< Terug

Van God mogen we toch enige logica verwachten?

Met zijn beroemde stelling ‘ik denk, dus ik ben’, legde Descartes de basis voor het moderne denken. Om tot die stelling te komen, moest hij wel uitsluiten dat hij droomde of gek was. Dan zou dat denken immers slechts een illusie zijn.
Op die basis van Descartes berust ook de meest gangbare hermeneutiek, die zich van het geheel naar de delen beweegt en weer terug, met als doel een tekst zo goed mogelijk te verstaan.

Tegen de achtergrond hiervan is de suggestie van Van Selm (preekschets voor 6 maart) dat Ezechiël ze niet helemaal op een rijtje had, licht verontrustend. Want als dat waar is, kunnen we er dan nog wel van op aan, dat zijn tekst zijn oorsprong vindt in God? Van God mogen we toch zeker enige logica verwachten? Zelfs als God onze logica doorbreekt, moeten zin en waanzin van elkaar onderscheiden kunnen worden om enige vaste grond onder de voeten te houden. Stel je voor dat de bekering van Paulus een tik van de molen was…

Tenzij waanzin niet het tegengestelde van zin is, maar zich ergens tussen zin en onzin in beweegt. Tenzij God niet logisch is, maar te maken heeft met het excessieve, overstijgende, het onbegrijpelijke – zoals het verhaal van de zalving (preekschets voor 28 februari) suggereert. Logisch gesproken heeft Judas gelijk. Maar wat de vrouw doet, is van een andere orde: excessief, ‘waanzinnig’. Net zomin te herleiden tot een eenduidige, logische betekenis als de visioenen van Ezechiël.

Is er, vraag ik me af, een duidelijke orde te herleiden uit Bijbelse verhalen – wat hoort, wat hoort niet, wat is zin, wat is onzin? Of doorbreken die verhalen juist de orde die wij telkens opnieuw ontwerpen? Of beide tegelijk?

Uit de film Knielen op een bed violen: ‘Papa heeft God gezien.’ ‘Papa heeft gewoon te hard gewerkt.’ Wie zal het zeggen?

 

René van der Rijst (predikant van de Protestantse gemeente Haarlem-Noord en Spaarndam, voorzitter van Op Goed Gerucht en redactielid van PreekWijzer)

< Terug