Menu

Laden Evenementen

01 februari 2026 Vierde zondag na Epifanie

01 februari 2026

Vierde zondag na Epifanie

Bij deze dag

Deze zondag valt vlak voor het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel, waarmee de kersttijd wordt besloten. Hier wordt in protestantse kerken nauwelijks aandacht aan besteed. Het zou al heel eenvoudig kunnen door de dienst af te laten sluiten met de lofzang van Simeon (LB 159b) en te bidden dat ook wij mogen instemmen met de aloude woorden dat het Licht het wint van het donker. ‘Laat ons gaan in vrede als dienaren van het heil, dat Gij beloofd hebt voor alle volken.’ Deze zondag – een week na die van de roeping van de apostelen - maakt duidelijk wat ons te doen staat. Sefanja roept op om te zoeken: de Heer, rechtvaardigheid en nederigheid. Paulus leert ons de boodschap van het kruis te verstaan: dat onze wijsheid de gekruisigde Christus is. We gaan echt al richting Pasen. Een uitgelezen lied hierbij is LB 882, waarin Susan R. Briehl stelt dat God heilig, glorierijk, machtig, luisterrijk en wijs is, maar tegelijkertijd in onze zwakheid woont. Het lied vormt een brug tussen Kerst/Epifanie en Pasen: ‘Allerhoogste God, U komt hier in ons midden’. Het is bijzonder en veelzeggend om de zaligsprekingen, verbonden met de gedachtenis van alle heiligen, nu te horen als een roeping.

Jaar A | Groen
ot
Sefanja 2:3
Sefanja 3:9-13
ap
Psalmen 37:1-11
ep
1 Korintiërs 1:18-31
ev
Mattheüs 5:1-12
Liedsuggesties

De zachte krachten

Bij Sefanja 2,3; 3,9-13, Psalm 37,1-11, 1 Korintiërs 1,18-31 en Matteüs 5,1-12

‘De zachte krachten zullen zeker winnen / in ’t eind’ – die aanhef van het beroemde sonnet van Henriëtte Roland Holst,1 geschreven ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, resoneert met de profetie, de psalm, de brieflezing én de evangelielezing voor deze zondag. De zachte krachten zullen winnen, niet omdat ze meer uithoudingsvermogen hebben, maar omdat ze in overeenstemming zijn met de wijdere werkelijkheid die óm het geweld van de wereld heen ligt, de fundamentele en hemelhoge realiteit die Jezus ‘koninkrijk der hemelen’ noemt.

Nederig, arm en zwak

In een wereld die gedomineerd wordt door winnaars, of door mensen met een geslaagd leven, lijken het miserabele kwalificaties die Sefanja in Godsnaam toedicht aan het volk dat op Gods zegen mag rekenen: nederig, zwak, arm. Ze staan tegenover de kwalificaties die volgens de profeet de toorn van de Eeuwige oproepen: hoogmoed, overmoed, leugen, onrecht. Het gaat er dus niet om dat je je kleiner maakt dan je bent, dat je onder je eigen maat gaat leven en je fierheid verliest. Het gaat erom dat je je in vertrouwen op God laat leiden door de ‘zachte krachten’: waarheid, trouw, barmhartigheid, goedheid. Diezelfde nederigheid (anawah) is in Zacharia 9 de kwalificatie van de vredeskoning die op een ezel onder zijn volk verkeert in plaats van hoog te paard te zitten. Als het woord ‘nederigheid’ misschien al te laag gestemd is, kun je ook kiezen voor ‘eenvoud’ of ‘zachtheid’. Het gaat om ‘gewoon doen’, niet boven je kracht of boven je stand, dicht bij het hart en dicht bij de dingen zoals ze zijn. Iedereen kan het, en het zou zoveel ontspanning en vertrouwen kunnen terugbrengen in de samenleving als meer machtigen en rijken ertoe bereid waren.

