Menu

Laden Evenementen

07 december 2025 Tweede zondag van de Advent

07 december 2025

Tweede zondag van de Advent

Bij deze dag

Populus Sion. Gij volk van Sion, zie, de naam des Heren komt van verre om de volkeren te verlossen. Hij zal zijn machtige stem doen horen en gij zult u van harte verheugen (Jes. 30,19.27.30). De 2e advent brengt ons bij Johannes de Doper. ‘Zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden’. Met zijn ruwe mantel van kameelhaar en leren gordel is hij gekleed als de profeet Elia. Hij doopt bij de Jordaan, de grensrivier van het beloofde land. Een waterdrager op de grens van het nieuwe. ‘Bekeert u want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.’ Te gast zullen zijn: een wolf bij een schaap, een panter neergevlijd bij een bokje, een zuigeling spelend bij het hol van een adder, ze zullen geen kwaad doen, want het land is vervuld van kennis van de Ene. Geen boze apocalyptische taal of de taal van angst, maar de taal van hoop. Wat een verademing! Dat is advent, een concentratie op datgene wat komt, naar komst, naar toekomst. Het is niet van ons, het is ons beloofd. We zien uit naar de komst, en dat uitzien bepaalt de richting van ons kijken. Advent bepaalt onze blikrichting.

Jaar A | Paars
ot
Jesaja 11:1-10
ap
Psalmen 72
ep
Romeinen 15:4-13
ev
Mattheüs 3:1-12
Liedsuggesties

Een boom van een koning

Bij Psalm 72, Jesaja 11,1-10 en Matteüs 3,1-12

‘Goede leiders worden niet geboren, maar gemaakt,’ zegt onze maatschappij. Het omgekeerde geldt net zo goed. Opvoeding, omstandigheden, allerlei soorten invloeden bepalen de ontwikkeling van iemand. Ook als leider. En toch gaat het in de Adventstijd juist ook over goede leiders die worden geboren. Die van meet af aan uit het goede en betere hout gesneden zullen zijn.

Jesaja profeteert in het eerste deel van het boek dat zijn naam draagt vooral voor koning Achaz. Waarschijnlijk hoort hij de profetie van Jesaja 11,1-10 op het moment dat zijn vrouw Abi zwanger is. De verwachtingen rond het kind (de latere koning Hizkia) zijn hooggespannen. Als het een jongen is, zal hij de nieuwe koning zijn. En die moet het beter doen dan zijn vader (Jes. 7,10-17; 9,5-6). Want (aanstaande) vader Achaz weet van de dreiging van de ballingschap, weet van de dreiging van Assur, maar doet er te weinig tegen. Jesaja profeteert hoe het juk van Assur zal komen en weer afgenomen zal worden (Jes. 10). Dan zal de hele Libanon geveld worden: een bos hoge bomen wordt neergemaaid. In die context begint dan Jesaja 11. Een kaal veld, vol omgehakte bomen. Een land dat neergehaald en kaal geroofd is door de bezetter, waar God mensen gestraft heeft voor hun ongehoorzaamheid. Dáár komt de hoop voor een nieuwe leider naar boven: als een telgje uit een eeuwenoude tronk.

Waarom de tronk van Isaï en niet van David? Wellicht omdat zo niet een andere leider als voorbeeld wordt gesteld, maar het teruggaat op de stam, de bron. En tegelijk zou het ook de hoop op een tweede David, op opnieuw een koning als David kunnen zijn. Het telgje moet een droom/boom van een koning worden.

Koning voor heel de aarde

Zes ‘soorten’ geest (11,2) leggen nader uit wat de Geest van de Heer is die op hem rust (vgl. Op. 4,5) als zes kaarsen die de zevende kaars op de menora meer licht geven. Met die Geest begiftigd, geeft deze koning leiding op een manier die recht en gerechtigheid brengt: met een rechtvaardig oordeel, recht voor de zwakken en een einde aan onrecht. Jesaja omschrijft beeldend hoe deze koning zal zijn. In weerwil van leiders die regeren als beesten (beer: Spr. 28,15, adder/slang: Ps. 58,4-5, leeuw: Ez. 19,3, wolf: Ez. 22,27) regeert deze koning, deze leider als een lam (vgl. Op. 13,2). Hij zoekt geen strijd maar wil vreedzaam samenleven. Psalm 72 beschrijft voor deze ‘boom van een koning’ nog verder hoe hij omgaat met de hem gegeven macht, en deze toepast zodat iedereen recht gedaan wordt. Deze koning is er dus voor veel meer dan voor het kleine Juda waar koning Achaz, die Jesaja hier in eerste instantie lijkt toe te spreken, koning van was. De profetie reikt veel verder. Dat blijkt ook uit vers 9, waar de ‘hele aarde’ vervuld wordt van de (goede) kennis van de Heer. De koning die als een twijgje (Hebr.: netser) begint, zal staan als een banier (Hebr.: nes) voor de volken.

