< Terug

Wie is Boelgakov?

Sergej Boelkagov (1871–1944), fragment uit Tasten naar God[1]

Sergej Boelgakov

De belangrijkste theoloog van de Parijse emigré-denkers is Sergej Nikolajevitsj Boelgakov (1871-1944). Hij ruilde al gauw het christelijk geloof van zijn opvoeding in voor het marxisme en studeerde en doceerde economie.[2] Gaandeweg ervoer hij echter ook onvrede met zijn materialistisch wereldbeeld en keerde uiteindelijk, via o.a. het idealisme (Hegel) en de werken van Solovjov, terug naar de kerk en wijdde zich als priester in 1918. Dat leidde tot zijn verbanning naar Parijs (de communisten hadden ondertussen de macht gegrepen), waar hij tot zijn dood leiding gaf aan een seminarie van de Russisch-Orthodoxe Kerk: het St. Sergius Orthodox Theological Institute.

Van de christelijke intelligentsia vormt Boelgakovs denken nog het meest de voortzetting van het slavofiele gedachtegoed van Chomjakov en Solovjov. Veel andere emigré-theologen zouden zich gaandeweg hiervan afzetten en alternatieve wegen gaan zoeken door herbronning in de vaderen van de Philokalia. Deze laatste beweging komt zo dadelijk in de neopatristische theologie uitgebreid aan bod.

Volgens Boelgakov is het startpunt van de slavofiele theologie, dat de wereld bedoeld is een trinitarisch karakter te dragen in een soort sobornost-ideaal, juist een goed beginpunt. Het startpunt voor de theologie moet dan ook het gegeven zijn dat God de Vader alles geschapen heeft, dat alles Zijn stempel draagt en dat door de Zoon en de Geest Hij Zichzelf in die schepping verheerlijkt. Heel de schepping is dus fundamenteel een beginpunt voor Gods openbaren en bergt Gods wijsheid, Gods sofia in zich. Goede theologie is daarom dus ook ware ‘filo-sofia’: liefde om in alles Gods openbaring te leren kennen. Theologie kan dus zich niet alleen richten op de Bijbel, maar moet het hele kerkelijke leven daarin meenemen. Ook kan theologie het kennen van God niet opsluiten in de rede, maar moet de hele mens daarin meenemen.

Waar het om draait is niet er een systeem van te willen bouwen, maar om het juiste startpunt te vinden

Het resultaat is voor hem dat theologie niet draait om het bouwen van systemen of het vaststellen van objectieve feiten over God en de wereld, zoals sommige protestantse dogmatici dat graag doen (denk aan de conservatieve theologie begin 20e eeuw of liberalen zoals Troeltsch).[3] Anderzijds mag het ook niet alleen maar draaien om de menselijke subjectiviteit, moraliteit en gevoel, zoals andere theologen (denk aan Schleiermacher of Ritschl).[4]

Een hoop dingen is theologie volgens Boelgakov dus niet, maar vooral in de zin van niet alleen. Gods openbaring, sofia, is overal tegen te komen.[5] Boelgakov hoeft dus ook niet al deze benaderingen helemaal af te wijzen, inclusief de westerse filosofie. Gods wijsheid is ook daar namelijk op een bepaalde manier in te vinden. Waar het om draait is niet er een systeem van te willen bouwen, maar om het juiste startpunt te vinden. Daar draait het voor Boelgakov om. En dat juiste startpunt is volgens Boelgakov de gezamenlijke gebedsdienst voor God, oftewel: de liturgie. Dat is ook bij uitstek de plaats waar het Goddelijke het menselijke binnentreedt, wanneer in de eucharistie brood en wijn in lichaam en bloed veranderen. Daar treden we het mysterie van Gods aanwezigheid in de wereld binnen. De liturgie is de ultieme vorm van filo-sofia.[6] Hoe Boelgakov dus verder spreekt over God en geloof en hoe hij dit opbouwt bevat allerlei elementen en thema’s die in de orthodoxe liturgie (de zogeheten ‘hemelse liturgie’) aanwezig zijn.[7]

De hemelse liturgie (Grieks: theia leitourgeia) is de gebruikelijke liturgie van de oosters-orthodoxe eucharistieviering en gaat terug op de vroegkerkelijke praktijk (waarbinnen varianten zijn te onderscheiden). Volgens velen is het hart van de Oosters-Orthodoxe Kerk deze wekelijkse samenkomst, en het hart van de samenkomst is de eucharistie. Niet alleen worden mensen verenigd met elkaar, maar hemel en aarde komen samen en vormen samen de kerk. De liturgie bestaat uit twee hoofddelen: een instructief deel (‘de liturgie van de catechumenen’) en het eucharistische deel (‘de liturgie van de gelovigen’).

