< Terug

Zesde meedenkblog van dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi

TheoblogieIn onze vorige blog riepen we op om reactie omtrent de vraag naar de rubriek ‘Om erin te komen’. Daarop kwam heel wat reactie. De vraag naar ideeën in film, toneel, muziek en literatuur is in Nederland nog tamelijk ongebruikelijk en houdt een risico in. Met elke suggestie van literatuuruiting sluit je groepen uit. De Nederlander gaat maar zelden naar toneel, een heel selecte groep gaat naar de opera, meer mensen lezen literatuur en vermoedelijk gaat alleen een bepaalde groep jongeren af en toe naar de film. In delen van de gereformeerde wereld was en is de film eigenlijk iets wat men vermijdt, en vaak om begrijpelijke redenen.
Maar of het ook vol te houden is? In de kerken in Los Angeles wordt ten tijde van de uitreiking van de Oscars voor de mensen in de entertainment industrie gebeden. Waar gebeurt dat in Nederland? Theologie-studenten moeten in elk geval, net als alle andere studenten die die naam student waard zijn, lezen, kijken en zich oriënteren. De ethische theologie blonk uit in kennis van de moderne romancultuur. Bij de reacties die we kregen zaten voor ons bruikbare reacties. De suggestie om naar de bestseller Exodus te verwijzen (zowel boek als film) bij het hoofdstuk over Israël nemen we dankbaar over. Babettes feast hadden we al. Het idee van The matrix hadden we al overwogen, maar we vonden die keus ook heel problematisch. De film is ingewikkeld en werkt met de grotvergelijking. In heel veel films wordt trouwens gewerkt met een soort verlosserfiguur en met de localisering van het kwaad in een bepaalde partij. De toeschouwer is dan ook blij wanneer het met die kwade partij fout afloopt. Voor ons viel ook As it is in heaven af. Heel mooie film, met inderdaad talloze motieven, zelfs zou men kunnen zeggen dat de gezamenlijke oefening van het zingen, of liever stemgebruik in die film, associaties met zich mee brengt van het werk van de Heilige Geest. De film eindigt met een soort tongentaal, die wordt begonnen doordat de verschoppeling in de film zijn eigen geluid inzet, en ieder doet mee. Dat is inderdaad ‘as it is in heaven’. Iets wat groter is dan ons allen, Gods liefde, vergeving, schoonheid en dat allemaal in één pakket, valt over de mensen heen. De film heeft verder echter een nogal esoterische ondertoon en valt daarom af.
Bruce Almightybij de godsleer, ja, een komische film, met een serieuze ondertoon, waarin de triniteit en Gods almacht op bepaalde manier in beeld komt. Waarschijnlijk een goed idee. Wij hebben nu bij het hoofdstuk over  openbaring verwezen naar de film Jeanne d’Arc, van Roger Bresson. Al een oudere film, maar door de indirectheid waarmee Gods tegenwoordigheid binnenkomt heel geschikt. We horen het bezwaar al: Wie kent die film nog? Ja, je moet even je best doen om hem te vinden. Bij Israël plaatsen we verder een literatuurverwijzing, naar Chaim Potok en Abel Herzberg.
We volgen uiteraard ook de reacties op de reacties. In reactie op de vraag naar het spreken van de kerk hebben we wat we al hadden over de vraag naar de plek van de kerk in het publieke domein nog wat aangezet en nader uitgewerkt. Daar was zo te merken aan de reacties wel behoefte aan. Een ander punt dat naar voren kwam was de functie van de dogmatiek.  Naar ons gevoelen is dogmatiek niet alleen prescriptief en descriptief, maar ook oriënterend en soms exploratief. “Lezer’ is erg enthousiast over het werk van collega Bram van de Beek en steekt dat keer op keer niet onder stoelen of banken. Van de Beeks theologie is door de jaren heen bij uitstek exploratief. Hij probeert vaak wat nieuws en daarom blijft het spannend.
Ons boek heeft een ander karakter. Het is bedoeld als leerboek en moet ook gelezen kunnen worden door studenten die thuis weinig of niets hebben meegekregen. Daarmee ligt dan ook onze volgende vraag op tafel: Hoe omvatten we een zo verschillend en uiteenlopend lezerspubliek? Er zijn studenten met een stevige kerkelijke achtergrond die de Bijbel goed kennen, terwijl anderen het verschil tussen de exodus uit Egypte en de terugkeer uit Babylon niet kennen. Weer andere – m.n. oudere – lezers hebben als laatste Berkhof gelezen, en verder misschien een beetje Kuitert bijgehouden. De oudere dogmatieken veronderstelden allemaal een stevige catechese als ondergrond, behalve Wentsel die in zijn dogmatiek met heel veel materiaal zijn lezers bijpraatte. Of moet een dogmatiek als de onze rigoreus kiezen voor de jongere student die weinig meer weet en zich dat ook bewust is? Wat moeten we veronderstellen bij de studenten? Of misschien breder, bij de geïnteresseerde lezer?
Dr. Gijsbert van den Brink
Dr. Kees van der Kooi
Noot van de uitgever
U kunt hieronder een reactie achterlaten. We stellen constructieve reacties zeer op prijs. Onder de inzenders verloten we twee exemplaren van de Christelijke dogmatiek – een inleiding. De komende weken zullen beide auteurs regelmatig een ‘meedenkblog’ plaatsen op Theoblogie naar aanleiding van hun nieuwe uitgave.

< Terug