Ook Psalm 37 is een aanmoediging om die eenvoud en goedheid vol te houden, in een wereld waar je met list en bedrog of met onrecht en geweld meer geluk voor jezelf lijkt te kunnen opeisen. ‘De anawim (dus de mensen zonder poeha) zullen het land bezitten / en gelukkig leven in overvloed en vrede’ (vs. 11). Dat is een regelrechte zaligspreking. Tegelijk is het een spreuk die door de historische realiteit voortdurend wordt gelogenstraft: anawim worden overal en altijd weer van hun land gestuurd, op de vlucht gejaagd of uitgeknepen door gewelddadige regimes of door strijdende bendes.

Zaligsprekingen

Jezus feliciteert de anawim: voor hen, of ván hen, is het koninkrijk der hemelen. Ze behoren tot de sfeer van het koningschap van de Eeuwige. Deze verzekering wordt in de achtste zaligspreking herhaald. Ik stel voor om het ‘koninkrijk der hemelen’ niet te zien als een realiteit naast of ná de ons omringende werkelijkheid, maar als het wijdere verband dat onze geleefde werkelijkheid aan alle kanten omsluit. Het is er, nu en altijd, hier en overal. De koninkrijken en machten ‘van deze eeuw’ hebben beperkte geldigheid, het koningschap van de Eeuwige heeft ultieme geldigheid. Jezus feliciteert de anawim in alle toonaarden omdat ze afgestemd of ingetuned zijn op die meer omvattende werkelijkheid van het koninkrijk der hemelen.

Zijn eigen leven laat zien dat je binnen de betrekkelijke werkelijkheid van het Romeinse rijk aan het kortste eind kunt trekken als je naar de wetten van het koninkrijk der hemelen leeft. Maar zijn opstanding betuigt dat de ultieme werkelijkheid hem dráágt, dat Hij daar thuis is. Ik vind het van belang om te benadrukken dat die ultieme werkelijkheid niet ‘het leven na de dood’ is, maar de hele tijd al geldig is, dat ze er is in alles wat ons omgeeft. Je kunt er net als Jezus voor kiezen om voluit in die werkelijkheid te leven, hier en nu. De zaligsprekingen geven telkens in het eerste zinsdeel aan waardoor zo’n leven gekenmerkt wordt, en verzekeren ons in het tweede zinsdeel dat de wijdere werkelijkheid van God hoe dan ook het laatste woord zal hebben. Desnoods, zoals in Jezus’ eigen geval, door de doodsgrens heen, want ook die is in het wijdere perspectief van betrekkelijke aard. Dat is het perspectief waarin ook Psalm 37 nieuwe draagkracht krijgt.

Dwaze wijsheid

Het is niet moeilijk om het betoog van Paulus in 1 Korintiërs 1 in ditzelfde perspectief te lezen. Wat in de nauwe ruimte van ‘deze eon’ (vs. 21, Gr.: aioon, ‘wereldorde’) dwaas lijkt, kan in de wijde ruimte van het koninkrijk der hemelen wijsheid blijken: het leven van de anawim leiden, het kruis riskeren. Binnen de huidige eon belooft dat slechts ondergang, maar in het licht van Gods koningschap is het hier en nu al leven in vrede en zegen. De oproep is daarom om ‘niet zo krap te kijken’, om met de wijde en royale blik van Gods koninkrijk te leven. Op alle plekken in de wereld waar het leven heel zwaar is, komen we mensen tegen die ons dat voordoen, al of niet vanuit christelijke inspiratie. De Bergrede waarvan we op deze zondag de beginselverklaring lezen, geeft er een indrukwekkende handleiding voor.

1 Zie https://www.gedichten.nl/nedermap/poezie/poezie/155345.html

Anders gedaan

Bergrede

Bij Matteüs 5,1-12

Zaligsprekingen hertaald voor deze tijd
Gezegend wie achteraan staat, niet gezien wordt,
onderaan de ladder,
in Gods goede nieuwe wereld voel jij je thuis.

