< Terug

Recensie: God en de pandemie

kruisafneming god en de pandemie

Rogier van der Weyden, De Kruisafneming, (detail).

Tom Wright, God en de pandemie; Een theologische reflectie op het coronavirus en wat volgt

Helder spreken, helder schrijven, helder denken; Tom Wright, een Anglicaans theoloog die is verbonden aan de universiteit van Oxford, beheerst deze kunst of kunde tot in de puntjes. In zo’n honderd bladzijden zet hij in een aantrekkelijke, levendige stijl zijn visie op de coronacrisis uiteen. Het is een verfrissende en diepzinnige kijk, stevig gebaseerd op de Bijbel en gelardeerd met voorbeelden uit de theologische en filosofische traditie, die ingaat tegen complottheorieën en ‘zogenaamd christelijke’ eindtijdfantasieën. Het gaat Wright niet om de vraag naar de oorzaak van de crisis, maar om het antwoord dat we als christenen erop geven.

Vertrouwen tegen de verdrukking in

Het coronavirus interpreteren als een aankondiging van de wederkomst van Christus of een oproep tot bekering acht Wright simplistisch en gemakzuchtig. Hij vindt er geen rechtvaardiging voor in de Bijbel.

Wright begint bij het begin: het Oude Testament, het grote verhaal over het verbond tussen God en zijn volk, over redding en herstel na een periode van rampspoed, én het verhaal over de duistere macht die Gods goede werk wil vernietigen.

Ellendige gebeurtenissen, of die nu een volk of een individu treffen, worden in het Oude Testament soms beschreven als een straf van God voor menselijke ongehoorzaamheid. Wright denkt in deze coronatijd aan de hartverscheurende klaagzangen van de profeet Jeremia over de verwoesting van de stad Jeruzalem wanneer hij door de nu uitgestorven straten van zijn eigen stad Oxford fietst.

De psalmen en het verhaal van Job herinneren ons er echter steeds aan dat we ook volkomen buiten onze schuld in miserabele omstandigheden kunnen terechtkomen. Dan moeten we ‘treuren, klagen, onze zaak naar voren brengen en die dan aan God overlaten,’ zegt Wright. Job blijft tot het einde geloven in de rechtvaardigheid van God, al is zijn eigen lijden hiermee niet te verenigen. Via Job voert Wright de lezer naar het hart van de zaak: naar Jezus, de lijdende dienaar.

De tekens en het Teken

Hoe moeten we onze lotgevallen interpreteren, de tekens van de tijd verstaan? Wright wijst naar Jezus als de sleutel om de ‘code van God’ te ontraadselen. Hij is het antwoord, het ultieme teken dat God ons heeft gegeven.

We zoeken naar oorzaken voor natuurrampen en ziekten, we wijzen bij oorlogen met de beschuldigende vinger naar God, roepen Hem ter verantwoording, en we zijn blind voor Gods aanwezigheid in onze wereld, in ons hier en nu, in ons hart. Gods koninkrijk is komende in deze wereld door mensen, de ogen en oren, handen en voeten van God.

In het evangelieverhaal over de blindgeborene vragen de leerlingen aan Jezus of deze aandoening te wijten is aan hemzelf of aan zijn ouders. Jezus’ antwoord rekent af met wat Wright ‘verkoopautomaattheologie’ noemt (‘een zonde erin, een straf eruit’). Het gaat niet om oorzaken en verklaringen, maar om Gods werk in het heden, de ervaring van zijn genezende aanwezigheid in ons en om ons heen.

Jezus huilt na de dood van zijn vriend Lazarus. De vraag ‘waarom liet God dit gebeuren’ staat niet centraal in dit Bijbelverhaal. Jezus is aanwezig, hij kijkt niet achterom maar vooruit. Wat moet er hier en nu gebeuren? Hij huilt, bidt in vertrouwen tot de Vader, en beveelt Lazarus op te staan uit het graf.

Zuchten en zorgen

God heeft na de dood van Jezus zijn Geest gegeven aan de volgelingen. Zij zijn opgenomen ‘in het innerlijke leven van de drie-enige God’, zij zijn de erfgenamen aan wie de nieuwe schepping is toevertrouwd. God regeert door middel van mensen. Zijn koninkrijk is niet van de almacht en controle, maar evenmin van een machteloos toezien. De volgelingen van Jezus worden geroepen mensen van gebed te zijn op de plaats waar de wereld pijn lijdt, zegt Wright. De schepping zucht en de volgelingen zijn opgenomen in het zuchten – en in het reddingsplan van God.

Pogingen om het kwaad te verklaren impliceert dat we het kwaad een natuurlijke plaats geven in de schepping. Het beeld van God die een virus op ons afstuurt om ons te bekeren is even afschrikwekkend als heilloos. We zijn geroepen om te wachten, te waken, te bidden, om de weg van Gethsemane te gaan, niet om gemakkelijke antwoorden te geven en goedkope troost te bieden.

We zijn geen passieve toeschouwers, maar actieve deelnemers. We dienen door onze tranen heen solidair te zijn met het lijden van de naasten, zoals christenen vanaf de vroegste tijden hebben gezorgd voor armen en zieken. De eerste christenen getuigden van hun geloof door zich bij epidemieën te ontfermen over de zieken en stervenden, wat heeft bijgedragen aan de verspreiding van het geloof.

Wright voert een pleidooi voor het toelaten van geestelijken aan de ziek- en sterfbedden van coronapatiënten, uiteraard met inachtneming van voorzorgsmaatregelen.

‘God en de Pandemie’ is een kleinood voor alleman, van leken tot theologen. Een essay dat te denken geeft, niet uitsluitend over de coronacrisis maar over de vraag hoe als christen te leven in onzekere tijden. En zijn niet al onze tijden altijd door onzeker?

Bep van Muilekom

Naar aanleiding van:

God en de pandemie Tom WrightSommigen zien in het coronavirus een bewijs dat we leven in de eindtijd. Anderen zien het virus als een manier van God om ons wakker te schudden. Weer anderen vinden dat het de schuld is van de Chinezen, de regering, de WHO. Tom Wright onderzoekt in God en de pandemie deze reacties op het virus en vindt dat ze tekortschieten. In plaats daarvan nodigt hij je uit om na te denken over een andere manier van kijken en reageren – een manier die put uit de leringen en voorbeelden van de Schrift, en vooral over de manier van leven, denken en bidden die Jezus ons heeft geopenbaard.

< Terug