< Terug

Techniek en zingeving

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Maaike Harmsen, die schrijft over techniek, samenleving en zingeving.

Maaike Harmsen

(beeld Maarten Boersema)

“Als niemand het beeld aanbidt, is het maar een stuk hout of steen, uitgehouwen door mensen.”

Met techniek geven we ons leven, het leven van anderen en delen van de natuur, vorm. En die vormgeving gaat ver; zonder techniek is onze samenleving ondenkbaar. Veel van onze huizen zijn niet individueel verwarmd, maar gebruiken gemeenschappelijke voorzieningen zoals aardgas om bewoonbaar te zijn. En zonder de bijbehorende digitalisering van grote delen van onze gegevens, kunnen we ook niet meer als samenleving functioneren.

En je kunt je er nauwelijks aan onttrekken: je geeft je kind aan bij het gemeentehuis en zijn of haar geboortedatum, ouders, geboorteplaats worden digitaal opgeslagen in de gemeentelijke basisadministratie. De enige kinderen die hier, voor zover bekend, in Nederland aan onttrokken zijn geweest zijn de kinderen van Ruinerwold. De jongste kinderen in die bijzonder familie waren door hun vader nooit aangegeven bij het gemeentehuis, hun bestaan was niet digitaal vastgelegd voor zij zich wisten te bevrijden uit het sektarische off grid bestaan.

Houding tegenover een technologische samenleving

Een samenleving gebaseerd op techniek is hier onontkoombaar. En er lijken maar twee manieren te zijn om met techniek om te gaan: of je gaat er voor, danwel accepteert iedere verandering die door gebruik van verregaande techniek op je afkomt; of je probeert zo weinig mogelijk techniek te gebruiken, en keert je ervan af.

En veel christenen hebben helemaal een bijzondere haat- tot wantrouwen-relatie met techniek; alle techniek kan ons afleiden van vertrouwen op God. Hoe minder techniek, en vooral hoe minder technologisch gedreven de samenleving is, hoe meer paradijselijk ons bestaan wordt voorgesteld. Geen afleiding, alleen natuur, dat helpt ons om ons te concentreren op God. Zowel techniek als de drukke samenleving zelf voelen als een last voor een mens die zich eigenlijk vrij moet bewegen.

Hoe minder techniek, en vooral hoe minder technologisch gedreven de samenleving is, hoe meer paradijselijk ons bestaan wordt voorgesteld.

Jacques Ellul vraagt in zijn boek The Meaning of the City[1] aandacht voor de manier waarop een samenleving die zich laat leiden door geloof in techniek – door het geloof dat techniek noodzakelijk is, en een leidend principe moet zijn –, ons minder vrije mensen maakt. Als voorbeeld noemt hij de toenemende afhankelijkheid van technologie door het gebruik van technologie – het is een fuik waar we telkens dieper in terechtkomen.

Denk aan onze veiligheid in steden. Hoe meer er mogelijk is op het gebied van surveillance, hoe veiliger we ons zouden moeten voelen. Maar het gevolg is dat wij accepteren dat wij voortdurend gefilmd worden, en onze vrijheid ingeruild wordt voor vermeende veiligheid.

Het blok hout zegt niks

Maar er zijn ook andere manieren om onze houding tegenover techniek en een samenleving gevormd door techniek, te waarderen. Daarvoor moeten we eerst kijken naar techniek zelf, en dan wat een samenleving kan betekenen. Techniek kan gebruikt worden om mooie dingen te maken, of simpelweg om ons warm te houden in de winter.

Door te kijken naar wat techniek voor de samenleving kan betekenen, kunnen we deze beter op waarde schatten

De profeet Jesaja laat een smid aan het werk zien, die met hout twee verschillende dingen doet. Hij gebruikt zijn gereedschap en het hout uit het bos om zich warm te houden en veilig vlees te roosteren: “Ha lekker warm! Ik zie de gloed van het vuur?”(Jesaja 44:16). En tegelijkertijd kan dezelfde smid met hetzelfde gereedschap en hetzelfde stuk hout van het bos voor zichzelf een beeld maken en roepen ‘Red mij, want u bent mijn god’. (44:17). Zo humorvol beschreven – en zo absurd, het hele afgoden vereren.

