< Terug

Preken met Peter Rollins

De Ierse schrijver, theoloog en filosoof Peter Rollins schreef ‘onmogelijke’ verhalen in de geest van Jezus’ parabels. Ontregelend, provocerend, humoristisch én ernstig zijn ze. Rudolf Kooiman vertaalde de bundel ‘De orthodoxe ketter‘ in het Nederlands. En hij gebruikt Rollins’ verhalen in zijn preken. Dat gaat niet zomaar. 

Door: Rudolf Kooiman, predikant van de Protestantse Gemeente Hoorn-Zwaag-Blokker

Preken is voor mij: de grote verhalen van de Bijbel verbinden met onze ‘kleine’ verhalen. Bij dat laatste put ik uit mijn geheugen, vertel wat mij of iemand uit mijn omgeving is overkomen en maak ik gebruik van anekdotes, grappen, rabbijnse verhalen en sinds kort de verhalen van Peter Rollins. Maar dat gaat niet zomaar want die verhalen zijn stuk voor stuk parabels. Ze zijn over het algemeen langer en ze hebben in zichzelf al grote zeggingskracht. Hij slaagt er namelijk in om door een twist een nieuw licht te werpen op de Bijbelse traditie. Maar een verhaal is niet hetzelfde als een preek. Daarom ligt het voor de hand, voor we “Preken met Peter Rollins”, een aantal vragen te stellen. Bijvoorbeeld:

  1. Zou een preek kunnen bestaan uit een parabel aangevuld met een toelichting (die geeft Rollins zelf) of is dat te weinig en te onduidelijk?
  2. Is het mogelijk c.q. verstandig om in een preek met de deur in huis te vallen of is het beter wanneer er eerst een inleiding of toelichting klinkt?
  3. Is onderstaand verhaal te vergelijken met een exegese en toepassing ineen?
  4. Spreekt de parabel vanzelf, zoals een Bijbelse musical, of heeft zij toelichting nodig?

In onderstaande preek, gehouden in november 2015, viel ik met de deur in huis, liet ik de exegese grotendeels achterwege en volgden op het verhaal een aantal algemene opmerkingen. Terugblikkend vraag ik me af of ik genoeg recht heb gedaan aan de tekst en aan het verhaal van Peter Rollins….

Psalm 119: 1-8 en Mattheus 6:27

Geliefde mensen van God,

Stel u voor: dat u woont in een land hier ver vandaan, in een wereld waar het volgen van Christus wordt beschouwd als een ondermijnende en illegale activiteit wordt u ervan beschuldigd te geloven..!

U bent gearresteerd en voor het gerecht gedaagd. U bent geruime (een behoorlijk lange) tijd onrechtmatig/onterecht gevangen gehouden en zodoende heeft de aanklager de gelegenheid gehad om een zaak tegen u op te bouwen.

De rechtszaak begint met het aanbieden van tientallen foto’s aan de rechter. Foto’s die laten zien dat  u kerkdiensten hebt bezocht, tijdens religieuze bijeenkomsten het woord hebt gevoerd en deelnam aan diverse gebedsbijeenkomsten. Hierna presenteren ze een aantal voorwerpen die ze uit uw huis hebben gehaald: religieuze boeken die u in je bezit had, geestelijke muziek en andere christelijke spullen. Vervolgens gaan ze een stap verder door gedichten, verhalen en krantenartikelen te laten zien die u schreef over uw geloof. Ten slotte overhandigt de aanklager uw Bijbel aan de rechter. Een bijna versleten boek met overal krabbels, tekeningen en aantekeningen. Het bewijs, alsof dat nog nodig zou zijn, dat u die tekst keer op keer hebt gelezen en herlezen.

