Menu

Laden Evenementen

08 februari 2026 Vijfde zondag na Epifanie

08 februari 2026

Vijfde zondag na Epifanie

Bij deze dag

Deze tweede zondag van de zogeheten voorvasten is de kleur groen. Het wit van het feest ligt achter ons, het paars ligt nog voor ons. Bij monde van Jesaja stelt de Ene dat redding is aangekondigd en gebracht. ‘Jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde.’ Het volk mag zich getuige weten van de Ene, dat Hij alleen God is. In de Antwoordpsalm wordt die mens gelukkig geprezen die ontzag heeft voor de Heer en grote liefde voor zijn geboden. Het zal deze mens goed gaan, in tegenstelling tot de kwaadwilligen wier plannen op zullen gaan in rook.

Paulus vervolgt zijn schrijven over het geheim van God en dat hij over geen andere kennis beschikt dan die over de gekruisigde. Zo worden we al voorbereid op de weg die Jezus moet gaan. In het evangelie verhaalt Jezus over het zout en het licht. Met LB 838 wensen we zingend dat wij het zout der aarde zijn en het licht der wereld, klaar en rein. De ondertitel van dit bekende lied is ‘Het diepste woord’. Dit is een tijd om ons dit woord binnen te brengen: Christus in ons! Hij alles – wij niets. Het wordt overal volbracht, waar liefde wordt gegeven en wij uit Gods liefde leven.

Jaar A | Groen
ot
Jesaja 43:9-12
ap
Psalmen 112
ep
1 Korintiërs 2:1-5
ev
Mattheüs 5:13-16
Liedsuggesties

Een ware boodschap voor de verenigde naties

Bij Jesaja 43,9-12, Psalm 112, 1 Korintiërs 2,1-5 en Matteüs 5,13-16

In de eerste lezing is sprake van een vergadering van naties. Net als in een vergadering van de Verenigde Naties gaat het om een zaak van wereldbelang. In de Verenigde Naties ging het aanvankelijk om economische en politieke samenwerking om een derde wereldoorlog te voorkomen. Later kwamen daar vele onderwerpen bij: mondiale gezondheid, universele mensenrechten, het wereldwijd uitbannen van armoede, het bereiken van basisonderwijs voor alle mensen, het tegengaan van sterfte, de redding van het klimaat en daarmee de planeet.

Maar hier, in Jesaja 43, stelt God zelf een eis aan de vergadering van de volken. Er moeten betrouwbare getuigen geleverd worden, opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is waar!’ (vs. 9). Een vergadering kan immers bijdragen aan de oplossing van grote problemen, maar een voorwaarde is wel dat wat er gezegd wordt ook waar is. De wereldvrede en andere grote zaken zoals de redding van de volken zijn niet gebaat bij leugens of halve waarheden en onbetrouwbare getuigen.

Ware getuigen

Maar wie van hen – bedoeld zijn de volken en hun getuigen – kan het juiste woord spreken, zodat iedereen zal zeggen: Dit getuigenis is waar? Op die vraag geeft de Heer zelf het antwoord: ‘Mijn getuigen zijn jullie, en mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb’ (vs. 10). Het meervoud slaat op de aartsvaders en profeten aan wie de Heer heeft bekendgemaakt dat Hij alle volken zou behouden en dat Hij met hen en hun nakomelingen zou zijn, waar zij ook zouden gaan of staan. Het enkelvoud duidt waarschijnlijk op de profeet Jesaja zelf, aan wie de Heer de boodschap heeft bekendgemaakt van redding van zijn volk uit de ballingschap. God geeft Israël een taak te midden van alle volken, en zegt zoveel als: in de vergadering van alle volken zal jullie getuigenis omtrent de toekomst van de wereld waarachtig zijn en de volken zullen die als waar aannemen. Want de redding van generaties of volken die God eertijds aan de aartsvaders en jullie profeten bekend heeft gemaakt is later meermaals daadwerkelijk gebeurd.

Helaas wordt tegenwoordig in de vergadering van volken niet altijd een waarachtig getuigenis afgelegd, althans niet een getuigenis dat alle volken ertoe brengt om te zeggen: ‘Het is waar!’ Hoe komt dat? Het woord van een mens kan vluchtig zijn, ingegeven door eigenbelang of door het voordeel op korte termijn. Op zulke getuigenissen kunnen de volken de wereldvrede moeilijk bouwen.

