< Terug

Verkorte weergave van de intreepreek

Het symposium Cornelis Graafland is gehouden op vrijdag 28 mei 2021 in het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente Ameide-Tienhoven. Hierbij waren verschillende sprekers aanwezig. Wij delen hier graag met jou de mooiste interviews en toespraken van deze dag.

Tekst: Joh. 1: 29b … “Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt”.

Gemeente,

Dat is voor mij de enige reden tot vrijmoedigheid, dat, waar u als gemeente mij niet kent, en ik u als gemeente niet ken, dat ik niet tot u kom met mijzelf, maar met een Ander; ja, dat die Ander tot u komt met mij, en dat ik u alleen naar Hem te wijzen heb. U bent misschien wat nieuwsgierig om te weten wie ik ben en wat mijn afkomst is. Ik kan u en ik mag u, en daarom wil ik u nu daarop niet antwoorden. Want het past mij daarop slechts Johannes te volgen, die op alle vragen de Farizeeërs en Schriftgeleerden alleen maar “neen” antwoordde. Bent u de Messias? Nee! De Profeet? Nee! Elia? Nee! En ook op al uw vragen is het antwoord: nee!; of u moet vragen naar die Ander, die mij hier in Zijn genade gesteld heeft. Dan is ’t antwoord: “Zie, Hij is ’t Lam Gods”.

Een ‘’zie’’ van de hoogste autoriteit

En wanneer u in ’t licht daarvan vraagt naar de prediker, dan ligt alles verklaard in het woordje “zie”. Dat is niet een vrijblijvende wenk, zoals iemand zijn buurman op iets wijst, maar waaraan hij ook vrijblijvend voorbij kan gaan. Nu, dat “zie” heeft zijn grond niet in de prediker, maar, zoals Johannes zegt, in Hem, die mij gezonden heeft. De prediker komt met een boodschap, die afdaalt van de allerhoogste God, een boodschap, die daarom van het allergrootste gewicht is. Zo krijgt ‘t “zie” de betekenis van de verkondiging, gevuld met de wil Gods. Een “zie”, waarin God zelf op ons afkomt, met de klem en de geladenheid van zijn Wezen en Zijn werk. Een “zie” van de hoogste autoriteit.

Dit maakt de prediker vrij en blij. Want nu behoeft hij geen gewichtigheid aan de dag te leggen, nu mag hij zijn, die hij is: een heel gewoon mens. Want de autoriteit, het gewicht ligt in het Woord van God en in de God van het Woord, en als Hij hier dat “zie” aan de orde stelt, dan is het niet meer de zaak van de prediker, maar Gods zaak, die er zoveel gewicht aan hecht, dat Hij uw leven of uw dood er van af laat hangen.

Genade-bevel

In deze lijn ligt ‘t, dat dat “zie” ‘n bevel inhoudt. Ik moet u zeggen: een genade-bevel. Want het is alleen maar genade, dat de Heere zich door de prediking openbaart, en dat als ’t Lam Gods, dat de zonde wegneemt.

Maar een bevel is ‘t, een bevel Gods, d.w.z. Die aansporing “zie” moet worden opgevolgd. God laat niet preken om te preken. Een dominee is er niet om er te zijn zonder meer. Nee, er moeten vruchten worden gezien. ’t Woord Gods moet gehoord en verstaan worden. De Christus moet door ons worden gezien en persoonlijk toegeëigend worden door ’t geloof. “Zie het Lam Gods”.

Liefde-bevel

Maar dit bevel is niet een bevel van een heer aan zijn knecht. Het is een liefde-bevel. Verdiend hebben we, dat we nooit met het Lam in aanraking zouden komen. Maar de Heere betoont zijn liefde tot ons in dit bevel. Hij heeft ’t goede met ons voor. Hij komt zijn belofte in de doop gegeven, na. Jaren lang, en nu, na de vacature weer. Hij zegt: zie hier ben Ik weer. Zie het Lam, en zie daarin mijn liefde, genade en trouw.

Maar dat “zie” is niet alleen een bevel. ’t Is ook ’n vriendelijke uitnodiging. ’t Is niet alleen, dat wij op Hem moeten zien. We mogen op Hem zien. En als er dan beschroomde en verslagen mensen onder ons zijn, wel, dan legt de Heere in dit Woord zijn hart bloot, en Hij zegt: ja, gij moogt óók zien op dat Lam, want Hij is de enige die helpen kan, want hij neemt de zonde weg.

