< Terug

Metapsychiatrische vragen als voetspoor

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Guus Labooy de week met een reflectie op de metapsychiatrie. Welk verhaal drijft de werkzaamheden van de GGZ? Nihilisme, of de Bijbel?

Guus Labooy

“Kies je als metapsychiatrie een verhaal dat termen als 'zin' en 'liefde' fundeert, of kies je nihilisme?”

Ik geloof niet dat ik de massa kan overtuigen met het theocentrische perspectief op de werkelijkheid dat Bonaventura ons voorleeft. Maar dat betekent nog niet dat wij daarom de massa moeten volgen: dat is waarheid opgeven voor macht. Een andere manier om het theocentrische perspectief in de wetenschap te verantwoorden is door de focus te verleggen naar ‘metavragen’. Of is het een sisyfusarbeid, eerst te moeten bewijzen dat elk vak een metadimensie heeft? Ik hoop al gaande duidelijk te maken dat er voorbij de psychiatrie een metapsychiatrie is. En zij is, conform de inzet van Bonaventura, een voetspoor van God.

Metavragen

Metavragen gaan over de dingen die in de betreffende wetenschap zelf gedachteloos worden gebruikt. Een wiskundige rekent met getallen zonder zich af te vragen wat getallen eigenlijk zijn. Maar misschien komt er een dag dat hij of zij zich dat verwonderd afvraagt: wat zijn die getallen nu eigenlijk? Dat is een echte metavraag.

Binnen de GGZ gaat het dagelijks over relaties, over zin, schuld, liefde en haat, en over medicatie. Metavragen zijn dus of er een ziel is, wat de verhouding is tussen ziel en hersenen, of er zoiets als schuld en kwaad is – want vrijheid bestaat niet als we gedetermineerd zijn door onze hersenen. En of er zoiets als zin is en zo ja, wat dat dan is en of zoiets elementairs als zin voor iedereen wel iets anders kan zijn – wat we elkaar meestal toeroepen.

No evil, no good

Laten we eens luisteren hoe deze metavragen worden beantwoord door de evolutionaire bioloog Richard Dawkins. In dat nihilistisch universum bestaat er goed noch kwaad:

“The universe that we observe has precisely the properties we should expect if there is, at bottom, no design, no purpose, no evil, no good, nothing but pitiless indifference.”

Dit zijn de vijf mokerslagen van de naturalistisch geïnterpreteerde evolutionaire biologie. Het crescendo richting de ‘pitiless indifference’ doet denken aan de tien plagen van Egypte, al zijn deze vijf metafysische plagen er niet om te bevrijden.

Vijf metafysische plagen, maar niet met als doel te bevrijden.

Hoe moet de psychiatrie werken als dit haar metapsychiatrie is? Sta eens een paar minuten stil bij elk van deze vijf mokerslagen en vraag je dan af wat een sensitieve geest hier op aarde nog moet. Wordt psychiatrie dan geen sisyfusarbeid? Wat zal een razend intelligente twintiger zeggen als hij tot zijn eigen verbazing voor het eerst bij een psychiater naar binnen schuifelt, alleen omdat zijn bezorgde ouders daarop stonden? Ik stel me voor dat hij tegen het eind van het consult zegt:

“Eh, met alle respect, dokter, maar u durft geloof ik die vijf mokerslagen van Dawkins niet echt te doordenken. Maar dan leef je voor mijn gevoel – neem me niet kwalijk – in een schijnwereld. Ik kan dat niet meer, ik laat me geen rad voor ogen draaien. Weet u, ik heb niet het gevoel dat ik ziek ben of zo. Alleen: “The universe is nothing but pitiless indifference.” Dus ja: suïcide.

Het enige waarom ik het niet doe zijn mijn ouders en mijn zusje natuurlijk. Trouwens, hebt u het boek van de denker des vaderlands gelezen, René te Bos? Dwalen in het antropoceen, heet het. Het greep me aan. Eindigde met een, weliswaar gedroomde, suïcide. Niet gelezen?”

Ik schilder even met heftige kleuren, want ik moest gaandeweg verduidelijken waarom ik geloof in het bestaan van metapsychiatrie, ongeacht of we het leuk vinden of niet. En jammer voor de adepten van de boedelscheiding tussen geloof en wetenschap, maar de metapsychiatrie speelt nu eenmaal door in de GGZ. Of je het nu wilt of niet.

Nihilistisch reductionisme, maar wat dan nog?

