Menu

Laden Evenementen

18 januari 2026 Tweede zondag na Epifanie

18 januari 2026

Tweede zondag na Epifanie

Bij deze dag

In de benaming ‘de tweede zondag na Epifanie’, betekent ‘na’ niet dat de vreugde over de Verschijning van Christus al achter ons ligt. Liederen als LB 516, 525 en 526 maken duidelijk dat deze zondag niet op zichzelf staat, maar verbonden is met de vorige twee. De glorie van de mens geworden God straalde al bij de verschijning aan de magiërs en bij de doop in de Jordaan. Bij het eerste teken dat Jezus verrichtte straalt het onverminderd. Gods menswording en verschijning blijft ons verheugen en kleurt ook deze zondag nog helemaal wit. Bruiloftswit. Bruid en bruidegom komen in het laatste vers van de profetenlezing in beeld. Bruiloftsliederen zijn er genoeg, zoals LB 791 en 793. En zoals een bruiloft moeilijk denkbaar is zonder eten en drinken, kan deze Kana zondag moeilijk zonder het vieren van de maaltijd van de Heer, het Bruiloftsmaal van het Lam. Laat ter bruiloft komen, door U aangenomen, al uw vromen. (LB 379). Die Maaltijd maakt duidelijk dat wij zelf niets in handen hebben – lees het epistel over Abraham, die enkel vertrouwde op God en alleen dat werd hem tot rechtvaardigheid toegerekend. Daarbij past LB 377 ook mooi. Een zondag vol Licht en Liefde: wij zijn als Bruid door God gekend.

Jaar A | Groen
ot
Jesaja 62:1-5
ap
Psalmen 96
ep
Romeinen 4:1-12
ev
[Johannes 1:29-51]
Johannes 2:1-11
Liedsuggesties

Wat is het wonder?

Bij Jesaja 62,1-5 en Johannes (1,29–)2,1-11

In de tekst uit Jesaja worden we met de woorden van troost die de profeet spreekt tot het volk in de sfeer van een feestelijke bruiloft getrokken. Het volk na de Babylonische ballingschap is een mengelmoes van: zij die achtergebleven zijn in een berooid land; zij die zich als vreemdelingen van elders in het land gevestigd hebben, misschien vluchtelingen; en tot slot zij die uit Babylon teruggekeerd zijn naar het land van de belofte. Maar welke belofte?

De profeet Jesaja spreekt tot het volk woorden van troost: ‘Je zult niet langer Verlatene heten of Troosteloos oord. Je zult heten mijn verlangen, mijn bruid. Zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal God zich over jou verheugen’ (62,4-5). Uit de tekst spreekt Gods liefde voor het volk, een volk dat zichzelf misschien, in onderlinge verdeeldheid en verscheurdheid, beleeft als een zootje ongeregeld. God ziet de schoonheid die het volk zelf wellicht niet kan zien. Ze zeggen ‘Liefde maakt blind’, maar je kunt ook zeggen ‘Liefde is zien vanuit een verlangen’. Vanuit een verlangen kijk je anders, naar elkaar en naar de wereld. Het is een zien dat open doet staan voor wonderen en wonderen met zich meebrengt.

Zoekplaatje

Voor deze God als de HEER klinkt in Psalm 96 de jubel van een nieuw lied. Het is alsof het feestgedruis van een bruiloft tot ons doorklinkt. Wat kunnen we anders dan het wonderlijke verhaal van de bruiloft te Kana in deze bijna magisch feestelijke bruiloftssfeer tot ons nemen? Het wonder in het verhaal van Johannes over de bruiloft te Kana (dat alleen bij Johannes is te vinden) lijkt zo voor de hand te liggen, water dat verandert in wijn. Maar is dat zo? Zoals veel verhalen van de evangelist Johannes heeft ook dit verhaal iets van een zoekplaatje. Wat zien we erin?

Het feest is misschien nog maar halverwege en de wijn raakt al op. Datgene raakt op wat de overvloed van leven symboliseert, de overvloedige wijn als het nieuwe leven van bruid en bruidegom. De moeder van Jezus wordt heel opvallend als eerste genoemd in het verhaal. Zij lijkt ook de eerste die ziet welke ramp zich dreigt te voltrekken. Zij is het vervolgens ook die Jezus confronteert met deze dreiging. De reactie van Jezus is ronduit schokkend. ‘Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Met deze reactie lijkt de naderende catastrofe onafwendbaar. De bruiloft lijkt tot een voortijdig eind te moeten komen, helemaal nu Jezus zelf het laat afweten. Dan gebeurt er iets verrassends in het verhaal. In plaats van tegen Jezus te protesteren, zegt de moeder tot de bedienden: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ Zij blijft vol verwachting en ook de bedienden neemt zij hierin mee.

