In memoriam Hans Küng (1928-2021)

Op zoek naar de nalatenschap van een gigant

Op 6 april jongstleden overleed de theoloog en priester Hans Küng in zijn huis in Tübingen. Daar doceerde hij aan de theologische faculteit, als leraar der kerk, totdat op een kwade dag hem zijn leeropdracht werd ontnomen onder het pontificaat van Johannes Paulus II en na onderzoek door de Congregatie voor de Geloofsleer, onder leiding van zijn vroegere vriend Joseph Ratzinger.

In Tübingen verankerde hij na 1980 de Stiftung Projekt Weltethos für interkulturelle und interreligiöse Forschung, Bildung und Begegnung als instelling van de Universiteit Tübingen. Deze universiteit gedenkt en eert hem met de volgende woorden: “Mit Blick auf Hans Küngs Hoffnungsvision „To make the world a better place“ ist es für die Stiftung Weltethos eine Ehre, sein Lebensprojekt „Weltethos“ fortführen zu dürfen. Wir werden es in seinem Sinne bewahren, weitertragen und weiterentwickeln und wir verneigen uns in Dankbarkeit vor dessen großartigem Begründer.

Voor velen staat de naam Hans Küng voor loyaliteit tegen een hoge prijs

Veel rooms-katholieken van zeventig jaar en ouder zullen bij de naam Hans Küng eerder denken aan de grote theologische controversen in hun kerk na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), aan pleidooien voor liturgische vernieuwing en oecumenische vieringen, aan zijn oproep tot een open gesprek over het celibaat en de openstelling van het priesterambt voor vrouwen.

Voor velen die niet de keuze maakten om de kerk te verlaten, zal de naam van Hans Küng staan voor loyaliteit tegen een hoge prijs van teleurstelling en curiale tegenwind van over de Alpen. En wat roept zijn naam op bij latere generaties en die van nu? Ik heb daaraan weinig herinnering uit mijn jaren in onderwijs en nascholing van protestantse predikanten. Wie gedenken wij?

Gigant!

Wij gedenken een gigant. Het grote aantal boeken van zijn hand in mijn kast – gelezen voor mijn dissertatie over zijn antropologie – getuigt daarvan. De herlezing van zijn autobiografie deze week, overtuigt mij opnieuw. Hans Küng:

Hans Küng: een universeel geleerde.
Ingelezen in vele gebieden van de geesteswetenschappen: theologie, filosofie, antropologie, vergelijkende godsdienstwetenschappen, &c.

Hans Küng: een ongelofelijk bekwaam netwerker.
Ik kan met gemak deze hele bijdrage vullen met alleen al de namen van de groten der aarde in wetenschap, kunst, politiek, &c., die Küng in zijn werkzame leven heeft ontmoet en heeft verbonden aan zijn projecten.

Hans Küng: sterk als een beer.
Na een groot aantal lezingen in korte tijd op een tour in de VS, reist Küng ‘s nachts terug naar Stuttgart om diezelfde avond weer college te geven in Tübingen. Het is indrukwekkend en het is een patroon.

Hans Küng: zelfbewust en onverzettelijk.
Je kunt Küng de ‘Pieter Omtzigt van de RKK na Vaticanum II’ noemen. Deskundig, overtuigd van zijn missie, bereid tot dialoog, maar niet bereid tot concessies wanneer het zogeheten ‘grotere organisatiebelang’ (lees: van kerk en curie) op gespannen voet staat met de feiten of met eerdere afspraken. De leiding van een grote organisatie – in dit geval de paus – vreest een gesprekspartner als Küng zeer. Botsingen zijn bijna onvermijdelijk en meestal frontaal.

Hans Küng: niet op een zijspoor te brengen.
De eenling delft vrijwel zeker het onderspit tegenover het instituut. Daarom durven slechts weinigen de confrontatie aan. De meesten ontwijken de confrontatie door te zwijgen, door zich weg te laten promoveren, door te herroepen, of door ziek te worden of erger. Zij die wel doorzetten, worden in de regel slechts een voetnoot in de (ketter)geschiedenis.

Het grote van Küng is dat het bij hem niet op een van die manieren is geëindigd. Hij is niet op een zijspoor geraakt, ook niet na het dieptepunt in zijn leven rond Kerst 1979 toen hem de titel ‘leraar der kerk’ werd ontnomen, en daarmee zijn plaats aan de theologische faculteit Tübingen. Hij was daardoor zeer gewond. Die wond is nooit meer echt dicht gegaan. Door heel zijn biografie heen lezen we pijn, woede en verdriet over de botsingen met Rome, met paus Johannes Paulus II, met kardinaal Ratzinger.

