< Terug

Oldtimers, wiskunde en Bonaventura

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Guus Labooy de week met een paar gedachten over een oldtimer trekker, antiek wiskundige Pythagoras en middeleeuws theoloog Bonaventura.

Guus Labooy

Alles is een Godsgeschenk,

ook de tekenen en voetsporen.”

Laatst preekte ik bij een huwelijk over 1 Korintiërs 13. Ik wilde de overwegend ongelovige luisteraars graag verrassen met iets wat ze niet zo bij het christelijk geloof zouden zoeken. Die missionaire kans werd me in de schoot geworpen, aangezien de bruidegom dol was op zijn oldtimer trekker en de bruid wiskunde gaf. Voordat ik het wist werden het voetsporen naar God en ‘de liefde die blijft’. ‘Vergezocht,’ zei een eigentijds stemmetje in mij. ‘Toch maar doen,’ fluisterde Bonaventura. Ja, misschien wil Hij het gebruiken, tegen alle kansberekening in.

“Bruidegom, jij hebt iets met trekkers, oude trekkers: ik kan me dat levendig voorstellen. Het is de kracht en de schoonheid in die techniek? Het is de gein dat het allemaal zo mooi werkt. Maar die trekker zal vergaan en dus ook die liefde ervoor, wat blijft is hoogstens nostalgie. Bruid, jij hebt iets met wiskunde. Jullie denken: nu gaat ie zeggen dat ook die liefde zal vergaan. Nou: Pythagoras, de wiskundige, de filosoof, zou ons uitmaken voor blinden. De vader van de wiskunde contempleerde de eeuwige structuur, schoonheid en orde van de getallen. Anders dan de mythen over Zeus gaf juist deze eeuwigheid hem een besef van transcendentie. Daarmee zijn we op base camp: base camp van het beklimmen van de Everest van ‘de liefde die blijft’.”

Pythagoras, de wiskundige, de filosoof, zou ons uitmaken voor blinden.

Verder kon Pythagoras niet komen omdat hij ver voor Christus leefde. Op base camp zien we dat getal-structuren eeuwig zijn, een orde die al fluistert van het transcendente. De wiskundige en filosoof Emanuel Rutten heeft het ook zo ervaren.[1] Maar er zit nog geen kracht en effectiviteit in, het ‘is’ alleen maar, een stille, eeuwige, bijna gekmakende inertie. Van kracht en effectiviteit vangen we een glimp op als we de blik richten op een oldtimer, al is techniek voor ons moderne mensen nog zo bezoedeld. Maar misschien kunnen we dat idee van kracht en effectiviteit lospellen van de oldtimer.

Tekenen en voetsporen

We leven in een sceptische tijd. Die scepsis manifesteert zich in de theologie als teken-armoede. Er zijn geen tekens om God mee te betekenen, zo beweren sommigen zelfs, want alle woorden en tekens komen op uit dit eindige bestaan. Hoe zouden ze dan de Allerhoogste kunnen betekenen? En eigenlijk kun je zo redenerend het begrip ‘Allerhoogste’ niet eens gebruiken, want waarom zou dat opeens wél een adequaat teken zijn? Van deze teken-schaarste had een Bonaventura geen last: in de middeleeuwen was de schepping een schitterende tuin vol van de voetsporen van haar Schepper. Meer dan genoeg tekens om de ‘reis van de ziel tot in God’ te ondersteunen, mits we zijn Geest bidden om ons te helpen in die pelgrimage.

Echte onzekerheid is er pas als er ook iets te weten valt.

En juist die tekenen en voetsporen zouden de onzekerheid van de moderne tijd authentiek maken, want onzekerheid wordt natuurlijk pas echte onzekerheid als er ook iets te weten en te vinden valt; anders is het gewoon dogmatische stelligheid in mineur in plaats van in majeur.

Bonaventura

In zijn De reis van de ziel tot in God wijst Bonaventura op drie soorten tekenen of voetsporen: de voetsporen buiten die via de zintuigen ons raken; dan de blikrichting naar binnen, naar de ziel; en ten derde de blikrichting naar datgene wat boven ons is. Bonaventura zou een oude trekker zien als een zintuigelijk voetspoor in de categorie ‘artificiële activiteit’. Hij onderscheidt namelijk drie verschillende vormen van activiteit in de zintuigelijke wereld: natuurlijke, artificiële en menselijke. Die tweede, die artificiële activiteit, daar zou de trekker wel passen lijkt me. En al die activiteit in de schepping leidt ons volgens Bonaventura naar het overdenken van Gods kracht, wijsheid en goedheid.

Pythagoras?

De wiskunde komt bij Bonaventura ook terug, maar anders dan bij Pythagoras. Daar zijn de noodzakelijke en eeuwige getal-structuren zelf object van contemplatie; dat is en blijft base camp. Hier bij Bonaventura wijst de eeuwigheid van de wiskunde boven zichzelf uit. Al dit soort eeuwige ‘wetten’ schijnen als ‘lichtstralen naar beneden op onze geest, uitgaande van het Eeuwig Licht.’ En zo kan deze illuminatie ‘de wijze oprichten in verwondering’ tot contemplatie van de Eeuwige, niet langer slechts het eeuwige.

Alles is een Godsgeschenk, ook de tekenen en voetsporen.

Is dit een godsbewijs vanuit wiskunde, zoals dat van bijvoorbeeld de godsdienstfilosoof Alvin Plantinga? Ergens wel, maar dit is toch anders, het is niet zo ‘bewijzerig’: dit is een pelgrimage die leidt tot verwondering en contemplatie op de Everest van de liefde. Daar komen we alleen via de contemplatie van het kruis. Want dan begint het te dagen: “Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.”

Natuurlijke theologie?

Maar is dit niet wat Barth verontwaardigd ‘natuurlijke theologie’ noemde? Met al deze voetsporen en tekens komen we toch nooit langs Barths nog steeds echoënde ‘Nein’? We moeten daar niet te snel in zijn, geloof ik. Volgens Bonaventura moeten we in alles geholpen worden door de Geest. Op de tocht van de ziel tot in God is onze gids niet de natuurlijke rede van Descartes of Kant! Nee, onze ‘natuurlijke vermogens zijn gedeformeerd door zonde, hersteld door genade, gereinigd door rechtvaardigheid, geoefend door kennis en geperfectioneerd door wijsheid.’ Alles is een Godsgeschenk, ook de tekenen en voetsporen.

Noot

[1] Luister bijvoorbeeld de EO-podcast Eerst dit, aflevering ‘In het diepe | #4 met Emanuel Rutten’.

Als je mijn vorige columns hebt gelezen weet je dat ik sporen van God ervaar in het leven en de muziek van Elvis en in de Nederlandse rapcultuur. Ik ga nog een stapje verder: God ligt op straat. Ik wil dat ook graag. Er bestaat geen scheiding tussen christelijke cultuur en wereldse cultuur. Ik ken het adagium ‘wel ín de wereld, niet ván de wereld,’ maar ik ben het er niet mee eens. Ik wil óók van de wereld zijn.

Christelijk geloof voor eeuwige beginners van Guus Labooy is een boek voor geloofsbeginners en jonge gelovigen over de belangrijkste thema’s van het christelijk geloof. De auteur schrijft zeer toegankelijk en probeert steeds te kijken door de ogen van mensen die zouden willen weten waar dat geloof nou eigenlijk over gaat. Af en toe is er een paragraaf ‘doordenken’ voor liefhebbers. Geloven en denken zijn voor de auteur geen tegenstellingen.

christelijk geloof voor eeuwige beginners

< Terug