Menu

Laden Evenementen

05 november 2025 Dankdag

05 november 2025

Dankdag

Bij deze dag

In 1578 werd door de Synode van Dordrecht bepaald dat er tijdens oorlog en andere rampen massaal gebeden en gedankt moest worden. Wanneer er vervolgens een bid- of dankdag nodig was, werd dit door de landelijke of provinciale overheden uitgeschreven. Hoewel dit laatste niet meer gebeurt, valt er genoeg reden te bedenken voor een aparte bid- en dankdag, zoals trouwens ook voor de aloude quatertemperdagen bij de wisseling van de seizoenen.

In 1 Kronieken horen we dat alles in de hemel en op de aarde aan de Ene behoort: ‘uit uw hand en voor U bestemd’. De dankpsalm 103 is zeer toepasselijk. In het evangelie horen we dat maar weinigen danken, eigenlijk alleen die ene Samaritaan. Er zijn genoeg dankliederen te vinden, ook bijvoorbeeld met de liederen en gebeden in de rubriek ‘Maaltijd’ (LB 225-231). Tegenwoordig wordt er op Dankdag niet alleen gedankt voor gewas, maar ook voor arbeid. Deze laatste vinden we met name genoemd in LB 911. Een dag om de Heer te loven, voor het goede dat Hij doet en voor het eten dat ons voedt. Maar ook een dag om stil te staan bij wat ons tot voedsel is, en of dat nog strookt met het goede dat God doet.

Jaar C | Groen
ot
1 Kronieken 29:10-16
ap
Psalmen 103
ep
ev
Lukas 17:11-19
Liedsuggesties

Dankbaarheid

Bij 1 Kronieken 29,10-16, Psalm 103 en Lucas 17,11-19

Ter gelegenheid van Dankdag vormt de idee van dankbaarheid de rode draad doorheen de lezingen. Of het nu gaat om materiële rijkdom (1 Kron. 29) of gezondheid (Luc. 17): aan de oorsprong ervan staat niet de eigen kracht, maar God. Dit kan leiden tot lofprijzing en zegening (‘als goed benoemen’) van God (Ps. 103), én dankzegging (Luc. 17,16). Al is dit niet vanzelfsprekend: van de tien mannen die genezen, is er slechts één die tot dankbaarheid komt (Luc. 17).

Alles begint bij God

Volgens 1 Kronieken 29 begint David aan de voorbereiding van de tempelbouw die Salomo zal voltooien. Hij verzamelt er de nodige inkomsten voor, door zelf zijn rijkdom te schenken, maar ook door anderen op te roepen rijkelijk te geven, wat zij van harte en vol vreugde doen (vs. 9). Dit brengt David ertoe om God dankbaar te zegenen, vanuit het besef dat het uiteindelijk God is aan wie de heerschappij toekomt, en aan wie alles toebehoort. Het is immers God die kracht schenkt en mogelijk maakt dat zij allen dit alles opbrengen voor God, en alles wat zij hebben gegeven komt uit diens hand.

Ook Psalm 103 roept op Gods naam te zegenen. Die onuitsprekelijke naam JHWH is niet in één gedachte te vatten. Het is goed God te zegenen, omdat God zó is: vergevingsgezind, niet haatdragend, recht doend aan verdrukten en tegelijk het onrecht niet zo benaderend dat er geen toekomst meer mogelijk is, want God is ook genadig, zich ontfermend. Ook heling is van God afkomstig (vs. 3). Ik, JHWH, ben je heelmeester, zegt God in het verhaal over de bevrijding uit Egypte (Ex. 15,26). De ziekten van Egypte zullen hen niet treffen, als zij naar God luisteren en doen wat juist is. Heling en bevrijding zijn nauw verbonden, zoals ook in Lucas 17: na de heling van melaatsheid verklaart Jezus de man dat zijn vertrouwen hem heeft gered.

Heling en dankbaarheid

In diverse bijbelverhalen is sprake van een huidziekte waarvan zowel oorsprong als genezing aan God worden toegeschreven (zo Mozes in Ex. 4,6-7; Mirjam in Num. 12,10-15; Naäman in 2 Kon. 5). Zo’n huidziekte als melaatsheid is niet enkel een fysiek maar ook een sociaal en religieus geladen gegeven. Wie een huidziekte heeft die zich uitbreidt, moet zich aan de priester laten zien, die bepaalt of deze zieke rein of onrein is. Is deze onrein, dan moet hij zich afzonderen, en ‘onrein’ roepen. Enkel door een zuiveringsritueel, uit te voeren door de priester, kan wie geheeld is terug deel uitmaken van de gelovige gemeenschap (zie Lev. 13-14).