Het knappe van Küng is dat hij vanaf 1980 een radicale wending heeft gegeven aan zijn concrete loopbaan, en een heel nieuw instituut heeft opgezet met een andere focus, die van de interreligieuze dialoog en de bezinning op de ethiek ten dienste van de humaniteit. Immers: geen wereldvrede zonder vrede tussen de godsdiensten, en: geen waarachtige menselijkheid zonder een gedeelde ethiek. Het Projekt Weltethos kwam van de grond en is tot in de burelen van de Verenigde Naties niet onopgemerkt gebleven.

Küng is erin geslaagd om zijn energie niet te laten opgaan aan herhaling van zetten in een voortgaande loopgravenoorlog met Rome, over de interpretatie – of volgens Küng: verkwanseling – van de resultaten van Vaticanum II. Hij heeft zijn energie en zijn visie op vernieuwing van de christelijke theologie en daarmee van de kerk op een andere wijze ingezet, met een ander front en met een andere focus, namelijk onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de humaniteit.

Hans Küng: trouw aan kerk en christelijke geloofstraditie. Ik eindig deze loftuiting met zijn trouw aan de kerk, aan de gelofte van het priesterschap, en aan het geleefde geloof. Uit zijn autobiografie rijst het beeld op van een leven met als grondtoon het doorgaande gebed, in zijn eigen woorden ‘het gebed dat ik op mijn sterfbed zou willen bidden’:

Mijn Heer en mijn God, neem alles van mij
wat mij van U afoudt.
Mijn Heer en Mijn God, geef me alles,
wat me naar U leidt.
Mijn Heer en mijn God, neem mij
en geef mij geheel aan U.

Wat valt er te zeggen over Küngs theologische nalatenschap? Ik concentreer mij op drie inhoudelijke aandachtsvelden, die tevens staan voor drie achtereenvolgende perioden in de denkweg van Küng.

I. De oecumene van Rome en Reformatie

Met zijn dissertatie over de leer van de rechtvaardiging bij de protestantse theoloog Karl Barth, heeft Küng met kracht van argument, aangetoond dat er op dit kernpunt (rechtvaardiging) in het geding van Luther en Rome in de zestiende eeuw, anno 1960 geen belemmering meer is voor wederzijdse kerkelijke toenadering. We kunnen zeggen dat Küngs inzet op dit punt gehonoreerd is in de gesprekken en verklaringen tussen Rome en Reformatie na Vaticanum II.

Dit is bepaald niet het geval bij Ambt, en Sacrament, nader toegespitst op het leergezag en de onfeilbaarheid van de paus en op de openstelling van de communie voor niet-katholieken. En zeker ook niet op het punt van de wijding van vrouwen tot het priesterambt. Daarover zijn de aanzetten van Vaticanum II niet gehonoreerd, integendeel, eerder teruggedraaid.

De vernieuwing van kerk en traditie in de betekenis van ‘in rapport met de tijd brengen’, het ‘aggiornamento’ van paus Johannes XXIII, is de focus van de belangrijkste publicaties van Küng in deze periode tot 1979: Die Kirche, Christ sein, &c. De botsing met Rome culmineerde in de bundels Unfehlbahr?, en: Der Fall Küng. Het is ook de tijd van de breuk tussen Küng en Ratzinger, de latere Benedictus XVI. En het zijn de jaren van de woede van Küng over Johannes Paulus II, voelbaar op vele bladzijden van zijn autobiografie.  

II. Paradigmawisseling als sleutelmoment in de ontwikkeling van wetenschap en kennis

Deze visie op paradigmawisselingen is een cruciaal punt voor begrip van de denkweg van Küng. Door de omvang van deze bijdrage, licht ik het wat kort door de bocht toe.

Groei van (wetenschappelijke) kennis gaat altijd schoksgewijs. De schok is het moment van de paradigmawisseling. Dat wil zeggen: het moment, het omslagpunt, naar een nieuwe totaalkijk op de werkelijkheid, waardoor nieuwe, onverklaarbare verschijnselen verklaard kunnen worden. Dat moment van omslag kan een hele periode vragen van botsingen, van weerstanden tegen het nieuwe paradigma, en van vasthouden aan het oude. Hét voorbeeld is natuurlijk de omslag van een Ptolemeïsch wereldbeeld naar het Copernicaans-Newtoniaanse wereldbeeld. Een nieuw paradigma was nodig zodat resultaten van waarnemingen op hun plek vielen. Maar de wereld ziet er tegelijk voorgoed anders uit. Het denken is veranderd.

