Menu

Laden Evenementen

28 december 2025 Onschuldige kinderen

28 december 2025

Onschuldige kinderen

Bij deze dag

Weg sfeer van Kerst. Het ziedende water en de woede van de mensen, Psalm 124, Matteüs 2,16, doorbreken op deze zondag de vrede op aarde. En dan die ontroostbare moeders, van Rama of Ramalla, van Betlehem en van nog zoveel andere plaatsen… Of is dat óók sfeer van Kerst, al ingeleid door Psalm 2 uit de kerstnacht? En Stefanus, in het oude rooster, door de gedenkdag van eerste martelaar, 26 december? De menswording van Christus gaat dwars door de pijn heen, de goddelijke solidariteit zoekt de diepte. Ja, het gloria mag volop klinken vandaag, en tegelijk: zonder kyrie zal het geen eredienst zijn. Wat betreft liederen: het loont om verder te zoeken dan de Kerstrubriek. Bijvoorbeeld met: ‘Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen’, dat donkere paaslied van Barnard, LB 650, naast Bonhoeffers ‘Door goede machten’, LB 511, en de levenslange geboortepijn van ‘Een mens te zijn op aarde’, LB 807. Is dit ook voor velen de kerkdienst die het jaar besluit? Dan is het goed om daar in de liturgie rekening mee te houden. Met een slotlied dat van zegen weet, dankgebed en voorbede met aandacht voor wat leeft in de gemeenschap, deze dagen.

Jaar A | Wit
ot
Jeremia 31:15-17
ap
Psalmen 124
ep
Openbaring 21:1-7
ev
Mattheüs 2:13-18
Liedsuggesties

God zal met de mensen zijn

Bij Jeremia 31,15-17, Openbaring 21,1-7 en Matteüs 2,13-18

De vreugde om de geboorte van Jezus is maar van korte duur. De werkelijkheid valt ons rauw op het dak met wat Matteüs ons vertelt. De gebeurtenis kan zomaar vertaald worden naar het heden. Schrijnend is het als het gaat om onschuldige kinderen die vermoord worden. Kun je dan nog troost bieden? Jeremia vindt van wel. Ook de auteur van Openbaring heeft weet van zware tijden, maar sluit zijn boek wel af met een overweldigende nieuwe realiteit.

Aan de profeet Jeremia is het woord ‘jeremiëren’ ontleend. Het wekt de indruk dat het boek alleen maar gaat over klagen. Klagen over het lijden van het volk Israël nadat het weggevoerd was in ballingschap en klagen over de verbroken relatie met God. Naast inderdaad onheilsprofetieën vinden we echter ook profetieën van heil. De hoofdstukken 30–33 worden wel omschreven als ‘een troostboekje’ en hoofdstuk 31 maakt daar dus deel van uit. Om de context van Jeremia 31,15-17 te begrijpen, is het goed om eerst het hele hoofdstuk te lezen. Dan blijkt dat kleine stukje tekst ingebed te zijn in woorden die een hoopvolle toekomst bieden: ‘De Heer heeft zijn volk gered, en wat er van Israël nog overbleef bevrijd’ (31,7). Met gejubel en gejuich en stralend van vreugde komen de mensen naar Sion. Zo komt de tekst over Rachel die haar zonen beweent in een ander daglicht te staan.

Voor Rachel is er hoop

Rachel rouwt als stammoeder van Jozef en Benjamin (het deel dat tot het Noordrijk behoorde) over haar afstammelingen die hetzij gesneuveld, hetzij weggevoerd zijn in ballingschap. Ballingschap en dood worden vaak gelijkgesteld (vgl. Ez. 37). Dat een stammoeder rouwt om de ondergang van de stam die veel later plaatsvindt dan het leven van die stamouder komen we ook in 1 Kronieken 7,22 tegen. Maar voor Rachel is er hoop. Jeremia profeteert dat de zonen, de kinderen van Rachel weer terug zullen keren naar het eigen land, weg uit de ballingschap. God betoont zich hier een God die begaan is met zijn volk en alles in het werk stelt om de relatie weer te bestendigen. Het is echter geen eenzijdig initiatief. Steeds gaat het om een samenspel tussen God en zijn volk.

Vermeldenswaardig is dat de ballingschap net als de uittocht uit Egypte een van de ‘grote verhalen’ is waaraan telkens weer gerefereerd wordt. Een blijvend markeringspunt voor generaties, net als de Tweede Wereldoorlog.