Vanuit deze gebruiken is het logisch dat in Lucas deze mannen op een afstand blijven, en dat Jezus hen naar de priester stuurt. Wat zij roepen is echter niet ‘onrein, onrein’, maar ‘Jezus, meester, ontferm U’. Ondanks hun isolement hebben zij blijkbaar van Jezus gehoord. Ze spreken Hem aan met de eerbiedige titel die ook anderen (leerlingen, farizeeën en wetgeleerden) voor Jezus gebruiken. Ontferming is volgens het Lucasevangelie een eigenschap van God (1,50.54.58.72.78) waartoe Jezus ook mensen oproept (10,37). Jezus ziet hen en stuurt hen dadelijk naar de priesters. Verrassend genoeg, want op dit moment zijn zij nog niet genezen. Toch gaan ze, en het is in dit vertrouwens- volle gebeuren dat zij worden geheeld.

Lucas 17,11-19 beschrijft hoe na de heling slechts één man God prijst en terugkomt om Jezus te bedanken. Binnen het verhaal weten enkel de lezers (en de geheelde man) dat ook de anderen wel degelijk genezen zijn. Ook Jezus blijkt hiervan overtuigd, en Hij vraagt zich luidop af waar de negen anderen zijn; ze werden toch allen geheeld? Hiermee geeft de verteller impliciet aan dat dankbaarheid toch wel de meest passende reactie is. Tot de man zegt Jezus dat diens vertrouwen hem heeft gered (zoals ook elders, zie 7,50; 8,48; 18,42). Dankbaarheid was geen voorwaarde voor de genezing, en niets wijst erop dat de afwezigheid van dank en lofprijzing bij de anderen tot herval in melaatsheid leidt. Ook zij vertrouwden erop dat het zinvol was te doen wat Jezus zei. Dat is wat telt.

En het was een Samaritaan

Tot tweemaal toe is er een signaal dat die éne dankbare man juist diegene is van wie men het niet zou verwachten: het is een Samaritaan, een elders geborene (vs. 16.18). Hiermee plaatst de verteller het genezingsverhaal in het ruimere kader van zijn universele heilsboodschap over Jezus. Jezus is op weg naar Jeruzalem, en trekt door Galilea en Samaria. Deze situering is betekenisvol. Vanaf Lucas 9,51 keert Jezus zich immers resoluut naar Jeruzalem, in het volle besef dat zijn levenseinde met lijden, sterven en opwekking daar zal plaatsvinden. Alles wat zich afspeelt, wordt in dat kader van Gods weg met Jezus meegenomen. Een dorp in Samaria of Galilea is een omgeving die in de ogen van de heersende orde te Jeruzalem weinig voorstelt. Samaria is al onder de Assyriërs gevallen; wie in deze diverse samenleving JHWH bleef vereren, erkende hierbij enkel de Tora (Pentateuch) als gezaghebbend boek, waardoor Judese joden hen niet als volwaardige joden erkenden en hen meden. Ook Galilea was een culturele en religieuze smeltkroes, waardoor het ook wel bekend stond als het ‘Galilea van de (heidense) volkeren’ (Jes. 8,23).

Door het verhaal van de melaatsen in deze tijd en ruimte te situeren, geeft Lucas impliciet aan dat zelfs deze in de ogen van de heersende orde onreinen op Jezus’ heilsweg geplaatst zijn. Dat geldt ook, en in het bijzonder, voor de Samaritaan die Jezus niet enkel vertrouwt maar ook God looft en dankt, en zo ook de Judeeërs (Judea betekent ‘God zij geprezen’) tot voorbeeld strekt.

Anders gedaan

Dankbaarheid

Bij Lucas 17,11-19

Dank je wel!

Iemand bedanken lijkt zo vanzelfsprekend, maar is dat allerminst. Als er iets verkeerd of fout gaat, dan hoor je dat vrijwel meteen. Maar andersom? Slechts één van de tien besteedt daar in Lucas 17 aandacht aan.

Trouwens, in de Naardense bijbelvertaling staat vers 15 zo vertaald: ‘Eén van hen ziet dat hij is geheeld, en keert terug.’ Zou je nog onderscheid kunnen maken tussen geheeld en genezen? Je kunt immers genezen zonder geheeld te zijn. Je gaat daarna verder op de oude voet, zonder iets mee te nemen uit de afgelegde weg. Maar geheeld zijn na een ziekte is meer dan genezing alleen. Heling raakt een laag dieper, je bent een ander mens, ook een dankbaar mens. Heling kan je ten deel vallen, ook als je helemaal niet geneest.

In deze dienst zou je kunnen zorgen voor veel kaarten om als gemeenschap met elkaar te versturen. Maar dan voor mensen die soms over het hoofd worden gezien en wel een bedankje kunnen gebruiken, zoals bezorgers, schoonmakers, de koster, vrijwilligers in de kerk. Aan wie denken jullie zelf nog? En zouden mensen uit verschillende generaties of achtergrond andere lijstjes opstellen?

