< Terug

Seksisme in de kerk

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Saskia van Meggelen de week met een schets van haar ervaringen als vrouwelijke predikant in de mannenwereld die de kerk nog altijd is.

Saskia van Meggelen

“De kerk is nog altijd een mannenbolwerk.”

De vrouw in het ambt

Zelf heb ik er nooit aan getwijfeld of ik als vrouw predikant kon worden, maar de diverse omgevingen waarin ik vertoefde hebben mij met die vraag geconfronteerd. Hoewel ik het er eigenlijk helemaal niet meer over wil hebben, zal ik me in deze laatste van vier blogs nog eens verstaan met dit vraagstuk, vanwege ervaringen die ik als vrouwelijke predikant heb (gehad) in een mannenwereld. Want dat de kerk nog altijd een mannenbolwerk is, hoe groot het aandeel van vrouwen in gemeenten ook mag zijn, is mijn stellige overtuiging.

Mijn ouders

Het antwoord van mijn ouders op de mededeling dat ik theologie wilde gaan studeren was: “Zou je dat nou wel doen?” Bij hen kwam die vraag meer voort uit praktische dan principiële overwegingen; ze waren bezorgd: een vrouw in een mannenwereld zou het maar moeilijk krijgen. Bovendien waren de vrouwen die in mijn geboortedorp op de preekstoel stonden niet de meest orthodoxe, en ik behoorde qua geloofsbeleving toch tot een andere categorie. Zou er wel plaats zijn voor mij in de Gereformeerde Kerken?

Ik herinner me een ‘welles en nietes’ waarbij de Schriftgegevens wel leidraad waren, maar respect voor het anders interpreteren van die Schriftgegevens ontbrak.

Mijn hoogleraren

Vanwege de confessionele achtergrond van mijn ouders koos ik voor theologie in Apeldoorn aan de Theologische Hogeschool van de Christelijk Gereformeerde kerken (nu Theologische Universiteit Apeldoorn). Ik kwam in een omgeving waar vrouwen wel de studie konden volgen maar geen predikant konden worden. Van meet af wist ik dat ik hier mijn opleiding niet zou voltooien. Heftig waren de discussies – ik spreek over 35 jaar geleden – tussen studenten en hoogleraren en onder studenten en hoogleraren onderling. De sfeer was niet altijd prettig, ik herinner me een ‘welles en nietes’ waarbij de Schriftgegevens wel leidraad waren, maar respect voor het anders interpreteren van die Schriftgegevens ontbrak. Ik trok naar de rekkelijke hoogleraren Oosterhoff en Versteeg.

De eerste gemeenten

Als bijstand in het pastoraat werkte ik op Walcheren in de Gereformeerde Kerk in een vissersdorp, waar naast moderne meningen ook een stevig confessioneel geluid aanwezig was. Dat was in meer gemeenten op Walcheren het geval. Steevast kreeg ik te horen dat een vrouwelijke voorganger toch wel meeviel, dat een vrouw ook goed bleek te kunnen preken. Ik heb altijd een dubbel gevoel gehad bij deze loftuitingen: ik wist dat ze goed bedoeld waren, maar ik ervoer erdoor hoezeer ik me heb moeten bewijzen, omdat ik een vrouw was.

De wijken waar de meest conservatieve gemeenteleden woonden vielen mijn man toe en ik kreeg de nieuwbouwwijken, waar men minder moeite had met een vrouwelijke dominee.

Ik werd predikant in de Krimpenerwaard naast mijn man, het was moedig van deze gemeente dat zij voor een vrouwelijke voorganger kozen, maar met mijn echtgenoot aan mijn zij was het ook een veilige manier om kennis te maken met een vrouwelijke predikant. De wijken waar de meest conservatieve gemeenteleden woonden vielen mijn man toe en ik kreeg de nieuwbouwwijken, waar men minder moeite had met een vrouwelijke dominee.

Bondsgemeenten in de omgeving

Zowel in die gemeente als in mijn volgende gemeenten, in het Land van Heusen en Altena en de Langstraat, alle drie Biblebelt, waren er Gereformeerde Bonds- en een confessionele Hervormde gemeentes die geen vrouwelijke ambtsdragers of predikant toelieten. Er viel met mijn man aan mijn zij altijd wel een mouw aan te passen. De Adventszang die beurtelings in de Hervormde en Gereformeerde Kerk werd gehouden kon in de Hervormde kerk door mijn man worden gedaan, in onze kerk kwam ik er dan niet aan te pas, want de Hervormde voorganger was aan de beurt, maar op een gegeven moment mocht ik toch in mijn eigen kerk de liederen inleiden. Bij een ambtsdragersuitwisseling werden er handen geschud: mijn man werd aangesproken met dominee, ik met mevrouw. Dat ik die aanspraak verbeterde door met nadruk ‘dominee’ te zeggen werd niet geapprecieerd. In een andere gemeente mocht ik de Kerstzangavond wel doen, maar vóór de preekstoel en niet erop.

Maar goed dat in het kerkblad bij ‘“gezamenlijke” avonddienst’ aanhalingstekens stonden.

