< Terug

De Ruijter – De hemel op aarde

Liturgie voor kerkgangers

De ondertitel van het boek van Kees de Ruijter luidt: ‘Liturgie voor kerkgangers’. Daarmee is meteen duidelijk dat dit boek van een andere aard is dan Horen naar de stem van God’. Dat boek behelsde een predikkunde voor predikers. Maar ‘De hemel op aarde’ is geen liturgiek (met een -k aan het eind). Het neemt zijn uitgangspunt niet in de theorie, maar in de praktijk van de liturgie.

Cover van 'De hemel op aarde' door Kees de Ruijter

Anders gezegd: Het boek gaat niet over de kerkdienst zoals die zou moeten zijn (volgens voorgangers of kerkgangers), maar over de kerkdienst zoals die is. Die volgens de een veel te saaie en volgens de ander veel te drukke dienst.

Bespreking van hoofdstuk 5: Wat hoort bij de eredienst?

Nu lijkt hoofdstuk 5 wel een wat normatiever karakter te hebben, als het een antwoord zoekt op de vraag wat bij de eredienst hoort. Maar wie graag wil lezen wat er dus ook niet bij een kerkdienst hoort (de dingen die jou ook zo storen), zal in dit boek teleurgesteld worden. Want het lijkt slechts te zeggen dát er gepreekt en dát er gemusiceerd moet worden. Maar hoe en vooral hoe niet? De Ruijter lijkt het niet zo spannend te vinden. Maar dat is omdat hij je er bij stil wil zetten dat in die gewone dienst het wonder van Gods tegenwoordigheid zich voltrekt: de hemel op aarde. Maar om daar (weer) oog voor te krijgen, moet je misschien wel iets aan je grondhouding doen. Het is veelbetekenend dat hoofdstuk 5 dáár mee begint. Hoe zit je er zelf bij: als speler of als bankzitter? (Mijn woorden.)

Theologie van de eredienst

Het is kinderspel om het boek van De Ruijter naast andere boeken over liturgie te leggen en aan te wijzen wat je dan bij De Ruijter mist. Ik zou zeggen: pak daar die andere boeken dan maar voor. Als je dan ook Kees de Ruijters boek maar pakt voor alles wat je in die andere boeken niet tegen zult komen. Want dat is heel veel. Alleen al het feit dat de paragraaf over ‘vormen’ niet begint met verkondigen of zingen en musiceren, maar met bidden, en de paragraaf over ‘samenhang’ niet begint met de orde van dienst, maar met de tafelgemeenschap. Daar zit wel degelijk een theologie van de eredienst achter, die niet alleen tot nadenken stemt, maar ook tot aanbidding stimuleert. Om die reden hoop ik dat veel kerkgangers dit boek zullen lezen, omdat het je misschien op een level kan brengen dat het gekrakeel overstijgt: het level van de verwondering. Als het gaat over de vraag wat bij de eredienst hoort, kon dat wel eens het meest wezenlijke zijn.

Grondhouding

Dat wil ik graag gezegd hebben, voor ik ook met wat kritische puntjes kom. Ik heb mijn aarzelingen bij de keuze van het woord ‘offeren’ als typering van de grondhouding van een kerkganger. Ik begrijp dat De Ruijter zich daarmee keert tegen een consumentengedrag en vermoed dat De Ruijter het helemaal met me eens zal zijn als ik de grondhouding van de kerkganger zou typeren met de houding van Maria: ‘Zie, de dienstmaagd (dienstknecht) des Heren, mij geschiede naar uw woord’. Maar het woord ‘offer’ reserveer ik, als het om de zondagse eredienst gaat, toch liever voor haar Zoon.

Orde van dienst

Mijns inziens strekt de betekenis van het woord van Jezus over zijn missie zich ook uit tot de zondagse eredienst: ‘De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen’ (Marcus .10,45). Als de aandachtswand van een kerkgebouw niet gedomineerd wordt door muziekinstrumenten (orgel of band), maar door een kruis, dan symboliseert dat niet onze dienst aan Hem, maar zijn dienst aan ons. Die moeten wij ons laten welgevallen, zoals Petrus de voetwassing.

Dat betekent niet dat ik me niet kan vinden in De Ruijters omschrijving van liturgie als ‘offerende omgang met God’. Maar dan hebben we het over het leven als liturgie. Wat mij betreft schrijf je die betekenis van liturgie met een hoofdletter. Maar de navolging van Christus ontspringt op de plaats waar we Hem niet hoeven en kunnen navolgen: zijn offer voor ons. Op dit kardinale punt is er géén breuk met Rome.

Daarom doe ik ook iets minder luchtig over de orde van dienst dan De Ruijter. Ik doe er ook luchtig over, want ik spreek liever van etiquette (‘Hoe heurt het eigenlijk?’). Maar daarin gaat het wel om een serieuze zaak. Want in de orde van dienst gaat het om omgangsvormen. Vormen die passen bij de een, passen niet meteen bij de Ander. Beleving gaat hand in hand met beleefdheid: eerst het Kyrie, dan het Gloria. In die vaste vormen zit ondertussen wel degelijk dynamiek, die De Ruijter eenvoudig en treffend omschrijft als: komen – er zijn – weer gaan. Je komt zoals je bent en je gaat zoals je mag zijn.

Bij dat wonder heeft Kees de Ruijter me weer stilgezet en daar ben ik hem dankbaar voor. En ik hoop: veel lezers met mij.


Deze recensie is geschreven door David de Jong. De Jong is predikant binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Daarnaast is hij is organist en componist.

Kees de Ruijter. De hemel op aarde. Liturgie voor kerkgangers. Utrecht: KokBoekencentrum, 2021. 128 pp. €15,99. ISBN 9789043535205.

< Terug