Slinger van dankbaarheid

Je kunt ook voor de dienst iedereen op een briefje zijn of haar dankbaarheid richting God laten opschrijven. Knijper deze aan een stuk touw. Draag deze slinger na de intochtspsalm symbolisch naar begin en begin zo het gebed met God te loven en te danken.

Actueel

Wat is een mensenleven waard?

Slavernij lijkt soms iets uit het verleden. Maar je moet het verleden begrijpen om in het heden anders te handelen. Kennelijk hebben wij het niet zo goed begrepen…

Slavernij en uitbuiting zijn niet alleen iets van vroeger. Denk maar aan de kinderen die werken in de mijnen waar grondstoffen voor onze mobieltjes vandaan komen. De arbeiders in de Chinese fabrieken waar veel te veel uren voor veel te weinig geld worden gemaakt. De mensen in de naaiateliers waar onze voordelige broeken en hoodies vandaan komen.

Ook nu nog leven meer dan 40 miljoen mensen wereldwijd in moderne slavernij. Daarnaast hebben 89 miljoen mensen te maken met een vorm van slavernij, of het nu voor een paar dagen of voor enkele jaren is. Wij kopen goedkope spullen, maar we faciliteren ook het enorme menselijke leed. Dat blijft grotendeels onder de radar, maar ‘eigenlijk’ weten we het wel. Toch blijven we kiezen voor ons eigen gemak, kijken we weg.

Wat is een mensenleven ons waard?

Luister eens naar Schrijvers voor gerechtigheid: ‘Maak ons hart onrustig God’ en ‘Bevrijd uit slavernij’.

Invalshoek

Dank!

Mijn hart ademt: dank,
als ik – innerlijk – eindelijk zie wat is,
voorheen ongeweten,
werkelijk, ik was mijzelf onbekend geworden,
een gesloten poort.
Tot Iemand mij uitnodigde:
waag het onbekende, geloof, vertrouw, hoop.
Ja, toen gebeurde wat niet verwoorden valt,
ik ken mijzelf als genezen van dat wat uitsluit,
innerlijk verstikt, ten dode is,
– al lijk ik uiterlijk levend – dankzij Hem die Liefde is.
Door de open poort van dank,
naar het heiligdom van Hem
in wie wij leven, bewegen en zijn.
Alle rijkdom, alle heerlijkheid komt van U;
mij – de mens – toevertrouwd, uw Naam ter eer,
om te delen, samen onderweg,
te worden zusters en broeders,
die het pad gaan dat ontwapent en vrede brengt.
Herstel van Ons, Gemeenschappelijk Huis,
toevertrouwd aan zorgzame harten en handen,
alles en allen verbonden zingt uw lof.
Loof de Heer, mijn ziel!
Hij blijft trouw, Hij vergeeft,
Hij maakt mijn dagen vol van geluk
en als een arend herleeft mijn jeugd!

Lied onder de loep

LB 103a – Loof nu, mijn ziel, de Here

Psalm 103, de antwoordpsalm voor deze Dankdag, kent veel bewerkingen. Naast de Geneefse psalm zijn er in het Liedboek vijf varianten te vinden (LB 103a t/m 103e).

LB 103a is een lied van vier strofen waarin de onberijmde psalmtekst goed te herkennen is. De Duitse tekst ‘Nun lob, mein Seel, den Herren’ is geschreven door predikant Johann Gramann (1487-1541), de Nederlandse vertaling is van Ad den Besten. Gramann was een tijdgenoot van Luther en had een toonaangevende rol in de Reformatie.

De melodie van Johann Kugelmann (ca. 1495-1542) kenmerkt zich door een lichtvoetig, driedelig ritme. Elke melodieregel start met een opmaat van een korte kwartnoot, waarna er bijna voortdurend een afwisseling is tussen halve noten en kwartnoten. Dat ritme wordt slechts twee keer onderbroken, namelijk in de regels 6 en 10. In een stevig, wat sneller tempo, komt dit lied het beste tot zijn recht. De melodie is door de tijd heen een inspiratiebron geweest voor componisten. Organisten die dit lied vandaag willen spelen, kunnen putten uit orgelcomposities van onder anderen Buxtehude (BuxWV 213-215), Kauffmann (Man lobt Dich in der Stille), Pachelbel en Walther.

Kansen voor gebed

Heer, moge ieder mens van goede wil openstaan voor wat U ons geeft, dag na dag. Dat uw Liefde het is die ons in ons leven draagt, uitdaagt en uitnodigt om uw roep tot solidariteit met al wat kwetsbaar is te ervaren. Om uw Verbond met ons gestalte te geven, hier en nu.