Een betrouwbaar mens

Wat nodig is, is het woord van een betrouwbaar mens. Iemand zoals de persoon die als voorbeeld wordt gesteld in Psalm 112. Iemand die ontzag heeft voor de Heer. Want zo staat het in deze antwoordpsalm twee keer, en dus met nadruk: ‘Zijn gerechtigheid houdt stand voor eeuwig’ (vs. 3 en 9). En: ‘Hij staat voor altijd onwrikbaar, de rechtvaardige blijft men eeuwig gedenken’ (vs. 6).

Ook Paulus beschouwt zichzelf als een betrouwbare getuige. De boodschap die hij verkondigt, zo legt hij uit in 1 Korintiërs 2,1-5, overtuigt niet door zijn welsprekendheid of wijsheid, maar door de kracht van de Geest. Het is wel wijsheid, maar niet die van deze wereld en haar machthebbers (vs. 6). Het is een wijsheid die zijn oorsprong heeft in het besluit van God vóór alle tijden om zijn luister (Gr.: doxa) met ons te delen (vs. 7). Dát maakt zijn getuigenis betrouwbaar.

Mensen die in de vergadering van de volken getuigen van de waarheid blijken betrouwbare getuigen te zijn, wanneer hun boodschap iets weergeeft van de stralende luister van God die Hij deelt met degenen die Hij heeft geschapen. Zij vertellen de waarheid als zij zeggen dat deze bedreigde aarde dezelfde is als degene die God heeft uitgekozen om zijn licht op te laten schijnen.

Wiens licht?

In de Bergrede vertelt Jezus hoe belangrijk het is om te getuigen van dit bijzondere licht dat God heeft gedeeld met zijn uitverkorene. Dat delen van het licht door God met de mens is als het aansteken van een lamp. Die moet je niet onder de korenmaat stellen, maar op een standaard, zodat hij licht geeft voor de mensen. Hetzelfde geldt voor een stad op de berg. Die kan niet verborgen blijven (Mat. 5,14-15).

In Jesaja 43,12 zegt God: ‘Jullie zijn mijn getuigen in de vergadering van de volken’. In Matteüs 5,14 zegt Jezus iets wat daarop lijkt: ‘Jullie zijn het licht voor de wereld’. Daar had net zo goed kunnen staan: jullie zijn ‘mijn’ licht, namelijk: ‘het licht waarmee ik jullie heb aangestoken’. Dat Jesaja en Paulus in de lezingen naar voren komen als personen die in staat zijn om de volken te overtuigen, komt omdat uit hun getuigenis blijkt dat God niet minder dan in het verleden in het heden de toekomst van de volken veilig stelt. Als Jezus zegt: ‘Jullie zijn het licht’, wijst dat op hetzelfde. Volgens Augustinus (Sermo 54) wijzen die woorden niet op de getuigen zelf, op hun wijsheid en woorden, maar, via hun goede daden, op God. Want wanneer de mensen hun daden zien en die beschouwen als licht voor de wereld, zullen zij eer bewijzen niet aan de getuigen, maar aan Degene van wie zij zien dat Hij dit licht in hen heeft ontstoken. Ook het zout der aarde (Mat. 5,13) deugt nergens meer voor als het de smaak heeft verloren. Want uit zichzelf is het niet in staat om te zouten. Daarvoor ontbreekt het aan kracht. Dus ook hier geldt: zout der aarde zijn jullie, maar: voor zover de kracht van God in jullie is.

Het betrouwbaar bericht voor de volken luidt dus: de bewijzen, die getuigen van redding, zijn geleverd in het verleden, door de Ene.

Anders gedaan

Zout

Bij Matteüs 5,13

Jezus zegt dat zout dat smakeloos geworden is, vertrapt en weggegooid zal worden. Dat is een nogal pittige of peperige uitspraak, aangezien Hij direct daarvoor de leerlingen het zout der aarde noemt. Wat als je zouteloos bent geworden? Geen prettig vooruitzicht dit, maar wel heel duidelijk. Schrikken misschien wel bij eerste lezing van dit kleine stukje tekst. Gelukkig zijn wij mensen niet precies als zout en kunnen wij smaak of leven toevoegen aan ons geloof als dat verflauwt is geraakt. Het is ook onze eigen verantwoordelijkheid om daarop te letten en kracht toe te voegen aan ons (geloofs-)leven. Voor de een betekent dit de gemeenschap opzoeken (zoals de leerlingen elkaar konden steunen) en voor de ander juist zich even terugtrekken uit de drukte van alledag.

Zoals zout een levensbehoefte was om eten langer houdbaar te maken, zo is geloof een levensbehoefte om innerlijke kracht en (Gods)vertrouwen te bewaren in het leven. Met onszelf als zout geven we de huidige wereld extra kleur en smaak, de smaak van geloof, hoop en liefde.

