Menu

Laden Evenementen

01 januari 2026 Achtste Kerstdag

01 januari 2026

Achtste Kerstdag

Bij deze dag

‘Op de achtste dag’, als het kindje de eerste kritieke dagen na de geboorte overleefd heeft, komt de man met het mes voor de besnijdenis. De jongen mag de geschiedenis gaan voortzetten en zal delen in wat zoveel anderen al is overkomen. Daarnaast komt voor dít kind nu ook de naamgeving, met een naam die al klaar lag voor de conceptie. Continuïteit en discontinuïteit spelen met elkaar, rond deze geboorte. De zuigeling, niet in staat tot zinnige opmerkingen, draagt de geschiedenis verder. Zoals in Psalm 8: het kleine kind, brabbelend, en nu ongetwijfeld ook huilend, vertegenwoordigt de hele mensheid voor God. Verbindt die manier van kijken Kerst met onze seculiere nieuwjaarsdag? Waar de gemeente samenkomt, op deze dag, zal het vaak in een eenvoudige setting zijn, een morgengebed, een kortere dienst met uitgebreidere ontmoeting na afloop. Als pasgeboren kinderen mogen we aan een nieuw jaar beginnen, een mengelmoes van hoop en vrees, van vertrouwen en onzekerheid wellicht. De zegen uit Numeri 6 zou als slotwoord van de dienst kunnen klinken, zodat de mensen met de naam van God ‘op zich gelegd’ (vers 27) het nieuwe jaar in kunnen gaan. In PA 134b heeft de zegen een beurtspraakkarakter, met de Geneefse melodie.

Jaar A | Wit
ot
Numeri 6:22-27
ap
Psalmen 8
ep
Handelingen 4:8-12
ev
Lukas 2:21
Liedsuggesties

Jezus – God brengt redding?

Bij Numeri 6,22-27, Psalm 8, Handelingen 4,8-12 en Lucas 2,21

‘Bij niemand anders is dan ook de redding te vinden, want geen andere Naam onder de hemel is aan de mensen gegeven waarin wij gered moeten worden.’ Zo klinken de woorden door Petrus gesproken in Handelingen 4,12. Geen andere naam waarin of waardoor wij gered moeten worden: het klinkt een beetje exclusief. En, zou ik er bij willen opmerken, de eigennaam van die mens, Jezus, en zijn plaats in de heilsgeschiedenis worden wel heel dicht op elkaar geplakt.

Ik heb wel eens betoogd in een preek dat de schrijvers van het tweede testament zo vol waren van die mens uit Nazaret, dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat ‘gezalfde’ en ‘Jezus’ door elkaar worden gebruikt. Zo hebben wij het ook gedoceerd gekregen: als je over Jezus van Nazaret spreekt, dan spreek je over de Messias. Maar wanneer je spreekt over de Messias, heb je het dan uitsluitend over die mens uit Nazaret? Moeten we de woorden van Petrus in Handelingen 4 zo verstaan? Heb je het over de Messias, dan heb je het dan dus ook uitdrukkelijk en uitsluitend over die ene mens uit Nazaret? Om daar nog even verder over na te denken: vieren we met Pasen de herrijzenis van die mens uit Nazaret, of vieren we vooral dat het messiaans visioen dwars door alles heen in de geschiedenis aanwezig blijft, ja zelfs mede die geschiedenis, de heilsgeschiedenis vorm en inhoud geeft?

Messiaans program

Ik zou wat dat betreft de ogen willen richten op de aangegeven psalm voor deze dag, Psalm 8. Het is een tekst die begint met God en aarde en die daar ook mee eindigt, met God en aarde. Tussen beide woorden kun je een streep trekken, niet alleen van links naar rechts, maar ook diagonaal. Als je dat doet, krijg je een Andreaskruis. En precies op het kruispunt van beide lijnen, in het centrale vers van deze psalm, vinden we de mens. Zo bezien verwijst Psalm 8 naar Genesis 1, waar de mens geschapen is om beeld en gelijkenis van God te zijn hier op aarde. De mens die zal heersen op aarde, over de dieren van het veld, de vissen van de zee, de vogels van de hemel, die mens staat in deze psalm centraal. Wellicht dat het belang dat de mens hier krijgt toebedeeld ook de grond vormt voor de plechtige taal in Genesis: ‘Nu zullen wij de mens maken, onze beeltenis dragend, op ons gelijkend’ (Gen. 1,26).

Ik denk dat we de exclusiviteit die eeuwenlang is toebedeeld aan die mens Jezus maar even opzij moeten zetten. Het gaat niet zozeer over één mens die ergens in de geschiedenis een plaats heeft gekregen, maar het gaat over het handelen van de messiaanse mens. Het gaat over het messiaans program. In Psalm 8 is dat program uitgesproken over dé mens, dus over elke mens. Met het oog op dat program heeft de mens de Tien Woorden ontvangen. Opdat je je land zó zult inrichten dat het een goed land wordt, om te werken, te wonen, te leven.

