Menu

Laden Evenementen

22 maart 2026 Vijfde zondag van de Veertigdagentijd

22 maart 2026

Vijfde zondag van de Veertigdagentijd

Bij deze dag

Met zondag ‘Judica me’, naderen we de kern van het Paasmysterie. We worden met de profeet omgeven door ‘dorre doodsbeenderen’, die echter opgeroepen worden tot leven te komen door de adem van de Heer. Met LB 609 staan ook wij rechtovereind en verstaan we: Hij laat u niet verloren. Die opwaartse beweging maken we mee als we met de adem van de Heer na psalm 43 ook psalm 130 zingen. In diezelfde opgaande lijn schrijft Paulus dat we niet beheerst worden door het aardse maar door de Geest die in ons woont, de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt. De Geest die bezielt wie koud zijn en versteend (LB 686). In de dorre doodsvallei klinkt de mare van Pasen. Hoe dichterbij het geheim van Pasen hoe moeilijker ik het preken ervaar. Liever zou ik het hele evangelie over Lazarus laten klinken en daar niet in knippen. LB 938 is een prachtig lied hierbij. In ‘Wind en Vuur’ is te lezen hoe Barnard het maakte voor de stervende Dirk Monshouwer. ‘Het lied, een gebed, een grote schreeuw, vertolkt twijfel en wanhoop, zoals een gemeente in ballingschap dat doet’. Of zoals onze Heer deed in die schreeuw die straks op Goede Vrijdag diep in onze oren zal doorklinken.

Jaar A | Paars
ot
Ezechiël 37:1-14
ap
Psalmen 130
ep
Romeinen 8:8-11
ev
Johannes 11:1-4.(5-16).17-44
Liedsuggesties

Maak hem los en laat hem gaan

Bij Johannes 11,1-4(5-16)17-44

Op de vijfde zondag van de Veertigdagentijd staat met uitzicht op Pasen toepasselijk de opwekking van Lazarus op het leesrooster. Bijna heel hoofdstuk 11 van Johannes is eraan gewijd. Dit verhaal komt niet voor bij de andere evangelisten. Omgekeerd schrijft Johannes niet over de dochter van Jaïrus of de jongeman van Naïn. Het terugroepen van Lazarus uit de dood is het laatste van Jezus’ tekenen, vóór het ultieme teken van Gods macht over leven en dood in de verrijzenis van Jezus zelf.

De verhaallijn wordt min of meer onderbroken door een ‘commentaar’ op de gebeurtenissen in de vorm van gesprekken. In Johannes 11,6-16 is dat de samenspraak van Jezus en de leerlingen, waarin Jezus de waarschuwing om niet naar Judea te gaan vanwege gevaar voor zijn eigen leven weerspreekt, en Tomas de medeleerlingen motiveert om dan toch maar mee te gaan naar Betanië, om ‘samen met Hem te sterven’. Dit gedeelte lezen is deze zondag facultatief, maar door het over te slaan wordt wel een angel uit het verhaal gehaald: Jezus’ eigen leven, en dat van de leerlingen, is in het geding – het gaat om dood en leven, getuige ook de opmerking van de auteur in deze passage in vers 13. De opwekking van Lazarus wordt verderop door de hogepriesters geduid als een gevaar, omdat steeds meer mensen in Jezus zouden gaan geloven en feitelijk wordt door hen dan Jezus’ doodvonnis uitgesproken ( 11,47-53).

Twee zussen

Het tweede gesprek is tussen Jezus en Marta, de zus van Lazarus, over de opstanding. Marta wordt als eerste genoemd onder de drie vrienden van Jezus (11,5). Zowel Marta als haar zus Maria en andere rouwenden zien de komst van Jezus als ‘te laat’ (11,21.32.37), maar Marta belijdt tegenover Jezus haar geloof in de verrijzenis op de laatste dag (11,24) en haar geloof in Hem als de Messias, de Zoon van God, degene die in de wereld komt (11,21-27; vgl. Deut. 18,15.18).

De andere zus van Lazarus is Maria, die door de schrijver bekend wordt verondersteld als de vrouw die Jezus’ voeten balsemde, maar dat vertelt Johannes pas een hoofdstuk later (12,1-8). In datzelfde hoofdstuk achten de hogepriesters ook Lazarus een gevaar, omdat door hem veel mensen in Jezus gaan geloven (9-11), en ze overwegen hem te doden. Een zinloos plan, want inmiddels is duidelijk geworden, door de opwekking van Lazarus, dat Jezus’ macht (Gods macht, 11,22.25.27.40-42) sterker is dan de dood.

