Menu

Laden Evenementen

23 november 2025 Tiende zondag van de herfst

23 november 2025

Tiende zondag van de herfst

Bij deze dag

We vieren de tiende zondag van de herfst, maar waarom spreken we niet meer van de zondag van de Voleinding? Willem Jan Otten schrijft in zijn Zondagmorgen over Eindbegin, een prachtige term die goed weergeeft dat het einde van het kerkelijk jaar tevens een begin is. Maleachi weet dat de Dag van de Heer zeker zal komen. Wij, die met de Openbaring van Johannes weten dat de Heer heilig en betrouwbaar is, hoeven deze dag niet te vrezen, maar ook wij weten dag noch uur en worden daarom tot waakzaamheid opgeroepen. Zij die ontzag hebben voor de Naam van de Ene zullen de zon van de gerechtigheid stralend zien opgaan. Dat laatste pleit voor het zingen van bijvoorbeeld LB 967.

Het belangrijkste is dat onze weg, onze geschiedenis ergens op zal uitlopen. Dat het onrecht niet straffeloos zal blijven. Dat er een Rechter is. Die doet ons ‘hopen en uitzien naar het licht’, ‘weten dat het kwade zwicht’, en hopen dat ‘Christus komt, het ware licht’ (LB 465). LB 466 is een prachtig slotlied voor deze zondag, waarop de Advent al is begonnen. ‘Nu begint het, terwijl je het einde vreest, geloven begint op dit eigenste moment,’ aldus Willem Jan Otten.

Jaar C | Groen
ot
Maleachi 4:1-6
ap
Psalmen 46
ep
ev
Lukas 21:5-19
Alternatief
Handelingen 28:14-31
Liedsuggesties
intr
LB 50
ant
LAB 58
op
LB 274
ot
LB 158a LB 967
ap
LB 46
ep
LB 766
sl
ZZZ 462
alt
LB 769 ZZZ 462

De Naam in moeilijke tijden

Bij Lucas 21,5-19, Maleachi 3,19-24 en Openbaring 3,7b-12

De Naam (Hebr.: hashem) van de Eeuwige betekent redding, vertellen Maleachi 3,20 en Openbaring 3,8.12. Maar de Naam van Jezus kan ook misbruikt worden door anderen (Luc. 21,8) of tegen je gebruikt worden (Luc. 21,12.17). Alle lezingen gaan over heftige, toekomstige gebeurtenissen. Enerzijds zijn ze apocalyptisch van aard. Maar wat Lucas vertelt, dat hebben de tijdgenoten van Lucas ook daadwerkelijk meegemaakt, zoals de verwoesting van Jeruzalem en vervolging. Door de eeuwen heen zijn ook andere rampen werkelijk gebeurd, en ze gebeuren in onze eigen tijd.

In Lucas 21,5-19 luisteren we samen met de leerlingen naar een redevoering van Jezus, die Hij uitspreekt in de tempel van Jeruzalem. Daarbij gaat het allereerst over iets waarvan Lucas en zijn tijdgenoten allemaal hebben geweten: de verwoesting van de tempel en de stad Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 van onze jaartelling. Daaraan herinnert onder meer de boog van Titus op het Forum Romanum in Rome. Jezus gaat verder met het verwijzen naar een aantal apocalyptische teksten. Hij waarschuwt zijn volgelingen voor de slechte tijden die aanstaande zijn. Ten slotte wordt er gesproken over de vervolging die de volgelingen van Jezus als messiaanse gemeente zelf meemaken. In deze redevoering worden ze bemoedigd om het vol te houden. Dit sluit aan bij de lezingen van Maleachi en Openbaring.

De tekenen van de tijd

De toehoorders van Jezus vragen naar een ‘teken wanneer deze dingen wel zullen geschieden’ (vs. 7, eigen vertaling). Jezus begint vervolgens met een waarschuwing om niet goedgelovig te zijn als iemand zegt dat hij of zij komt ‘in mijn naam’. Door de geschiedenis heen zijn er altijd leiders geweest die de naam van God of Jezus gebruikten. Jezus zegt: ‘Trekt niet achter hen aan!’ (vs. 8, NB14). Wij worden ook gewaarschuwd om ons niet te laten misleiden door wie in onze tijd de macht hebben en daarbij de naam van de Eeuwige of Jezus gebruiken (misbruiken). Hoe verhoudt zich hun gedrag met het gebruik van die Naam? De Naam is verbonden met het ‘gedenken van het onderricht van Mozes’ (Mal. 3,22 – vgl. NB14) en met het ‘bewaren van het woord van mijn volharding’ (Op. 3,10 – vgl. NB14). In de Naam gaat het om het doen van de woorden (Hebr.: debariem), om het doen van vrede en gerechtigheid.