Reinigingswater

Op dit moment in het verhaal is het de bedoeling van de verteller dat zijn hoorders de oren spitsen, en dan laat hij de volgende woorden klinken: ‘Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten.’ En precies dit reinigingswater zal veranderd worden in wijn.

Het bruiloftsfeest verschijnt in tal van verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament als het beeld van de komst van de Messias en daarmee van het aanbreken van de heerschappij van God. Het bruiloftsfeest is een beeld waar het volk Israël in de ballingschap, verdreven van huis en haard, zich geregeld aan vastklampt. We hebben dat zonet ook gezien bij Jesaja, bij het volk dat teruggekeerd is uit de ballingschap. Johannes refereert met het verhaal van de bruiloft te Kana aan dit aloude verlangen. Jezus wordt door Johannes geïdentificeerd als de Goddelijke bruidegom die zijn bruid met het reinigingswater tegemoet treedt, maar… zij weet het niet. De mensen op het feest beseffen niet wat er gaande is. In vers 9 lezen we dat ook de ceremoniemeester niet weet waar de wijn vandaan komt. De enigen die beseffen wat hier gebeurt, wat de betekenis is van het gebeuren, zijn volgens het verhaal de leerlingen, zij zien het grote wonder hier plaatsvinden dat de Goddelijke bruidegom feest houdt met het reinigingswater als wijn. Het wonder van de Messias, van Immanuel, van de God die met ons is, voltrekt zich in deze wereld in het geheim. We staan er met onze neus bovenop, maar we zien het niet.

Vatbaar voor de toekomst

Het leven van alledag – de maalstroom van wereldschokkende gebeurtenissen waarin we ons bevinden, verplichtingen, werkzaamheden, zorgen – het kan allemaal zo’n beslag op ons leggen dat niet zozeer de hemel doof en stom is voor ons, als wel dat wij zelf doof en stom zijn geworden voor de hemel. Wij dreigen een verwachtingsvolle houding te verliezen en het geloof in het wonder op te geven. Maar God geeft het niet op. Ongemerkt zoekt de Levende ons aan te raken en te dompelen in een verwachting waardoor wij andere mensen worden, waardoor wij deel krijgen aan een nieuwe tijd van leven, waardoor wij vatbaar worden voor de toekomst.

In het verhaal van de bruiloft te Kana is het tot wijn geworden reinigingswater het leven dat ons door de Messias geschonken wordt. Het is niet tijd van leven in kwantitatieve zin als hoeveelheid in jaren, maanden en dagen, maar veel meer in kwalitatieve zin. Het gaat om een levenswijze die ontspringt aan en die zich mag spiegelen aan het leven en sterven van Jezus. In Christus aangeraakt door het reinigingswater dat wijn geworden is, zijn we aangeraakt door de Liefde van God voor deze wereld. In Hem worden we, zoals de apostel Paulus in de brief aan de Romeinen schrijft, aangenomen als en bestemd tot rechtvaardigen (4,24; 5,1). ‘Het is vol wonderen om u heen’ (LB 655,1).

Anders gedaan

Een veelkleurig gloria

Bij Psalm 96

In het liedboek zijn van een heel aantal psalmen verschillende versies opgenomen. Meestal maak je daaruit een keuze, al naar gelang de muzikale voorkeur van de gemeente. Maar probeer deze zondag eens een mix van stijlen te maken. In het boek Verbindend vieren (Boekencentrum, 2013) staat een mooi hoofdstuk (hoofdstuk 6, muzikaal verhalen) over hoe je dat kunt aanpakken. De kunst is om de verschillende stijlen te mengen, zodat ze elkaar verrijken. Het is een mooie manier om de liedcultuur van de gemeente te variëren en te verbreden.

De psalm die deze zondag in het rooster staat, Psalm 96, leent zich daar prima voor. Het is een lofzang, dus heel geschikt om eens de tijd te nemen voor een groot gloria. Een mogelijke opzet zou er als volgt uit kunnen zien:

  • Begin met de Geneefse zetting, Psalm 96:1. Vraag de organist om een mooi naspel.
  • Zing en lees dan met elkaar LB 96b. De toonsoorten passen goed bij elkaar. De gemeente zingt het refrein, en de voorganger spreekt of zingt – al naargelang diens talenten op dat gebied – de tussenliggende strofen. Op deze manier klinkt de hele psalm.
  • Sluit ten slotte af met het zingen van de Geneefse zetting Psalm 96:7.

