< Terug

Boer – Job redt de NAAM

Een verklaring van het boek Job

cover Job redt de NAAM

Is er over het boek Job, zó vaak besproken en geïnterpreteerd, nog iets nieuws te ontdekken? Ja. Wanneer je het leest vanuit de context van deze auteur gebeuren er bijzondere dingen.

Dick Boer beschrijft ‘het probleem van Job’ anders dan doorgaans gebeurt. Job leeft in een wereld waarin ‘de naam’ – zoals hij jhwh aanduidt – niets meer voor lijkt te stellen en het Tora-woord van bevrijding, exodus, ‘deze wereld anders’, het pleit definitief verloren lijkt te hebben. Dat moet wel, want wanneer de Tora functioneert, dan móet een rechtvaardige zelf ook opbloeien en het goede ontmoeten! Boer neemt het dus tot op zekere hoogte op voor de veel gesmade ‘Tun-Ergehen-Zusammenhang’: in principe hoort dat zo te zijn, lees Deuteronomium en de Psalmen! Maar waarom werkt dat dan voor Job niet? Boer wil niet weten van een superieure godheid die een weddenschapje opzet met satan waar Job het slachtoffer van wordt. Hij spreekt van een ‘Wende’: de naam is machteloos geworden en het enige wat deze machteloze God (Bonhoeffer) nog rest, is dat hij erop vertrouwt dat zijn dienaar Job hem ‘om niet’ trouw blijft. Dat doet Job! En heel lang lijkt het erop dat dat inderdaad ‘voor niets’ is geweest.

In deze manier van presenteren van het verhaal van Job is natuurlijk de biografie van de auteur terug te horen. Boer is geëngageerd bevrijdingstheoloog, was positief georiënteerd op het ‘reëel bestaande socialisme’ en heeft om moeten gaan met het dubbele debacle: te ontdekken dat dat op die manier niet langer als alternatief kan gelden voor het kapitalisme, mede omdat het van binnenuit verraden is door degenen die het in naam nog overeind hielden. Maar zijn leeswijze is niet alleen een context-gedreven ‘toepassing’ van een Bijbelboek, ze raakt de kern van waar Job over gaat: de diepe teleurstelling in het perspectief dat de naam nog kan bieden in een onrechtvaardige wereld – en wat dan?

De exegese van Boer komt geregeld samen met uitleg die we al kenden. In de laatste decennia was het beeld van Job al behoorlijk bijgesteld. Was hij eerder vooral de passieve vrome die gelaten alles accepteerde en God altijd gelijk gaf, het accent was al flink verschoven richting de protesterende Job. Boer doet dat nog consequenter: ook een onderdanig klinkende tekst uit het raamverhaal, zoals ‘jhwh is het die heeft gegeven, jhwh is het die heeft genomen, de naam jhwh zij gezegend’ (1:21, vgl. ook 2:10) interpreteert hij niet onderdanig. Hij vat die op als een citaat uit Psalm 113, de Psalm die nu juist gaat over God die vanuit de hoogte neerziet naar de mens in het stof. Job wil in een laatste wanhoopsoffensief de naam niet loslaten, zelfs niet als die naam klaarblijkelijk niet bij machte is op aarde recht te doen. Overigens is een van de sterke punten van het boek, dat het laat zien hoe Job ‘woont’ in de wereld van de Psalmen, en dat vele psalmteksten de woorden van Job verduidelijken en ondersteunen.

Het ongelijk van de ‘kameraden’ (!) die Job willen troosten ligt in de onbarmhartige omkering, waarbij ze uit de ellende van Job concluderen dat hij dus fout heeft gezeten, onrecht deed. Daartegen verzet Job zich tot het uiterste. De kameraden bieden goedkope troost die Boer haarfijn fileert. Zij zijn misschien wel aangeraakt door de Tora, maar uiteindelijk plegen ze verraad. Ze zitten gevangen in verschillende soorten orthodoxie en daarbij spaart Boer zijn eigen achtergrond niet. Onthullend is de schets van Elifaz als bevrijdingstheoloog met loze praatjes, wiens utopie alle grond heeft verloren omdat hij vanuit zijn comfortabele positie geen benul heeft van de diepte van de ellende van Job en de zijnen. Vergezocht? Lees maar, het staat er! Jobs probleem is de onverschillige God die je te grazen neemt, ook al sta je in je gelijk (Job 9): daarachter kan de naam zich toch niet verschuilen?! In steeds ingewikkelder redeneringen houdt Job overeind, tegen beter weten in: ‘Mijn Verlosser leeft!’ (19:25).

Spannend wordt het aan het eind van het boek. De manier waarop de naam zich vanaf hoofdstuk 38 presenteert is enerzijds troostrijk – God spreekt Job persoonlijk aan, ‘op ooghoogte’, hij is dus blijkbaar niet die onverschillige, ongenaakbare God, onbewogen tegenover het lijden van Job en zijn lotgenoten. Inderdaad, het is niet in de geest van het boek God groot te maken door Job klein te houden. Maar of de uitvoerige verwijzingen naar de scheppingsmacht van de Eeuwige zo te lezen zijn als Boer doet? Ik hoop het, maar ben nog niet helemaal overtuigd. Uiteindelijk staat of valt elke exegese van Job met de vertaling en interpretatie van 42:6: ‘haalt Job bakzeil?’ (Jagersma). Dat gaat natuurlijk goed bij Boer: Job haalt geen bakzeil, maar blijft overeind met zijn kritische vragen richting de naam: wie is er nu trouw gebleven aan het verbond? Is dat niet eerder Job, die weigerde een andere godheid dan de naam te erkennen, dan God zelf, die Job blijkbaar niet tegen deze satanische aanvallen kon beschermen? Buitengewoon uitdagende theologie tot en met de conclusie dat het op Job, dus de mens, aankomt (opnieuw Bonhoeffer).

Volg ik dit boek helemaal? Nee, dat niet. Op exegetische detailpunten is er soms wat aan te merken maar dat is niet waar het om gaat en daar staan veel mooie inzichten tegenover. Het gebruik van de term ‘Wende’ voor het mislukken van het project van Tora en Profeten vind ik suggestief. Hoewel ik Boers analyse van de huidige situatie-van-intens-onrecht deel, ben ik er minder optimistisch over dat vóór de ‘Wende’ van 1989 het reëel bestaande socialisme een alternatief bood. Maar dat doet niets af aan mijn enthousiasme over dit boek, dat nu eindelijk Job en zijn lotgenoten eens helemaal gelijk geeft (het gelijk dat hij van God allang kreeg, maar niet van de theologen, aldus Miskotte). Ten slotte: dit boek is door de auteur, die jarenlang als predikant in Berlijn werkte, eerst in het Duits geschreven en kreeg toen in Nederland mijns inziens niet de aandacht die het verdiende. Hopelijk verandert dat, nu de voortreffelijke vertaling van Greetje Witte-Rang het voor Nederlanders toegankelijker maakt. Het boek verdient het alleszins.

Deze recensie is geschreven door Joep Dubbink en verscheen oorspronkelijk in Kerk en Theologie 2021, nr. 1, dat als thema kunst en literatuur heeft.


Dick Boer. Job redt de NAAM. Een verklaring van het boek Job. Greetje Witte-Rang (vert.). Soest: Boekscout, 2020. 203 pp. €20,99. ISBN 9789464035643.

< Terug