< Terug

Wie is Noordmans?

Oepke Noordmans (1871–1956), fragment uit Tasten naar God[1]

In het ‘midden’ tussen orthodox en vrijzinnig staat de bemiddelende theologie.[2] Ze kan het best begrepen worden als de voortzetting van de ethische theologie uit de 19e eeuw. Voor deze theologie, met haar wortels in het Réveil en kritische houding naar mens en cultuur, was de opkomende theologie van Barth in veel gevallen een aantrekkelijke optie te midden van de uitdagingen van de tijd.[3]

Veel van de neo-orthodoxe theologie vindt daarom zijn ingang in Nederland via de bemiddelende theologen. De belangrijkste creatieve theologen in dit verband zijn Oepke Noordmans (1871-1956) en Kornelis Heiko Miskotte (1894-1976). Toch werd de scherpe toon van de barthianen in het midden niet onverdeeld positief ontvangen. Zo was Arnold Albert van Ruler (1908-1970) een gewichtige tegenstem.[4]

Met Noordmans hebben we te maken met een theoloog die voornamelijk individueel, als hervormd predikant, actief is geweest en vanuit die rol in boeken en artikelen zijn bijdrage leverde. Tot een aanstelling als hoogleraar is het nooit gekomen. Desondanks is zijn theologie, ook academisch, in Nederland enorm van betekenis geworden. Heel anders dan Barth is zijn theologie heel gefragmenteerd en niet in één grote systematische samenhang gebracht. Dat is een bewuste keuze geweest, om het risico te vermijden dat de theologie zichzelf gaat overschreeuwen.

Wat we om ons heen zien, is niet de bedoeling van God

In dit laatste komt vervolgens dan de veel belangrijkere overlap met Barth.[5] Net als de Zwitserse theoloog is Noordmans een trinitarisch denker. De triniteit geeft echter bij Noordmans weer dat God naar buiten toe ‘gebroken’ tot ons komt. Dat wil zeggen dat de mens zich geen voorstellingen hoeft te maken dat hij in staat is de eenheid van God in een compleet begrip te vangen. Van een keurige metafysica zal het nooit komen, want dat is allemaal speculatie. Net als bij Barth zijn onze woorden eerder op ramkoers met God, dan dat ze echt iets over Hem zeggen.

Daarnaast maakt Noordmans een typisch barthiaanse en dus scherpe tegenstelling tussen openbaring en cultuur. Wat we om ons heen zien, is niet de bedoeling van God. De wereld geeft de orde van mens en cultuur weer, maar dit is niet de orde van het Koninkrijk van God. We kunnen dus ook nooit de laatste vanuit de eerste afleiden, maar zullen op een heel andere plek moeten beginnen. Die plek is het kruis. Het kruis van Golgotha maakt Gods orde duidelijk en vooral hoe deze tot stand komt.

“De schepping is een plek licht rondom het kruis.”[10]

Maar wat is dan het kruis? In zijn boek Herschepping (1934), dat nog het meest ‘dogmatisch’ is van zijn werken en een trinitarische structuur kent,[6] plaatst Noordmans het kruis in het verlengde van de schepping. De schepping was vanaf het begin een proces waarbij God het mes in de wereld zette, in de oorspronkelijke chaos. Scheppen is dus een kritische bezigheid: het is scheiding maken tussen het één en het ander en zo orde brengen in een chaotische wereld. Scheppen is dan dus ook telkens herscheppen: orde uit de wanorde brengen, leven uit de dood tevoorschijn roepen.

Aan het kruis gebeurt volgens Noordmans precies hetzelfde: we zien daar dat God het mes zet in de zondige werkelijkheid en uiteindelijk ook herscheppend bezig is. Het kruis is daarmee de vervulling van waar God in de schepping al mee is begonnen. Het kruis herstelt niet wat verloren is gegaan, maar is het hoogtepunt van dat ingrijpende werk. Het staat bij Noordmans niet voor een eenmalig moment waarop verzoening werd gebracht, maar het kruis is Gods beweging door de geschiedenis heen, waarin Hij scheiding maakt tussen goed en kwaad.[7]

De volgende uitspraken van Noordmans uit Herschepping geven een goed inkijkje in zijn denken:

“Wanneer wij het woord ‘scheppen’ uitspreken, denken wij vaak aan schone vormen, aan harmonie, aan een ongebroken geheel. Door het aanschouwen of doorleven van zulke vormen menen wij dan met God de Vader in aanraking te kunnen komen. Wij wandelen met hem in de rozentuin. De bijbel laat ons echter iets anders zien. In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Dat is de eerste grote scheiding. Het is de daad van een geest; een oordeel. – Bij de eigenlijke scheppingsdagen herhaalt zich dat. Licht en duisternis, dag en nacht worden gescheiden. De wateren boven van de wateren beneden. De zee van het droge. Straks bij de schepping van de mens wordt Eva van Adam gescheiden.”[8]

“Vanaf Golgotha zien we de schepping beter dan vanuit het Paradijs.”[9]

“De schepping is een plek licht rondom het kruis.”[10]

Theologen beginnen doorgaans waar ze menen vaste grond onder de voeten te hebben en gaan vandaaruit hun theologie verder uitbouwen. Volgens Noordmans wordt alleen op Golgotha vaste grond gevonden. Het gevolg is dat alles in een nieuw licht komt te staan. De vraag die Noordmans hier stelt, is in feite: begrijp je het kruis in het licht van de schepping of begrijp je de schepping in het licht van het kruis?

