Menu

Laden Evenementen

08 maart 2026 Derde zondag van de Veertigdagentijd

08 maart 2026

Derde zondag van de Veertigdagentijd

Bij deze dag

Na de pleisterplaats – de hoge berg – van vorige week, zijn we vandaag weer in de woestijn. Alwaar het ‘volk murmureert’. Ze hebben dorst en geen water. Logisch eigenlijk wel. Wat zou je doen als je dorst hebt en er is geen drinken? Maar de vraag is of er wel dorst is naar het vertrouwen op de Naam, ondanks dat Ik-zal-er-zijn hun dorst heeft gelest. Bij de oorsprong, de bron van Israël – de Jakobsbron – vindt een bijzondere ontmoeting plaats. Het gesprek gaat, hoe kan ’t ook anders, over water. Levend water. Op het heetst van de dag, het uur van de dorst, ontmoeten een nieuwe Eva en een nieuwe Adam elkaar rondom de bron des levens. Het is een vrouw die de Messias aanwijst, zoals een vrouw op de bruiloft te Kana de Messias aanwijst, ‘Doe maar alles wat Hij zegt’. Een verhaal waar grenzen worden doorbroken en barrières worden geslecht. Daar heb je, zoals Nico ter Linden het zegt, ‘een barmhartige Jood voor nodig én een barmhartige Samaritaan.’ De keuze van Psalm 95 als antwoordpsalm is begrijpelijk, al komt wel het accent te liggen op het ‘murmureren’. Dan liever Psalm 42, zoals een hert reikhalst naar levend water.

Jaar A | Paars
ot
Exodus 17:1-7
ap
Psalmen 95
ep
1 Korintiërs 10:1-13
ev
Johannes 4:5-26.(42)
Liedsuggesties

Een nieuwe manier van leven

Bij Johannes 4,5-42

In Johannes 4 staat de spanning tussen ‘Joden’ (Judeeërs) en Samaritanen centraal zoals de Samaritaanse vrouw bij de bron tot uitdrukking brengt: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse’ (vs. 9). De evangelist voegt daar nog aan toe: ‘Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.’ Het is het begin van een dynamisch en gelaagd gesprek tussen Jezus en deze vrouw; dit heeft een groot effect op de vrouw die, hoewel ze naamloos zal blijven, verkondiger van het evangelie wordt (vgl. vs. 39).

In een eerste ronde gaat het gesprek over wie er wie nu water aan te bieden heeft – en vooral ook: welk water. Het is rond het middaguur (het zesde uur) en het zal dus behoorlijk warm geweest zijn; in ieder geval is Jezus moe en heeft Hij dorst (vgl. vs. 6). In reactie op het afwijzende antwoord van de vrouw biedt Jezus haar vervolgens ‘levend water’ aan – ‘leven’ is een theologisch kernbegrip in dit evangelie en gaat verder dan de betekenis ‘stromend water’ die de uitdrukking ook kan hebben. Hiermee begint een verbinding tussen het metaforische en het alledaagse zoals die ook vaak voorkomt in het vierde evangelie. De vrouw vat Jezus’ aanbod echter niet theologisch, maar praktisch op: ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen?’ (v. 11). Zij verbindt dit met de uitdaging: ‘U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee’ (vs. 12). Het ‘juiste antwoord’ is, voor wie het Johannesevangelie tot hiertoe gelezen heeft, natuurlijk ‘ja’.

Levend water

Tegelijkertijd is hiermee het centrale thema van deze perikoop ook gegeven: de vraag wie Jezus precies is en wat voor effect Hij op mensen heeft. Hierbij ontspint zich het gesprek op allerlei manieren via misverstanden en ambiguïteiten. Een mooi voorbeeld staat in vs. 12: de vrouw spreekt Jezus aan met het Griekse kyrie, ‘heer’ of ‘Heer’, waarmee zij ongetwijfeld iets als ‘meneer’ bedoelt, terwijl ze zo onbedoeld ook al wijst op Jezus’ identiteit als Heer (het begrip wordt vanaf het gebruik in hoofdstuk 4 steeds vaker voor Jezus gebruikt en daarbij met betekenis gevuld). Het kwalitatieve verschil tussen het water uit de put en het water dat Jezus biedt, is het thema van een volgende stap in het gesprek. Hierin wordt duidelijk dat het water van Jezus de dorst van een mens in eeuwigheid zal lessen, zelfs een bron van eeuwig leven zal zijn (vs. 13-14). Zowel gezien het vervolg van het gesprek als ook Johannes 7,37-39 zal hiermee de gave van de Geest bedoeld zijn en wel door Jezus als drager van de Geest. Vanzelfsprekend verlangt de vrouw naar dit hoogwaardige levende water dat water van het leven blijkt te zijn (vs. 15), met name omdat het haar zal verlossen van het (zware en vaak aan vrouwen toebedeelde) werk van water halen.