We moeten stemmen als die van Dawkins wel recht doen. Hij beweert niet dat het leven niet mooi is. Maar wel voor wat het is: zeker, de muziek van Schubert is het uiteindelijk niets anders dan een evolutionair dopamine-trucje in onze hersenen. Maar dat maakt het toch niet waardeloos? Schubert is en blijft subliem! Op dezelfde manier is Dawkins ook een ethisch mens: zeker, goed en kwaad bestaan uiteindelijk niet, maar we spelen met elkaar alsof: het zijn onmisbare ficties.

Maar onze intelligente adolescent prikt daar genadeloos doorheen. Sinds Nietzsche zijn de waardeoordelen fundamenteel subjectief, zowel de ethische als de esthetische: de morele horizon werd uitgewist. Dawkins vindt het muzikale dopamine-trucje de moeite waard? Akkoord, mag hij vinden. Maar voor de adolescent was het fundamentele punt dat hij zich niet meer wil laten bedriegen door de lawine aan dopamine-trucjes in en om hem heen. En wie zal ons hierin iets opleggen? Je moet toch zelf je leven vormgeven? Je leven of je dood?

Goed en kwaad bestaan uiteindelijk niet, maar we spelen met elkaar alsof: het zijn onmisbare ficties.

Het metapsychiatrisch verhaal

De tere en briljant vertelde novelle Monterosso mon amour van Ilja Pfeijffer is een ode aan het verhaal. De hoofdpersoon Carmen ‘leeft de verzonnen levens mee van fictieve personen en klampt zich vast aan hun verhalen zoals een banneling zich vastklampt aan dierbare herinneringen.’

Dat het verhaal die voorrang verdient, wist ook de Bijbel. Ook daar kunnen we ons vastklampen aan de verhalen over Ezau en Jacob, David en Goliath, zoals een banneling aan dierbare herinneringen. We zijn vanuit dat verhaal ook bannelingen, we werden immers allen uit de tuin van Eden verbannen. Sommigen kregen zelfs binnen die ballingschap een tweede ballingschap te verduren, zoals er bij de film Inception dromen binnen dromen zijn: de Joden werden opnieuw verbannen, nu uit Jeruzalem.

Maar nu komt er iemand deze tweevoudige ballingschap van de Joden delen. Hij kan voor hen instaan want Hij is hun Koning, hun ‘Messias’. Eigenlijk: zoals Pfeijffer zichzelf opvoert als persoon in de novelle die hijzelf heeft geschapen, zo komt God zelf ook als mens in de schepping die Hij zelf heeft geschapen. Een mooier en verbijsterender verhaal kun je niet vertellen. Die Messias laat voelen dat liefde het wint van haat, kwaad, trauma en dood. Pasen toont dat goed en kwaad echt bestaan, maar dat Zijn goedheid uiteindelijk overwint.  

Kies je als metapsychiatrie een verhaal dat dagelijkse termen in de GGZ, als ‘liefde’, ‘zin’ en ‘kwaad’, fundeert?

Welk verhaal kan intellectueel verantwoord dienen als metapsychiatrie? Kies je het nihilisme, maar op grond waarvan dan? Of hoeft nihilisme zichzelf niet te verantwoorden, alleen omdat de meeste mensen het roepen – hoewel ze met hun leven eigenlijk tonen dat ze diep in hun hart weldegelijk in schoonheid en ethiek geloven? Of kies je als metapsychiatrie het verhaal van de Bijbel? Een metapsychiatrisch verhaal dat de kernbegrippen als ‘liefde’, ‘zin’ en ‘kwaad’ uit de dagelijkse praktijk in de GGZ zo mooi fundeert en schraagt dat de bewijslast nu wel heel duidelijk verschuift naar de bestrijders van dit wereldhistorisch epos?

Nikolaas Sintobin

Pierre Favre (1506 – 1546) groeide op in Villaret, een gehucht in de Franse Alpen, als eenvoudige herdersjongen. Hij was danig briljant dat hij uiteindelijk terechtkwam aan de Parijse Sorbonne om er theologie te studeren. Favre woonde er in een studentenkamertje samen met Ignatius van Loyola. Pierre werd de mentor van de wat oudere Ignatius die moeizaam studeerde. Op zijn beurt werd Ignatius de geestelijk begeleider van Pierre. Later zouden ze met enkele andere gezellen de Sociëteit van Jezus stichten, beter bekend als de jezuïeten.

Nooit heb ik niets met U

In Nooit heb ik niets met U voert Henk Veltkamp persoonlijke gesprekken met 25 verschillende mensen over wie God voor hen is. Die vraag levert heel diverse antwoorden op. De een krijgt een warm gevoel en raakt niet meer uitgepraat. De ander haalt de schouders op. Gesprekken met Stevo Akkerman, Nora Asrami, Tamarah Benima, Stef Bos, Tijs van den Brink, Heino Falcke, Jacobine Geel, e.a.

nooit heb ik niets met u

< Terug