Lazarus, Marta en Maria zijn ook bekend uit het Evangelie van Lucas. Ze zijn daarin niet tegelijk in beeld. Lazarus is de hoofdfiguur in de parabel van de rijke man en de arme Lazarus (Luc. 16,19-31). Marta en Maria komen voor vrij aan het begin van Jezus’ reis naar Jeruzalem (10,38-42). Jezus komt bij hen op bezoek, waarbij Marta de rol van gastvrouw vervult (zie ook Joh. 12,2) en Maria aan Jezus’ voeten zit en naar Hem luistert (Luc. 10,38-42). Dat vrouwen in vroeger tijd afhankelijk van mannen of ondergeschikt zouden zijn blijkt absoluut niet in deze passage. Marta en Maria hebben hun eigen rol, en een eventuele man in huis, mogelijk hun broer Lazarus, wordt nergens genoemd.

Ook bij Johannes hebben de zussen een zelfstandige rol. Maria woont met Marta in Betanië en pas na de vermelding van haar balseming van Jezus’ voeten volgt dat de zieke Lazarus haar broer is. Hij heeft een passieve rol: hij is ziek, hij sterft en wordt begraven. Hij moet uit het graf geroepen worden, komt naar buiten en vervolgens beveelt Jezus dat zijn doodskleden losgemaakt moeten worden en men hem moet laten gaan. Het lijkt een voorafbeelding van de gebeurtenissen rond het lege graf van Jezus zelf, met het grote verschil dat daar een actieve verrezen Jezus wordt verondersteld. Petrus en Johannes vinden alleen de doeken waarin Jezus begraven was in het lege graf en Jezus spreekt zelf Maria (van Magdala) aan (Joh 20,1-18).

Geloof in het leven

Vanaf het begin blijkt Jezus’ vertrouwen in de opstanding. Hij stelt dat de ziekte van Lazarus niet op de dood uitloopt (11,4). Door zijn late beslissing naar Lazarus te gaan heeft Hij diens dood niet voorkomen, zoals beide zussen en ook sommigen van de Joden opmerken (21.32.37). Zelf legt Jezus dit uit als iets dat het geloof van de leerlingen ten goede zal komen (15). Ook in het gesprek met Marta, die haar vertrouwen in Hem en God uitspreekt: ‘Ik weet zeker dat U alles aan God kan vragen en dat Hij het U geeft’, antwoordt Hij: ‘Je broer zal opstaan.’ Het geloof van Marta in de opstanding op de laatste dag beantwoordt Hij met één van de zeven ‘Ik ben’-uitspraken in het Johannesevangelie: ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ Na de ontmoeting met Maria en geconfronteerd met het weeklagen van de rouwenden wordt het ook Hem te veel en gaat Hij naar het graf van Lazarus. Vier dagen ligt Lazarus er al in, méér dan de drie dagen die Jezus zelf in het graf zal zijn. Lazarus is echt gestorven, wat onderstreept wordt door de angst van Marta voor de lijkgeur (39).

Kenmerkend is dat Jezus vervolgens bidt en de Vader dankt voor het verhoren van zijn gebed ‘opdat de mensen geloven dat de Vader Mij gezonden heeft’ en zo zijn eigen zending door de Vader benoemt. Het gaat niet om Hem, maar om de Vader. Dat de dood niet het laatste woord heeft illustreren de woorden van Jezus als Lazarus uit zijn graf naar buiten komt. Hij, Lazarus, moet losgemaakt worden van de doeken van de dood die om hem heen hangen, zodat hij kan gaan, de dood achter zich latend: ‘Maak hem los en laat hem gaan.’

Anders gedaan

Opstaan met Lazarus

Bij Johannes 11,1-44

Doe deze denkoefening, eventueel in plaats van een preek.

Vertel dat je een korte meditatie voor zult lezen, die uitloopt op enkele vragen. Sommige zullen aanspreken, andere minder. Ieder mag in stilte nadenken over de vragen die resoneren. De andere vragen mogen ze laten gaan.