Zie het Lam

Maar u vraagt misschien: is het dan zo iets bijzonders, dat u aan te wijzen hebt? Ach, misschien bent u dan een van diegenen, die uit nieuwsgierigheid gekomen zijn, om iets bijzonders te zien. Wel, u moet ik teleurstellen. Want ik kom u niet wijzen naar veel pracht en een heerlijkheid. Nee, het is maar een Lam, waarvan Jesaja 53 zegt: door ieder veracht.

Toen de Heere Jezus naar Johannes toe kwam, was Hij nog jong en sterk. Maar toch zegt Johannes: zie het Lam. Hij ziet door alles heen naar de kern. Deze is gekomen om te lijden en sterven. Hij, die alle heerlijkheid bezat, heeft zichzelf vernietigd, een dienstknecht gestalte aangenomen hebbende. Ja ’t kruis is een ergernis en een dwaasheid. Het wekt weerstand op.

Ontkende vervulling

Zo werden ook de over priesters en de Schriftgeleerden teleurgesteld. Zij hebben ‘t “zie”, dat liefde-bevel Gods niet opgevolgd. Ze hebben de Christus verworpen. Want ze kenden hun zonden niet. Ze hielden het bij ’t oude, ’t symbool. De vervulling erkenden ze niet. Daaruit blijkt dat ze leefden van de vorm, van ’t hunne, hun eigen godsdienst. Dan is ’t kruis inderdaad een ergernis. Want ’t ontledigt ons. ’t Breekt ons af tot aan de laatste vezel van ons geestelijk bestaan. De Schriftgeleerden hadden vele voorstellingen van de Messias, maar niet, die van het Lam. Jesaja 53 was hun ontgaan. En toch zo goed thuis zijn in de Schrift! Ach ja, God zelf moet ons dat Lam openbaren, in de nood van ons leven, als wij met onze schuld geen raad meer weten. Dan is het een wonder. Dat Hij werd een Lam ter slachting, dat de zonde der wereld wegneemt.

’t Woord “zonde” heeft hier een zwaarbeladen inhoud. ’t Betekent de zonde, de schuld, de doem, die op deze wereld ligt. Daar ligt alles onder. In Adam het hele mensdom. Niets is er dat God nog goed kan keuren. Alles ligt verbroken. Dat is de werkelijkheid. En wie dat als een werkelijkheid gaat verstaan, die kan alleen bij dit woord weer gaan leven: “die de zonde der wereld wegneemt”. Want Hij is de nieuwe Adam, die een van God afgevallen mens weer terugbrengt, omdat Hij zelf de weg tot God is.

’t Lam Góds

Want Hij is ’t Lam Góds. Dat betekent 1e. dat Hij door God gesteld is. De verzoening is geen vrijblijvende zaak, maar een zaak, door God zelf aan de orde gesteld. ’t Ligt gegrond in de wil, ’t welbehagen Gods. Dat welbehagen gaat Hij nu volvoeren. Christus is de gezondene des Váders. Zo moet gij op dat Lam zien, zo tot Hem naderen. Want dan zult ge verstaan, dat ge een zondaar voor Gód zijt geworden, dat God zelf ’t is, die ’t oordeel over Uw leven heeft uitgesproken. Dan wordt ’t een wonder, dat deze zelfde God ’t initiatief tot Uw verlossing genomen heeft. Hij vond geen reden in ons. Maar Hij is bewogen in zichzelf over een schuldig volk. “Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen”. God zelf stelde het Lam.