Christologische interpretatie van het profetenwoord

Ook Matteüs voert in 2,13-18 Rachel op die haar kinderen beweent. Het is bekend dat hij veelvuldig citeert uit het Eerste Testament. Vers 15 gaat terug op Hosea 1,11: ‘(…) en uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen.’ En in Egypte was er Farao die alle Hebreeuwse jongetjes wilde doden, omdat het volk hem te sterk en te groot werd. Baby Mozes overleefde in het ‘rieten mandje’. Mozes, die later, toen hij volwassen was, moest vluchten, vanwege doosbedreiging. Hij kwam terug als de verlosser van het Israëlitische volk.

Zo komen we meteen bij de typologische relatie met Exodus 2: aan de ene kant Herodes-Jezus, aan de andere kant Farao-Mozes. Vanaf zijn geboorte wordt Jezus gezien als degene die Israël zal verlossen van de onderdrukking door de Romeinen. Zoals Israël overleefde in Egypte tot God het volk riep, zo overleeft Jezus in Egypte totdat ook Hij groepen werd om naar zijn land terug te keren.

Matteüs is de enige evangelist die de kindermoord in Betlehem heeft opgenomen. De wijzen uit het oosten waren na hun bezoek aan Maria en het kind in een droom gewaarschuwd niet meer langs Herodes te gaan, maar een andere weg terug naar huis te nemen. Vanwege een droominzicht is de machtige koning voor de gek gehouden. Zo wordt zijn gemoedsstemming meestal vertaald, maar een betere vertaling is dat hij zich gekleineerd voelde. Dat komt nog harder binnen dan ‘zich misleid’ voelen. Een machtige koning, gekleineerd en in zijn macht bedreigd, heeft kennelijk geen ander antwoord daarop dan geweld gebruiken.

Matteüs beklemtoont dat Jezus de Messias is. De zogenaamde vervullingscitaten moeten in dit perspectief gezien worden (2,15.17-18). De term ‘vervullen’ wil zeggen dat in Hem de geschiedenis van Israël haar doel en voltooiing bereikt, al hadden de aangehaalde teksten meestal een heel andere betekenis dan Matteüs eraan geeft. Wel geldt tot aan de dag van vandaag: Rachel is iedere moeder die ontroostbaar huilt om haar weggevoerde en gedode kinderen.

De profetie van Openbaring

De schrijver van Openbaring noemt in de eerste en in de laatste zinnen (Op. 1,3; 22,19) zijn boek een ‘profetie’. Hij leunt inderdaad voortdurend aan tegen de taal en de beeldspraak van de profeten. Zo kan Openbaring 21,1-7 gelezen worden als het ultieme heil waarover de profeten spreken en waar Jezus over predikte. ‘Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.’ Alle dingen worden nieuw gemaakt: een nieuwe werkelijkheid is aangebroken. De taal roept gevoelens op bij de lezer, brengt een reactie teweeg. Voor ons is die taal nogal eens geheimtaal, maar de toenmalige lezers verstonden de beelden en de symbolen. Samengevat gaat het boek over de strijd van goed tegen kwaad en van kwaad tegen goed. De bedreigende werkelijkheid waarin de schrijver en de lezers toen verkeerden, mogen we niet zomaar vertalen naar onze tijd. Toch kan hoofdstuk 21 ons wel helpen onze gedachten te vormen. De werkelijkheid die wij beleven, kunnen we zien als een tijdelijke en onvolkomen werkelijkheid, maar voorbijgaand. Ooit zal een volmaakte wereld aanbreken waarin Gods bedoelingen leidraad zijn. Openbaring is het dramatische compendium van de Tenach en is een boek om te doen, om te handelen: trouw blijven aan God, zoals Jezus ook deed in zijn prediking.

Anders gedaan

Gebed

Bij Matteüs 2,13-18

God, wij leven in een wereld vol tegenstellingen,
van onschuldige kinderen die sterven,
en dictators met bloed aan hun handen.
God, ontferm U.
Wij leven in een wereld vol contrast,
van vreugde en licht in deze dagen
en eenzaamheid en armoede, die het leven verschralen.
God, ontferm U.
Wij leven ons leven in het ongerijmde,
van leven dat bedreigd wordt aan alle kanten
en mensen die wegkijken, onverschillig zijn.
God, ontferm U.

