< Terug

Te veel nadruk op Kerst?

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Herwi Rikhof, die schrijft over de onafscheidelijke inbedding van Kerst en Pasen in het heil.

Herwi Rikhof

Elke zondag wordt Pasen gevierd en niet Kerstmis. Maar Kerst is in onze maatschappij belangrijker geworden dan Pasen.

Het kerkelijk jaar is nog net niet afgelopen en Sinterklaas nog niet gevierd, maar overal zie ik al kerstverlichting en kerstversiering. Door de voortwoekerende Corona moeten we ook in de parochie al nadenken over Kerstmis en dreigt de advent er een beetje bij in te schieten. Wordt het weer zoals vorig jaar: een lege kerk met lichtjes op de plaatsen van de mensen? Of blijft de anderhalve-meter viering, mogen de kerkgangers dan kerstliederen meezingen zingen of weer alleen maar een paar zangers?

Lucas achterstevoren

In de afgelopen weken heb ik met parochianen Lucas gelezen, de evangelist die het komend jaar centraal zal staan in de zondagse vieringen. Omdat ik vlak voor de advent de eerste hoofdstukken wilde lezen die we in de advent en de kersttijd ook in de liturgie tegenkomen, was ik de serie begonnen met de laatste hoofdstukken: het verhaal van het Laatste Avondmaal, het verraad van Judas en de andere apostelen, het lijden en sterven, de vrouwen bij het graf en de leerlingen op weg naar Emmaüs.

De kindheidsverhalen zijn niet zomaar ‘leuke verhaaltjes’ maar gelovige, theologische reflecties

Dat achterstevoren lezen had het voordeel dat we ons duidelijk realiseerden dat de evangelies vanuit Pasen geschreven zijn en dat de zogenaamde kindheidsverhalen geen ‘leuke’ verhaaltjes zijn, maar volbloed gelovige, theologische reflecties. Dat het loflied van Zacharias, het loflied van Maria en het loflied van Simeon tot de vaste gezangen van het getijdengebed horen en dus dagelijks ’s morgens, ’s middags en ’s avonds gebeden of gezongen worden, en dat Zacharias, Maria en Simeon daarmee voor alle gelovigen komen te staan, onderstreept dat gelovige karakter alleen maar. Maar dat van achteren naar voren lezen maakte ook duidelijk hoeveel lijnen er lopen tussen die kindheidsverhalen en de verhalen over lijden, dood en verrijzenis.

Kerstmis – Pasen

Historisch gezien is het vieren van de geboorte van Jezus van latere datum dan het herdenken van lijden, dood en verrijzenis. Pasen is hét feest bij uitstek voor christenen. Elke zondag wordt Pasen gevierd en niet Kerstmis. Maar Kerstmis is in onze maatschappij belangrijker geworden dan Pasen en ook in de geloofsbeleving wordt de menswording vaak begrepen of gereduceerd tot de geboorte van Jezus.

Daar is ook wel een reden voor. In de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel volgt op ‘hij heeft het vlees aangenomen’ (et incarnatus est), meteen ‘door de heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden’. Wanneer die geloofsbelijdenis tijdens de liturgie gebeden of gezongen worden, is het een gewoonte geworden om bij het et incarnatus est – ‘en het woord is vlees geworden’ – te knielen of te buigen. Dat gebeurt niet bij het resurrexit tertia die – ‘verrezen op de derde dag’.

Een muzikaal intermezzo

In een aantal klassieke muzikale settingen van de mis is die aparte plaats van de menswording terug te horen in de wijze waarop het et incarnatus est klinkt. Terwijl het eerste gedeelte van de geloofsbelijdenis vaak door het koor gezongen wordt, wordt het et incarnatus est meestal door een of meerdere solisten gezongen. Het is misschien niet het beste voorbeeld, omdat Mozart zijn grote mis (KV 427) niet voltooid heeft en van het credo alleen het eerste gedeelte en het et incarnatus est op muziek zijn gezet, maar daar horen we het ook: het et incarnatus est staat duidelijk op zichzelf en zou ook in een voltooide mis duidelijk apart hebben gestaan. In het boekje bij een van de uitvoeringen die ik op CD heb, staat dat dit een melodieuze siciliane is die doet denken aan de muziek die Napolitaanse componisten hebben geschreven voor de herders op bezoek in de stal van Bethlehem.