Vervolgens gaat het over allerhande zaken die wij in onze tijd ook meemaken: ‘oorlogen, onrust, volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, grote aardbevingen, hongersnoden, pestepidemieën, verschrikkingen en grote tekenen aan de hemel’ (vs. 9-11, eigen vertaling). Bij het benoemen van deze onrustbarende gebeurtenissen wordt geciteerd uit verschillende profetische teksten (Dan. 7,22; 2,28; Jes. 9,2.17; Ez. 38,19.22). Die profeten beschreven niet alleen de verre toekomst, maar vertelden ook hoe het zou gaan met de (over)heersers van hun eigen tijd. Het zijn actuele teksten.

Volharding

Het woord ‘overleveren’ (Gr.: paradidoomi, vs. 12.16) kan verschillende dingen betekenen: het overleveren van woorden (Luc. 1,2; 10,22), maar ook het overleveren van mensen aan synagogen en gevangenissen (21,12). Het herinnert aan hoe Jezus als Mensenzoon zelf werd overgeleverd (9,44; 24,7). Zo ‘zullen ze hun handen op u werpen’ (21,12 – NB14). Het gaat hier over de vervolgingen die de volgelingen van Jezus zelf meemaakten in het Romeinse Rijk, maar het kan ook gaan over christenvervolgingen door de eeuwen heen. Hier worden we bemoedigd om niet ‘te piekeren’ hoe we onszelf dan moeten ‘verdedigen’, ‘want Ikzelf zal u een mond geven en … wijsheid’ (vs. 14-15 – NB14). Wie wel eens in grote benauwdheid heeft gezeten, kan dit uit eigen ervaring hebben meegemaakt.

Ondertussen ‘zullen jullie door allen gehaat zijn vanwege mijn Naam’ (vs. 17, eigen vertaling). Dit haten gaat wel heel ver, want ook familieleden doen mee aan het ‘overleveren’ en ‘doden’ (vs. 16). Het is binnen families niet altijd pais en vree, zoals ook Maleachi weet (3,24). ‘Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan’ (vs. 18). Uiteindelijk gaat het, in vers 19, om ‘volharding’ (NB14) of ‘standvastigheid’ (NBV21; Gr.: hupomenè): daarmee kun je je ‘leven redden’ (NBV21) of ‘uw levens-en-zielen winnen’ (NB14). Het gaat om het behoud van je diepste innerlijke overtuiging, je geloof in Christus en daarmee om het behoud van je ziel.

Maleachi en Openbaring

In de lezing van Maleachi gaat het over de ‘dag van de Eeuwige’ die zal komen, ‘brandend als een oven’ (3,19). Maar voor wie ‘ontzag hebben voor de Naam’ (3,20), zal het goed komen. Zo belooft Maleachi ook dat uiteindelijk de profeet Elia ‘ervoor zal zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders’ (3,24 – NBV21). Dat is een troost voor wie erg schrikt van de redevoering van Jezus (Luc. 21,16).

In Openbaring 3,7b-12 gaat het er ook om dat ‘jullie mijn naam niet hebben verloochend’. Daarom zal ‘Ik de naam van mijn God op hem schrijven’ en ‘ook mijn eigen nieuwe naam’. Net als Maleachi en Lucas benoemt Openbaring de moeilijke tijden: ‘Het uur van de beproeving dat gaat komen over heel de bewoonde (wereld), om de bewoners van de aarde op de proef te stellen’ (3,10 – NB14). Maar uiteindelijk gaat het om ‘wie overwint’ en om ‘mijn nieuwe naam’ (3,12).

Anders gedaan

Schoenen uit

Bij Openbaring 3,7b-12

Wie op deze zondag de overledenen van het afgelopen jaar herdenkt, kan met de teksten van vandaag niet uit de voeten. Dat klopt, aangezien het Gemeenschappelijk Leesrooster de laatste zondagen voor de Advent in het teken van de Voleinding zet. Wie nu op zoek is naar teksten die wél te gebruiken zijn bij een gedachtenisdienst, doet er goed aan terug te bladeren naar de teksten rond 1 en 2 november.

