< Terug

Verhalen over euthanasie

Terugblik op 17 juni 2021

cover

Afgelopen 17 juni (2021) vond er een symposium plaats naar aanleiding van Leven met euthanasie. Geliefden vertellen over hun ervaringen. Onder meer deelden Susanne Brom en Chris Beekman hun ervaringen met euthanasie. Susanne verloor haar man toen hij darmkanker kreeg en besloot euthanasie te ondergaan. Chris raakte zijn moeder kwijt toen zij longkanker kreeg ervoor koos drie weken later al een slaapmiddel toegediend te krijgen.

Ook reflecteerde Job Cohen op het boek, en de lessen die de auteurs uit de verhalen hebben getrokken. Als terugblik op het programma delen we Jobs woorden. De verhalen van Susanne en Chris vind je hier ook – geparafraseerd, in kaders.

Job Cohen over Leven met euthanasie

’Leven met euthanasie‘ is een uitstekende titel voor een boek met meer dan veertig verhalen, verteld door naasten die nauw betrokken zijn geweest bij het levenseinde van hun dierbaren – in vrijwel alle gevallen door euthanasie.

Leven met euthanasie: de zonder uitzondering indringende verhalen laten zien wat het naderende einde van een dierbare, de voorbereiding op de euthanasie, de euthanasie zelf, en de tijd daarna met hen doen. De verhalen, zonder commentaar opgetekend zoals ze verteld zijn, tonen een caleidoscoop aan ervaringen, die voor een ieder die professioneel of in het eigen leven met euthanasie in aanraking komt, door hun verscheidenheid verrijkend zijn. Een caleidoscoop aan ervaringen, maar ook met veel gemeenschappelijks: de dringende verzoeken van de betrokkenen om hun leven te beëindigen, de gevoelens van dankbaarheid en vrede met het proces die velen ervaren – maar ook gevoelens van gemis, en vragen die niet meer beantwoord kunnen worden.

PORTRET: met gevoel aanwezig zijn

Susanne Brom deelde tijdens het programma een aantal vragen die in haar opkomen wanneer ze terugblikt op de begeleiding bij het sterven van haar vader, Rien Brom. “Zou mijn beleving, en die van mijn moeder, broer, man en dochter, anders zijn geweest als de arts in staat was geweest om naast zijn professionele handelen, ook vanuit zijn gevoel aanwezig te zijn?” Ze vertelt te denken dat het haar had geholpen, als er in het proces meer ruimte was geweest voor emotie.

Ze heeft daar ook suggesties voor: een gesprek tussen de arts, de patiënt en de naasten, enkele dagen voor de euthanasie en überhaupt meer gesprek tussen de arts en betrokkenen met open vragen over hun gevoel. “Ruimte creëren voor de emotionele kant rondom euthanasie kan er voor zorgen dat nabestaanden zich bewust worden van hun emoties. Dat is een waardevolle aanvulling op de belangrijke technische kant van euthanasie. Het zou een beter begin van de rouwverwerking zijn, waarbij de liefde niet ophoudt, waar het leven eindigt.”

Het boek eindigt met een viertal positieve kanten van euthanasie, en een vijftal schaduwkanten. Positief zijn dat er een einde komt aan het lijden, dat er sprake is van een rustige, zekere en gewenste dood in het bijzijn van intimi, de planbaarheid en de inwilliging van de laatste wens van de betrokkene. In verreweg de meeste verhalen slaat de balans als gezegd naar de positieve kant door. Een voorbeeld:

“Het overlijden ging heel snel… de arts legde uit hoe het zou gaan … de injectie werkte binnen een minuut. Het was verschrikkelijk om getuige te zijn hoe mijn zwager veel te jong na een kansloze strijd overleed, maar goed dat wij dit moment met zijn vieren hebben meegemaakt en gedeeld. En in een proces waarin je steeds minder over je leven te zeggen hebt en op het laatst bijna helemaal bepaald wordt door een ziekte die door je lijf woekert, is het goed dat je nog een beetje regie hebt over de manier waarop je gaat. (…) We zijn nu twee jaar verder – maar terugdenken aan het overlijden voelt pijnlijk en onwerkelijk.” (Thea van Kampen, p. 83-84)

Dan de schaduwzijden: de euthanasie verloopt anders dan verwacht, de planning levert stress op, nabestaanden zijn niet altijd klaar voor de euthanasie, er kan onenigheid tussen nabestaanden ontstaan en soms komt de vraag op of er niet te snel besloten is en nabestaanden niet door anders te handelen, euthanasie hadden kunnen voorkomen.

Laat ik in de eerste plaats opmerken dat ieder stervensproces, zeker van een naaste, een ingrijpende ervaring is. Wat mij betreft betekent het lezen van deze verhalen eens te meer hoe belangrijk het is om je, met je naasten zo goed mogelijk voor te bereiden op het onvermijdelijke einde van het leven – en hulp kan daarbij van groot belang zijn. Wie dat kan, is gelukkiger dan degene die de dood maar eng vindt en het zoveel als mogelijk uit zijn of haar leven wil bannen. Dat zadelt nabestaanden met meer vragen dan antwoorden op.

