< Terug

Umbgrove – Paradise Village

Met de rubriek ‘Bladwijzer’ gaan we een tweede seizoen in – lezers laten weten de boekbesprekingen te waarderen. Deze keer gaat het over Paradise Village van Arthur Umbgrove.

cover 'Paradise Village' door Arthur Umbgrove.

‘Vindt u dat anderen te veel verdienen? Weet u wat het gemiddelde inkomen in Soedan is? Vindt u het onterecht dat sommige mensen een bonus van anderhalf miljoen euro ontvangen? Vindt u het oneerlijk dat er mensen zijn die op een vuilnisbelt leven?’

Dat was even schrikken toen ik me met dit boek verheugde op een spannend avontuur van een vader en een zoon op reis door de Verenigde Staten. Paradise Village. Road novel over vader en zoon.

Een titel en een ondertitel die uitnodigend klinken voor een weekendje in een luie stoel met een boek. Maar dan word je op de eerste bladzijde geconfronteerd met deze vragen, en meer: ‘Verdiept u zich in de materie voor u zich een oordeel vormt?’, ‘Bent u volmaakt? Verwacht u van mij dat ik volmaakt ben?’

Wat wil deze schrijver? Wil hij gelezen worden? Doet hij er dan verstandig aan om zó te beginnen?

Inhoud

Frank van Duivenvoorde verlaat met zijn zoon Thomas (11 jaar oud) Nederland, plotseling, ze reizen naar San Francisco in Californië, buiten bereik van de media. Denkt hij. Frank is op de vlucht. Als bestuursvoorzitter van een bank was hij verantwoordelijk voor verschillende overnames. Hij werd geprezen en met bonussen betaald voor zijn lef om risico’s te nemen. Nu één van die overnames op een debacle uitloopt en de overheid moet ingrijpen, valt heel Nederland over hem heen en de persmuskieten vuren die publieke woede aan. De Nederlandse bodem wordt hem te heet onder de voeten.

Ook voor Thomas is het goed om een tijdje afstand te nemen. Hij past niet in het reguliere onderwijssysteem. Frank neemt hem mee voor een vakantie van mannen onder elkaar. In de VS echter is hij evenmin veilig voor de camera. Daarom trekken ze – in een Ford Mustang – naar onbekende bestemmingen oostwaarts. Ze zijn op elkaar aangewezen.

Personages en perspectief

Frank en Thomas mogen dan vader en zoon zijn, ze hebben op het oog heel weinig met elkaar gemeen. We leren hen kennen door hun eigen ogen en door die van elkaar. Het perspectief ligt afwisselend bij Frank en bij Thomas.

Hij intimideert met zijn rechtstreekse vragen en uitgesproken meningen

Meteen al in het eerste hoofdstuk komt Frank direct op ons, lezers, af. Hij spreekt je aan in de u-vorm. Hij intimideert je met zijn rechtstreekse vragen en zijn uitgesproken meningen. Hij is zeer aanwezig in de ik-vorm. Die manier past bij hem: een harde bankier, een gewiekste onderhandelaar, een man die de aanval niet uit de weg gaat. In etappes laat hij meer van zichzelf zien. Wie was hij als kind, wie is hij als echtgenoot, als vader, als lid van de maatschappij?

In hoofdstuk 5 ligt opeens het perspectief bij Thomas, een 11-jarige jongen die heel eerlijk vertelt hoe hij leeft. Hij heeft briefjes nodig: uitkleden, pyjama aan, tanden poetsen, handen wassen, lezen, slapen. Het lukt hem niet om op tijd te komen, want hoe lang zijn tien minuten? Maar hij weet wel dat er elke dag vijftienhonderd liter rode verf nodig is om de Golden Gatebrug te verven. Zijn hoofd tekent hij als een doolhof (pag. 31).

Wat is er met Thomas aan de hand? Zijn moeder Marise oordeelt anders over hem dan zijn vader en dat heeft alles te maken met de houding waarmee deze twee ouders in het leven staan. Wat drijft de moeder en wat de vader in de opvoeding van hun zoon? Die verschillende drijfveren bepalen ook een groot verschil in opvoedingsstijl. Hoe herkenbaar is dat?

Genre

Umbgrove heeft ervoor gekozen om zijn verhaal in de vorm van een road novel te gieten.