Wie deze zondag wel aan de slag gaat met de apocalyptische teksten, ervaart dat de teksten niet makkelijk zijn, juist omdat ze zo actueel lijken te zijn. Invulling van de door Jezus geschetste beelden met beelden uit het nieuws is een verleiding die op de loer ligt, niet alleen bij ons, maar zeker ook bij mensen in de kerk. De dreigende beelden van oorlogen, aardbevingen, hongersnoden, rampen en epidemieën laten je de moed in de schoenen zakken. Maar diezelfde schoenen heb je ook nodig om stand te houden, stevig te staan in de wereld. En letterlijk te staan voor je zaak. Schoenen werden een krachtig symbool toen de inwoners van Parijs in 2015 wel wilden meedoen met de wereldwijde klimaatdemonstraties tijdens de klimaattop, maar dat – in verband met recente aanslagen in diezelfde stad – niet mochten. De Place de la Republique stond vol met schoenen.

Trek als inleiding op de lezingen je schoenen uit en zet ze op een plek waar iedereen ze goed kan zien. Zeg bij de ene schoen: ‘Ik zie zoveel dingen om me heen waarbij ik de moed me in de schoenen voel zakken.’ Noem hierbij enkele actuele zaken, maar eventueel kun je ook gebeurtenissen uit de (plaatselijke) geschiedenis noemen: het kwaad is immers van alle tijden, evenals de door Jezus beschreven gebeurtenissen.

Zeg bij de andere schoen: ‘Juist nu is het belangrijk om stand te houden en te staan voor wat ik geloof.’ Noem hierbij ook voorbeelden hoe je stand kunt houden, wat je daar zelf misschien voor nodig hebt. Misschien kun je ook delen wat je zelf gelooft, of dat verder uitwerken in de preek. Je kunt ervoor kiezen om de dienst op kousenvoeten voort te zetten. Zo blijven de schoenen een krachtig beeld voor de beide kanten die we allemaal hebben als gelovige mensen in de wereld waarin we leven.

Actueel

De vrijheid om te geloven

Je hoort het steeds vaker: mensen die worden opgepakt, gemarteld en gevangen gezet vanwege hun geloof. In Nederland blijft het ‘beperkt’ tot discriminatie en uitsluiting, in andere landen gaat het er explicieter en harder aan toe.

Vanuit ons Westerse perspectief zijn het ‘gelukkig’ vooral de moslims die het zwaar hebben: ze mogen niet bidden op school, geen hoofdbedekking dragen, en bij onrust worden zij als verdacht aangemerkt. De joden hebben het ook zwaar, maar dat hebben ze ‘natuurlijk aan zichzelf te danken’. En wij christenen? Wij hebben telkens weer een streepje vóór. Dankzij partijen en presidenten die onder de christelijke vlag hun orthodoxe beleid ten uitvoer brengen, allerlei vrijheden beperken en zo godsdienst vooral niet vrij laten zijn. En uiteindelijk het christelijk geloof veel eenzijdiger maken dan het is.

Goede God,

Bescherm onze vrijheid, die vrolijke veelkleurigheid
die te horen is in de ontmoeting tussen religies,
die te zien is in kleding van allerlei snit,
die te voelen is als mensen delen van wat hen beweegt.
Leer ons ruimte te geven voor wat anderen geloven,
leer ons te delen van wat ons zelf zo raakt.
Verras ons met elkaar, goede God,
en bescherm de vrijheid om te geloven,
verschillend,
maar altijd met elkaar.
Amen.

Invalshoek

Een aantal jaar werd ik tijdens het Michaëlsfeest uitgenodigd door de Vrije School in mijn woonplaats, om geïnterviewd te worden over mijn (be)roep(ing) als predikant. Ik vond dat heel leuke gesprekken, juist omdat daar vragen en thema’s aan de orde kwamen die in mijn eigen gemeente minder gesteld werden. Bijna altijd waren de jongeren die voor mij zaten, mensen die niet met geloof en kerk waren opgevoed en daar ook geen mening over hadden. De kerkelijke bagage (en bijbehorende ge- en verboden) van vroeger, die bij veel kerkleden nog best vaak in de weg staat, hebben zij niet, waardoor de dialoog veel sneller op gang kwam. Net als bij Paulus. Uitgerekend zijn eigen geloofsgenoten werken hem tegen, terwijl de mensen die als ‘heiden’ worden neergezet, aan de slag gaan met zijn boodschap.

Lied onder de loep

ZZZ 462 – In ’t laatste van de dagen

Eigenlijk mag ZZZ 462 niet ontbreken in de Voleidingstijd. Jammer dat het niet is opgenomen in het Liedboek, het had daar zeker een plaats verdiend. ‘Het lied van Micha’ noemde Huub Oosterhuis dit lied, al zullen velen het kennen onder de eerste regel: ‘In ’t laatste van de dagen’.