Wat Jesaja hier beschrijft is precies wat wij zelf voelen en zien als wij in een museum kijken naar oude godenbeelden en verlaten tempels in andere landen. Als niemand het beeld aanbidt, dan is het maar een stuk hout, een steen gebeiteld door mensen. We doorzien het, het is nep. En alles wat wij zelf maken aan godenbeelden om die te vereren, is onecht. Je hoeft geen wetenschapper uit 2022 te zijn om dat te begrijpen.

Als niemand het beeld aanbidt, is het maar een stuk hout of steen, door mensen uitgehouwen

Ook in Jesaja’s tijd was alles wat hij beschrijft, bekend. ‘Er zijn geen goden buiten Mij’ (Jesaja 44:8) en geen andere rots. God kent er geen een. En toch zoeken mensen naar rotsen buiten God om houvast te hebben in het leven. En ze houwen zelf die rotsen uit. Maar het vervormen van hout en steen met als doel om er een godenbeeld van te maken, en dat onthullen als onzinnige activiteit, dat is toch actueler dan je misschien eerst zou denken.

Het is niet moeilijk om je vertrouwen te stellen in de natuur en in wat wij kunnen doen met techniek; je kunt er zelfs je redding van verwachten. Zie de verering van technologische ontwikkelingen om ons klimaat te redden, alsof ons geluk en hoop op een goede toekomst afhankelijk is van technologie. Bij de opening van de nieuwe Giga Factory van Tesla bij Berlijn, riep Musk op om te geloven in een hoopvolle toekomst, want Tesla is er.[2]

Hoe dan wel

Hoe zouden we wel goed om kunnen gaan met techniek? En is een technologische samenleving te vermijden? Het gebruik van landbouwtechniek is verbonden aan het bouwen van dorpen en steden, zonder is handel van goederen, gereedschappen, kennis niet denkbaar. Het probleem is bij iedere samenleving (hier of op Mars) dat wij het zijn, falende mensen, die de samenleving beheersen, en de techniekontwikkelingen aansturen. Maar dat is nog geen reden om techniek of een technologische samenleving de boosdoener te noemen.

Wij werken om niet alleen te leven en te overleven, maar om goed samen te leven.

Wij zijn gemaakt om samen te leven en techniek te gebruiken. Maar wat is het goede leven? De filosofe Hannah Arendt noemt het goede leven een vita activa. Het is een bewerking van het politieke ideaal, maar dan voor ieder mens. Wij werken om niet alleen te leven en te overleven, maar om goed samen te leven. En dat kan ook een vorm van zingeving zijn; gewoon doen wat op je pad komt, vormgeven aan je leven, vormgeven van cultuur, techniek – het goede doen voor allen. De technologische samenleving is geen doel op zich, maar een middel om het goede leven met elkaar, God en de natuur vorm te geven.

Noten

[1] Jacques Ellul, The Meaning of the City, Eerdmans publishing, 1970.

[2] https://thedriven.io/2021/08/16/musks-message-of-hope-as-tesla-gears-up-to-make-evs-near-berlin/

Sinterklaas is zo populair omdat hij in zijn tijd als kerkleider zoveel zegen verspreidde dat we daarvan vandaag nog steeds kunnen genieten. Hij had de glans van een oudtestamentische profeet, als bijvoorbeeld Elisa.

Leren van bomen van Mirjam van der Vegt bevat 50 unieke meditaties over bomen in de Bijbel in de vorm van een lectio divina. Natuur en diepgaande bijbelse lessen worden in dit boek met elkaar verbonden. Ook de bijbelse symboliek van bomen krijgt veel aandacht. Bij aankoop van dit boek krijg je ook toegang tot podcasts met alle ingesproken meditaties, omlijst door muziek.

leren van bomen

< Terug