< Terug

‘Een preek is een uniek gebeuren’

Vier vragen aan Jan Visser, predikant van de Gereformeerde Kerk te Ermelo (PKN)

 

1 Een preek moet zijn als…

Niets is te vergelijken met de preek. Het is een uniek gebeuren. Je kunt zeggen: ‘een preek is een redevoering’ of ‘een preek is een verhaal’. Maar het is altijd méér dan dat.

De preek is een communicatief gebeuren waarin alles op het spel staat: het hele leven, het meest fundamentele, alle grote vragen die je kunt bedenken – zijn of niet-zijn, de aanwezigheid of afwezigheid van God. Theologisch gesproken: het woord van God is het woord waardoor wij zijn. Dat woord mag klinken in de preek. En elke keer als dat woord klinkt, is er herschepping. Je kunt een preek in allerlei vormen gieten, maar uiteindelijk gaat het om de ontmoeting tussen mensen en God.

 

2 Hoe zet u uw eigen beleving (biografie, aanvechting) in bij het preken?

Je eigen ervaringen kunnen wel een rol spelen in wat je zegt, maar je moet ze niet als normatief nemen – dat kan heel gemakkelijk gebeuren. Ook de ervaringen van je hoorders moeten meespelen. Je kunt niet preken zonder huisbezoek. Ik merk zelf dat naarmate ik langer in een gemeente ben, ik het steeds moeilijker vind om te preken, omdat ik steeds meer verhalen heb gehoord, mensen steeds beter ken. Dan spreek ik een zin uit, kijk iemand aan en besef: toen ik dit schreef, heb ik niet aan haar gedacht.
Tegelijkertijd moet je je ten volle bewust zijn van je eigen gevoelens, overtuigingen, hoop en wanhoop. Anders kun je dat niet goed inzetten, dus ook niet bewust vermijden.

 

3 Welke reactie op een preek is u altijd bijgebleven?

Zo her en der heb ik wel een brief of mail bewaard, maar de meeste reacties op een preek ben ik na een paar weken wel vergeten. Dat is een zegen. Niet omdat die reacties er niet toe doen – vaak komt daarin het verhaal van de hoorder naar voren. Maar als je de complimenten (‘u hebt me echt geraakt’) onthoudt, dan ga je denken: het zit wel goed. Dan vergeet je dat je elke keer weer kwetsbaar en klein moet beginnen om het wonder van de preek te laten gebeuren. Je weet op een gegeven moment wel wat voor soort preek, welke taal, welke manier van communiceren mensen raakt. Als je daarop gaat vertrouwen, raak je de moeite kwijt die bij het maken van een preek hoort. Die wil ik elke keer opnieuw voelen.

 

4 Hebt u een tip voor een (beginnende) collega?

Oefen je preek hardop. Dat is voor mij essentieel. Ik spreek mijn preek twee, soms drie keer hardop uit. Toneelspelers moeten hun rol ook oefenen, door zich heen laten gaan om hem zich eigen te maken; zangers moeten weten wat ze zingen. Zo moeten predikanten de tekst van de preek hardop oefenen om hem zich eigen te maken.

Veel collega’s klagen dat het zo moeilijk is om vrij van papier, open en toegankelijk te communiceren. Hardop oefenen helpt daarbij echt. Ik heb het uitgeprobeerd: afwisselend een uitgeschreven preek gehouden en een preek aan de hand van een mindmap, wel steeds van tevoren hardop geoefend. Ik had hoorders gevraagd om op te letten: merk je verschil in hoe je de preek beleeft, in hoe ik communiceer? Ze merkten geen verschil.

En een tweede tip: luister vaker naar collega’s. Niet alleen naar grote namen, maar ook naar je collega’s in de buurt. Daar zijn nu zoveel middelen voor, je hoeft niet op zondagmorgen in de kerk te zitten. Het helpt niet alleen om erachter te komen wat bij collega’s leeft, hoe zij Bijbelteksten en de cultuur duiden, maar het helpt ook voor jezelf: om als hoorder te luisteren en je af te vragen waar in jouw leven de stem van God klinkt.

< Terug