Bomen omgehakt

Maar voordat die banier zichtbaar is, moet er eerst nog heel wat gebeuren. Koningszoon Hizkia maakt het niet waar, en vele koningen na hem evenmin. Eeuwen ná Jesaja spreekt Johannes in het evangelie van Matteüs opnieuw over de komst van Hem op wie gewacht wordt (3,2-3.11-12). Johannes zelf wordt zeer beperkt geïntroduceerd. Zijn boodschap is belangrijker dan zijn persoon. Matteüs 3,3 is een rechtstreeks citaat uit Jesaja 40,3, uit dat deel van Jesaja dat gesitueerd wordt als de ballingschap al realiteit is. En als dit citaat klinkt in Johannes, wordt er in zekere zin nog steeds gewacht op die ‘boom van een koning’ uit Jesaja 11: de Zoon van de Koning die zal komen om recht en gerechtigheid te brengen. Johannes is slechts de boodschapper, maar wel met een duidelijke boodschap. De komst van de ‘telg uit de tronk van Isaï’ betekent dat er bomen zullen worden omgehakt (3,10; vgl. Jes. 10,33-34). Daarna zal ‘iemand komen die machtiger is dan ik’ (3,11), die het kwaad niet ongestraft zal laten zoals in Jesaja 11,4 en Psalm 72,4 al aangekondigd.

Zij zijn het niet

Johannes richt zich vanaf vers 7 rechtstreeks tot de farizeeën en sadduceeën. Zij worden hier als één groep aangesproken, waar er inhoudelijk echt verschillen zijn. Maar hier zijn ze de representanten van een ideologisch leiderschap dat niet het gewenste leiderschap is. Zoals in Jesaja Achaz als slechte koning tegenover de goede koning stond, worden hier de farizeeën en sadduceeën met hun manier van leidinggeven, rechtspreken en leven deze eerste keer dat ze ter sprake komen in het Evangelie van Matteüs scherp gezet tegenover hoe Jezus dit zal gaan vormgeven. In de beeldspraak van vers 8 en 10 zijn de farizeeën en sadduceeën de bomen die niet de juiste vruchten voortbrengen, en komen dus te staan tegenover de ‘telg van Isaï’, de stronk die een goede, de beste, vrucht zal voorbrengen. Vers 9 is waarschijnlijk tussen dit beeld gevoegd, en verwijst naar Matteüs 1,2 waar Jezus een zoon van Abraham genoemd wordt.

Dit alles gebeurt aan de oever van de Jordaan, de scheidingsrivier bij uitstek, de rivier die zo vaak de overgang van een oude naar een nieuwe situatie markeert in de Bijbel. En tegelijk is een rivier een plek waar bomen groeien en tot bloei komen (Ps. 1). Daar wordt de komst van de telg van Isaï aangekondigd, daar wordt de kaalslag aangekondigd die er ook zal zijn, de ruimte die gemaakt moet worden om deze boom te kunnen laten groeien en bloeien zodat deze telg de koning kan zijn van Godswege.

Anders gedaan

2e van de Advent

Bij Jesaja 11,1-10

(Inleiding zie 30 november)

Aansteken tweede adventskaars

Dit zegt Jesaja:

‘Er komt een dag…
dan zien we iemand die vol is van God, de Ware.
De geest van God spreekt als vanzelf in hem en door hem.
Hij eert God en is eerlijk in zijn oordeel over wie dan ook.
Hij houdt alles bij elkaar – wat waar is en goed en rechtvaardig.

Weet je, dan is alles mogelijk!
Wilde en tamme dieren trekken samen op,
kinderen spelen met hen.
Dan is de aarde vol van God, de Ene.

En dat alles door hem,
hij die volledig staat voor God,
schitterend!’

Beestenboel

Vandaag heeft Sanny met haar knuffels een dierentuin gemaakt. Aan haar boekenplank hangen de apen. Onder haar bureau zitten de beren. Op het groene kleed staan de paarden, koeien en schapen. In haar kast zitten de wilde dieren: leeuw, panter en vos. En onder haar bed de gevaarlijke slang en krokodil. Zo, iedereen zit keurig op zijn plek. Nu kan Sanny even buitenspelen.

