< Terug

Waar raakt deze tekst echt aan mijn leven?

Vier vragen aan Ilonka Terlouw, predikant van de Protestantse gemeente Tollebeek.

1. Hoe begin je een preek?

Ik probeer altijd een eigentijds voorbeeld te vinden om een preek mee te beginnen. Dat kan een cartoon zijn, een filmpje dat ik op YouTube gevonden heb, een verhaal of een anekdote uit mijn eigen leven. Dat doe ik om de aandacht te krijgen. Mensen moeten zin krijgen om te gaan luisteren. Het moet natuurlijk ook iets zeggen over de thematiek van de preek. Pas geleden vond ik bijvoorbeeld een cartoon over The Passion, waarin het gaat over iemand die een meeloper wordt. Dat meelopen komt dan natuurlijk terug in de preek.
Ik hoor van mensen dat ze dat fijn vinden. ‘Bij jou kan ik er even in komen’, zeggen ze.
Ook vind ik het heel belangrijk om je op deze tijd te richten. Wat zijn voorbeelden van nu? Dat is spannend.
Het risico is dat vooral het voorbeeld blijft hangen. Zo hield ik ooit een preek in een doopdienst met als thema: God vergeet nooit om water te geven. Maar mensen hebben onthouden dat ik toen een dood plantje bij me had.

 

2. Wat is voor jou het belangrijkste bij het voorbereiden van een preek?

Een hele belangrijke stap voor mij is om me af te vragen: waar raakt deze tekst echt aan mijn leven? Dat is lastig en soms confronterend. Ik doe dat omdat ik ervoor wil waken om in clichés te blijven hangen en al te simplistisch te preken. Het echte leven is nooit simpel.
Ik vraag me dan ook af: hoe zou ik het uitleggen aan iemand die niet gelooft? Om bijbelse terminologie te vermijden.
Je loopt wel het risico dat je je eigen leven als standaard neemt. Het is dus ook nodig om te checken hoe iets bij anderen leeft.

 

3. ‘Prediking is ontmaskeren van de machten van het kwaad. (…) We komen donkere kanten van onszelf, van deze werkelijkheid tegen. De prediking brengt die aan het licht, en stelt die in het licht. En zij komen aan het licht, gaandeweg de preek.’ (citaat uit Ontvouwen. Protestantse prediking in de praktijk, Bert de Leede en Ciska Stark).
Is prediking voor jou ook: ontmaskeren van de machten van het kwaad? Wanneer en hoe praktiseer je deze ‘profetische’ prediking?

Ik geloof in ieder geval dat Gods woord dat doet; dat is ‘scherp als een tweesnijdend zwaard’. Maar hoe vertolk je dat in een preek? Ik wil niet in moralisme vervallen.
Ik preekte een keer over de vruchten van de Geest. Toen kwamen meerdere mensen achteraf naar mij toe en zeiden dat ze geraakt waren, dat ze iets in hun leven anders moesten gaan doen, vanuit een besef van schuld en zonde. Soms werkt een positieve uitnodiging zo uit dat er een andere kant van je leven aan het licht komt.
Maar dit heeft natuurlijk ook een maatschappelijke kant. Dan gaat het vaak over complexe kwesties waar je veel van af moet weten. Ik ben daar voorzichtig mee, durf daar niet zomaar heel veel over te zeggen.
Ik probeer de tekst daar het primaat in te geven. Als de exegese aanleiding geeft om ‘profetisch te preken’ dan zal ik dat niet terzijde schuiven. Misschien zouden we er ook meer mee moeten doen, met die kant van dat ‘ontmaskeren van de machten van het kwaad’.

 

4. Heb je een tip voor een (beginnende) collega?

Zorg dat je wat te zeggen hebt!
Je kunt een prachtig verhaal hebben, met mooie exegetische vondsten, maar zonder boodschap… Daarom maak ik mijn exegese liefst een week voor de preek, dan kan ik nog op de tekst ‘kauwen’.
Het heeft ermee te maken met dat het Woord jou heeft aangesproken. Dat je komt op dat wat je in je hart draagt, wat je zo aan het hart gaat dat je dat ook aan anderen wilt laten horen.
We hebben een heel mooi evangelie, daar hebben we een boodschap voor de wereld mee, daar mag je vrijuit over spreken.

< Terug