Confronterend hoe actueel deze tekst eigenlijk is. Bij alle beelden die Oosterhuis gebruikt, veelal ontleent aan de profeet Micha, zie je onze huidige wereld voorbijkomen. Dit lied houdt het visioen hoog en zingt tegen de klippen op naar een nieuwe wereld toe. ‘Daar weten ze de route van de vrede’, daar leer je de oorlog af… Hoe zouden wij anders kunnen hopen en uitzien naar die nieuwe wereld, als ons daartoe niet het lied wordt aangereikt?

Het lied is getoonzet door Antoine Oomen. Met een prachtige vierstemmige zetting, zoals we dat van hem gewend zijn. Let er bij de uitvoering op dat de laatste drie regels echt piano gezongen moeten worden, immers: de zeeën zijn tot rust gekomen, de golven verstomd en de branding zwijgt…

Kansen voor gebed

Laten we vandaag danken voor mensen met een frisse blik, zowel in onze eigen gemeenschappen als daarbuiten. En laten we bidden voor mensen die moeite hebben verder te kijken dan hun eigen dogma’s, of die daartegen vechten.

Alternatief

Met alle vrijmoedigheid, ongehinderd

Bij Handelingen 28,14b-31

Lucas laat zijn lezers achter met het beeld van Paulus die in een eigen accommodatie in Rome mensen ontvangt, het koninkrijk van God verkondigt en leert over Jezus Christus. Hij doet dit met alle parrhèsia. Dit Griekse woord bevat zowel het aspect van een situatie die vrijheid van spreken toestaat, als het aspect van de persoonlijke moed van de spreker die vrijuit durft te spreken. Alsof hij het eerste nog een keer wilde onderstrepen, voegt Lucas toe: ongehinderd, zonder enige belemmering. Daarmee eindigt het tweeledige werk van Lucas.

Maar – is dit niet een onbevredigend einde? Is het überhaupt een einde? Lucas wist, en de christelijke lezer van toen wist het ook, dat er meer te vertellen viel, dat hierna nog dingen waren gebeurd die tot Paulus’ dood hadden geleid. En als hij al niet over Paulus’ dood vertelt, is Lucas ons dan niet op z’n minst een verhaal van de ontmoeting met de keizer verschuldigd? Dit is immers de reden geweest van zijn lange reis naar Rome (Hand. 25,12).

Hoeveel is er niet geschreven over dit einde van Handelingen! Reeds in de Oudheid, indirect, door het ontstaan van verdere werken over Paulus die zijn einde wél vertelden, maar ook in het kader van modern onderzoek, historisch-kritisch, literatuur- historisch, narratologisch, of wat de smaak des tijds ook was.

De cirkel is rond1.

Onze tekst bevat tal van verwijzingen naar eerdere passages in het Evangelie naar Lucas en in Handelingen. Doorgaans betreft dit beginsituaties. Door nu, in het laatste hoofdstuk, terug te verwijzen naar een begin, zorgt Lucas ervoor dat de cirkel rond is en Handelingen 28 een afsluiting vormt. Zo eindigt met onze tekst Paulus’ zendingswerk. Paulus begon dit ooit samen met Barnabas. Vanuit Antiochië in Syrië waren zij vrijwel aan het begin van hun reis via Pafos en Perge naar Antiochië in Pisidië gekomen. Op een sabbat gaan zij naar een synagoge en mogen een eerste keer spreken. Na afloop worden zij uitgenodigd om een tweede keer te komen spreken. Deze tweede ontmoeting loopt minder goed af. De oorspronkelijke openheid is verdwenen. Paulus en Barnabas verkondigen vervolgens het evangelie onder de niet-joden (Hand. 13,14-48). Met dezelfde drie stappen (positief contact met joden – (gedeeltelijke) afwijzing van het evangelie bij de tweede ontmoeting – verkondiging bij nietjoden) voltrekt zich Paulus’ zendingsactiviteit in Rome (Hand. 28,16-31).

Ook naar het begin van het boek Handelingen wordt terugverwezen. De inhoud van Paulus’ boodschap wordt in Handelingen 28,31 in een eerste deel samengevat met ‘het koninkrijk van God’, net als Jezus’ gesprekken met zijn discipelen aan het begin van Handelingen. Ook deze draaiden om het ‘koninkrijk van God’ (Hand. 1,3; vgl. 1,6). Wellicht lijkt dit in eerste instantie niet een heel sterk argument, maar opvallend is dat over het koninkrijk van God in Handelingen slechts acht keer gesproken wordt: twee keer in hoofdstuk 1, twee keer in hoofdstuk 28 en verder nog vier keer verspreid over de hele rest van Handelingen (8,12; 14,22; 19,8; 20,25).

