< Terug

Wat beelden kunnen oproepen…

Vier vragen aan Anette Sprotte, predikant in de Protestantse gemeente Leusden.

1.Hoe begin je een preek?

Afgelopen week ging mijn preek over het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus. Ik benoemde eerst het ongemakkelijke gevoel dat dit verhaal vaak oproept. Het beeld dat blijft hangen, is dat van de arme Lazarus op schoot bij Abraham en de rijke man brandend in het dodenrijk. Hier is geen ‘bridge over troubled water’, hier is een onoverbrugbare kloof, op aarde en in de hemel.

Ik begin een preek meestal bij datgene uit het bijbelverhaal wat is blijven hangen, wat de meeste indruk heeft gemaakt op mij, en ik probeer aan te sluiten bij de context van mij gemeenteleden. Van daaruit probeer ik het verhaal te ontvouwen om tot de kern ervan te komen.

Vaak begin ik ook met een afbeelding. Dat heeft een verrassend effect. En kerk en kunst is een rode draad in mijn leven.

 

2.Hoe zet je je eigen beleving (biografie, momenten van geloof en twijfel) in bij het preken?

Toen ik als predikant begon, was ik heel voorzichtig met het inbrengen van mijn eigen biografie, mijn eigen verhaal. De laatste jaren ben ik daarin veranderd. In Leusden werden vorig jaar tijdelijk 250 vluchtelingen opgevangen en hielden de kerken diensten over het thema ‘vluchtelingen in de Bijbel’. In een dienst over Ruth heb ik toen het vluchtverhaal van mijn grootouders verteld, die na de Tweede Wereldoorlog uit Pommern moesten vluchten. Maar daar had ik van tevoren wel over nagedacht: ik deed een cursus verhalen en had het verhaal daar verteld en besproken.

Het is waardevol en belangrijk om iets van jezelf te laten zien, maar je moet het niet ongereflecteerd doen. Je loopt anders het risico dat je eigen emoties de overhand krijgen.

En: het is illustratie. Ik kreeg als reactie op de dienst over Ruth: ‘Het verhaal van Ruth spreekt me nog meer aan, doordat je dat verhaal over je grootouders vertelde.’ Het gaat er in de eerste plaats om het verhaal van God en mensen verder te vertellen.

 

3.Welke reactie op een preek is je altijd bijgebleven?

Vijftien jaar geleden liet ik in een kerstnachtdienst een schilderij zien van Max Ernst, waarop te zien is hoe Jezus billenkoek krijgt van Maria. Ik gebruikte dat beeld om iets te vertellen over de menselijkheid van Jezus. Dat hij ook luiers droeg, stout was… Een oudere dame was hier zo geschokt over dat ze een jaar lang niet meer naar de kerk gegaan is – dit hoorde ik pas later, het was niet in mijn eigen gemeente. Toen alsnog een gesprek tot stand kwam, bleek dat ik haar haar beeld van Jezus had afgenomen.

Ik realiseerde me toen niet wat beelden kunnen oproepen. Al was ik in mijn onbevangenheid ook moedig. Inmiddels heb ik geleerd om wat minder strikt om te gaan met beelden, minder te zeggen: ‘zo zit het’, meer ruimte te geven aan verschillende interpretaties.

 

4.Heb je een tip voor een (beginnende) collega?

Voor mij was het heel leerrijk om te ervaren dat de preek is ingebed in de liturgie. Een dienst is geslaagd als liederen, gebeden, rituelen en preek een geheel zijn. De katholieke collega’s met wie ik vijftien jaar heb samengewerkt, hebben me dit geleerd .Het heeft me ook geholpen om minder krampachtig met de preek om te gaan, de preek wat te relativeren.

Bibliodrama heeft mij erg geholpen om mijn verbeelding en mijn lijf te gebruiken om me bijbelverhalen eigen te maken, speelser om te gaan met de traditie. Denk aan cursussen zoals die van De Zevende Hemel.

Tot slot: een uitstekende bron voor afbeeldingen is www.artway.eu.

< Terug