Zegenen

De lezing uit Numeri sluit af met de woorden: ‘Wanneer zij mijn naam over het volk uitspreken, zal Ik de Israëlieten zegenen’ (6,27). Als je zó de mensen zegent, zal Ik ze zegenen. Vergelijk hiermee de uitspraak van Genesis 12,3: ‘Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou vervloekt, zal ik vervloeken.’ Aan het begin van het jaar is het passend om elkaar te zegenen. Daarbij moeten we wel bedenken dat een zegen niet zoiets is als een formule waarmee je het goede afdwingt of waarmee je kwade machten zou kunnen tegenhouden. Zegenen is géén toverspreuk uitspreken. De zegen uitspreken over een pas gedoopt kind wil niet zeggen dat in het jonge leven (of op latere leeftijd) geen problemen kunnen voorkomen. De zegen bij een verbondssluiting tussen twee mensen is op geen enkele wijze een garantie dat een relatie tegen de tand des tijds bestand zal blijken. Elkaar zegenen is vooral elkaar het goede toewensen, zoals we wel gewoon zijn wanneer iemand iets nieuws wil ondernemen. Dan zeggen we soms: mijn zegen heb je. Daarmee bedoelen we dan: ik hoop dat je pogingen slagen, dat je met je nieuwe onderneming succes zult hebben.

Zó wensen we elkaar in diverse bewoordingen al het goede voor het nieuwe jaar. Binnen de grote christelijke traditie klinken dan woorden als: een gezegend nieuwjaar of een zalig nieuwjaar. Maar ook als we elkaar alle gezondheid toewensen en elkaar toespreken met ‘de beste wensen voor het nieuwe jaar’, spreken we een zegen uit over de ander. Elkaar zegenen doe je al wanneer je elkaar tegenkomt op straat en elkaar goedemorgen zegt. Dan ís het nog geen goede morgen, maar je wenst het een ander wel toe.

God brengt redding

De lezing uit Lucas is kort: toen het kind moest worden besneden, werd Hij Jezus genoemd (Luc. 2,21). De naam betekent ‘God redt’. God redt, maar niet zomaar ‘vanuit den hoge’. God redt, maar niet uitsluitend in die ene mens wiens geboorte wij enkele dagen terug hebben gevierd. Gods redding is in onze wereld aanwezig, juist in dé mens. Gods redding krijgt gestalte, krijgt handen en voeten in elke mens die de juiste weg gaat. In de mens die kiest voor rechtvaardigheid, voor barmhartigheid. In meelevendheid, in medelijden soms, in erbarming krijgt de Messias in en door mensen gestalte. Gods redding moet altijd blijken in de ontferming over de meest kwetsbare mensen in de samenleving: De armen en de daklozen, de thuislozen, de vluchtelingen. Zo wordt Gods zegen, Gods redding in de wereld zichtbaar. Door daden van medemenselijkheid.

Anders gedaan

Gezegend op weg

Bij Numeri 6,22-27

Veel traditionele nieuwjaarswensen hebben woorden van zegen in zich. Wanneer je als kerkgemeenschap op de eerste dag van het nieuwe jaar samenkomt, doe je dat om elkaar het goede te wensen, goede woorden toe te spreken. Daarmee zit je dicht aan tegen de letterlijke betekenis van ‘benedicere’, namelijk goede woorden spreken. ‘Veel heil en zegen’, ‘gelukkig nieuw jaar’, ‘folle lok en seine’, ‘de beste wensen’. Het zijn zegenspreuken die we elkaar toezeggen.

Juist op deze dag is het passend om het licht te zetten op de waarde van de onderlinge zegen. Het is niet alleen aan de voorganger of predikant om te zegenen. Iedereen is geroepen om met zegenende woorden de ander tegemoet te treden. De kerkgemeenschap is een zegengemeenschap. Omdat het soms onwennig is om een zegen uit te spreken naar elkaar, is het een goede oefening om dat al zingend te doen. Het Liedboek geeft verschillende zegenliederen, die geschikt zijn om te zingen als onderlinge zegen.

Bijvoorbeeld lied 426. De eenvoudige melodie is zo opgepikt en de tekst is laagdrempelig en zeer geschikt voor de nieuwjaarsmorgen.

God zal je hoeden, Christus je voeden,
Geest van hierboven geeft zin en zicht.
God schenkt je warmte, geneest en omarmt je,
vriend in het duister en gids naar het licht.