Tijdens de zaak zit u stil, bang en trillend van spanning. U weet donders goed dat de aanklager een grote hoeveelheid bewijsstukken heeft verzameld. O.K. u was niet iedere week in de kerk en een de boeken die u in huis had hebt u niet allemaal gelezen. Maar u houdt rekening met de  mogelijkheid lang gevangengenomen te worden of zelfs geëxecuteerd. Op verschillende momenten tijdens het proces hebt u al uw vertrouwen verloren en op het punt gestaan om Christus te verloochenen en om te zeggen dat u vaak twijfelt en er vaak niets van gelooft. Maar terwijl deze gedachte u tijdens het proces bezighoudt weerstaat u de verleiding en blijft u geconcentreerd. Wanneer de aanklager aan het eind van zijn betoog gekomen is vraagt de rechter of u hier nog iets aan toe te voegen hebt. U blijft stil, bang dat als u uw mond open doet, al is het maar voor even, u de aanklachten zult ontkennen. Als gevolg hiervan wordt u naar buiten geleid om te wachten tot de rechter de zaak heeft overwogen.

Terwijl u onder bewaking in de wachtruimte zit en wacht tot u weer opgeroepen wordt gaan de uren langzaam voorbij. Eindelijk verschijnt een jonge man in uniform die u naar de rechtszaal brengt om de uitspraak te horen en te vernemen wat uw straf is. Wanneer u in de beklaagdenbank zit, komt een strenge en onbuigzame man de kamer binnen, die voor u komt staan, u diep in de ogen kijkt en begint te spreken: “op grond van de beschuldigen die zijn ingebracht verklaar ik de beschuldigde onschuldig.” “Onschuldig?” Uw hart staat stil. En dan in een split second verandert uw angst en schrik, die even tevoren een oplossing in de weg stonden, in verwarring en boosheid. Ondanks de omgeving staat u zelfbewust  voor de rechter en vraagt hem of hij een toelichting kan geven bij de verklaring dat u onschuldig bent: ondanks de aanklacht en in het licht van het bewijs. “Wat voor bewijs?” antwoordt hij onthutst. “De gedichten en de artikelen die ik schreef,” antwoordt u. “Die laten alleen zien dat u (goed) kan schrijven, niets meer,” zegt hij. “Maar de bijeenkomsten waarop ik gesproken heb, al die keren dat ik in de kerk heb gehuild en de lange, slapeloze nachten van gebed? “Dat is het  bewijs dat u een goede spreker en een goed acteur bent, niets meer,” antwoordt de rechter. “Het is duidelijk dat u de mensen om u heen hebt misleid en misschien soms uzelf,  maar deze dwaasheid is niet genoeg om u in het gerecht te beschuldigen.”  “Maar dat is idioot,” schreeuwt u. “Het lijkt erop dat geen enkel bewijs u overtuigt”.  “Dat is niet het geval”, antwoordt de rechter alsof hij een groot en lang vergeten geheim vertelt. “Maar het Hof is niet geïnteresseerd in het feit  dat u in de Bijbel leest of een kerk bezoekt; het houdt zich niet bezig met je lofprijzingen met woorden en met de pen. Ga door met het ontwikkelen van uw theologische opvattingen en gebruik het om beelden van de liefde te schetsen. Wij zijn niet geïnteresseerd in zulke luie- stoelartiesten die hun tijd besteden aan het scheppen van beelden van een betere wereld. Wij bestaan alleen voor degenen die er alles voor over hebben, zelfs hun leven, om op een christelijk manier een betere wereld te scheppen. Dus tot de tijd dat u leeft zoals Christus en zijn volgelingen dat deden, tot u dit systeem uitdaagt en een gevaar bent voor ons, tot u sterft en uw lichaam geeft aan de vlammen, tot dan,  bent u geen vijand van ons

Wanneer het gaat om kerk en geloven hoor je de meest uiteenlopende opvattingen en meningen. Veel mensen zijn bijvoorbeeld van mening dat je heel goed op je eentje kunt geloven, dat je daarvoor geen kerk of geloofsgemeenschap nodig hebt. Tegelijk zijn er ook een heleboel die, tenminste daar lijkt het soms op, net doen alsof geloven en kerk hetzelfde is, met elkaar samenvalt. Ze leggen alle nadruk op het kerkbezoek en kerklidmaatschap en maken zich grote zorgen over de leegloop. Al is er daarnaast ook een steeds groter wordende groep, en dat merken we wekelijk, die vinden dat kerkbezoek overbodig of niet zo noodzakelijk is.  Ach wat een verschillende visies en ideeën! Er zijn mensen die de kerk afzweren en er zijn er die de kerk omarmen.

