Menu

Laden Evenementen

04 januari 2026 Epifanie

04 januari 2026

Epifanie

Bij deze dag

Is het deze dag ook een beetje Pinksteren? Epifanie, het licht verschijnt aan de volken. Van verre streken en stranden, met vreemde talen en eigenaardige lastdieren, komen de wijzen tevoorschijn. Wijzen, of koningen, laten we daar maar niet over twisten. Koningen zoeken bij hem hun heil, zingt de antifoon bij Psalm 72, PA 72b. Wijzen en koningen wisselen elkaar in de lezingen af, vandaar de verwarring: Efeziërs 3 betrekt zelfs de koningen in de hemelsferen bij de feestvreugde. En overigens, niet elke koning is wijs, en ook niet ieder die wijs heet. Vandaag begint het verhaal van de wereld daarom met een schone lei, en zijn deze wijze reizigers als dwaze kinderen nieuw geboren. En zijn de dagen van de gewelddadige koning geteld. De middeleeuwse kerkmuziek weet van nog een andere lijn op deze dag: ‘Een kind geboren te Betlehem’, LB 515, haalt vandaag de vernedering en ontlediging van Filippenzen 2 binnen. Vandaag, de eerste zondag van 2026, nodigt ‘hoe helder staat de morgenster’, LB 518, zangers en musici uit tot de universele taal van spelen, zingen, dansen, springen. Probeer het maar, zo de kerk uit te gaan!

Jaar A | Wit
ot
Jesaja 60:1-6
ap
Psalmen 72
ep
Efeziërs 3:1-12
ev
Mattheüs 2:1-12
Liedsuggesties

Een scherpe politieke tekst

Bij Jesaja 60,1-6, Psalm 72, Efeziërs 3,1-12 en Matteüs 2,1-12

Het tekstensemble voor deze zondag is boeiend en spreekt boekdelen: in Christus Jezus zijn de heidenen ‘mede-erfgenamen, medeleden en medegenoten van de belofte’ geworden in Jezus Christus. Dit citaat uit Efeziërs 3,6 kan gerust gelden als de uitleg van Matteüs 2 en daarbij mag ook het daaraan voorafgaande gedeelte vanaf Efeziërs 2,11 zeker meedoen. Voor Matteüs is de geboorte van Christus de opening van het Jodendom naar de volkeren. Het heil is uit de Joden, maar bestemd voor de wereld.

Matteüs 2 is een scherpe politieke tekst. De dynastie van het geslacht David, geboren in Betlehem, wordt hier gesteld tegenover de door de Romeinen als zetbaas aangestelde koning Herodes. Aan deze man was niks koninklijks. Hij was een despoot die over lijken ging. Hij was ziekelijk achterdochtig en vermoordde iedereen die hij ervan verdacht een oogje op zijn troon te hebben. Hij vermoordde zijn zwager, zijn vrouw, zijn schoonmoeder, drie van zijn eigen zonen en nog veel meer.

Opgaan naar uw licht

Maar ‘zie’ (Gr.: idou), daar komen ‘wijzen’ (Gr.: magoi) uit het oosten (2,1). Vreemden zijn het, heidenen, niet-Joden. Het zijn representanten van de heidenen waar Paulus over spreekt in Efeziërs en van de volkeren en de koningen die in Jesaja 60,1-3 ‘opgaan naar uw licht’. Daar komen ze aan, geleid door dat licht, door de ster, op zoek naar ‘de geboren koning der Joden (Gr.: ho techtheis basileus toon Ioudaioon, 2,2). Ze zoeken een geboren koning, niet een parvenu die weliswaar op de troon zit, maar die niet meer is dan een zetbaas van de keizer. Er staat niet: pasgeboren, of nieuwgeboren, maar geboren, dus niet gemaakt. Een koning uit het geslacht van David, een koning als een herder, een wijs bestuurder. Een koning zoals die bezongen wordt in Psalm 72 en niet een potentaat als Herodes. De magoi zijn niet op zoek naar het kindeke in de kribbe. Er is hier helemaal geen kribbe, ook geen stal overigens en evenmin een kindeke. Jezus en Maria bevinden zich in een huis (2,11), ‘waar het kind was’ (2,9). Het Griekse woord voor kind (paidion) kan gebruikt worden voor kinderen tot een jaar of zes. Alleen Lucas gebruikt het Griekse woord voor ‘baby’, brefos.

De ster en de koningen

O, wat is er veel geschreven over die ster. Het onvolprezen, maar helaas verdwenen tijdschrift Interpretatie wijdt er in het nummer van december 1996 een uitgebreid artikel aan.1 Het is allemaal legendevorming en het vindt geen enkele steun in enig evangelie. Matteüs 2 geeft geen historische informatie. Die ster is schriftuurlijk van aard en komt uit Numeri 24,17 en, iets indirecter, uit Jesaja 9,1 en uit Jesaja 60. Daarnaast kan een rol gespeeld hebben dat in het nabije oosten van toen koningen vaak een eigen ster kregen in hun eveneens legendarische geboorteverhalen. Zo kan het teken van de ster bij Matteüs ook worden opgevat als een onderstreping van de davidische en dus koninklijke afkomst van de geboren koning.

