< Terug

Van de Beek – Ego

Een cultuuranalyse van het ik

Ik wil je waarschuwen voor dit nieuwste boek van professor Van de Beek. Als je er namelijk in begint te lezen boeit het je (weer) enorm en kom je niet los van de appellerende boodschap die Van de Beek op ons afvuurt. Menig keer hoor ik via hem een profetische stem die om bekering vraagt. Van de Beek erkent dat hij vooral ongenuanceerde hoofdlijnen trekt door het veld van filosofie, theologie en ethiek. Maar waar hij voor waakt en waarschuwt is dat we als postmoderne mensen God al snel stuk-relativeren en er een god-naar-onze-ikmiddelpuntige-smaak van maken.

Cover van 'Ego' door Bram van de Beek

Niet zweverig

Een god die -als hij bestaat- onze problemen moet helpen oplossen. God geeft eerder een heleboel problemen. Luister naar de wat de oudtestamentische profeten zeggen! (pagina 45) Van de Beek combineert de essay-stijl met de kunst om rake columns te schrijven. Deze theoloog is niet zweverig. ‘Toca piso’, raakt de grond. Botst én landt. Schudt ons wakker en zet ons op de weg naar het Koninkrijk van God.

Zoekende mens

Denkers en kerkvaders als Marcion, Augustinus, Descartes, Luther, Arminius, Wesley, ‘oude schrijvers’ en Kuitert komen voorbij en krijgen ervan langs omdat ze besmet zijn met het mensmiddelpuntige virus. De soevereine God en Rechter van Gomarus is ingeruild voor een invoelende Vader die toch vooral ieder geborgenheid wil geven. Maar wie bij de zoekende mens begint, komt altijd bij de mens uit en niet bij de ware God, Die zich laat kennen in Jezus. Het missionair aanhaken (pagina 87) bij de grote behoefte van mensen om met de Psalmendichters te kunnen bidden tot mijn God, het ‘mijnen’ van het geloof en de oprechte persoonlijke beleving van het heilig avondmaal (pagina 66) valt bij Van de Beek mijns inziens te rigoureus onder het oordeel van subjectivistisch drijfzand; mensen die zelf zin geven aan hun bestaan (pagina 93) en graag de afgoden van macht, geld en seks dienen.

Liberaal vrijheidsbegrip

Ontmaskerend concreet schrijft Van de Beek daarover. Het liberale vrijheidsbegrip is dominant geworden (pagina 130). De aap van de intolerantie komt steeds vaker uit de mouw van de toleranten. Ze willen rust en alstublieft geen problemen. De tweede helft van dit boek (IK BEN DIE IK BEN) getuigt op basis van o.a. Exodus 3:14, de profeet Jesaja in hoofdstuk 40 en 53 en Johannes 14:6; 18:5; 19:5; 20:24-31 van die unieke God, Die zichzelf poneert. Hij staat niet ter discussie, maar Hij IS en wel de lijdende Knecht; dé mens. Wij zijn in Christus ingedoopt. ‘Niet ik leef meer, maar Christus leeft in mij’ (Galaten 2:20) Ik krijg mijn nieuwe identiteit -door de liefde bepaald- in Hem. Hoe laten christenen (soms even?)  zien dat ze ‘in Christus zijn’; ‘een nieuwe schepping’? Opnieuw uit Van de Beek zijn onbehagen over Gods grondpersoneel. Troostvol is echter: ‘Ons leven is met Christus verborgen in God’ (Kolossenzen 3:3). We hebben te maken met twee ikken (Romeinen 7:7-25) en we zijn burgers van twee werelden. ‘Christenen verlangen continu naar een betere wereld en zetten zich daarvoor in. Ze vechten er zelfs voor’ (Efeziërs 6:12) (pagina 221).

Wij bouwen de nieuwe wereld niet. Het wordt niet beter in de wereld. ‘Hier beneden is het niet’. Zaak is dagelijks te leven bij Woord en sacrament. Wie met de gemeente van Christus avondmaal viert ontvangt het ‘geneesmiddel voor het eeuwige leven’.  Dat smaakt naar meer. Dit scherpe en rijke boek ook! 

Leo Smelt werkte tien jaar als zendingspredikant in Lima, Peru, en dient sinds 2013 de gemeente in Voorthuizen.


Bram van de Beek. Ego. Een cultuuranalyse van het ik. Utrecht: KokBoekencentrum, 2022. 224 pp. €20,00. ISBN 9789043537261 .

< Terug