Er zijn mensen die de Bijbel van kaft tot kaft beschouwen als door God geïnspireerd en er zijn mensen die lichtvoetig allerlei passages overslaan, omdat ze er niet mee uit de voeten kunnen. Er zijn mensen die Jezus beschouwen als hun heiland en er zijn mensen die hem zien als een voorbeeld.  Maar al die opvattingen en meningen hebben één ding gemeen: het idee dat geloven hetzelfde is als het hebben van een bepaalde opvatting of mening hebben over het leven, god en de hemel.

Geloven in God, geloven in Christus is dan zoiets is als het hebben van een aantal ideeën, waar de één wel in gelooft en de ander niet. Maar volgens de Bijbel heeft geloven alles te maken met onze manier van leven. De Bijbel leert ons dat de waarheid niet zit in het denken, niet in theologische of filosofische stelsels. De mens zelf moet (wij moeten) de waarheid belichamen en die uitspreken. Geloven heeft te maken met antwoord geven door de manier waarop je leeft. Geloven heeft te maken met doen wat gedaan moet worden. Abraham en Agustinus en Fransiscus en Bonhoeffer en Moeder Theresa en Mandela en al die anderen hebben niet alleen maar iets gedacht wat we vrijblijvend naast ons neer kunnen leggen. Ze hebben gedáán, ze zijn op weg gegaan. Ze leefden naar Gods geboden en gingen in het voetspoor van Jezus. Niet ieder die zegt Here,Here, maar wie doet de wil mijns Vaders zal het Koninkrijk binnengaan” , zegt Jezus.

Doet het er dan niet toe wat iemand vindt of zegt. Jazeker maakt dat uit.  De dingen die je vind kunnen veelzeggend zijn en de dingen die je zegt: daadkrachtig, moedig en ingrijpend. In onze gemeente is vorig jaar een gezin komen wonen dat afkomstig is uit Eritrea. Ze zijn gevlucht, omdat ze als christen kritiek hadden op de president die al meer dan 15 jaar als dictator aan de macht is. Al 15 jaar jonge mannen dwingt om jarenlang in het leger te gaan, mensen dwingt om precies te doen wat hij zegt. Veel orthodoxe christenen, zo vertelden ze me, wonen er nog steeds en hebben niets te duchten want zij laten niets van zich horen. Zij verzetten zich niet en zij protesteren niet. Wij konden niet anders

Wanneer Psalm 119 spreekt over de Wet gaat het in elk geval daarover! Het gaat niet over de Nederlandse grondwet. Hoewel het me belangrijk en waardevol lijkt om die te respecteren. Het gaat ook niet in de eerste plaats om al die wetten en regels die in de Bijbel voorkomen, maar het gaat om:

Om te leven vanuit de belofte dat het anders kan en anders zal worden.

Om te blijven geloven, hopen en lief te hebben.

Om al die verhalen die vertellen over vrede en gerechtigheid. de Thora,

de boeken van Mozes.

Geloof begint niet wanneer we zeker weten dat God bestaat. Het gaat sowieso niet om opvattingen, overtuigingen en meningen, maar om een houding van eerbied, ontzag en dankbaarheid. Belangrijker dan wat we zeggen (en vinden) is waar we voor staan.

Doen we dan altijd het goede? En gebruiken we altijd de juiste woorden? Nee. We schieten allemaal tekort. We maken allemaal missers. We kennen allemaal momenten dat we het laten afweten.En daarom is het zo fantastisch dat wij mogen weten van een tweede kans, dat wij mogen weten dat we leven van de genade; dat wat we ook gedaan of gezegd hebben wij steeds opnieuw mogen beginnen. We worden niet afgerekend op wat er mis ging, maar we worden uitgenodigd telkens weer op te staan, mee te doen om in dankbaarheid te doen wat gedaan moet worden.

Amen.

 

< Terug