Dit kennistheoretische model van de paradigmawisseling – voor Küng stem gegeven door Stephen Kuhn – past Küng toe in de theologie en de geesteswetenschappen. Het christelijk dogma van de vroege kerk – het trinitarisch en christologisch dogma – is geënt op een verbinding van bijbels-nieuwtestamentisch verstaan van Wie God is met het Griekse denken en verstaan van de werkelijkheid. Dat is onder druk komen staan, met name door de opkomst van de moderniteit in Renaissance en Verlichting. Godsbegrip en visie op de mens zijn ingrijpend veranderd. De kernvraag van Küng aan Ratzinger en Rome is dan of Rome niet vast zit aan een verouderd paradigma, en daarmee onmachtig is om echte antwoorden te geven op de vragen van de moderne mens en de uitdagingen van de moderniteit?

Spreken over God anno 1980, is panentheïstisch spreken: God is in ales en alls is in God

In zijn hoofdwerk uit de jaren 70 en 80 – Christ sein – heeft Küng deze paradigmawisseling toegepast in zijn spreken over Christus. Het resultaat van de verbinding van de historisch-kritische lezing van het Nieuwe Testament met een ander wijsgerig (lees: minder ontologisch en minder klassiek-metafysisch) kader, is een wending van een christologie ‘van Boven’ naar een christologie ‘van beneden’.

Zijn tweede hoofdwerk uit die periode is Existiert Gott?. In dit, evenals Christ sein ook in protestantse kring veel gelezen boek, wil Küng, in gesprek met de denkers van het atheïsme, een stevige vloer leggen voor een nieuw spreken over God vanuit het nieuwe paradigma. Hoe kunnen wij zinvol en verantwoord spreken over God binnen een nieuw, natuurwetenschappelijk, evolutionistisch verstaan van onze werkelijkheid? Door ‘geschichtlich’ te denken en te spreken over God. God is als de grond van onze werkelijkheid onderweg. Nauwkeuriger gezegd, God en zijn schepping, God en mens, zijn beide onderweg naar het Einde, en dat Einde is de ontvouwing van de ware humaniteit.

Geen wereldvrede zonder vrede tussen de godsdiensten

Dat ‘weten’ wij, in de betekenis van een basaal vertrouwen, uit het verhaal van Jezus van Nazareth, in wie God zijn ware gelaat heeft laten zien. Zijn opwekking is de bevestiging dat deze ware humaniteit geen utopie is. Spreken over God is anno 1980 geen onzin, aldus Küng. Maar dan moeten wij wel, binnen het nieuwe paradigma, panentheïstisch spreken over God. God is in alles en alles is in God; God is als grond van onze grond, het Zijn zelf en grond van alle zijnden. En Hij is in de geschiedenis met ons onderweg naar de volle openbaring van de humaniteit. Dit geloof in God is geen onzin. En – heel belangrijk in Existiert Gott? – dit geloof in God is noodzakelijk als basering van ons grondvertrouwen in de werkelijkheid als betrouwbaar en zinvol.

Dit verstaan van God is vervolgens de basis voor een zinvol interreligieus gesprek en voor gesprek tussen, ontmoeting van, en samenwerking met andere religies. Daarmee betreden wij het derde aandachtsveld bij Küng, dat in de jaren 80 aanvangt, te beginnen met een aantal boeken over de grote wereldreligies: Hindoeïsme, Boeddhisme, Islam, Jodendom en een geschiedenis van het Christendom. Küng schrijft over de religies steeds vanuit dezelfde focus: hoe spelen de religies in (of: hoe zouden de religies kunnen inspelen) op de paradigmawisseling en de wending naar de moderniteit, met zijn nadruk op menselijke autonomie, zelfbewustwording en de universele rechten van de mens. En hoe kunnen de wereldreligies bijdragen aan de voor de wereldvrede en het welzijn van alle mensen noodzakelijke bezinning op de ethiek?

Want: geen wereldvrede zonder vrede tussen de godsdiensten. En: zonder constructieve, globale dialoog over de ethiek geen zicht op ware humaniteit. Dat is de thematiek van het Projekt Weltethos, het derde aandachtsveld in het werk van Küng.

III. Projekt Weltethos

Wat heeft de wereld na 1989, de val van de muur en het einde van de ideologieënstrijd-oude-stijl, nodig? Wat is nodig om de ‘clash of civilizations’ van Samuel Huntington te voorkomen, die door laatstgenoemde voorspelde vernietigende botsing tussen de westerse beschaving, verworteld in de joods-christelijke en humanistische tradities, en aan de andere kant de Islam? Tegenover dit scenario zet Küng zijn alternatief: Weltprojekt für Weltpolitik und Weltwirtschaft (1997) later ontwikkeld tot het Projekt Welethos. De ondertitel is een helder statement: Stiftung für interkulturelle und interreligiöse Forschung, Bildung und Begegnung.