‘Dat ben Ik!’

Een tussenspel met een wat onduidelijke betekenis over de vele mannen die de vrouw gehad heeft en de man die ze nu heeft en die de hare niet is (vs. 17-18) – het kan zo zijn dat de vrouw een bedenkelijke reputatie heeft maar dat is hier geen uitgangspunt voor de interpretatie van de tekst – bevestigt voor de vrouw vervolgens dat Jezus een profeet is; Hij kent haar levensgeschiedenis en -omstandigheden op onverklaarbare wijze. Ze aarzelt echter nog wel: is het niet zo dat Joden (c.q. Judeeërs; het geografische is hier ook van belang) God in Jeruzalem aanbidden en Samaritanen op de berg Gerazim? (vs. 20). Deze (verdelende) binding aan plaatsen relativeert Jezus echter door een (verbindende) kwaliteit van aanbidding, namelijk ‘in’ geest en waarheid voorop te stellen, maar niet zonder te onderstrepen dat het heil uit ‘de Joden’ (c.q. de Judeeërs) komt. Op grond van dit alles benoemt de vrouw haar verwachting van een gezalfde (‘Messias’) en ‘out’ Jezus zich als zodanig: ‘Dat ben Ik, degene die met u spreekt’ (vs. 26).

‘We hebben Hem zelf gehoord’

De terugkeer van de leerlingen laat het gesprek vervolgens afbreken. De vrouw vertrekt naar de stad, waarbij ze haar kruik achterlaat: putten uit de bron van Jakob is niet meer nodig nu ze een bron van levend water ontmoet heeft. Terwijl de vrouw in de stad haar verhaal doet en haar vermoeden uit dat ze de Messias ontmoet heeft (‘Er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de Messias zijn?’ – vs. 29), ontspint zich nog een verder gesprek tussen Jezus en zijn leerlingen over het voedsel dat Jezus nodig heeft – het doen van de wil van de Vader. Weer wordt daarbij een vorm van voeding naar een symbolisch niveau getrokken, wat vervolgens ook gebeurt met het beeld van de oogst. Zodra de Samaritanen naar Jezus gekomen zijn en Jezus enige tijd bij hen verblijft, vinden velen geloof: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben Hem zelf gehoord en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is’ (4,42).

De lezer die dit alles meekrijgt, ontdekt zo zowel wie Jezus meer formeel is: ‘Heer’, wellicht, en zeker ‘Messias’, of ook ‘redder van de wereld’ (vs. 41), alsook wat dit met iemand doet die Hem ontmoet. De vrouw komt namelijk duidelijk in een nieuwe vorm van leven terecht: haar waterhalen kan ze achter zich laten en ze wordt tot zelfbewuste verkondiger van het evangelie met een rol in de stad die ze wellicht daarvoor niet had. De ontmoeting met de gever van levend water laat, blijkbaar, ook werkelijk tot leven komen.

Anders gedaan

Bron van leven

Bij Johannes 4,5-26(42)

Internationale Vrouwendag

In een wereld vol oordelen en vooroordelen, zijn luisteren en oprecht in gesprek gaan daden van betekenis en van verzet. Niet meedeinen met de massa en niet voorbijgaan aan wat gezegd wordt. Echt luisteren breekt muren af en schept ruimte. Dit leidt tot bevrijding, tot nieuw leven. In het luisteren begint bevrijding. In het echte gesprek ontspringt een bron. Juist vandaag - op Internationale Vrouwendag - eren we vrouwen die blijven luisteren, blijven vragen, blijven spreken. Tegen de stroom in. Naar het leven toe.

De vrouw bij de bron is daar op het heetst van de dag aan het werk. Bij de bron wordt ze aangesproken. Ze wijkt niet terug, maar blijft staan. Ze luistert actief en stelt vragen. Maar ook antwoordt ze op vragen en vertelt haar verhaal. Ze probeert zich niet mooier voor te doen. Dat toont haar moed en open hart. Langzaam groeit een inzicht. Zij is een vrouw met een geschiedenis en dorst naar levend water.
Aan haar onthult Jezus zijn identiteit!

