Bij 1 Samuel 16,1-13, Psalm 23, Efeziërs 5,8-14 en Johannes 9,1-13(14-25)26-39
Het verhaal in 1 Samuel 16 over de zalving van David tot de toekomstige koning van Israël is ook het verhaal van Samuel die steeds weer gedwongen wordt om te reageren op een veranderde situatie en om zijn eigen standpunt te herzien. De lezer wordt daarmee uitgedaagd om ook zelf nog eens beter te kijken, om waar nodig te ontmaskeren (zie Ef. 5,11-13). Soms is het nodig dat de ogen geopend worden om de dingen goed te kunnen beoordelen (zie Joh. 9,39).
Samuel heeft veel titels. Ze hebben allemaal te maken met zijn rol als bemiddelaar tussen God en de mensen. Hij is behalve profeet ook richter (1 Sam. 7,15). Bij zijn eerste ontmoeting met Saul (1 Sam. 9) wordt hij daarnaast ziener genoemd. Doorgaans ziet Samuel de dingen scherp. Toen het volk vroeg om een koning, zag hij in dat dit wel eens grote problemen zou kunnen gaan opleveren. Het zou bovendien ook het gezag van God aantasten. Maar juist op gezag van God had Samuel toch gevolg moeten geven aan de wens van het volk. Hij had Saul gezalfd als de eerste koning. Tot zijn verdriet was gebeurd wat hij al voorzien had: het was fout gegaan met dit koningschap.
Samuel leert beter kijken
God wil dat Samuel zich nu over zijn teleurstelling heen zet en de vervanging van Saul ter hand gaat nemen. Hij zet Samuel op het spoor van Isaï in Betlehem. Daarmee lijkt God het Samuel makkelijk te maken. De ervaren bijbellezer weet dat Betlehem een goede naam heeft. In het voorafgaande boek Rechters wordt in het vreselijke verhaal in hoofdstuk 19 verteld dat Betlehem – in tegenstelling tot het Gibea van de latere koning Saul – een plaats is waar de gastvrijheid in ere wordt gehouden. En met de eerste zoon van Isaï lijkt Samuel gelijk al de beste kandidaat voor het koningschap gevonden te hebben. Maar kennelijk is het ook de bedoeling dat Samuel nog een lesje leert. Deze Eliab ziet er groot en sterk uit, net als Saul. Maar opnieuw moet Samuel ervaren dat hij het niet goed gezien heeft. Hij moet beter leren kijken en niet alleen op het uiterlijk afgaan.
Samuel leert snel. Bij de volgende zes zoons van Isaï gaat hij niet meer in de fout. Hij leert ook volhouden als het gewenste resultaat uitblijft. Na zeven keer is de maat normaal gesproken vol. De achtste is een stap verder dan het gewone. Er is dan nog wel een achtste zoon, maar die voldoet op het eerste gezicht niet aan de eisen voor het koningschap. Een mooi jongetje met zangtalent kan hoogstens op een carrière als entertainer aan het hof hopen. Zijn herdersliedje – ‘de Heer is mijn herder’ – zal echter een passende regeringsverklaring blijken te zijn. Het is een eerste teken van inspiratie door de geest van de Heer. Die geest ‘grijpt David aan’. Wat dat in dit geval precies inhoudt, wordt niet verteld. In het boek Rechters leidde het vaak tot grootse daden, zoals bijvoorbeeld bij Simson. Bij David zou het de inspiratie van het juiste lied op het goede moment kunnen betekenen. Ook hier geldt dat je net als Samuel open moet staan voor verrassingen.
Het ontmaskeren waarvan sprake is in Efeziërs 5,11-13 kan men ook zien als een manier om beter te leren kijken. Het is in feite hetzelfde als verder kijken dan wat men op het eerste gezicht ziet. Het verschil is dat het doorgaans een negatief oordeel bevat over de persoon die men beziet. Men kan Eliab en zijn broers er niet van betichten dat zij zich beter voordeden dan ze waren. En de jonge David zal zich erover verbaasd hebben wat Samuel wel in hem zag. Het kan ook andersom zoals dat vaak gebeurt: dat mensen zich beter voordoen dan ze zijn. En schijnheiligheid ligt altijd op de loer. Het is goed om dat te ontmaskeren.
Bij de maaltijd
Het lijkt erop alsof God aan Samuel een voorwendsel aanreikt om Saul te misleiden en de bewoners van Betlehem gerust te stellen. Zijn reis naar Betlehem moet hij niet aankondigen als een speurtocht naar een nieuwe koning, maar als een te verrichten godsdienstige plechtigheid. Hij moet in Betlehem een offermaaltijd organiseren. De tijd dat de offercultus gecentraliseerd is in de tempel in Jeruzalem ligt nog voor hen. Dit is niet zomaar een smoesje. Het geeft aan waar het hier allemaal om gaat. Het kenmerkende van de plechtigheid die Samuel gaat houden is dat hij mensen samenbrengt in hun eerbied voor God. Dat helpt de mensen in Betlehem over hun angst voor de grillige argwaan van koning Saul heen. De verbinding met God wordt door Samuel tot stand gebracht door hen te reinigen. Die band met God gaat uit boven hun positie als onderdaan van de koning.
Het is wel opvallend dat David aanvankelijk over het hoofd was gezien. In dit gewichtige gezelschap was voor hem geen plaats. Hij werd uitgesloten vanwege zijn jeugd. In de lezing uit Johannes 9 speelt dit thema van de uitsluiting ook. In dit geval betreft het de blindgeborene. Men zag zijn handicap als een straf voor de zonde, van hem of zijn ouders. In ieder geval was het reden om hem niet serieus te nemen, zelfs niet nadat Jezus hem de ogen geopend had. Jezus laat zien hoezeer mensen zich kunnen verkijken, juist ook op andere mensen. Een viering van de maaltijd, waarbij het leven gevierd wordt als gave van God aan ons allen – een maaltijd waarbij iedereen wordt uitgenodigd en iedereen meetelt – kan helpen om de ogen te openen voor wie de ander werkelijk is.