Deze beweging wordt door de Geest voltooid. In een invloedrijke bundel artikelen, Gestalte en Geest (1955), plaatst Noordmans de Geest ten dienste van het kruis, die daarmee eveneens een herscheppend werk doet. De Geest breekt alle gestalten af – onze gebroken, zondige, zichtbare werkelijkheid – en door deze zo te kruisigen werkt Hij toe naar het toekomstig Koninkrijk. Ook ná Christus kijken we dus niet om ons heen om God te zien, maar kijken we terug naar het kruis om daarmee vooruit te kunnen kijken naar wat komt. Geloof draait dus om het doorbreken van de gestalten in ons leven en het leven uit de belofte van een nieuwe gestalte, een nieuwe werkelijkheid die komt.[11]

Noordmans is een ethisch theoloog, maar we zien dat er ook een breuk is met de ethischen (zoals De la Saussaye), omdat hij veel kritischer is over de cultuur, mede door de tijd waarin hij leefde, dan zij.[12] Om dezelfde reden ligt hij ook op ramkoers met het neocalvinisme, aangevuld door zijn afkeer van zijn stelligheid en zeker weten. Dit laatste is dan weer typisch ethisch aan hem (vergelijk Gunning versus Kuyper).[13]

Een kerk met een hoge drempel maakt aan iedereen duidelijk dat het haar óók menens is

Belangrijk is in te zien dat de kritische theologie bij Noordmans ten diepste een positieve functie heeft. Een kerk die haarscherp haar eigen gebrokenheid en die van de wereld onder ogen komt en durft te onderkennen dat in de chaos zaken rechtgezet moéten worden, vertelt niet alleen een eerlijk verhaal, maar ook een verhaal dat uitermate relevant is in een noodlijdende cultuur. Je helpt niemand vooruit door de breuklijn tussen Koninkrijk en wereld te verdoezelen, want het kruis is menens.

Ook hier is (her)scheppen nog steeds scheiden, dat wil zeggen: je afscheiden van wat oud is. Als nieuwe schepping ben je afgescheiden en moet je je afscheiden van het oude.[14] Noordmans streed dan ook, te midden van allerlei bewegingen van liturgische vernieuwing in de kerk, juist voor soberheid en ernst. Zo waakt de kerk er niet alleen voor zélf een gestalte te worden, maar een kerk met een hoge drempel maakt aan iedereen duidelijk dat het haar óók menens is.[15]

Evert Leeflang studeerde theologie aan de Evangelische Faculteit te Heverlee (België). Hij is opleidingscoördinator Theologie en docent Systematische theologie en Hermeneutiek van het Evangelisch College in Zwijndrecht. Deze blog komt uit zijn boek Tasten naar God: een introductie in de moderne theologie.

Noten

[1] Evert Leeflang, “Moderne theologie in het Nederlands protestantisme” in Tasten naar God (Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers, 2022): 352-355. Noten 2 t/m 15 uit dit artikel zijn in feite noten 137 t/m 150 van het desbetreffende hoofdstuk.

[2] Na WO II suggereerde Hendrikus Berkhof de term ‘midden-orthodoxie’ voor dit deel van de kerk.

[3] Vergelijk p. 313 en volgende, en p. 340-342.

[4] Kerkelijke, vaak confessionele, theologen waren meegaand, maar soms ook kritisch. Bij Barth krijgt de kerk als instituut en een hervormde politiek er namelijk flink van langs. Voor confessionelen zoals Theodorus Lambertus Haitjema (1888–1972) gingen daar de wegen dus uiteen, hoewel hij zich op andere terreinen door Barth liet inspireren.

[5] Benjamins 2008:404-405; 419-420.

[6] Uitgebreider hierover: Benjamins 2008:411-420.

[7] Van de Beek 2004:71-74; Meijering 1999:46-53; Benjamins 2008:411-7; Rasker 1981:243-5.

[8] Noordmans 1979:251.

[9] Ibid.:412.

[10] Ibid.:245.

[11] Van de Beek 2009:144-148.

[12] Vgl. Benjamins 2008:402.

[13] P. 331.

[14] Benjamins 2008:417-419.

[15] Van de Beek 2004:75; Rasker 1981:245-246

< Terug