De road novel is de geschreven variant van de road movie, een film waarin de hoofdpersoon niet alleen een fysieke reis maakt, maar ook een mentale reis. Als je, bijvoorbeeld via wikipedia, de kenmerken van een road movie opzoekt, dan is alles toepasbaar op dit boek van Umbgrove. Ga maar na: er moet sprake zijn van hindernissen die overwonnen moeten worden, van levenslessen, van fouten maken en die inzien. Road movies kunnen op meerdere manieren eindigen, aldus wikipedia. Het is boeiend om te bespreken voor welke afronding Umbgrove heeft gekozen.

Spanningsbogen

Het genre van de road novel biedt alle mogelijkheden voor spanningsbogen. Daardoor is dit verhaal toch heerlijk voor de luie stoel in het weekend. Frank en Thomas maken van alles mee onderweg.

Ze komen voor onverwachte problemen te staan. Frank neemt als vader en volwassene de leiding, hij is gewend om de touwtjes in handen te houden, om snoeihard op te treden. Maar wat te doen als je pech krijgt in de middle of nowhere? Als de veiligheidsprotocollen die je eigen bank heeft opgesteld, ook voor jou gelden? Wat als je macht niet verder reikt dan de schamele inhoud van je portemonnee?

Franks leven verandert. ‘Alsof de wielen van je huifkar door een obstakel op de weg, een steen, een boomstam, in een ander, diep spoor terecht zijn gekomen en het onmogelijk is om daaruit te komen.’ (pag. 248)

En dan wordt het boeiend: wat doet dat met Frank? Hoe reageert Thomas, dat elfjarige jongetje voor wie hij verantwoordelijk is? Wat betekent dit allemaal voor de relatie vader en zoon?

Verhaaltechniek

Umbgrove hanteert een techniek uit de toneelwereld: de doorbreking van de fictie van de vierde wand. Toneelspelers doen meestal alsof ze zich binnen vier wanden bevinden, maar er zijn stukken waarin een speler zich opeens rechtstreeks tot het publiek wendt. Een schokeffect. De schrik kan je om het hart slaan: ik wil niet meedoen, ik wil alleen consumeren, een gezellig avondje uit.

Datzelfde effect beoogt Umbgrove met de u-vorm. Wij, lezers, doen mee in het geheel. Wat is óns antwoord op de vragen van bijvoorbeeld hoofdstuk 13 of op pagina 301: ‘Geniet u ervan? Vindt u …?’

Thematiek en motto

Ja, wat vinden wij ervan? Van de onderwerpen die de schrijver aandraagt, van de thema’s die naar voren komen?

Bij dit boek vroeg ik me af waar het accent ligt: bij de problematiek van de personages (een psychologische roman), bij de avonturen die Frank en Thomas beleven (een avonturenroman) of bij de ideeën en opvattingen die Frank ventileert (een maatschappelijk geëngageerde roman).

Wat doet dat met Frank? Hoe reageert Thomas? Wat betekent dit voor hun relatie?

Kun je als lezer gevoelsmatig een band opbouwen met deze twee hoofdpersonen? Wil je vooral weten hoe het afloopt en ben je dan tevreden? Of voel je je gedwongen standpunten in te nemen?

Moeten we concluderen dat Umbgrove zelf een denkrichting aangeeft met zijn motto, ontleend aan Michael Gorbatsjov? ‘Ik geloof dat slechts zij in gevaar zijn die niet op het leven reageren.’

Auteur

Arthur Umbgrove (1964) studeerde Nederlandse Taal en Letterkunde in Groningen. Hij ontwikkelde zich als cabaretier en stand up comedian met liedjes. Zijn kracht bleek te liggen in de combinatie van tekst én muziek en hij maakte in de loop der jaren meerdere cd’s.

Als schrijver debuteerde hij in 2006 met Midden op de weg, zo hard mogelijk. Voor deze roman kreeg hij de Anton Wachterprijs.

Jeany van den Berg studeerde Nederlandse Taal en Letterkunde en was jarenlang docente Nederlands voor havo en vwo in Kampen. Tegenwoordig schrijft zij op verzoek levensverhalen. Deze recensie verscheen in Ouderlingenblad 2021, nr. 8.


Arthur Umbgrove. Paradise Village. Amsterdam: Querido, 2015. 320 pp. €21,99. ISBN 9789021457925.

< Terug