< Terug

Paulien Vervoorn #6: Geef voldoende erkenning tijdens je preek

Paulien Vervoorn is fulltime bezig met het begeleiden van mensen die in kerken (s)preken. Denk aan predikanten, voorgangers, sprekers en jeugdleiders. Op Theoblogie publiceren we een tiendelige serie waarin zij haar belangrijkste tips voor dit (s)preken met ons deelt. Vandaag gaat het over erkenning geven aan het feit dat het Evangelie en je gevoelens kunnen verschillen, schuren.

In veel preken ben je ergens zo enthousiast over, dat je bijna vergeet dat er ook nog mensen moeite hebben met het punt dat jij aandraagt. Het is daarom altijd goed om te bedenken waar die vragen liggen. De bezwaren. De bedenkingen. De weerstand. Waardoor zetten de mensen hun hakken in het zand? Benoem dat zodat ze weer aanhaken bij de rest van je preek.

Denk weer even terug aan het voorbeeld van Alex. Jullie zitten samen op de bank. Je ziet hem uit het raam staren met zijn eigen situatie in gedachten. Wat zou hij denken? Dat benoem jij.

Geef erkenning

In het begin van je preek steek je in op herkenning. Je hoorders herkennen zich in de vragen die je stelt, de issues die je aankaart. Vanaf daar leid je hen naar het goede nieuws van het Evangelie. Maar dat Evangelie schuurt soms. Met onze overtuigingen, waarden en gevoelens. Of met de ideeën die leven in onze maatschappij. Zeker als je spreekt op plekken waar zoekers aanwezig zijn, is het belangrijk om dat laatste te benoemen. Als je daar geen aandacht aan geeft, ben je je hoorders kwijt. Het lijkt alsof je wereldvreemd bent en hen niet begrijpt. Er ontstaat daardoor afstand tussen jou en je hoorder. Laat daarom merken dat je een van hen bent en begrijpt wat zij denken. Misschien zijn het wel je eigen vragen die je hier verwoordt. Hierdoor haken je hoorders weer aan, omdat ze zich weer herkennen in de vragen die je oproept. Ze vinden je hierdoor geloofwaardiger. Ze vinden je likeable, omdat je het lef hebt om te benoemen waarom iemand het niet met jou eens is.

Een paar ideeën om woorden te geven aan hun vragen: (in hoofdstuk 13 van Geloofwaardig spreken vind je nog meer voorbeelden)

  • Misschien denk je nu wel dat: ‘…’
  • Toen ik dit pas aan Marc vertelde, zei hij: ‘…’ En misschien vind je wel dat hij een punt heeft.
  • Als ik eerlijk ben, preek ik ook tegen mezelf. Ik vraag me namelijk ook weleens af of …
  • Ik vermoed dat deze vraag bij veel mensen leeft: …

Net zoals aan het begin zie je je hoorders hopelijk weer knikken van herkenning. En wat zeg je dan?

Bijvoorbeeld:

  • ‘Ja, dat vraag ik me ook af. Ik heb daar tot nu toe ook geen antwoord op.

Of je voegt eraan toe: Wat ik wel weet, is ….’

  • Zeker. Goed punt. Daar heb ik over nagedacht. Wat ik hierover kan vertellen, is …
  • Dat is inderdaad een vraag van alle eeuwen. Veel theologen hebben hierover nagedacht. Bij meneer Die-en-die vond ik een antwoord dat me heeft geholpen: …
  • Dat dacht ik eerst ook. Totdat ik …

Mensen vinden het vaak lastig om van mening te veranderen, omdat het voelt als gezichtsverlies. Alsof hun eerdere mening fout was. Geef daarom erkenning voor hun vorige mening. Bijvoorbeeld door aan te geven dat je dit zelf eerst ook dacht, totdat je nieuwe informatie tegenkwam.

Niet te veel

Denk even terug aan de fruitvliegjesval. Wat zou een argument kunnen zijn waarom iemand niet blij wordt van zo’n ding? Laten we wat brainstormen:

  • Ik houd niet van fruit.
  • Ik heb geen afvalbakje in de keuken. Ik gooi alles meteen in de kliko.
  • Ik ga niet iets kopen dat ik maar twee maanden per jaar gebruik.
  • Mijn aanrecht is al zo vol.
  • Ik vind het niet mooi.
  • Ik vind het leuker om zelf een oplossing in elkaar te knutselen.
  • Ik vind het zielig voor de fruitvliegjes.
  • Ik erger me helemaal niet aan fruitvliegjes. Ze doen niks vervelends.
  • Ik ben heel onhandig. Ik begrijp vast niet hoe ik het moet bijvullen.

Stel je voor dat ik al deze punten ga benoemen. Dan denk je toch vanzelf dat het een idioot idee was om die val aan te schaffen?! Over het algemeen benoem je het meest voor de hand liggende bezwaar. Als je teveel vragen onbeantwoord hebt gelaten, weet je dat je kern nog te summier was. Kijk hoe je die dan alsnog kunt aanvullen, zodat je daarmee een aantal vragen tackelt.

Niet te laat

Benoem de weerstand op het moment dat hij het grootst is! Je preek hoeft dus niet altijd helemaal volgens de IKEA-structuur te verlopen. Misschien heb je wel een keer een I-KE-KE-A-preek.

Iemand die leiding geeft aan de Alphacursus houdt een praatje over het thema ‘Geneest God vandaag nog?’ Ze heeft geen lang intro nodig om iedereen te boeien met de antwoorden op deze vraag. Maar stel je nu voor dat ze hier een halfuur over vertelt. Met allerlei getuigenissen van genezingen. Uit de Bijbel, de kerkgeschiedenis en haar eigen ervaringen. Haar hoorders zullen haar met stijgende verbazing en ontreddering aankijken. ‘Echt?! Ken jij dan niet de verhalen van mensen die niet genezen?’ Als je pas na een halfuur hiermee op de proppen komt, is dat veel te laat. Zo’n grote vraag is beter om in je intro al te benoemen. Vertel daar alvast eerlijk dat jij de voorbeelden kent van mensen die niet genazen. Laat je teleurstelling of vragen maar zien. En geef aan dat je toch samen op zoek wilt naar de verhalen van mensen die wel genezen. Om te kijken wat je daarvan kunt leren.


Geloofwaardig spreken

geloofwaardig spreken

Geloofwaardig spreken van Paulien Vervoorn, voor iedereen die steengoed wil preken. Aan de hand van dit boek leer je om een preek te maken die staat als een huis. De IKEA-structuur geeft houvast: je ontwerpt een inspirerend intro en een krachtige kern, je geeft erkenning bij bezwaren en je hebt een activerende afsluiting. Je leest wat je al goed doet én je wordt uitgedaagd te spreken op een manier die bij jou én bij deze tijd past. In deze herziene editie tref je in ieder hoofdstuk een paar uitspraken van sprekers aan en daarnaast veel nieuwe voorbeelden, voortschrijdende inzichten en nieuwe tips. Paulien Vervoorn is spreker, auteur en trainer. Ze is de auteur van Hartelijk getalenteerdPUUR!Wandelen & genieten met GodDagelijks VersVeertigvragentijd en Donkeredagenvragen (samen met Willem Ouweneel) en Feedback in de kerk.

< Terug