Schubert moduleert subtiel van majeur naar mineur, en herhaalt dat, waardoor het incarnatus en de cruxifixus in elkaar opgaan

Als je goed luistert naar die missen, hoor je ook dat wat in de geloofsbelijdenis direct op de menswording volgt, het cruxifixus etiam pro nobis – ‘hij werd voor ons gekruisigd, hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven’ – er muzikaal mee verbonden is. Een van de mooiste en meest adembenemende voorbeelden daarvan hoor je in de grote mis van Schubert (D 950). Terwijl drie zangers eerst het incarnatus zingen en het koor daarna het cruxifixus, weet hij door heel subtiel te moduleren van majeur naar mineur en door deze gedeeltes vervolgens te herhalen, het ineengrijpen van geboorte en lijden en sterven schitterend én diepzinnig te verklanken.

‘De lengte en de breedte, de hoogte en de diepte’

Dat de menswording meer is dan de geboorte van Jezus, heb ik van jongs af aan meegekregen. Maar ik ben me pas veel later en gaandeweg bewust geworden van ‘de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte’ (Efeziërs 3:18) die dan zichtbaar worden. In de eeuwenoude Plechelmusbasiliek in Oldenzaal – de kerk waarin ik gedoopt ben, mijn eerste communie heb gedaan, gevormd ben en mijn doopbelofte heb hernieuwd – bestaat namelijk de traditie dat met Kerstmis tijdens de preek (!) twee keer een lied, gezongen wordt – een lied dat net als de basiliek eeuwenoud is.

Een kindelien so lovelic
is ons geboren heude
van ener joncfrou suverlic
God treust ons arme leude
en was ons dat kindeke nich geboorn
so waren wy alle te male verloorn
dat heil is onser allen
ei du seute Here Jesom Christ
das doe die menschen geboren bist
God beheud ons veur die helle.

De tweede keer wordt het zelfs een toontje hoger gezongen. Het is een kerstlied met een wel heel opmerkelijke centrale zin: “… en was ons dat kindeke nich geboorn, / so waren wy alle te male verloorn …” Die centrale zin is een hypothese waardoor het vanzelfsprekende van de menswording doorbroken wordt en de menswording meteen in een alomvattend (alles- én allen-omvattend) kader van heil wordt geplaatst.

De menswording is meer dan de geboorte van Jezus; het staat in het alomvattende kader van heil

Die lengte en breedte, hoogte en diepte die te maken hebben met de menswording zo verstaan, is de basis voor de sacramenten. Voor die tekenen waarin God zich als het ware aanpast aan ons mensen. Voor die gebeurtenissen waarin alle aspecten van ons menselijk bestaan ‘meegenomen’ worden in Gods geschiedenis van heil. In een boek waarin ik de sacramenten van de kerk beschouw en dat net verschenen is (Je ziet het ene) heb ik die beschouwingen gecombineerd met reflecties op een aantal grote liederen van de kerk.

Hoewel dat Oldenzaalse kerstlied niet de status heeft van de sequenties van Pasen of Pinksteren – de Victimae pascalis laudes, ‘Christenen, kom lofzangen offeren’ of de Veni sancte Spiritus, ‘Kom heilige Geest’ –, heb ik Een kindelien so lovelic toch als eerste in dat boek geplaatst en het heeft die plek, vind ik, terecht.

En was ons dat kindeke nich geboorn…

Het kerstverhaal van Lucas 2 hoort bij het sondergut van Lucas: materiaal dat niet voorkomt in andere evangeliën in de canon. De tekst ademt de sfeer van het joodse christendom. De tekst zit vol verwijzingen naar het leven buiten, het joodse jubeljaar en de priesterlijke teksten uit de Pentateuch. Je kunt de teksten in december lezen, maar nog sprekender is het om ze al in september te laten klinken.

Is secularisatie een ‘storm’ of ‘vloedgolf’ die de kerk bedreigt? Nee, stelt Herman Paul in Shoppen in advent. Wie secularisatie in een beeld wil vangen, kan beter denken aan een gonzende winkelstraat in december. De mensen zijn er zo druk met hun kerstaankopen, dat ze nauwelijks acht slaan op het carillon in de stadhuistoren dat een oud Engels adventslied speelt. Het beeld drukt uit dat secularisatie draait om transformatie van het zelf: wie ik ben, waar ik bij hoor, wat ik aandacht geef en waar ik naar verlang.

shoppen in advent

< Terug