Goede God,
U bent de bron van ons bestaan
en meer dan dat.
U geeft ons leven smaak en zin,
zoals zout ons voedsel kan verrijken.

Laat ons het zout in deze wereld zijn,
niet overheersend aanwezig,
niet smakeloos,
maar precies het snufje daar tussenin.

Dat wij op die manier
in de wereld aanwezig mogen zijn,
tot verrijking van de wereld
en ter ere van U.
Amen

Actueel

Troostvoedsel

De chips waren in de aanbieding in de supermarkt deze week: tweede grote familiezak voor de halve prijs. Ideaal bij een feestje of een groot gezin, maar wat moet een eenpersoons huishouden ermee? In de voorraadkast natuurlijk.

Maar voor hoe lang? Bij één zak in huis kies je net iets doordachter het juiste moment om die open te maken. Bij een ruime voorraad denkt het brein, ach het kan nu ook wel. Je hebt er immers nog eentje. En je had vandaag al zo’n pechdag, dat je nu wel recht hebt op wat troostvoedsel. Die courgette en die broccoli zijn morgen ook nog goed, toch? Ongemerkt woont er een duiveltje in je voorraadkast, die je met valse smoesjes van je goede voornemens afhelpt. Maar je verjaagt hem als je hier inspiratie uit haalt om morgen anders te eten. Die verse groente moet dan immers wel op. Maak morgen een lekkere pan soep en wat brood en vraag in de buurt-app wie zin heeft om spontaan te komen eten. Samen onverwacht een eenvoudige maaltijd eten met ruimte om verhalen te delen kan morgen immers minstens zo troostrijk voedsel zijn. En trek dan nu die zak chips maar open.

Invalshoek

Hoe reageert een mens op gevaar en dreiging? Flight, fight, freeze? De keuze wordt meestal impulsief gemaakt, karakter, eerdere ervaringen en omstandigheden lijken de uitkomst te moeten bepalen.

In de lezingen van vandaag noemt Jezus een vierde optie: ‘Jullie zijn mijn getuige’. Dat is heel iets anders dan de held uithangen. Getuige zijn is: dat je het niet kunt laten om anderen te laten delen in licht. Niet willen opgeven dat deze aarde goed mag smaken, gezouten, gekruid, soms misschien gezoet of juist pittig. Getuige zijn is vinden dat die ander er ook toe doet. En dus zie ik ze staan – niet vechtend, vluchtend, of bevroren: mensen die de eer van God hoog houden, door mensen hoog te houden. ‘Getuigen zijn zelden helden, echte helden getuigen zelden’, zong Herman van Veen. Nee, ‘held zijn’ is geen beroep, geen goed voornemen. Held zijn is de roep van Gods liefde horen, en terugroepen.

Lied onder de loep

VWG 427 – Maak ons tot het zout der aarde

Dit lied, op tekst van Henk Jongerius en muziek van Jan Raas, is geschreven op de evangelieperikoop die vandaag gelezen wordt. Een vervolg op de zaligsprekingen, een richtlijn om de weg van de verkondiging te gaan. In vier coupletten klinkt de bede ‘maak ons –’ Maak ons tot het zout der aarde, tot herders, werkers van de woorden en uiteindelijk: ‘maak ons tot uw volk, uw verwanten.’ Maak ons opdat wij mensen worden die uit de dood worden opgericht, mensen die het geknakte riet niet breken, mensen die herboren worden door Gods Geest en mensen die elkaar uiteindelijk enkel liefde schuldig zijn. Een mooi antwoord op de lezingen, maar dan na de verkondiging. De melodie van Jan Raas is, zoals bijna al zijn melodieën op teksten van Henk Jongerius, geënt op de kerktonen en dragen het aloude hymnische karakter. Er is een vierstemmige koorzetting en orgelbegeleiding beschikbaar in de bundel ‘Voor naamloze mensen’, een uitgave van Gooi en Sticht.

Kansen voor gebed

We zien je gaan, Jezus, tegen de keer, tegen de stemmen van haat, de blikken van minachting, het gefluister van complottenmakers.
We zien je gaan, met lege handen, een pelgrimage van liefde, op sandalen door heilig, onheilig land.
We zien je gaan, en de mensen om je heen maken zich zorgen. Wat we ook zien: licht dat schijnt en dat mensen laat stralen. Handen die brood en wijn delen, het kale, arme leven smaak geven, die het zout delen met zovelen.
En we zien en horen je stem, die getuigt van Gods goedheid, sterker dan het kwade,
Gods liefde, sterker dan haat.
Help ons om in dat spoor onze eigen weg te gaan.