Laat de gemeente opstaan en het lied een keer zingen om aan de melodie en tekst te wennen.
Vraag vervolgens de mensen om zichzelf opzij of om te draaien, naar degene toe naast wie of voor wie ze zitten. Het is de bedoeling dat iedereen iemand heeft om aan te kijken. Zing vervolgens het lied, met intentie, nogmaals, als een nieuwjaarswens voor elkaar. Zo gaat iedereen gezegend en zegenend naar de koffie.

Actueel

Troost van nieuw perspectief

Toen de buren vertrokken naar hun nieuwe adres aan de andere kant van het land, was dat met weemoed. Meer dan twintig jaar hadden we lief en leed gedeeld, zoals dat kan met buren met wie je het goed kunt vinden. Elkaar niet overlopen, maar er zijn voor elkaar als het nodig is. En nu was hun huis leeg en stil. Totdat er een paar dagen later werd aangebeld. Een klein meisje stond op de stoep en vroeg of ze onze hond, die altijd door het raam naast de voordeur naar buiten ligt te kijken, mocht aaien. Dat mocht natuurlijk en hond Nora reageerde vrolijk op deze nieuwe aandacht. Enthousiast begon ze te vertellen over de verhuizing volgende week en dat ze dan voortaan elke dag zou zwaaien naar Nora. Natuurlijk blijven de oude buren vrienden, maar vandaag stond ook ‘de toekomst’ op mijn stoep. Een nieuw buurmeisje om vriendschap mee te sluiten en bovendien een avontuurlijk maatje voor onze hond maakt nieuwsgierig. Het perspectief van de ontmoeting met deze nu nog onbekende mensen, is natuurlijk ook een beetje spannend. Maar zo’n hoopvol begin biedt troost bij de leegte na het afscheid van de vertrouwde buren.

Stilte

Soms is er geen troost. Doen woorden alleen nog maar meer pijn. Soms volstaat alleen de stilte.
Durf het maar eens stil te laten vallen in een viering. Echt stil. Durven we te zeggen: Ik weet het niet. Ik snap het niet. Ik ben bang. God, heeft U ons verlaten?
En om het dan stil te laten. Niks op te lossen. De stilte te laten spreken.

Invalshoek

De Naam

Een naam, gegeven, ontvangen:
genoemd bij name, teken van verbondenheid, intimiteit.
In de Schrift zegt een naam wie ik in Gods ogen ben,
waartoe ik getuigen mag in zijn Naam.
Gods Naam – Naam aller namen –
en mijn naam staan ingeschreven in Gods Verbond,
zegel van durende verbondenheid.
Gods trouw aan ons Zijn Volk voor altijd.
De Pasgeborene wordt ritueel
– volgens de Wet – toegewijd aan de Heer:
één van en met zijn Volk, ontvangt De Naam
door engelen verkondigd aan Maria en Jozef
in lijn van Profeten, in lijn van Gods Beloften van oudsher
tot redding van zijn Volk uit slavernij van zonde en schuld,
algehele vernieuwing van ’s mensen hart en heel de Schepping.
De mensgeworden Liefde geeft zijn leven
voor ons, zijn geliefden, durend leven,
in de Geest met Hem: Verrijzenis, leven nu al.
O Leven van de achtste dag, geprezen zij uw Naam
geef dat wij uw Naam met ere dragen en belijden.
Hoe groot en stralend dan onze vreugde,
heel de Schepping daarvan vervuld.

Lied onder de loep

LB 8a – Heer, onze Heer, hoe heerlijk is uw naam in de geschiedenis

De Introïtusantifoon LB 467d is gemaakt voor deze Dag van de Naamgeving en Psalm 8 is de zondagspsalm. Van die psalm is versie LB 8a, tekst van Karel Deurloo, bijzonder geschikt voor deze viering. Het lied beklemtoont niet alleen de betekenis van de Naam maar ook de kracht en werking ervan in het leven van de mensen. Aan het eind van het lied blijk de Naam te kunnen wonen in het mensenkind zelf, d.i. in het kind van Kerst én in ieder van ons. Prachtig is het als het vandaag lukt om deze Tallis’ Canon in de viering in canon te zingen, bij voorkeur ook met hoorbare kinderstemmen! De zegenrijke werking van de Naam, beschreven in de lezing uit Numeri 6, mag aan het einde van de dienst aan den lijve ervaren worden in het uitspreken van de Aäronitische Zegen.

Kansen voor gebed

Heer, aan het begin van dit nieuwe jaar, wees een zegen voor ieder die leven wil, voor heel uw schepping. Mogen wij leven naar uw Naam dat u in ons hebt gelegd bij onze oorsprong. Dat we getuigen van uw Rijk onder ons door in Jezus Kracht bruggenbouwers naar vrede te zijn.
Laat ons in dankbaarheid de pelgrimstocht van hoop blijven gaan.