Gebed

Bidden wij voor meisjes en vrouwen
die onzeker zijn en houvast zoeken,
dat zij anderen treffen die hen opbouwen
en hun zelfwaardigheid helpen groeien.

Bidden wij voor meisjes en vrouwen
die lijden onder geweld, uitbuiting of onderdrukking,
dat zij een veilige plek vinden om op te ademen
en opnieuw te beginnen.

Bidden wij voor meisjes en vrouwen
die tegen de stroom in blijven luisteren,
zich openstellen voor de ander
en zo tot bron van leven zijn.

Actueel

Troostend nieuws

Vaak lijkt het of nieuws in de media alleen maar gaat over narigheid en ellende. Goed nieuws haalt zelden de voorpagina van de krant of de nieuwsitems op radio en tv. Voor troostend nieuws moet je zijn in de achtergrond katernen van kranten of in vakbladen. Daar komen de mooie ontdekkingen terecht over nieuwe technieken of werkwijzen die echte vooruitgang brengen. Dus lees verder dan berichten over gevaren van AI, die je al snel bang kunnen maken, maar zoek ook naar de waardevolle nieuwe toepassingen daarvan. Zoals de nauwkeuriger datering van de oudste bronnen van Bijbelteksten, of verbeterde mogelijkheden om symptomen snel en goed te herkennen in de medische wetenschap. Er zijn interessante podcasts waarin wel de ruimte is voor uitgebreide berichtgeving over hoopvolle nieuwe oplossingen. Een voorbeeld dat ik zo vond is het Nederlandse bedrijf dat de ‘Cocoon’ bedacht, een kartonnen hulpmiddel dat helpt om kansrijk bomen te planten in droge gebieden. Zulk soort berichten bieden een troostend tegenwicht het idee dat alles narigheid en ellende is.

Invalshoek

‘Geef ons water!’ (Ex. 17,2)

Een collega van mij ging naar Mali op uitzending. De omstandigheden waarin de militairen moesten leven waren slecht, de hitte was zonder airco zwaar om te dragen. Ze moesten dagelijks 12 tot 15 liter water drinken om hun vochtverlies te compenseren. Een belangrijk politiek persoon kwam op bezoek. Zij had een wit T-shirt aan. De militairen vonden dat niet zo slim en hebben er vast een binnenpretje over gehad. Ze ging de warmste ruimte in, namelijk; de wc. Ze kwam eruit met enorme zweetplekken onder haar oksels en met enorme dorst. Na dit moment werden de omstandigheden verbeterd door de eindverantwoordelijken. Ondanks het feit dat de militairen al meermaals hadden aangegeven dat er iets moest veranderen, was de hitte blijkbaar onvoorstelbaar voor mensen die het niet aan den lijve hadden ervaren.

Lied onder de loep

ZZZ 134 – Ik ben het water des levens

Bladerend in de bundel ‘Zangen van Zoeken en Zien’, werd door dit lied mijn dorst gelest naar toepasselijke liederen bij de evangelielezing van deze zondag. Een tekst van Dorothee Sölle, op muziek van Peter Rippen. In dit lied klinkt de dialoog tussen Jezus en de vrouw bij de bron op wonderlijke wijze: ‘Ik ben het water des levens. Jij bent het water des levens. Wij zijn het water des levens.’ Om uiteindelijk samen te roepen: ‘Gij zijt het water des levens’. Een prachtig taalspel! De dorstende mens op zoek naar levend water. Wanneer we water zijn, zullen we dat water vinden. Het lied laat zich makkelijk zingen, al loert het gevaar van jagen…. ‘Veel herhalen’ staat er boven dit lied. Ja. Alsmaar herhalen. Laat maar stromen. Goed te zingen ná de verkondiging. Maar ook als slotlied, om op deze derde zondag moedig en met geleste dorst naar zondag Laetare te gaan. Een rolverdeling is heel goed denkbaar (ik, jij, wij).

Kansen voor gebed

Voor onze wereld waarin het schone drinkwater steeds minder wordt en waarin de waarde van schoon water structureel wordt onderschat. Voor mensen die te weinig schoon water hebben om te kunnen leven. Voor mensen die zich inzetten zodat niemand dorst zal hebben. Om te ontdekken wat wij kunnen bijdragen. Voor moed om niet vast te blijven zitten in het klagen, maar om het verschil te kunnen en willen maken.