In mijn tweede gemeente hielden de Gereformeerde en Hervormde kerk gezamenlijke avonddiensten met ambtelijke vertegenwoordiging over en weer. Mijn komst maakte het lastig, eerst ging ik niet in die avonddiensten voor, ook niet wanneer ze in mijn eigen Gereformeerde kerk gehouden werden – mijn Hervormde collega stond dan op de kansel. Na herhaaldelijk aankloppen bij mijn kerkenraad vond die dat ik toch in ieder geval de mogelijkheid moest hebben in mijn eigen kerk voor te gaan.

Een relletje was geboren: ambtelijke vertegenwoordiging van Hervormden, ook vrouwelijke ouderlingen en diakenen, kon niet worden gehandhaafd. Maar goed dat in het kerkblad bij ‘“gezamenlijke” avonddienst’ aanhalingstekens stonden.

Pijn

Ik zou nog veel meer ervaringen kunnen noemen tot in mijn huidige gemeente Breda, waar vrouwelijke voorgangers echt geen probleem zijn, maar waar toch soms opmerkingen mijn wenkbrauwen doen fronsen. Mijn toon kan cynisch overkomen. Dat is niet mijn bedoeling; er ligt pijn onder, pijn die na de 30 jaar dat ik in de kerk actief ben, waarvan 25 jaar als predikant, nog steeds aanwezig is. Ik kan er niets aan doen dat ik als vrouw ben geboren. Ik heb een roeping ontvangen om Gods Woord te verkondigen, de ruimte binnen mijn kerkverband is er al vele jaren en toch, tóch word ik anders benaderd; wordt mijn predikantschap langs een andere meetlat gelegd. Dat is seksisme.

Respect

Hoe gek het ook moge klinken: de keuze die de Christelijk Gereformeerde Synode onlangs maakte om geen vrouw in het ambt toe te laten respecteer ik: dit kerkverband is niet bereid om een ‘hotelkerk’ te worden, een brede kerk met meerdere visies naast elkaar; de eenheid gaat voor alles. Dat is pijnlijk voor de vrouwen die nu buitengesloten worden, dat brengt dit kerkgenootschap in een isolement, maar ik kan het ook wel weer waarderen.

Ik ervaar de aanpak binnen de PKN als pijnlijk en onterecht; het is de weg van de minste weerstand.

Hoe zit dat nu in mijn eigen kerk, de Protestantse Kerk Nederland? Het is geen onderwerp meer, juist omdat we zo’n brede kerk zijn: omdat het mogelijk is dat de Gereformeerde Bond blijft zoals hij is en binnen eigen zuil deze vraag niet hoeft neer te leggen. De overige stromingen leggen de Bond geen strobreed in de weg en het feit dat de vrouwelijke voorgangers er zijn wordt door de Bond gedoogd, gedragen. Ik ervaar dit als pijnlijk en onterecht, de weg van de minste weerstand. Ik verlang naar het gesprek dat in de Christelijk Gereformeerde Kerken tenminste nog gevoerd is.

Als vrouw geboren

Het biologische gegeven dat ik vrouw ben belet mij om in de volle breedte van de kerk het Woord te verkondigen. Op een ander vlak maken homoseksuelen vergelijkbaar onrecht mee: je kunt er niets aan doen dat de Schepper jou deze geaardheid gaf en toch ben je tweederangs, heb je geen gelijke rechten. Het is goed dat er in de PKN een onderzoek naar seksisme gestart is, ook andersom worden mannen soms op hun man-zijn beoordeeld, en dat mag ook niet. Er is nog veel te groeien in een begrip van Christus in wie geen Jood of Griek meer is, geen slaaf of vrije, geen man of vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. (Galaten 3:27-28) Gedoopt met zijn Geest worden we en die maakt ons waardig om het Woord te verkondigen.

Ds. Saskia van Meggelen

Nikolaas Sintobin

Pierre Favre (1506 – 1546) groeide op in Villaret, een gehucht in de Franse Alpen, als eenvoudige herdersjongen. Hij was danig briljant dat hij uiteindelijk terechtkwam aan de Parijse Sorbonne om er theologie te studeren. Favre woonde er in een studentenkamertje samen met Ignatius van Loyola. Pierre werd de mentor van de wat oudere Ignatius die moeizaam studeerde. Op zijn beurt werd Ignatius de geestelijk begeleider van Pierre. Later zouden ze met enkele andere gezellen de Sociëteit van Jezus stichten, beter bekend als de jezuïeten.

Wat zegt de Bijbel over de plaats van mannen en vrouwen in de kerk? Heeft God het zo bedoeld dat mannen leiding geven en dat vrouwen dienen? Dat mannen de ambten vervullen en vrouwen niet? Over dit hoogst actuele en controversiële thema gaat dit nieuwe boek. Het is geschreven door een werkgroep van maar liefst 25 mensen uit verschillende kerken en disciplines: theologie, filosofie, filologie, geschiedenis, rechten, psychologie en sociologie. De auteurs gaan grondig in op alle aspecten van het thema vrouw (en man) in de kerk en komen tot de conclusie dat de Bijbel zelf ruimte biedt aan de vrouw in alle ambten.

zonen en dochteren profeteren

< Terug