Bij Jesaja 62,1-5 en Johannes (1,29–)2,1-11
In de tekst uit Jesaja worden we met de woorden van troost die de profeet spreekt tot het volk in de sfeer van een feestelijke bruiloft getrokken. Het volk na de Babylonische ballingschap is een mengelmoes van: zij die achtergebleven zijn in een berooid land; zij die zich als vreemdelingen van elders in het land gevestigd hebben, misschien vluchtelingen; en tot slot zij die uit Babylon teruggekeerd zijn naar het land van de belofte. Maar welke belofte?
De profeet Jesaja spreekt tot het volk woorden van troost: ‘Je zult niet langer Verlatene heten of Troosteloos oord. Je zult heten mijn verlangen, mijn bruid. Zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal God zich over jou verheugen’ (62,4-5). Uit de tekst spreekt Gods liefde voor het volk, een volk dat zichzelf misschien, in onderlinge verdeeldheid en verscheurdheid, beleeft als een zootje ongeregeld. God ziet de schoonheid die het volk zelf wellicht niet kan zien. Ze zeggen ‘Liefde maakt blind’, maar je kunt ook zeggen ‘Liefde is zien vanuit een verlangen’. Vanuit een verlangen kijk je anders, naar elkaar en naar de wereld. Het is een zien dat open doet staan voor wonderen en wonderen met zich meebrengt.
Zoekplaatje
Voor deze God als de HEER klinkt in Psalm 96 de jubel van een nieuw lied. Het is alsof het feestgedruis van een bruiloft tot ons doorklinkt. Wat kunnen we anders dan het wonderlijke verhaal van de bruiloft te Kana in deze bijna magisch feestelijke bruiloftssfeer tot ons nemen? Het wonder in het verhaal van Johannes over de bruiloft te Kana (dat alleen bij Johannes is te vinden) lijkt zo voor de hand te liggen, water dat verandert in wijn. Maar is dat zo? Zoals veel verhalen van de evangelist Johannes heeft ook dit verhaal iets van een zoekplaatje. Wat zien we erin?
Het feest is misschien nog maar halverwege en de wijn raakt al op. Datgene raakt op wat de overvloed van leven symboliseert, de overvloedige wijn als het nieuwe leven van bruid en bruidegom. De moeder van Jezus wordt heel opvallend als eerste genoemd in het verhaal. Zij lijkt ook de eerste die ziet welke ramp zich dreigt te voltrekken. Zij is het vervolgens ook die Jezus confronteert met deze dreiging. De reactie van Jezus is ronduit schokkend. ‘Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Met deze reactie lijkt de naderende catastrofe onafwendbaar. De bruiloft lijkt tot een voortijdig eind te moeten komen, helemaal nu Jezus zelf het laat afweten. Dan gebeurt er iets verrassends in het verhaal. In plaats van tegen Jezus te protesteren, zegt de moeder tot de bedienden: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ Zij blijft vol verwachting en ook de bedienden neemt zij hierin mee.
Reinigingswater
Op dit moment in het verhaal is het de bedoeling van de verteller dat zijn hoorders de oren spitsen, en dan laat hij de volgende woorden klinken: ‘Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten.’ En precies dit reinigingswater zal veranderd worden in wijn.
Het bruiloftsfeest verschijnt in tal van verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament als het beeld van de komst van de Messias en daarmee van het aanbreken van de heerschappij van God. Het bruiloftsfeest is een beeld waar het volk Israël in de ballingschap, verdreven van huis en haard, zich geregeld aan vastklampt. We hebben dat zonet ook gezien bij Jesaja, bij het volk dat teruggekeerd is uit de ballingschap. Johannes refereert met het verhaal van de bruiloft te Kana aan dit aloude verlangen. Jezus wordt door Johannes geïdentificeerd als de Goddelijke bruidegom die zijn bruid met het reinigingswater tegemoet treedt, maar… zij weet het niet. De mensen op het feest beseffen niet wat er gaande is. In vers 9 lezen we dat ook de ceremoniemeester niet weet waar de wijn vandaan komt. De enigen die beseffen wat hier gebeurt, wat de betekenis is van het gebeuren, zijn volgens het verhaal de leerlingen, zij zien het grote wonder hier plaatsvinden dat de Goddelijke bruidegom feest houdt met het reinigingswater als wijn. Het wonder van de Messias, van Immanuel, van de God die met ons is, voltrekt zich in deze wereld in het geheim. We staan er met onze neus bovenop, maar we zien het niet.
Vatbaar voor de toekomst
Het leven van alledag – de maalstroom van wereldschokkende gebeurtenissen waarin we ons bevinden, verplichtingen, werkzaamheden, zorgen – het kan allemaal zo’n beslag op ons leggen dat niet zozeer de hemel doof en stom is voor ons, als wel dat wij zelf doof en stom zijn geworden voor de hemel. Wij dreigen een verwachtingsvolle houding te verliezen en het geloof in het wonder op te geven. Maar God geeft het niet op. Ongemerkt zoekt de Levende ons aan te raken en te dompelen in een verwachting waardoor wij andere mensen worden, waardoor wij deel krijgen aan een nieuwe tijd van leven, waardoor wij vatbaar worden voor de toekomst.
In het verhaal van de bruiloft te Kana is het tot wijn geworden reinigingswater het leven dat ons door de Messias geschonken wordt. Het is niet tijd van leven in kwantitatieve zin als hoeveelheid in jaren, maanden en dagen, maar veel meer in kwalitatieve zin. Het gaat om een levenswijze die ontspringt aan en die zich mag spiegelen aan het leven en sterven van Jezus. In Christus aangeraakt door het reinigingswater dat wijn geworden is, zijn we aangeraakt door de Liefde van God voor deze wereld. In Hem worden we, zoals de apostel Paulus in de brief aan de Romeinen schrijft, aangenomen als en bestemd tot rechtvaardigen (4,24; 5,1). ‘Het is vol wonderen om u heen’ (LB 655,1).