Belangrijker nog is dat er een theologie ontstaat die ten diepste spiritueel is en ruimte laat voor het mysterie en niet-kennen.[8] Op de eerste plaats is het de vraag hoe je theologie bedrijft, daarna komt pas wat je als theoloog zegt. Theologie is ‘een manier van denken, geworteld in een manier van bidden’ – uit de spiritualiteit ontstaat de theologie.[9]

De liturgie is de ultieme vorm van filo-sofia

We kunnen hierin iets van Barth herkennen en wel dat de functie die het Woord van God bij hem krijgt, bij Boelgakov de openbaring van God door de liturgische ontmoeting is. In beide gevallen is Gods openbaren een dynamisch gebeuren dat plaatsvindt, alleen bij Boelgakov is dat bemiddeld door de liturgie en de spirituele traditie van de Vaders, terwijl bij Barth dit veel sterker leunt op Christus, het Bijbelse getuigenis en de prediking als gestalten van Gods openbaring. Dit dynamische karakter van Gods openbaring maakt dat Boelgakov vindt dat we (en dit vindt Barth trouwens ook)[10] in onze eigen tijd en voor onze eigen tijd Gods wijsheid moeten verstaan en daarbij dus verder mogen gaan (in plaats van strikt vasthouden) aan de traditie van de vaders. Hier zouden meer conservatieve theologen het met hem oneens in worden. Boelgakov houdt echter vol: sofia was niet alleen toen, sofia is ook nu.[11]

Boelgakov pakt de sophia-theologie van Solovjov dus op. Wat onderscheidt hem daarin van zijn voorganger? Hij geeft daar een soort ‘marxistische’ draai aan: hij benadrukt het werk van de mens als middel waardoor Gods gestalte zichtbaar wordt in de wereld. Werk is hier niet pure economische arbeid, maar alles wat de mens doet om harmonie en Gods orde in de wereld te brengen. De mens is niet bedoeld de wereld alleen te exploiteren (contra het communisme), maar deze zin te geven en te humaniseren. De weg hiernaartoe heeft Christus gewezen, in Zijn houding van zelfverloochening en opoffering voor het hogere goed. Deze ‘kenotische’ houding (van het Grieks: kenōsis, ‘ontlediging’, vergelijk Filippenzen 2:7) ligt aan het hart van de pneumatologische gemeenschap die Gods aanwezigheid in de wereld vormt.

Humanisering raakt hier aan deïficatie, want waar de mens waarlijk mens wordt (en dat kan alleen in gemeenschap), wordt God zichtbaar. Merk op dat hierdoor een bij uitstek oosters-orthodox theologisch thema, namelijk de mensheid die Gods beeld weer gaat vertonen (traditioneel aangeduid met theosis),[12] op nieuwe wijze wordt ingebracht. Voor vele conservatieve orthodoxen overigens op een te nieuwe wijze, omdat Boelgakov met al het bovenstaande een panentheïsme leerde dat zich volgens hen niet met de traditie verdroeg.[13] Een deel van de emigré-theologen zou zich dus tegen Boelgakov – en in het algemeen tegen de sofiologie – gaan verzetten.

Evert Leeflang studeerde theologie aan de Evangelische Faculteit te Heverlee (België). Hij is opleidingscoördinator Theologie en docent Systematische theologie en Hermeneutiek van het Evangelisch College in Zwijndrecht. Deze blog komt uit zijn boek Tasten naar God: een introductie in de moderne theologie.

Noten

[1] Evert Leeflang, “Oosters-orthodoxe moderne theologie” in Tasten naar God (Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers, 2022): 270-273. Noten 2 t/m 13 uit dit artikel zijn in feite noten 44 t/m 55 van het desbetreffende hoofdstuk.

[2] Dezelfde route was Berdjajev min of meer ook gegaan: van marxisme naar oosterse orthodoxie.

[3] Respectievelijk pagina’s 76-88; 71-74.

[4] Respectievelijk pagina’s 47 en verder, en 64-67.

[5] Merk op dat Boelgakov hiermee ook de klassieke rooms-katholieke visie van een ‘pure natuur’ tegengaat en meer op de lijn zit van de correctie die de nouvelle theologie (in een vergelijkbare periode) daarop aanbrengt. Ook zijn er dus dwarsverbanden tussen Boelgakov en Radical Orthodoxy (pagina’s 203-206 en 236-239; vergelijk Louth 2015:57-9; Ladouceur 2019:188).

[6] Zander 1976:xxi-xxiii; Louth 2015:49-50, 58-59.

[7] Louth 2015:53-57.

[8] Boelgakov vertelt hoe diverse mystieke ontmoetingen met Sofia bepalend zijn geweest voor zowel zijn leven als denken (Boelgakov 1976:10-14). Datzelfde gold overigens voor Vladimir Solovjov.

[9] Louth 2015:50.

[10] Zie eind pag. 106.

[12] Louth 2015:46-50.

[12] Meer hierover bij Vladimir Losski.

[13] Williams 2005:575-578.

< Terug