< Terug

Borgman – Alle dingen nieuw

Alle dingen nieuw is het laatste boek van Erik Borgman. Het is zijn magnum opus, met een veelbelovende ondertitel: ‘Een theologische visie voor de 21ste eeuw’. Dit boek is nog maar het begin, er is een trilogie aangekondigd. Dit eerste deel heet ‘invocatio’, aanroeping. Het tweede en derde deel dragen de titels ‘creatio’, schepping, en ‘redemptio’, verlossing. Het moet uitlopen op een ‘renovatio’, vernieuwing.

Het lijkt op een grootse systematische theologie in drie delen. Het is al een heuse driedelige dogmatiek genoemd. Nu ben ik – een kleine vijftig jaar geleden – geïntroduceerd in het vak dogmatiek met Berkhofs ‘Christelijk geloof’. Ik heb dat nog eens uit de kast gepakt. De enige gelijkenis met dit boek van Borgman is echter de layout van de tekst waarin steeds twee lettertypen worden gebruikt: één voor de hoofdtekst en één voor excursen, illustraties en/of uitweidingen.

Daarmee houdt de gelijkenis ook direct op. Bij Borgman is geen sprake van een systematisch uitgewerkte geloofsleer. Maar wat dan wel? Ik heb ook theologie gestudeerd aan een rooms-katholieke theologische faculteit. Daar zou men het boek van Borgman vermoedelijk fundamentele theologie zou noemen. Want daar gaat het over: wat zijn de fundamenten, de grondslagen bij het theologiseren? Het gaat over de vragen ‘waaraan theologie ontspringt’, ‘hoe theologie gaat’ en ‘wat theologie bewerkt’.

Borgman toont zich hier een 21e eeuwse volgeling van Thomas van Aquino, die het geloof presenteert als wat hij noemt ‘een geestelijk licht’ dat de wereld zichtbaar maakt in haar relatie tot God. “Het gaat in het geloof om een specifieke manier de werkelijkheid te zien en erin te leven, namelijk als sprekend van en bestaand vanuit, in het bestaan gehouden door en gericht op dat wat volgens hem ‘allen God noemen’. Geloof is, anders gezegd, een specifieke manier van kijken”. (p. 131).

Theologie onderzoekt Gods aanwezigheid in het licht van de wereld door de wereld te plaatsen in het licht van goddelijke aanwezigheid die in de wereld oplicht. Dat is het uitgangspunt. Theologie is hier eigenlijk contempleren.

“Het gaat erom steeds weer Gods heiligdom te worden door de tekenen van Gods aanwezigheid waar te nemen” (p. 155)

De manier waarop Borgman dat doet is heel verschillend en steeds verrassend. De stijl wisselt voortdurend: dan weer betogend, argumenterend, dan weer pagina’s lange uitweidingen van historische figuren, kunstenaars, filosofen, mystici, dichters. Het wordt nooit saai. Toen ik het las, was er een vulkaanuitbarsting op IJsland. De beelden van die erupties, dat spuwende vuur, zag ik steeds ook voor me in de tekst. Ik vind het vooral getuigende theologie, die laat zien hoe het geloof kan functioneren. En hoe daar een theologie uit kan ontstaan die weer stuntelig durft te zijn. Maar ook woedend.

Spiritualiteit is op iedere pagina te vinden. En dan niet van het gladgestreken soort. Het wordt ook steeds concreet.

Typerend vond ik het excurs over het werk van de pastoor John McNamee in een verpauperde buurt. Borgman concludeert: “geen eer, geen glamour, geen glorie, maar een moeizaam bestaan dat van crisis naar crisis struikelt. Het verbrokkelt en verkruimelt, maar weet zich niettemin op de een of andere manier juist daarom te handhaven als geloofwaardige navolging van de Gezalfde, die zich niet heeft willen vastklampen aan de gelijkheid met God, maar de gestalte van een slaaf heeft aangenomen. (Fil.2,6)” (p. 85).

Jan Venderbos.


Erik Borgman, Alle dingen nieuw, een theologische visie voor de 21e eeuw. Utrecht: KokBoekencentrum, 2020. 304 pagina’s. €29,99. ISBN 9789043533645.

< Terug