< Terug

Met of zonder?

Deze recensie van het boek Met of zonder van Martien E. Brinkman werd geschreven door Dr J.P. Schouten. Het boek gaat dieper in op de betekenis van religie op privé en publiek terrein. Dr J.P. Schouten (1949) is emeritus predikant van de Protestantse Kerk, wonend te Naarden. Zijn studiespecialisatie ligt op het terrein van de oosterse godsdiensten en de poëzie.

Recensie Met of zonder?

Met of zonder? (Paperback)

Eén van de meest productieve schrijvers in theologisch Nederland is Martien Brinkman. Ook na zijn emeritaat als hoogleraar oecumenische en interculturele theologie aan de VU bleef hij publiceren. Daarbij staan vooral religieuze verwijzingen in de moderne literatuur op de voorgrond.

Ook in zijn nieuwste publicatie, Met of zonder?, komt zijn grote interesse in de literatuur naar voren. Maar dit boek is toch ook anders dan de voorgaande, die meer systematisch bepaalde dichters en hun godsbeelden bespraken. In dit nieuwe boek focust Brinkman op de rol van religie in onze samenleving. In een breed uitgewerkt betoog – niet zonder humor geschreven – neemt hij vooral het heersende levensbeschouwelijke materialisme op de korrel. Hij toont overtuigend aan, dat deze materialistische oriëntatie ten diepste een ontkenning van funderende waarden bevat: uiteindelijk gaat het om een waarden-onverschilligheid.

De overheid

Wat er gebeurt als de overheid zich baseert op een dergelijke relativering van levensbeschouwing, laat Brinkman in een aantal saillante voorbeelden zien. Dan gaat het om het buitensluiten van religie bij publieke herdenkingen, zoals na grote vliegrampen. En ook het onthouden van subsidies aan christelijke organisaties voor hun projecten bij opvang van drugsverslaafden. Het contrast met de verwachtingen van buitenlandse betrokkenen, zoals de islamitische betrokkenen bij de vliegramp met het Turkse toestel in 2009, is inderdaad onthullend, om niet te zeggen: onthutsend.

In het middendeel van zijn boek, waar hij een scharnierfunctie aan toeschrijft, laat Brinkman twee literatoren aan het woord. Zij illustreren zijn hoofdstelling, dat religie en cultuur onontwarbaar verknoopt zijn. Door verwijzingen naar schrijvers en dichters ‘die met recht te denken geven’ wordt deze verknoping geadstrueerd. Allereerst wordt de roman Zwarte schuur van Oek de Jong besproken. Dit indrukwekkende boek wordt beheerst door een verlangen naar verzoening. Een sleutelpassage is het bezoek van de hoofdpersoon aan de Elzas waar hij het altaarstuk van Matthias Günewald bekijkt. Die indringende afbeelding van de lijdende Christus betekent een keerpunt in zijn leven. Zeer overtuigend laat Brinkman zien, hoe van hieruit de roman te duiden is.

Poëzie

Daarnaast vraagt Brinkman aandacht voor de poëzie van Rutger Kopland. Hoewel deze dichter zichzelf beschreef als ‘hartstikke achristelijk’, vindt men in zijn verzen toch herhaaldelijk een intens zoeken naar wat het bestaan overstijgt. Zelfs is er sprake in zijn werk van een eenheidservaring, die overduidelijk religieuze trekken heeft, al is het dan ook een ‘aardse mystiek’. Het is inderdaad niet ongerijmd om deze attitude te vergelijken met een bepaalde stroming in de christelijke mystiek, namelijk de spiritualiteit van Meister Eckehart (ca. 1300). Diens via negativa verheft de mens juist door zich te concentreren op het niet-weten. Brinkman schrijft er positief en waarderend over, al kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Kopland zich toch niet zo gemakkelijk laat inpalmen vanwege het allesbeheersende verzet tegen de God van zijn jeugd.

In het veelzijdige betoog van Brinkman komt nog veel meer aan de orde, dat behartenswaardig is. Hij schrijft met herkenbare afkeer over de mode van overmatige persoonlijke herinneringen bij uitvaarten. Hij geeft een aantal belangrijke argumenten om betrokkenheid bij te kerk te waarderen. En hij waarschuwt in het spoor van Miskotte tegen de verschraling die een leven zonder bijbelse fundering bedreigt.

Kritische Noot

Wel moet gezegd worden, dat Brinkman niet altijd even accuraat schrijft. Zo typeert hij de ceremonie bij het aantreden van een nieuwe koning in de Amsterdamse Nieuwe Kerk als een ‘inzegening’ en dat is het nu juist net niet. Ook slordig is zijn opmerking over het randschrift op de Nederlandse (euro)munten. Dat luidt niet ‘God met ons’ en is dan ook helemaal niet te vergelijken met het opschrift ‘Gott mit uns’ op Duitse koppelriemen (citaat uit Judith 13:12, Luthervertaling). Het Nederlandse randschrift is: ‘God zij met ons’, geen overwinningskreet maar een gebed.

Een kleine anekdote hierover tot slot. Vorige week kreeg ik via Facebook een berichtje van een bevriende hoogleraar uit India. Hij stuurde mij een fotootje van een Nederlandse gulden: Weet je nog…? Die gulden had ik hem meer dan dertig jaar geleden gegeven, toen ik hem, een jonge hindoemonnik in die tijd, interviewde. Hij was er diep van onder de indruk en dat had alles te maken met dat randschrift. Hij herkende er een oriëntatie in op een religieus fundament.

Misschien levert een dergelijke ‘civil religion’ meer op dan menigeen vermoedt. In ieder geval verbindt het tot over grenzen van religies en culturen. Een thema voor een volgend boek van Martien Brinkman? Ik hoop het!

Jan Peter Schouten

Dr J.P. Schouten (1949) is emeritus predikant van de Protestantse Kerk, wonend te Naarden. Zijn studiespecialisatie ligt op het terrein van de oosterse godsdiensten en de poëzie.

Ben je door deze recensie benieuwd geraakt naar het boek Met of zonder?

Je kan het boek hier inzien en eventueel bestellen.

< Terug