< Terug

Pest en corona uit Gods koker?

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Herwi Rikhof, die schrijft over de pest en corona: kunnen deze ziektes worden gezien als een straf van God?

Herwi Rikhof

Een straf die geen rekening houdt met intentie en verantwoordelijkheid, is willekeur.

‘… als een rechtvaardige straf van God …’

Een tentoonstelling

Het voordeel van een museum op fietsafstand is dat je gemakkelijk een tentoonstelling nog een keer bezoekt. De tentoonstelling over de Pest in Museum Het Valkhof in Nijmegen heb ik twee keer gezien. De eerste keer heb ik de hele tentoonstelling bekeken. Ik herkende allerlei zaken, maar kreeg ook veel nieuwe informatie. Zo leerde ik dat een Nijmeegse arts, IJsbrand van Diemerbroeck, de eerste was die een uitvoerig boek schreef over het ontstaan en de verspreiding van de pest: ratten.

Die ratten waren in de tentoonstelling ook duidelijk aanwezig: op de onheilspellende foto van Erwin Olaf van een pestdokter en in het beeld van een onschuldig meisje in tule dat in haar handen ratten achter haar rug verscholen houdt. Een hedendaagse danse macabre van Carolien Smit was ook een ontdekking. Ik wilde tijdens mijn tweede bezoek beter kijken naar de beelden en de afbeeldingen, die zoals het in de tentoonstelling geformuleerd werd ‘met geloof en bijgeloof’ te maken hadden.

Sebastiaan

De aanleiding van de tentoonstelling was niet de coronacrisis, maar de aankoop van een prachtige vroegzestiende-eeuwse Sebastiaan – een van de heiligen tegen de pest –; een beeld van Hendrik van Holt (Kalkar). Het beeldje stond apart opgesteld, mooi uitgelicht. Geen pijlen in het beeldje zelf, maar wel op de wanden rondom. Pijlen, van oudsher de symbolen van de pest en Sebastiaan als een teken van hoop omdat hij niet door de pijlen die op hem afgeschoten zijn, sterft.

Maar door de coronacrisis – die er tevens voor zorgde dat het museum maandenlang gesloten bleef – kreeg de tentoonstelling een onverwachte actualiteit en had die zaal over geloof en bijgeloof een aparte aantrekkingskracht voor mij als pastor en theoloog.

De pijlen als symbool  van hoop, omdat hij niet door de pijlen die op hem afgeschoten zijn sterft

De Decamerone

Het schilderij waarop de pest in Leuven is afgebeeld, met karren vol doodskisten, riep haast vanzelfsprekend de beelden op van de uitvaarten in Noord-Italië aan het begin van de crisis – uitvaarten waarvan ik blij ben dat ze onze parochie bespaard zijn gebleven.

Als theoloog werd ik aangesproken door een citaat uit de Decamerone, een collectie vertellingen die Boccaccio schreef tegen de achtergrond van de zwarte dood in Florence (1348) en dat als een soort motto op de wand was aangebracht: “Deze ziekte had zich … als rechtvaardige straf van God over de mensen … verspreid zonder voor wie of wat dan ook halt te houden.” Een tekst met duidelijke echo’s in de huidige crisis, waarin de coronapandemie in bepaalde christelijke kringen als een straf van God wordt voorgesteld. Een motto dat mij aan het denken zette en wel om twee redenen.

“Deze ziekte had zich … als rechtvaardige straf van God over de mensen … verspreid zonder voor wie of wat dan ook halt te houden.” —Bocaccio, Decamerone

Allereerst was in het citaat op de wand was duidelijk aangegeven dat het niet een compleet citaat was. Dat maakt nieuwsgierig. Wat was er weggelaten? Was dat iets overbodigs? Vervolgens die combinatie van ‘rechtvaardige straf’ met ‘zonder voor wie of wat dan ook halt te houden’. Hoezo rechtvaardig?