Het feest van Epifanie heet ook wel ‘Driekoningen’. Maar waren het wel koningen? Nee dus. De magoi waren wijzen, sterrenwichelaars of magiërs, in elk geval geen koningen. In de traditie van de vroege kerk werden ze al snel koningen genoemd en wel om twee redenen. De eerste is schriftuurlijk van aard: men zag een verband met Jesaja 60,3 en Psalm 72,10.11.15 waar sprake is van koningen. De tweede reden is van politieke aard. Terwijl de koning sowieso al een politiek-religieuze figuur is, wil hier door Matteüs gezegd zijn dat hier in dit huis en uit deze vrouw een echte koning is geboren, dat is een van God gegeven koning die Jezus, redder, zal heten en in wie God met zijn volk zal zijn: Immanuel. Mét zijn volk en niet tegen zijn volk. Een koning als een herder en niet als een mensen verslindende tiran. Ook de geschenken goud, wierook en mirre hebben een koninklijk aura. Het goud wordt in de kerkelijke traditie als koningsgeschenk gezien, de wierook wordt geassocieerd met de godheid van Christus en de mirre met zijn dood.

Ontsteltenis

Toen koning Herodes het hoorde was hij in paniek en heel Jeruzalem met hem. Het is boeiend dat er bij de groten der aarde paniek uitbreekt wanneer het woord van God gestalte krijgt en de profetie vervuld wordt. Want zó beschrijft Matteüs, onder aanroeping van Micha, Jesaja en de psalm, de geboorte van Jezus: als vervulling van de Schriften. Zou echt heel Jeruzalem in paniek zijn? Ook de kleinen en machtelozen? Ook de mensen die uitgebuit, leeggezogen en onderdrukt werden? Dat valt te betwijfelen, of misschien toch niet. Misschien waren ook zij in paniek, maar dan om een andere reden dan Herodes. Want wat gebeurt er wanneer een despotisch heerser in paniek raakt? Dan ben je je leven niet zeker. Dan kan er van alles gebeuren: bloedbestuur, rechtsverkrachting. Chaos is niet zelden erger dan onrecht.

Alles wat ook maar enigszins schriftuurlijk onderlegd is, wordt opgetrommeld. Waar zou de gezalfde geboren worden? In Betlehem natuurlijk, zoals ook Johannes weet (Joh. 7,24). In het broodhuis. En daar in Betlehem vindt uiteindelijk de ontknoping plaats van dit verhaal: de magoi zien het kind met Maria, vallen op hun knieën en aanbidden. In deze aanbidding wordt de gehoorzaamheid aan de machten van deze wereld opgezegd. De heidenen (de wereld) gaan op de knieën voor de redder van Godswege en worden deelgenoten van de belofte. Ze gaan langs een andere weg terug. Herodes heeft het nakijken.

1 Rob H. van Gent, ‘Het raadsel van de Ster van Betlehem. Oude en nieuwe sterrenkundige verklaringen’. Interpretatie 4:8 (1996), 4-7. Ook in Zenit 23:12 (1996), 510-514.

Anders gedaan

Geschenken

Bij Matteüs 2,1-12

Het verhaal over de wijzen uit het oosten heeft voor veel inspiratie gezorgd. In veel kerstliederen komen ze voor, en er zijn ook mooie legendes en volksverhalen over te vinden. Een heel bekend verhaal, waar veel variaties op zijn, is dat van de vierde wijze. Het is een verhaal over navolging. De vierde wijze lijkt in het begin van het verhaal een exotische sterrenkundige te zijn van lang geleden. Maar gaandeweg de legende wordt hij steeds meer een identificatiefiguur.

Hij is steeds te laat, hij komt steeds achteraan. Hij heeft het gevoel dat hij de aansluiting mist en dat hij nooit het koningskind zal vinden. Maar uiteindelijk is hij het die de weg van Jezus onder de mensen gestalte geeft. Een weg die de weg langs de minsten der mensen blijkt te zijn.

Het is een lang verhaal met verschillende episodes erin. Het kan dus als een vertelling in scènes door de dienst heen worden gevlochten. Wissel de verschillende episodes af met liederen en gebeden.

Heb je een creatieve gemeente, dan kunnen de verschillende scènes ook kort worden uitgespeeld, terwijl een verteller de scènes aan elkaar vertelt.

Een muzikale verwerking is het Engelse kerstlied ‘In the Bleak Midwinter’. Met name in het laatste couplet wordt de zingende gemeente in de ‘ik-vorm’ in de rol van de vierde wijze gezet.

