Bij Handelingen 28,14b-31
Lucas laat zijn lezers achter met het beeld van Paulus die in een eigen accommodatie in Rome mensen ontvangt, het koninkrijk van God verkondigt en leert over Jezus Christus. Hij doet dit met alle parrhèsia. Dit Griekse woord bevat zowel het aspect van een situatie die vrijheid van spreken toestaat, als het aspect van de persoonlijke moed van de spreker die vrijuit durft te spreken. Alsof hij het eerste nog een keer wilde onderstrepen, voegt Lucas toe: ongehinderd, zonder enige belemmering. Daarmee eindigt het tweeledige werk van Lucas.
Maar – is dit niet een onbevredigend einde? Is het überhaupt een einde? Lucas wist, en de christelijke lezer van toen wist het ook, dat er meer te vertellen viel, dat hierna nog dingen waren gebeurd die tot Paulus’ dood hadden geleid. En als hij al niet over Paulus’ dood vertelt, is Lucas ons dan niet op z’n minst een verhaal van de ontmoeting met de keizer verschuldigd? Dit is immers de reden geweest van zijn lange reis naar Rome (Hand. 25,12).
Hoeveel is er niet geschreven over dit einde van Handelingen! Reeds in de Oudheid, indirect, door het ontstaan van verdere werken over Paulus die zijn einde wél vertelden, maar ook in het kader van modern onderzoek, historisch-kritisch, literatuur- historisch, narratologisch, of wat de smaak des tijds ook was.
De cirkel is rond1.
Onze tekst bevat tal van verwijzingen naar eerdere passages in het Evangelie naar Lucas en in Handelingen. Doorgaans betreft dit beginsituaties. Door nu, in het laatste hoofdstuk, terug te verwijzen naar een begin, zorgt Lucas ervoor dat de cirkel rond is en Handelingen 28 een afsluiting vormt. Zo eindigt met onze tekst Paulus’ zendingswerk. Paulus begon dit ooit samen met Barnabas. Vanuit Antiochië in Syrië waren zij vrijwel aan het begin van hun reis via Pafos en Perge naar Antiochië in Pisidië gekomen. Op een sabbat gaan zij naar een synagoge en mogen een eerste keer spreken. Na afloop worden zij uitgenodigd om een tweede keer te komen spreken. Deze tweede ontmoeting loopt minder goed af. De oorspronkelijke openheid is verdwenen. Paulus en Barnabas verkondigen vervolgens het evangelie onder de niet-joden (Hand. 13,14-48). Met dezelfde drie stappen (positief contact met joden – (gedeeltelijke) afwijzing van het evangelie bij de tweede ontmoeting – verkondiging bij nietjoden) voltrekt zich Paulus’ zendingsactiviteit in Rome (Hand. 28,16-31).
Ook naar het begin van het boek Handelingen wordt terugverwezen. De inhoud van Paulus’ boodschap wordt in Handelingen 28,31 in een eerste deel samengevat met ‘het koninkrijk van God’, net als Jezus’ gesprekken met zijn discipelen aan het begin van Handelingen. Ook deze draaiden om het ‘koninkrijk van God’ (Hand. 1,3; vgl. 1,6). Wellicht lijkt dit in eerste instantie niet een heel sterk argument, maar opvallend is dat over het koninkrijk van God in Handelingen slechts acht keer gesproken wordt: twee keer in hoofdstuk 1, twee keer in hoofdstuk 28 en verder nog vier keer verspreid over de hele rest van Handelingen (8,12; 14,22; 19,8; 20,25).
Nog duidelijker zijn de verwijzingen naar het begin van het Evangelie van Lucas. Het woord sootèrion, redding of heil, een woord dat uit de Septuagint afkomstig is, wordt slechts vier keer in het Nieuwe Testament gebruikt, waarvan drie keer bij Lucas, telkens met betrekking tot Jezus. Simeon gebruikt het woord op het moment dat hij Jezus ziet: ‘Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd.’ Johannes de Doper citeert Jesaja: ‘Heel de mensheid zal Gods redding zien.’ En in Handelingen 28,28 wordt geconstateerd dat ‘het heil van God aan de heidenen’ is gezonden. Ook het tweeluik Lucas-Handelingen is afgerond.
Onterechte verwachtingen
Het boek Handelingen is geen biografie van Paulus die met zijn dood moet eindigen. De dood van Petrus is immers ook niet verteld; sterker nog, halverwege Handelingen verdwijnt Petrus gewoon volledig uit het verhaal, terwijl hij in de eerste helft de hoofdfiguur was.
Ook in andere opzichten schrijft Lucas lang niet alles op wat hij weet. Is het niet verrassend dat er in Damascus op het moment van Paulus’ bekering een christelijke gemeenschap aanwezig is (Hand. 9)? Lucas heeft ons nooit verteld dat en hoe de verkondiging van het evangelie tot in Damascus is gekomen en hoe daar een christelijke gemeenschap is ontstaan. Wat Lucas wil vertellen in het boek Handelingen is de verspreiding van de boodschap van het koninkrijk van God ‘in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde’ (Hand. 1,8), niet een complete geschiedenis van het vroegste christendom tot in de jaren zestig van de eerste eeuw. Bijzonder belangrijk hierbij is de weg van het evangelie van de joodse wereld naar de wereld van de niet-joden, en de relatie tussen joodse en niet-joodse christenen.
De tijd van de lezer
Dat uiteindelijk het evangelie onder de niet-joden veel meer geloof gevonden heeft dan onder joden, is een pijnlijk punt dat Lucas (ook voor zichzelf?) met het uitgebreide citaat uit het boek Jesaja begrijpelijk wil maken (Hand. 28,26-27). Paulus concludeert: Christus, het heil (Gr.: sootèrion) van God, is gezonden naar de volkeren (Hand. 28,28), zoals Simeon al had voorspeld. Paulus, aldus het beeld waarmee Lucas zijn lezers achterlaat, ontvangt twee jaar lang iedereen die naar hem toe komt (Hand. 28,31). De ‘heidenen’ willen het evangelie wél horen. Dit is de tijd van de lezer: het evangelie wordt zonder belemmering aan de niet-joden verkondigd.
1. Ik maak dankbaar gebruik van het commentaar van Daniël Marguerat, Les Actes des Apôtres. Commentaire du Nouveau Testament 5, Genève, 2024, tweede editie. Marguerat verwijst naar een bijdrage van Jacques Dupont, in diens bundel Nouvelles études sur les Actes des Apôtres. Lectio divina 118, Paris 1984.