaren waarin de secularisatie doorbrak en kerk en geloof voor velen ter discussie kwamen te staan. Niet lang daarna kwam een proces van kerkverlating op gang dat tot vandaag doorwerkt.

Het Catharijne Convent in Utrecht wijdt volgend jaar een tentoonstelling aan deze periode onder de titel: Van God los? De kerk in de jaren zestig. Dat vraagteken in de titel is terecht, want de jaren zestig waren nog heel religieus. Ik denk onder meer aan de invloed van de oecumenische beweging en de vredesbeweging en de aandacht voor spirituele groei. De katholieke kerk maakte een ’aggiornamento’ – een ‘bij de tijd brengen’ – door, sterk in relatie tot het Tweede Vaticaans Concilie. Er kwam een basisbeweging op gang van katholieken en protestanten samen, waar intercommunie gepraktiseerd werd. Daarnaast begon in 1961 het ‘Samen op Weg’-proces van hervormden en gereformeerden, een beweging vanaf de basis.

In dit boek gaat het mij om een herwaardering van de jaren zestig en de doorwerking daarvan binnen de kerk. Daar is te weinig van overgebleven. In onze tijd lijkt mij een inhaalmanoeuvre op z’n plaats. Daarover gaat het in dit boek.

Het boek is persoonlijk gekleurd. Ik begon mijn studie theologie nog heel traditioneel aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken Nederland in 1957. In de jaren zestig is ook mijn visie op de kerk en de theologie ingrijpend veranderd. Ik heb dit als bevrijdend ervaren.

Waarom hebt u deze titel voor uw boek gekozen?

Ik beschouw de jaren zestig als een culturele doorbraak – ook in mijn leven. Vandaar de titel. De ondertitel verwijst naar de jaren zestig, als de spiegel waardoor ik de verdere ontwikkeling van de kerk bekijk.

Hoe denken andere theologen over de jaren zestig en hoe verschilt dit met uw ideeën?

In dit boek kom ik tot een positieve waardering van deze periode, die ik zelf intensief heb meebeleefd. Het boek berust op zestig jaar ervaring als gemeentelid, predikant en academisch theoloog. Ik werd in 1965 predikant en heb in mijn gemeente heel veel zien veranderen. Ik denk aan de liturgie, de openstelling van de ambten voor vrouwen, de toelating van kinderen tot het avondmaal, catechetische vernieuwing, sociaal engagement, de vredesbeweging e.d. Ik kan me voorstellen en weet wel zeker dat in grote delen van de kerk hier anders over gedacht wordt. Er ontstond polarisatie. Binnen de katholieke kerk werd de vernieuwing teruggedraaid, ook de protestantse kerken trapten op de rem, waardoor conservatieve krachten de overhand kregen en meer mensen buiten de boot vielen.

Waarom is het van belang dat we de betekenis van de jaren zestig positiever gaan interpreteren dan vaak wordt gedaan?

Een herwaardering lijkt mij op z’n plaats, vooral in het licht van het hierop volgende proces van kerkverlating. Wie heeft wie verlaten? De kerk heeft hierna het contact met grote groepen van de bevolking verloren, ook met de jongeren. Kan dat ook samenhangen met de vormgeving van het kerkelijk leven? Na een eeuw van kerkelijke hoogconjunctuur, die ‘de kerk als vereniging’ sinds de grondwet van Thorbecke (1848) heeft doorgemaakt, lijkt dit kerkmodel uitgewerkt.

De kerk is naar mijn mening toe aan een nieuwe vormgeving, waarin gewone gemeenteleden meer verantwoordelijkheid dragen, uitgaande van het priesterschap van alle gelovigen. Dit in samenhang met het afkalvende beroep van predikant, waardoor steeds minder sprake kan zijn van een verzorgingskerk met veel ambtelijke ondersteuning. In mijn ogen maakt ‘het pastorale grondmodel’ van kerk-zijn meer en meer plaats voor ‘het laïcale grondmodel’, gebaseerd op het algemeen priesterschap – het priesterschap van de leek.

U schrijft dat het terugblikken op de jaren zestig gezien kan worden als een achteruitkijkspiegel: terugkijken zou helpen bij het vooruitblikken. Heeft het terugkijken naar de jaren zestig uw blik op de toekomst ook veranderd? Zo ja, hoe?

Wat wij geschiedenis noemen is geen verleden tijd, maar werkt door in het heden. Zoals ook de oorlog, voor wie deze hebben meegemaakt, nooit voorbij is. Wie in een bepaald kerkgenootschap geworteld is erft de daarbij behorende genen. Mijn formatieve jaren liggen in de jaren zestig, ik ben hier blijvend door beïnvloed en heb de overtuiging dat deze invloed nog altijd heilzaam kan inwerken op het kerkelijk leven. Daarom zie ik de toekomst van de kerk hoopvol tegemoet.

Wat hoopt u dat lezers van uw boek opsteken?

Ik hoop dat de geest van de jaren zestig vaardig over hen mag worden en de kerk nog eens zo’n revival mag doormaken.


Gerben Heitink. Een doorbraak in de tijd. Kerk in de spiegel van de jaren zestig. Utrecht: KokBoekencentrum, 2021. 239 pp. €20,-. ISBN 978904353736.

< Terug