Nog duidelijker zijn de verwijzingen naar het begin van het Evangelie van Lucas. Het woord sootèrion, redding of heil, een woord dat uit de Septuagint afkomstig is, wordt slechts vier keer in het Nieuwe Testament gebruikt, waarvan drie keer bij Lucas, telkens met betrekking tot Jezus. Simeon gebruikt het woord op het moment dat hij Jezus ziet: ‘Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd.’ Johannes de Doper citeert Jesaja: ‘Heel de mensheid zal Gods redding zien.’ En in Handelingen 28,28 wordt geconstateerd dat ‘het heil van God aan de heidenen’ is gezonden. Ook het tweeluik Lucas-Handelingen is afgerond.

Onterechte verwachtingen

Het boek Handelingen is geen biografie van Paulus die met zijn dood moet eindigen. De dood van Petrus is immers ook niet verteld; sterker nog, halverwege Handelingen verdwijnt Petrus gewoon volledig uit het verhaal, terwijl hij in de eerste helft de hoofdfiguur was.

Ook in andere opzichten schrijft Lucas lang niet alles op wat hij weet. Is het niet verrassend dat er in Damascus op het moment van Paulus’ bekering een christelijke gemeenschap aanwezig is (Hand. 9)? Lucas heeft ons nooit verteld dat en hoe de verkondiging van het evangelie tot in Damascus is gekomen en hoe daar een christelijke gemeenschap is ontstaan. Wat Lucas wil vertellen in het boek Handelingen is de verspreiding van de boodschap van het koninkrijk van God ‘in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde’ (Hand. 1,8), niet een complete geschiedenis van het vroegste christendom tot in de jaren zestig van de eerste eeuw. Bijzonder belangrijk hierbij is de weg van het evangelie van de joodse wereld naar de wereld van de niet-joden, en de relatie tussen joodse en niet-joodse christenen.

De tijd van de lezer

Dat uiteindelijk het evangelie onder de niet-joden veel meer geloof gevonden heeft dan onder joden, is een pijnlijk punt dat Lucas (ook voor zichzelf?) met het uitgebreide citaat uit het boek Jesaja begrijpelijk wil maken (Hand. 28,26-27). Paulus concludeert: Christus, het heil (Gr.: sootèrion) van God, is gezonden naar de volkeren (Hand. 28,28), zoals Simeon al had voorspeld. Paulus, aldus het beeld waarmee Lucas zijn lezers achterlaat, ontvangt twee jaar lang iedereen die naar hem toe komt (Hand. 28,31). De ‘heidenen’ willen het evangelie wél horen. Dit is de tijd van de lezer: het evangelie wordt zonder belemmering aan de niet-joden verkondigd.

1. Ik maak dankbaar gebruik van het commentaar van Daniël Marguerat, Les Actes des Apôtres. Commentaire du Nouveau Testament 5, Genève, 2024, tweede editie. Marguerat verwijst naar een bijdrage van Jacques Dupont, in diens bundel Nouvelles études sur les Actes des Apôtres. Lectio divina 118, Paris 1984.

Alternatief

Eeuwigheidszondag

Bij Handelingen 28,14b-31

In veel gemeentes worden vandaag de gestorvenen herdacht. De vorm waarin dat gebeurt ligt doorgaans behoorlijk vast. De gewoonten en gebruiken die zijn ontwikkeld, zijn zorgvuldig tot stand gekomen. Ze horen bij de dierbare vaste rituelen, die houvast geven in moeilijke tijden. Er lijkt dus ook weinig ruimte te zijn voor experiment, voor iets anders dan anders. Toch biedt de Handelingenlezing aanknopingspunten voor verbinding met het gedenken van wie ons voorgingen. De weg van Paulus naar en in Rome vertoont overeenkomsten met de weg van de mens door het leven. Een tekst om te zeggen bij de schriftlezing of uitleg.

Van haven tot haven gaat het leven.
Soms met gunstige wind
gaan we vooruit.
Soms hapert de reis,
geen wind in de zeilen.
Bij storm roepen we tot de hemel:
red ons, wij vergaan.

Van huis tot huis gaat het leven,
een ouderlijk huis, herinneringen
maken je tot wie je bent geworden.
Een eigen huis,
een thuis om te delen,
wie mag er te gast zijn?
Een laatste huis, een huis van vaarwel.

Van dag tot dag gaat leven,
van jaar tot jaar,
tot de dagen op zijn,
het leven geleefd, vroeger of later.
Wat blijft is het verlangen,
wat blijft is Gods trouw,
wat blijft is de belofte
van liefde, vrede, heling voorgoed.