< Terug

Naar welke kerk gaat Hauerwas? – door Tim Vreugdenhil

Tim VreugdenhilHerman Paul en Bart Wallet hebben een lezenswaardige verzameling interviews gebundeld. Met die interviews willen zij in ieder geval dit programmatische punt maken: wij hebben een geloofsgemeenschap nodig die ons helpt als christenen te leven. Christelijke karaktervorming leer je voor een belangrijk deel in de kerk. Dat zeggen ook alle negen geïnterviewden, ieder op zijn eigen wijze.
Ik heb veel sympathie voor de interviews en voor de beweging van de ‘ecclesial turn’. Door mijn werk als predikant in Amstelveen en Amsterdam zie ik sterk de noodzaak van een kerk die karaktervormend is. Graag zou ik zeggen: prachtig, dit boek. Neem en lees. Maar iets houdt me tegen. Ik heb er natuurlijk over nagedacht wat dat is. Eigenlijk geloof ik dat de ‘oefenplaatsen’ waar Bart en Herman naar verlangen er in Nederland nauwelijks of niet zijn. Ik ken ze tenminste niet. Arjan Plaisier zegt terecht: we hoeven niet metéen te vragen of het soort kerken waarover de theologen zich uitspreken bestaat. Daarom mocht hij eerst. In tweede instantie vraag ik: en als ze nou eens niet bestaan? En er ook niet meer komen?
Acht van de negen interviews zijn met universiteitstheologen, die in landen als Engeland en de VS vaak hun eigen ‘universitaire parochies’ hebben, naast de bestaande kerk. In ieder geval van Hauerwas, O’Donovan en ook van Volf weet ik dat zij de gemeente waarover ze graag theologiseren niet zelf hebben gevonden (Hauerwas geeft het in het interview ook expliciet toe: hij noemt zich ‘kerkelijk dakloos’). Deze negen theologen zijn geen karaktervormers op kerkelijk vlak. Zij zijn geboren docenten. Mensen zeggen niet voor niets dat ze Háuerwas inspirerend vinden en dat O’Donovan zo’n prettig Anglicaanse combinatie van leer en liturgie laat zien. Nooit heb ik iemand gesproken die zegt: door Hauerwas ben ik methodist geworden of door O’Donovan heb ik besloten me aan te sluiten bij de Anglicaanse kerk (of minstens vier ik dagelijks de ochtend- en avondliturgie). Ook Tim Keller is in Nederland een graag gehoorde prediker bij menig christen die zich niet meer thuis voelt bij een plaatselijke kerk. Inspiratie, dat is wat bij deze mensen in overvloed te vinden is. De bundel had dus eigenlijk Oefenaars moeten heten. Deze oefenaars roepen allemaal dat de kerk verschrikkelijk belangrijk is. Wallet en Paul zijn een slagje bescheidener als ze zeggen: we zouden graag zien dat de kerk in Nederland belangrijker wórdt. Ik zeg: helaas is de wens de vader van de gedachte. Want waar is deze kerk? Waar zijn de kerken waar mensen dit werkelijk in-oefenen? Er zit een smalle marge tussen de dingen met de ogen van het geloof bekijken en eerlijk erkennen dat de keizer geen kleren (meer) aanheeft. Ik ben geen profeet, maar ik durf te stellen dat we ons zullen moeten instellen op christelijke gemeenschappen die wankel zijn, klein, seculier, potpourri-achtig. Goed voor mensen, daar niet van! Vergeleken met de armoede in de rest van de maatschappij al snel relevant en inspirerend (en dat meen ik). Maar karaktervormend? Dat denk ik niet.
Karaktervorming is één van de allermoeilijkste dingen (het is hier niet de plek om daar dieper op in te gaan). Zelfs Paulus moet het aan de eerste christenen keer op keer uitleggen, en soms verzucht hij eerlijk dat er geen bal van terechtkomt. In de twee kerken waarvoor ik werk weegt de prediking (die best heel goed is), het regelmatig vieren van de sacramenten (iets dat vrijwel iedereen als mooi en krachtig ervaart) en de nog redelijk aanwezige kennis van de christelijke traditie (iets dat bijna iedereen belangrijk vindt) niet op tegen processen van interne secularisatie: kerk is ‘best belangrijk’, maar uiteindelijk niet meer dan één van de vele dingen in het leven van mensen die om aandacht vragen. Alle theologen uit het boek én Paul/Wallet neigen er dan naar om normatief te gaan spreken: dat zou anders moeten. Ik vraag opnieuw: en als dat nou eens niet gebeurt? Is het belangrijk om die vraag hardop te stellen? Nou en of. Het heeft ermee te maken of het christelijk geloof in Nederland nog toekomst heeft. Ik ben niet zo somber, maar als ik hier over nadenk, zeg ik: dat de kerk haar karakervormende invloed bijna heeft verloren ten opzichte van allerlei andere invloeden, zou ons wel eens definitief de das om kunnen doen. Daar helpen ook de beste interviews niets aan. Ik en mijn gemeenteleden geloven onder ‘Tayloriaanse condities’: in het alles bepalende besef dat de grote meerderheid van de mensen om ons heen anders denkt dan wij – en ook wij zelf hebben náast ons christen-zijn nog allerlei andere ijzers in het vuur. Ik wil niet beweren dat de seculariserende krachten sterker zijn dan de kerk. Ze zijn volgens mij wel sterker dan de karaktervorming die binnen die kerken plaatsvindt. Daarover zwijgen de geïnterviewden naar mijn smaak te veel. Dus stel ik de vraag maar. Zijn er in Nederland kerkelijke plaatsen van character formation en spiritual formation? Nog anders gezegd: waar zou Hauerwas in Nederland naar de kerk gaan? Ik denk: nergens!
Tim Vreugdenhil is theoloog. Hij werkt als predikant voor Stadshartkerk Amstelveen en Amstelgemeente Amsterdam.

Lees ook de lezingen tijdens de presentatie van Oefenplaatsen van dr. Herman Paul en dr. Arjan Plaisier.

< Terug