In plaats van 96b kan uiteraard ook voor 96a gekozen worden. Deze is voor de gemeente muzikaal iets uitdagender.

Actueel

Troost in de eenzaamheid

Er zijn in de Schrift een paar heel bekende verhalen over iemand die het moeilijk heeft en daarin – aanvankelijk – alleen staat. Elia die na zijn optreden wegvluchtte van koningin Izebel en het niet meer zag zitten. Job die alles en iedereen verloor. Het doet me denken aan wat Andries Baart me leerde over het lijden: het ergste lijden is dat waarin je alleen staat. Op straat hoor ik vanwege mijn werk daar, af en toe, dat mensen dat ook weten. ‘Slaap jij buiten vannacht? Dan blijf ik, en houd ik je rug warm.’

Net als voor Elia en Job is het leed niet ineens opgelost. Elia moet verder met zijn opdracht en Jobs kinderen, zijn personeel en zijn vee staan niet meer uit de dood op. Maar er gebeurt wel iets: Elia wordt bemoedigd door een engel. Job wordt bezocht door zijn vrienden. Dat loopt zeker niet alleen maar helpend, want ze verzanden in redeneringen en dat geredeneer troost meestal niet. Maar ze zijn er, eerst stil, en ze laten hem niet alleen. En dat is waar het om gaat.

Invalshoek

Even wachten nog… (Joh. (1,29–)2,1-11)

Toen ik nog maar net werkzaam was als geestelijk verzorger in de gehandicaptenzorg, bezocht ik verschillende kerkdiensten als gast. Om eens te zien wat er gebeurde; hoe het gebracht werd, welke keuzes er gemaakt werden. Maar ook hoe bewoners daarop reageerden. Als het even kon, ging ik dan naast een bewoner zitten, die zonder begeleider zat. Zo ook Linda. Ze zat in een rolstoel. Geen grote vrouw, maar erg aanwezig door haar praten. Linda wist overal een verhaal van te maken, niet altijd even goed verstaanbaar, maar wel luid en duidelijk hoorbaar. Linda was ook snel afgeleid, dus het ene verhaal volgde het andere op. Deze zondag oogde ze wat onrustig. Ik vroeg of ik naast haar mocht komen zitten. Ja hoor. Ze zat wat te wippen in haar rolstoel, in afwachting van wat komen ging. Het duurde niet lang meer, dan zou de dienst gaan beginnen. Het wachten was op de dominee. De organist speelde alvast de herkenbare melodie van het beginlied. Dat pakte Linda feilloos op. In reactie daarop draaide ze prompt haar gezicht naar me toe en zei: ‘God, hè? God hè, mevrouw. God komt er zo aan!’ Alsof ze zeggen wilde: dan kan het feest beginnen!

Lied onder de loep

GvL 530 – Uit uw hemel zonder grenzen

Een lied van Huub Oosterhuis dat de hele verschijningstijd (Epifanie) als het ware samenvat en daarom ook op de drie zondagen (Openbaring, Doop en Kana) te zingen is. Immers met Epifanie vieren wij Christus’ openbaring aan álle volkeren. Tastend komt Hij aan het licht, met een naam, een gezicht, even weerloos als wij. Couplet 2 en 3 zingen van de Openbaring; het Kind, de wijzen uit het oosten, terwijl in 4 wordt toegezongen naar de doop en de gang van Christus naar de woestijn. En Kana dan? ‘Als een woord zijt Gij gegeven’ (‘Doe maar wat Hij zegt…’). Met de ‘eerste tekenen’ maakt Christus een nieuw begin van leven. In het Liedboek staat de melodie van Jaap Geraedts. Mijn voorkeur gaat echter uit naar de oorspronkelijke melodie van priester-componist Floris van der Putt, waarbij de melodie meer recht doet aan de tekst. De eerste maten nemen ons mee in de ‘afdaling’ vanuit de hemel, terwijl in de stijgende lijn in de tweede regel de ‘geheimen’ ontvouwt worden. Prachtig hoe de laatste regel gecomponeerd is met een melodie die aan het Gregoriaans doet denken. Goed te zingen in afwisseling tussen gemeente en cantorij, vrouwen en mannen; eventueel met extra begeleiding van fluit of hobo.

Kansen voor gebed

Heer God,
Dank, dat U ons opzoekt.
Dat U naar ons toekomt.
Dat U mens geworden bent, net als wij.
Dat U er bent in moeiten.
Maar ook als er feest is.
En dat U dat zelfs nóg feestelijker kan maken.
Kom bij ons, o Heer. Kom bij ons!