Gezegend wie nog tranen heeft,
als je hart breekt voor anderen,
Gods hart gaat naar jou uit.

Gezegend wie niet voordringt,
wie wachten kan met een glimlach,
voor jou zal er altijd plaats zijn.

Gezegend wie protesteert,
wie in verzet komt tegen wat oneerlijk is,
je zult het zien, het tij zal keren.

Gezegend wie zich bekommert,
uit liefde om een ander,
voor jou zal er altijd iemand zijn.

Gezegend wie zich verwonderen kan, schoonheid kan zien,
het geheim van God is voor jou niet ver weg.

Gezegend wie uit is op vrede,
oprecht voor ieder het beste wil,
je lijkt op God, zo wordt gezegd.

Gezegend wie de klappen krijgt,
omdat z/hij opkomt voor wat goed is,
in Gods goede nieuwe wereld voel jij je thuis.

Actueel

Troostende ambachten

Regelmatig lopen mensen met zo’n 15 à 20 jaar werkervaring vast in hun beroep. Na de studie lonkte een mooie baan bij een bekend groot bedrijf. Leuke functie, prima salaris, goede arbeidsvoorwaarden met volop kansen voor doorgroei. Maar eens gaan processen zich herhalen en komt er sleur in; bovendien brengt die managersfunctie in het middenkader ook heel veel lastige verantwoordelijkheden met zich mee. De strategische plannen van het bedrijf blijken toch wel heel erg gericht te zijn op de belangen van de aandeelhouders en die leuke baan blijkt slechts een radertje in dat doel om weer een fractie meer winst te maken. Wat is nou het echte, zichtbare resultaat van je werk? Hier zie je mensen in een burn-out raken of... een overstap maken naar onverwachte andere beroepen, naar ‘iets met mensen’; in de zorg of het onderwijs. Of naar ambachten waarin je daadwerkelijk iets hebt gemaakt waar je trots op kunt zijn, zoals kleding of meubels. Ambachtelijke vaardigheden kunnen je juist daardoor enorm veel troost bieden. Daarvoor hoef je natuurlijk niet eerst te zijn vastgelopen. Ontwikkel op tijd zo’n ambachtelijke hobby, vooral als je veel met je hoofd werkt. Hoe zat dat met die tentenmaker in Handelingen?

Invalshoek

Wie van overmoed vrolijk is: weg!
Wie leugens spreken en grote woorden brallen: weg!
Wie minachtend keek naar wie arm en zwak was: weg!

Sefanja bereidt de zaligsprekingen voor, en hoe. De niet-assertieven, de vaak onbegrepenen, de muurbloemen en eenlingen, de teruggetrokken teleurgestelden, de mensen die hun idealen in rook zagen opgaan: ze weten zich deze zondag gezien. De niet vele aanzienlijken in Korinte, de schare aan de voet van de berg, ze krijgen een naam, een persoonlijk bericht. Epifanie 4 toont geen triomfante verschijning van de Zoon des mensen, maar een zootje ongeregelden, die in de puinhopen van de wereld zien dat de zon opgaat. Ze zullen weiden en rustig liggen. En niemand die roept: ‘hé, jij daar!’ Maar wel klinkt die andere stem: zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid.

Kansen voor gebed

We bidden voor de mensen die zo hard roepen, dat ze zichzelf niet verstaan.
Voor wie altijd gelijk meent te hebben, en de kans op bekering laat lopen.
Voor wie de neus ophaalt voor de mensen die zo anders zijn, en zoveel kansen op nieuwe vergezichten mist.
Voor wie gemeen en hatelijk anderen kleineert, en zichzelf vernedert tot verloren ziel.
En we bidden voor wie ogen en oren en harten weet te openen: voor wie anderen toch die kans tot inkeer biedt,
voor wie mensen om zichzelf laat lachen, voor wie in alle nederigheid een ver uitzicht biedt, een uitzicht van rechtvaardigheid en vrede.