Bij Sefanja 2,3; 3,9-13, Psalm 37,1-11, 1 Korintiërs 1,18-31 en Matteüs 5,1-12
‘De zachte krachten zullen zeker winnen / in ’t eind’ – die aanhef van het beroemde sonnet van Henriëtte Roland Holst,1 geschreven ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, resoneert met de profetie, de psalm, de brieflezing én de evangelielezing voor deze zondag. De zachte krachten zullen winnen, niet omdat ze meer uithoudingsvermogen hebben, maar omdat ze in overeenstemming zijn met de wijdere werkelijkheid die óm het geweld van de wereld heen ligt, de fundamentele en hemelhoge realiteit die Jezus ‘koninkrijk der hemelen’ noemt.
Nederig, arm en zwak
In een wereld die gedomineerd wordt door winnaars, of door mensen met een geslaagd leven, lijken het miserabele kwalificaties die Sefanja in Godsnaam toedicht aan het volk dat op Gods zegen mag rekenen: nederig, zwak, arm. Ze staan tegenover de kwalificaties die volgens de profeet de toorn van de Eeuwige oproepen: hoogmoed, overmoed, leugen, onrecht. Het gaat er dus niet om dat je je kleiner maakt dan je bent, dat je onder je eigen maat gaat leven en je fierheid verliest. Het gaat erom dat je je in vertrouwen op God laat leiden door de ‘zachte krachten’: waarheid, trouw, barmhartigheid, goedheid. Diezelfde nederigheid (anawah) is in Zacharia 9 de kwalificatie van de vredeskoning die op een ezel onder zijn volk verkeert in plaats van hoog te paard te zitten. Als het woord ‘nederigheid’ misschien al te laag gestemd is, kun je ook kiezen voor ‘eenvoud’ of ‘zachtheid’. Het gaat om ‘gewoon doen’, niet boven je kracht of boven je stand, dicht bij het hart en dicht bij de dingen zoals ze zijn. Iedereen kan het, en het zou zoveel ontspanning en vertrouwen kunnen terugbrengen in de samenleving als meer machtigen en rijken ertoe bereid waren.
Ook Psalm 37 is een aanmoediging om die eenvoud en goedheid vol te houden, in een wereld waar je met list en bedrog of met onrecht en geweld meer geluk voor jezelf lijkt te kunnen opeisen. ‘De anawim (dus de mensen zonder poeha) zullen het land bezitten / en gelukkig leven in overvloed en vrede’ (vs. 11). Dat is een regelrechte zaligspreking. Tegelijk is het een spreuk die door de historische realiteit voortdurend wordt gelogenstraft: anawim worden overal en altijd weer van hun land gestuurd, op de vlucht gejaagd of uitgeknepen door gewelddadige regimes of door strijdende bendes.
Zaligsprekingen
Jezus feliciteert de anawim: voor hen, of ván hen, is het koninkrijk der hemelen. Ze behoren tot de sfeer van het koningschap van de Eeuwige. Deze verzekering wordt in de achtste zaligspreking herhaald. Ik stel voor om het ‘koninkrijk der hemelen’ niet te zien als een realiteit naast of ná de ons omringende werkelijkheid, maar als het wijdere verband dat onze geleefde werkelijkheid aan alle kanten omsluit. Het is er, nu en altijd, hier en overal. De koninkrijken en machten ‘van deze eeuw’ hebben beperkte geldigheid, het koningschap van de Eeuwige heeft ultieme geldigheid. Jezus feliciteert de anawim in alle toonaarden omdat ze afgestemd of ingetuned zijn op die meer omvattende werkelijkheid van het koninkrijk der hemelen.
Zijn eigen leven laat zien dat je binnen de betrekkelijke werkelijkheid van het Romeinse rijk aan het kortste eind kunt trekken als je naar de wetten van het koninkrijk der hemelen leeft. Maar zijn opstanding betuigt dat de ultieme werkelijkheid hem dráágt, dat Hij daar thuis is. Ik vind het van belang om te benadrukken dat die ultieme werkelijkheid niet ‘het leven na de dood’ is, maar de hele tijd al geldig is, dat ze er is in alles wat ons omgeeft. Je kunt er net als Jezus voor kiezen om voluit in die werkelijkheid te leven, hier en nu. De zaligsprekingen geven telkens in het eerste zinsdeel aan waardoor zo’n leven gekenmerkt wordt, en verzekeren ons in het tweede zinsdeel dat de wijdere werkelijkheid van God hoe dan ook het laatste woord zal hebben. Desnoods, zoals in Jezus’ eigen geval, door de doodsgrens heen, want ook die is in het wijdere perspectief van betrekkelijke aard. Dat is het perspectief waarin ook Psalm 37 nieuwe draagkracht krijgt.
Dwaze wijsheid
Het is niet moeilijk om het betoog van Paulus in 1 Korintiërs 1 in ditzelfde perspectief te lezen. Wat in de nauwe ruimte van ‘deze eon’ (vs. 21, Gr.: aioon, ‘wereldorde’) dwaas lijkt, kan in de wijde ruimte van het koninkrijk der hemelen wijsheid blijken: het leven van de anawim leiden, het kruis riskeren. Binnen de huidige eon belooft dat slechts ondergang, maar in het licht van Gods koningschap is het hier en nu al leven in vrede en zegen. De oproep is daarom om ‘niet zo krap te kijken’, om met de wijde en royale blik van Gods koninkrijk te leven. Op alle plekken in de wereld waar het leven heel zwaar is, komen we mensen tegen die ons dat voordoen, al of niet vanuit christelijke inspiratie. De Bergrede waarvan we op deze zondag de beginselverklaring lezen, geeft er een indrukwekkende handleiding voor.
1 Zie https://www.gedichten.nl/nedermap/poezie/poezie/155345.html