Maar als ze terugkomt op haar kamer…

O NEE!!! De vos zit op het groene kleed naast de kleine schaapjes. De leeuw zit naast de koeien evenals de beer. En de slang zit in haar poppenbed!

‘Mooi, hè,’ zegt Sanny’s broertje Daan heel tevreden, ‘ik heb de dieren laten bewegen.’

‘Dat mag niet!’ zegt Sanny. ‘Nu gaan de wilde dieren de boerderijdieren opeten en een slang is gevaarlijk voor een baby! Dat past niet bij elkaar!’

‘Past wel,’ zegt Daan, ‘alle dieren op het kleed hebben een zachte vacht en de slang is net zo kaal als jouw babypop. Kan best. Ze gaan elkaar geen kwaad doen hoor! Het zijn toch allemaal joúw knuffels…’

Actueel

Troost – gehoord zijn

Ze stuurde me foto’s van een bloedende wond in haar gezicht. Het verhaal dat ze erbij schreef, was warrig, ik vermoed onder invloed van alcohol. De strekking: ze werd wakker gemaakt in de opvang en moest stante pede haar bed uit en het pand verlaten. Het wordt mij niet duidelijk of het de reguliere tijd was voor opstaan en schoonmaak, of dat dit voor haar individueel gold. Als ik haar bel vertelt ze dat ze haar medicatie miste, in paniek raakte, zocht en zocht, haar evenwicht verloor als gevolg van geen medicatie hebben, en viel. Dat verwijt ze uiteindelijk de beveiliger die haar wakker schudde. Ze is boos. Ik luister. Kan haar geen oplossingen bieden. Sterker nog, ik kan nu, vrijdagavond, niet eens naar haar toe komen. Maar dat hoeft helemaal niet, laat ze me weten. Het is al goed. Dankjewel, zegt ze. Ze voelt zich gehoord, ergens, door iemand erkend. Zelfs zonder arm om haar heen.

Invalshoek

Groen visioen

Op die dag zal de mens zelfs de wolf verdragen.
De kroon op de schepping kan zijn ruimte weer delen.
Vogels zijn weer vrij,
hun legsels worden niet langer verstoord.
De kip en het varken voelen de buitenlucht.
Koeien en schapen zien hun geborenen groeien.
Niemand eet meer dan die nodig heeft.
Kinderen wordt geleerd de natuur te respecteren,
mensen groeien op in harmonie.
Naïviteit is de deugd die zij cultiveren,
naïef, natief, als waren ze net geboren.

Lied onder de loep

LB 72a – Voor kleine mensen is Hij bereikbaar

De antwoordpsalm van vandaag, Psalm 72, kan uit het Liedboek gezongen worden. LB 72a vindt zijn oorsprong in Vijftig Psalmen (1967). Deze bundel was een eerste aanzet voor een nieuwe psalmvertaling die ontstond in kringen rond Huub Oosterhuis. Na de eerste publicatie van 1967 is geen vervolg verschenen, waardoor het idee van een geheel nieuwe Nederlandse psalmvertaling niet tot verdere bloei is gekomen. De psalmen uit de bundel zijn in latere uitgaves herzien en bewerkt. Zo zijn bij Psalm 72 de verzen 13-14 naar voren gehaald, waardoor ze een centrale plek als refrein hebben gekregen.

Verschillende componisten, waaronder Huijbers en Eijgenraam, hebben muziek geschreven bij de psalm. In het Liedboek is gekozen voor de, in 1981 voor het eerste gepubliceerde, compositie van Tom Löwenthal. Het refrein wordt door de gemeente gezongen. De verzen zijn vierstemmig getoonzet en worden door het koor gezongen. Dit alles onder pianobegeleiding. ‘Cantabile, con moto’ staat boven de muziek, dat betekent letterlijk: zangerig, met beweging. Dit kan opgevat worden als een aansporing om de tekst zingend te vertellen, met een reciterend karakter. In de verzen is hier vooral ruimte voor als de pianobegeleiding verschillende keren met een groot arpeggioakkoord stilgelegd wordt.

Kansen voor gebed

Jij die komt om te verlossen, verlos alle mensen:
verlos ons van hebzucht, van expansiedrift,
van eindeloos graaien naar meer.
Verlos ons van ons wereldbeeld waarin we onszelf centraal stellen,
waarin we erop vertrouwen dat wat goed is voor ons,
goed is voor de rest.
Verdrijf ons uit dat centrum
en wees Zelf het hart van ons bestaan.