Een heel andere verklaring

Ik vond het citaat in de inleiding op de eerste dag en ontdekte dat wat weggelaten was een alternatieve verklaring voor de verspreiding van de dodelijke ziekte was. Dat alternatief werd zelfs als eerste gepresenteerd: de werkzaamheid van hemellichamen (per operazion de’ corpori superiori). Ik neem aan dat Boccaccio die werkzaamheid niet genoemd zou hebben, als mensen in zijn tijd daar geen beroep op zouden hebben gedaan. Het is een verklaring met oude wortels en – gezien de sterrenbeelden in bepaalde bladen – een verklaring waar nog steeds een beroep op gedaan wordt. Met de beelden, schilderijen en gebrandschilderde ramen in die zaal nog op mijn netvlies begrijp ik wel waarom dat alternatief niet op de wand stond, maar toch: het is interessant dat de straf van God niet als de enige verklaring werd gezien. Dat wordt nog interessanter wanneer we stil staan bij dat alternatief.

Het beroep op de werkzaamheid van hemellichamen is een beroep op zoiets als natuurlijke wetmatigheden, op onvermijdelijke processen binnen onze werkelijkheid, zoals het ritme van dag en nacht, van eb en vloed, van de jaargetijden, van het verloop van de tijd, van ouder worden en sterven. Wij hebben duidelijk invloed op klimaat en natuur, maar niet op deze wetmatigheden. Bij deze wetmatigheden past rekening houden met, voorbereiden en accepteren.

Straf en rechtvaardige straf

Het beroep op straf is van een heel andere orde; daarmee komen we in het veld van menselijke keuzes en beslissingen, waar we wél invloed op kunnen uitoefenen – zeker als we die keuzes en beslissingen zelf nemen. Terwijl we bij die werkzaamheid van de hemellichamen niet eigenlijk kunnen spreken over rechtvaardig of onrechtvaardig, barmhartig of onbarmhartig, redelijk of onredelijk, zinvol of zinloos, kan dat wel bij onze keuzes en beslissingen. Dat doen we ook. Als we een straf rechtvaardig vinden, stemmen we in met degene die die straf bepaalt, maar als we een straf onrechtvaardig vinden (te hoog of te laag), kunnen we in ons rechtssysteem in beroep gaan.

Het is moeilijk om iets willekeurigs als een pandemie als een straf te zien, laat staan een rechtvaardige

Het hoort bij ons gevoel van rechtvaardigheid dat er onderscheid wordt gemaakt tussen iets dat met opzet gebeurt en per ongeluk – moord- of doodslag –, tussen iets waarvoor iemand verantwoordelijk gehouden kan worden en niet – toerekeningsvatbaarheid. Een straf die daar geen rekening mee houdt, is geen rechtvaardige straf, zelfs geen straf in de eigenlijke zin van het woord: dat is gewoon willekeur.

Bijgeloof

Met dat in mijn achterhoofd verbaas ik me over de combinatie van ‘rechtvaardige straf’, ‘niets en niemand ontziend’ en God in dat motto. Het is al moeilijk om iets zo willekeurigs als een pandemie als een straf te zien, laat staan als rechtvaardige straf. Het is helemaal moeilijk om als christelijk theoloog verband te leggen met God.

Die combinatie resulteert in een visie op God als een willekeurige en wispelturige tiran, niet in mensen of wat dan ook geïnteresseerd, als ten diepste onrechtvaardig. Een visie die loodrecht staat op de menswording Gods ‘omwille van ons en omwille van ons heil’. Gelukkig stond dan ook bij die zaal aangegeven dat het om bijgeloof ging.

De huidige generatie kerkenraadsleden staat voor keuzes die vorige generaties niet hoefden te maken. De secularisatie dringt dilemma’s op. De middelen van menskracht en geld nemen af. Kerkenraden moeten prioriteiten stellen. Pregnant wordt de keus als ze moeten besluiten over de inzet van het kerkgebouw.

Gesprekken over God

In ‘Nooit heb ik niets met U’ voert Henk Veltkamp persoonlijke gesprekken met vijfentwintig verschillende mensen over wie God voor hen is. Wie is God? Dat levert heel diverse antwoorden op. De een krijgt een warm gevoel en raakt niet meer uitgepraat. De ander haalt de schouders op. Henk Veltkamp voert gesprekken met 25 vrouwen en mannen die – zo verschillend als ze zijn – allemaal ‘iets met God’ hebben, om hen te vragen naar de aard en beleving van dat ‘iets’. 


Gesprekken met Stevo Akkerman, Nora Asrami, Tamarah Benima, Stef Bos, Tijs van den Brink, Heino Falcke, Jacobine Geel, Henk Helmantel, Frits de Lange, Almatine Leene, Huub Oosterhuis, Sabine Plasschaert, Paul van Vliet e.a.

nooit heb ik niets met u

< Terug