‘Wat kan ik Hem geven, arm als ik ben,
als ik een van de herders was, gaf ik hem een lam,
als ik een van de wijzen was, zou ik ook mijn steentje bijdragen,
maar wat ik kan, wil ik hem geven, ik geef mijn hart.’

Wellicht is er een cantorij, zanggroep of solist die dit lied kan uitvoeren.

Actueel

Wie beoordeelt wat troostend is?

Het boek Worn, a People’s History of Clothing van Sofi Thanhauser (2022) beschrijft historische ontwikkelingen in de kledingproductie wereldwijd per type grondstof en door de eeuwen heen. Zo lees je hier in vijf hoofdstukken de verhalen over mensen gekoppeld aan het gebruik van wol, linnen, zijde, katoen en kunststoffen. Talloze verrassende inzichten in de wereldgeschiedenis, die doorgaans toch vooral wordt beschreven vanuit het perspectief van mannen, die oorlogen voeren. In Worn komen ook de vrouwen en hun tocht door de verschillende economische en industriële revoluties in de wereld aan bod. De auteur geeft bovendien achtergronden bij actuele thema’s zoals fast-fashion en de uitbuiting van bevolkingsgroepen op verschillende plekken in de wereld. Maar ze brengt ook de levens van individuen in beeld. Zoals van dat van een arme jonge vrouw in het midden van de vorige eeuw, die een baan vond in de ongezonde confectie-industrie in New York en van haar eerste salaris een nylon jurk kocht, zoals ze die zelf moest maken. Dat was voor haar de ultieme troost.

Zo’n verhaal laat zien dat troost vinden zeer persoonlijk kan zijn; en dat troost bieden zelden goed wordt ingevuld met vaak goedbedoelde maar wel standaard adviezen.

Invalshoek

Minstens zo belangrijk (Mat. 1,1-12)

Het zit hem niet in grootte, in omvang, in getallen. Je kunt misschien niet zo goed meekomen op school. Je hebt niet het lichaam van een model. Je wordt misschien door niemand echt gekend. Maar jij bent minstens zo belangrijk. Betlehem als de underdog. Amper opgemerkt. Maar door God gezien! Ik moet denken aan mensen met een verstandelijke beperking, ernstig meervoudig soms. In de maatschappij waarin wij leven tellen ze niet echt mee, wordt er weinig rekening met ze gehouden, worden ze teruggedrongen naar een leven in de marge. Maar ook hier hoor ik de woorden van Micha klinken: ‘Jullie zijn minstens zo belangrijk!’ Wishful thinking? Misschien. Maar als we iets leren uit Gods verhaal met mensen, als we kijken naar het leven van Jezus, naar wat Hij zei en wat Hij deed, dan is dat wel dat God niet afgaat op uiterlijkheden. Hij laat zich niet verleiden door rijkdom en macht. Hij baseert zijn keuzes niet op populariteit. Integendeel. Wat in mensenogen ‘klein’ is, is voor God minstens zo belangrijk. Het krijgt zelfs een prominente rol in zijn plan. En hoe!

Lied onder de loep

LB 817 – O, Christus, bron van lentebloei

De zondagslezingen bij het feest van Epifanie vertellen over de wijsheid van God die in Licht, vanuit Jeruzalem en in Christus, veelzijdig en als bron present is in ons leven. Alle mensen kunnen uit die bron putten, mensen van goede wil maar ook de ‘killer’ Herodes. Het is een pad van geloof (Ef. 3, 12), sola fide, puur vertrouwen. Dit brengt mij bij het lied ‘O, Christus, bron van lentebloei’ (LB 817) van de Fins-Amerikaanse dichter Susan Palo Cherwien (1953-2021), prachtig vertaald door Andries Govaart. Naast voor de hand liggende epifanieliederen vind ik dit lied een ontroerend persoonlijk getuigenis van dat pad van vertrouwen. Susan Palo Cherwien is van Lutherse huize en beschrijft hoe vele persoonlijke ervaringen van geloof, natuur, muziek en inzichten uiteindelijk samenkomen in haar hymns for congregational singing (zie ook: susanpalocherwien.com). Tekst en muziek samen: het leven ontspringt aan de bron, wervelt, stroomt en bloeit en die stroming. Die voortgang, wil je zingend, niet te langzaam, voelen in de prachtige melodie berglund. Christiaan Winter maakte er een fraaie begeleiding bij (zie de begeleidingsbundel), zeer geschikt voor zowel piano als orgel.

Kansen voor gebed

Heer God, wat een liefde spreekt er uit uw handelen.
U voelt zich niet te goed om naar ons toe te komen.
U voelt zich niet te goed voor een plekje, ergens, achteraf.
Hoe klein ook in onze ogen, het past in Uw grote plan.
Kom, laten wij aanbidden…!