“Mit dem Projekt Weltethos schuf Hans Küng die Grundlage für ein Bewusstsein grundlegender gemeinsamer Werte in allen Teilen der Gesellschaft sowie für ein friedliches und respektvolles Miteinander über die Grenzen der Religionen, Kulturen und Nationen hinweg. Ein Projekt, das in Zeiten einer global agierenden Politik und Wirtschaft, des Internets und zunehmend multikultureller Gesellschaften wichtiger ist denn je.” (webpagina Universiteit Tübingen, 6 april)

In het statement van Universität Tübingen dat op de dag van Küngs overleden werd gepubliceerd, komen alle lijnen in het denken van Küng van na de jaren 80 samen:

  • Religies en levensbeschouwingen zijn in wezen articulaties van onderliggende gemeenschappelijke waarden, die weer gegrond zijn in het algemeen menselijk verlangen naar en gericht zijn op ware menselijkheid;
  • Het statement spreekt over de basis van een ‘bewustzijn van fundamentele, gemeenschappelijke waarden’, dat in alle delen van de samenleving verankerd moet zijn/worden;
  • Het statement vervolgt met de te ontwikkelen en te onderhouden ‘basis voor een vreedzaam en respectvol samen over de grenzen van religies, culturen en naties heen’.

Stip in onze achteruitkijkspiegel?

Wij gedenken een groot theoloog, een geëngageerd mens, een loyaal lid van de kerk, een medechristen. Ik hoef niet te betogen dat Küng een prestatie heeft neergezet met de totstandkoming van dit instituut, wetenschappelijk verankerd in en gedragen door de universiteit in Tübingen. De netwerker Küng is erin geslaagd vele groten der aarde, onder wie een Kofi Anan, te committeren aan zijn stichting, en grote fondsen beschikbaar te krijgen. Dit soort wereldwijde platforms vervullen een belangrijke functie. Wanneer ze verstenen in herhaling van eigen gelijk, verdwijnen ze vanzelf, behorend bij een dan weer verouderd paradigma.

Dit laatste roept als vanzelf de vraag op of wij in Küng toch ook een icoon van een voorbije tijd gedenken. Bij deze vraag te stellen past grote bescheidenheid, en dat zeg ik niet voor de vorm, kijkend naar meer dan twee meter Hans Küng in mijn boekenkast, en na herlezing van zijn autobiografie. Dat gezegd:

  1. Is Küng – toch meer dan hij zelf wilde – een uitgesproken vertegenwoordiger gebleven van het Grote Verhaal van de Verlichting? Met zijn nadruk op rationaliteit als weg tot waarheidsvinding, op grond van fundamentele betrouwbaarheid van de werkelijkheid.
  2. Is Küng ook in die zin niet een uitgesproken vertegenwoordiger van het Grote Verhaal van de Verlichting dat hij zeer uitgesproken gelooft in een vooruitgang van de religies in de richting van een waarachtig mens-zijn: emancipatie, mensenrechten, sociale gerechtigheid, immoraliteit van oorlog.
  3. Komt deze schatplichtigheid aan het verlichtingsparadigma niet ook tot uiting in zijn hoge verwachting van het dialoog-karakter van waarheidsvinding?

Ik eindig met een soort opdracht aan onszelf. Nu wij in de tijd op voldoende afstand staan, en het stof van de botsingen tussen Hans Küng en Joseph Ratzinger al lang is neergedaald, loont het om het gesprek tussen die beiden op onze wijze, met de kennis van nu, voort te zetten, na lezing van de boeken van Ratzinger over Jezus, en na herlezing van Küng.

Dit voortgaande gesprek is te waardevol om niet te willen voeren. En het voorkomt dat wie gestorven is verdwijnt in de achteruitkijkspiegel van de (kerk)geschiedenis of alleen herinnerd wordt in de kettergeschiedenis.

Bert de Leede was als rector van het theologisch seminarium van de Protestantse Kerk en als docent praktische theologie aan de PThU betrokken bij opleiding en nascholing van predikanten. Hij promoveerde in 2001 op een studie van de antropologie van Hans Küng: Waarachtig mens-zijn: sterven of streven. In gesprek met Hans Küng over de verhouding van christen-zijn en modern mens-zijn.

Tags:

Meer Kerkgeschiedenis & Systematische theologie