’t Lam door God, en ’t Lam vóór God

Maar Hij is niet alleen ’t Lam, door God gesteld, maar ook ’t Lam dat vóór God gesteld is. Hij is gekomen om Zijn wil te doen. En dat loopt daarop uit, dat Hij straks de drinkbeker der smarten moet leegdrinken. “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede”. Hij is het Lam Góds, d.w.z. Hij is niet allereerst voor U gekomen, maar voor Zijn Vader, om aan zijn Recht en Eer te voldoen. Zijn wil moet Hij volvoeren. Maar ’t gezegende is, dat daarin nu het behoud van Gods Kerk besloten ligt. U kon aan dat recht niet voldoen. Dan het vonnis. Maar, o wonder, Christus is de Christus Góds. Ziet ge nu zijn schoonheid? Dóór God, vóór God wordt Hij aan U voorgesteld. Zo moogt ge op Hem zien, en zeggen: “Hij is mijn Zaligmaker”. Want juist omdat Hij aan ’t recht Gods heeft voldaan, daarom heeft God Hem uitermate verhoogd. Hij heeft Hem gezalfd met profetische, priesterlijke en koninklijke zalf. Hij is een volkomen Zaligmaker, want Hij heeft ’t welbehagen Gods naar de wens Gods volvoerd.

Dit geeft ruimte voor onze voet. Is zalig worden voor U onmogelijk geworden, omdat ge verloren ligt in Uw zonde en schuld? Bij Hem kan ‘t. Hij heeft een volkomen verzoening teweeggebracht. Zalig Hij, die daarin mag delen.

Kerk vóór de wereld

Die komt tenslotte ook niet alleen te staan, maar ziet zich, tot zijn grote verrassing, omringd door een schare, die niemand tellen kan. We mogen ’t zeer persoonlijk zeggen: Zie toch op dat Lam, dat uw zonden wegneemt, hoe groot, hoe veel ze ook zijn. Val maar voor Hem neer, als een arme en ellendige. Dan zult ge zien, dat ’t waar is. Maar daar blijft ‘t niet bij. Want de kracht van het offer van dit Lam, strekt zich uit tot in wereldwijde verten. “Die de zonde der wereld wegneemt”. Christus is de tweede Adam, het nieuwe schepsel Gods. God geeft de wereld ’t werk Zijner handen niet prijs. ’t Wordt alles zeer goed. En hoezeer ja geheel en al verdorven, ’t zal wéér zeer goed worden: Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Bedenk ‘t: God heeft in U Zijn Kerk en in Zijn Kerk de wereld op ’t oog. Dat moet ons altijd ter harte gaan. Het Lam is geen particulier, wel een persoonlijk bezit. Wie dat verstaat, wordt geen zelfvoldaan Christen. Hij weet ‘t: de Kerk is niet ván de wereld, maar staat wel in de wereld en is er vóór de wereld. Zij moet zich voor haar opteren als een kaars op de kandelaar, die schijnt in een duistere plaats. Zo is ’t Lam ons voorgegaan. Hij heeft zich gegeven tot in de dood.

Wat wordt de taak dan groot. En groot is ook de verantwoordelijkheid. We kunnen van nu af aan niemand meer met rust laten. Dat is moeilijk, want dan zal de verdrukking niet uitblijven. Zie maar op het Lam. Het heeft Hem Zijn leven gekost. Maar daarom vinden we in de verdrukking bij Hem de troost. “Heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.”

De toorn van het Lam

Tenslotte de waarschuwing. Als dit Lam nu zo volkomen is tot de verzoening van al uw zonden, wat zal ’t dan vreselijk zijn, om op die uitnodiging om op Hem te zien, niet in te gaan. Vreselijk daarom, omdat dit Lam straks als die koning-overwinnar ten gerichte zal treden. En dan zal het Lam toornen op hen, die niet gewild hebben dat Hij koning over hen zijn zou. Dat is ook een wonder. De toorn van het Lam. Maar dan niet tot verwondering en blijdschap, maar tot eeuwige verschrikking. Zult ge daaraan denken? Zult ge daar nú aan denken? Want nu is Hij nog ’t Lam, dat de zonde wegneemt, en die in de prediking hoog opgeheven wordt, opdat velen zouden komen en tot Hem de toevlucht nemen.

En voorts: “bidt de Heere des oogstes, dat Hij ook nu nog arbeiders uitstote in Zijn Wijngaard. Want de oogst is zo groot, en de arbeiders zijn weinig.”

Ds. Henk Westerhout over de intredepreek van Graafland

Dit is de tekst van de preek die Graafland hield in 1953 bij zijn intrede als predikant van de Hervormde Gemeente Ameide-Tienhoven. De rechten van deze tekst blijven volledig onder beheer van ds. Henk Westerhout.

Bekijk de rest van de artikelen over het symposium hier:

< Terug