Christus, kind uit de hemel,
verzoen wat in onze wereld zo uiteen is geraakt.

Christus, licht in het duister,
wijs ons een begaanbare weg.

Christus, vorst van de vrede,
help ons op te staan voor wat weerloos van waarde is.

Amen.

Actueel

Kapel

Christendom gaat (ook) over durven opstaan, durven kijken, durven roepen wat niet klopt, recht durven doen. Maar er zijn ook wel situaties waar niemand schuld heeft, waar roepen om recht en er zelf aan beginnen, niet zinvol lijkt. Mij overkomt de machteloosheid als iemand zo erg in de war is dat hij of zij van alles om zich heen kapot maakt. Relaties met familie, een veilige buurt, vriendschappen, iets te doen overdag. Er zijn mensen die zo in beslag worden genomen door stemmen die zij horen en ik niet, of door hun beeld van andere mensen dat ik niet herken, dat er nergens vertrouwen of trouw te vinden lijkt. Het is dezelfde machteloosheid die ook mensen kan overvallen bij het besef van verziekte wereldverhoudingen, oorlogsgeweld waar we weinig zeggenschap over hebben en polarisatie. Moed is het, om zorgvuldig na te gaan wat wél kan, waar wij alleen of in gemeenschap, wél verantwoordelijkheid kunnen nemen. En voor wat rest? Er is een kapel open in de stad waar ik mijn werk doe. En waar onze Schepper dan ook is. Dan gooi ik mijn onmacht ‘omhoog’. Dat troost.

Invalshoek

Onschuld, wat een kracht!

Herodus, beheerst bezeten door macht,
een afgod gelijk, onmenselijkheid ten dode.
Je bent toets én steen geworden, hoe broos.
Geconfronteerd met je geweten,
met wie je ten diepste bent: Gods beeld,
in de onschuld van het Kind en wie Hem gelijken,
vlucht jij in moorddadigheid.
Word je dan nooit open,
en verhard je verder tot graniet, een Farao gelijk?
Onschuld van een Pasgeborene,
Kracht als Licht in de duisternis
Zuiver Licht, stralend van Waarheid,
uitnodiging tot ommekeer, oorspronkelijke onschuld,
Kracht van zwijgen dat niet verdedigt maar vertrouwt,
op de Naam Vrede voor allen.
Kracht die wil sterven,
voor leven dat niet sterft, van God ontvangen,
offer dat aan God behaagt voor wie durft geloven.
Ach moeders, gezien uw leed,
niet verloren, voorgoed uw kinderen,
ze keren weder eens ten leven met Hem.
Jozef, uit kracht van ’n engelendroom,
daalt af met de Onschuldige,
naar Egypteland, slavenbestaan van oudsher.
In die onderwereld wandelt de Onschuld tot de tijd is vervuld,
tot God roept ten leven, in zijn huis.

Lied onder de loep

ZZZ 663 – Al wie dolend in het donker

De fraaie kerstmelodie IRBY van Henry John Gauntlett houdt ons heerlijk in de sfeer van Kerst. De woorden van Henk Jongerius helpen ons mee te ademen met de thema’s in de lezingen: het verlangen om uit ballingschap thuis te komen, de onmacht van een mens die in het breken van het brood getransformeerd wordt tot nieuwe kansen voor vrede, en God die de groten der aarde, vijanden, tot de orde roept. Op deze zondag van de onschuldige kinderen zingen we in dit lied hoe God het weerloze beschermt, koestert en ten voorbeeld stelt. Tegelijk gaat het lied zingend ook bij je naar binnen: je kunt verdwalen in je innerlijke dorheid, in ademnood raken, het is de ballingschap van onze ziel. God houdt zich in dit alles doende met redding, niet met strijd. En Hij blijft trouw aan zijn naam: Helper en Redder, getuige ook zondagspsalm 124. Op deze laatste kalenderzondag bij deze zondagspsalm is het passend om het votum te zingen, zie LB 291, en ook 121a. De berijmde Psalm 126 sluit overigens ook goed aan bij de lezingen en kernwoorden van deze zondag en misstaat daarom niet in deze dienst.

Kansen voor gebed

Liefdevolle God, omarm kinderen die opgroeien te midden van geweld en oorlog. Wees een troost voor moeders van wie kinderen zijn ontvoerd, sterven van de honger of gedood worden voor hun ogen.