In de tweede plaats blijkt uit de verhalen hoe essentieel de rol van de arts is in het proces van euthanasie. Overigens niet alleen bij euthanasie; bij ieder levenseinde. Er staan prachtige ervaringen in over de rol die artsen spelen – maar er staan ook enkele verhalen in die pijn doen. Een arts die voor het eerst een euthanasie moet toepassen en daardoor alleen maar met zichzelf, en niet met de patiënt en zijn familie bezig is en zelfs ruzie krijgt; een arts die zelf geen euthanasie wil toepassen, maar zijn patiënt niet of heel laat doorverwijst naar een collega die daartoe wel bereid is; een SCEN-arts die zich niet empathisch gedraagt; een arts die een te vrolijk pak heeft aangetrokken.

PORTRET: te gehaast of fijn snel?

Chris Beekman deelde tijdens het programma zijn ervaringen rond het overlijden van zijn moeder. Het ging erg snel: slechts drie weken na de diagnose longkanker vond de euthanasie al plaats. Chris gaf aan dat het achteraf wel voelde als te snel. Zijn moeder was altijd al iemand die lastig te remmen was, wanneer ze een besluit had genomen. En in dit geval speelden twee emoties een grote rol in haar keuze: ze wilde niet eindigen als haar vader en ze had een tumor in haar hoofd.

Ook op de dag van de euthanasie ging het rap. “Ze kan meteen in slaap vallen of overlijden bij het toedienen van het slaapmiddel; wees je daarvan bewust. Is alles gezegd? Kan ik dan nu het middel toedienen?” Chris’ moeder stierf bij de eerste prik. Dat was toch wel een harde gewaarwording. Toch voelt hij ook een bepaalde trots richting z’n moeder: “Ik ben trots dat ze het heft in eigen handen heeft genomen.”

Het zijn verhalen die in het kader van euthanasie zijn opgetekend, maar zeker ook buiten dit kader voorkomen. Het onderstreept het grote belang dat artsen grondig moeten worden voorbereid op de begeleiding bij het levenseinde. De KNMG is zich daar zeer van bewust: op hun website is een heel dossier gewijd aan Praten over het levenseinde, waarbij ik het volgende citeer:

“Het gesprek tussen de patiënt en de dokter over de laatste fase van het leven begint vaak te laat. En gaat daardoor niet zelden gepaard met teleurstellingen, onbegrip en het gevoel te laat te zijn om nog wezenlijke besluiten te nemen. Een tijdig gesprek over het naderend overlijden is niet makkelijk, maar wel belangrijk. Het voorkomt misverstanden over de hulpverlening bij het sterven.”

In de huidige, goed afgewogen en goed functionerende wetgeving op het gebied van euthanasie spelen artsen een centrale rol, die zoveel verder gaat dan het toedienen van de laatste injectie. Al tijdens hun opleiding moeten artsen op dit deel van hun werk worden voorbereid; dat lijkt mij ook van belang voor diegenen die niet aan een euthanasie zullen willen meewerken. Zij zouden in ieder geval erop voorbereid moeten zijn hun patiënten zorgvuldig te verwijzen naar collega’s of het Expertisecentrum Euthanasie, dat in toenemende mate een belangrijke rol in dit proces speelt, en in 2012 door de NVVE als Levenseindekliniek is opgericht.

Overzie ik nog eens de in het boek genoemde plussen en minnen, dan valt mij op dat een aantal van de minnen vermijdbaar lijkt door patiënt en naasten grondig voor te bereiden op het levenseinde, waardoor zij beter weten wat zij kunnen verwachten. Daartoe bestaan allerlei mogelijkheden. Ik wijs op de rol die speciaal opgeleide verpleegkundigen ter ondersteuning van artsen vervullen, ik wijs op de rol die consulenten van de NVVE kunnen spelen. En ik wijs ook op Ockje Tellegen, Tweede Kamerlid van de VVD, die in een interview in Relevant, het blad van de NVVE, het volgende heeft gezegd:

“Ik ben bezig met een reeks voorstellen om het gesprek tussen arts en patiënt over het levenseinde te stimuleren en te vergemakkelijken, ervoor te zorgen dat het een standaard onderdeel van de arts-patiëntrelatie wordt.”

Daarmee worden vast niet alle schaduwkanten voorkomen; daarvoor is het stervensproces, dat nu eenmaal bij het leven hoort, te delicaat. Dat geldt voor het stervensproces in het algemeen, dus ook wanneer dat zich voordoet in de vorm van euthanasie, waar, gezien hun omstandigheden, patiënten zo naar uitkijken.

Job Cohen


Theo Boer, Stef Groenewoud en Wouter de Jonge (red.). Leven met euthanasie. Geliefden vertellen over hun ervaringen. Utrecht: KokBoekencentrum, 2021. 238 pp. €20,00. ISBN 9789043536745.

< Terug