Lees dan op een rustige tempo:

“Jezus was 3 dagen dood. Lazarus zelfs 4. Maar toen de steen werd weggerold, zijn ze beiden opgestaan.
Lazarus komt naar buiten, wat gekreukeld, wat verdwaasd. De dood kleeft nog aan hem.
Stel het overkomt jou zelf. Je bent gestorven.
Alles wat je nu relevant vindt, is gestopt.
Al je banden met het verleden en heden zijn verbroken. Ook die situaties die je leven doods maken, zwaar, uitzichtloos, zijn voorbij.
Er is helemaal niks meer. Maar nu zie je licht kieren.
Je voelt hoe je bloed weer gaat stromen. Hoe het leven in je terugkeert. Niet het oude leven, met alle doodsheid en moeite, maar een nieuw, kraakhelder, kersvers leven.
Dan wordt de steen weggerold en schud je zelfs de laatste bindsels van het verleden en de dood van je af.”
Houd enige minuten stilte en vraag tussendoor, op rustige toon:
“Hoe voel je je?” “Wat ga je doen?”
“Wie staan er gelovig, of licht cynisch, maar vol hoop, bij je graf, naast Jezus?”
“Wat zou er anders zijn dan nu?”

Rond de stilte af door te bedanken voor het denken en mensen uit te nodigen met hun aandacht weer naar het hier en nu te komen, maar nog wel even stil te blijven. Vraag tenslotte of mensen willen nadenken wat deze denkoefening hen leert voor vandaag.

Daarna is er ruimte voor ontlading: een lied, collectes, maar geef bij voorkeur geen moment om uit te wisselen. De oefening is tenslotte behoorlijk persoonlijk.

Actueel

Lijdenstijd: aandacht voor rafelranden

De lijdenstijd is niet alleen een vlugge oplossing of snelle weg naar de bevrijding van Pasen. De lijdenstijd kan een les zijn in uithouden, ons oefenen in het accepteren van pijn en de ongelukkigheid in ons leven: de spanning van een ongelukkige fase, een moeizame relatie, een chronische ziekte, een slecht huwelijk of onze twijfel en ongeloof. Daar woorden aan geven, het uitroepen, beklagen en uitschreeuwen, vraagt om een liturgie met ‘rafelranden’. Om woorden die de rouw en rauwe kanten van ons leven benoemen. ‘Liturgie met rafelranden’ is een term van theologe Janneke Stegeman: ‘Hebben wij de liturgie niet gedomesticeerd en ongevaarlijk gemaakt? Mag het wat minder gestileerd? Mogen we zoeken naar liturgie die ruimte biedt voor het schrijnende, voor woede, dat het alledaagse bij de lurven grijpt en laat zien hoe buitengewoon het is?

Woorden geven aan dat in ons wat zich verzet, wat schuurt en pijn doet? Ja, liturgie is toevluchtsoord, ruimte van genade, balsem op de ziel. Maar mag het ook de plek van woede en verontwaardiging zijn, een daad van verzet?’ We bidden voor de rafelranden, breuken en gebrokenheid in onszelf, in onze gemeenschappen en in de wereld.

Invalshoek

Het dauwt

Tussen alle gesprekjes in Johannes 11 is de opmerking in vers 39-40 het meest opvallend: ‘Maar Heer, de stank!’ Tussen alle woorden over opstanding en leven, over liefhebben en medelijden, over geloof en grootheid, ineens een pragmatische gedachte. Alsof iemand in een principiële en inhoudelijke discussie in de kerkenraad ineens het huishoudboekje erbij pakt: kunnen we dat wel betalen?

Ik hoor iemand die weet heeft van oorzaak en gevolg. Als een overledene al vier dagen in de grot ligt, dan moet dat wel een lucht met zich meebrengen. Het is soms hard strijden tegen ijzeren logica. Maar het klinkt ook als iemand die zich hoedt voor teleurstellingen. Ze weet al wel wat er achter de steen te vinden is. Haar maak je niets meer wijs.

Het zou mooi zijn om door te vragen: waar komt jouw pragmatisme vandaan? Hoeveel ruimte heb jij voor de mogelijkheid dat de ijzeren geachte wetten van de logica, van de economie, van de fysica, niet onze grenzen aangeven? Dat kan een mooi gesprek opleveren.

Lied onder de loep

LB 680 – Kom, Heilige Geest, Gij vogel Gods

In Ezechiël blaast Gods adem uit vier windstreken doden nieuw leven in; Johannes 11, de opwekking van Lazarus, preludeert op Goede Vrijdag en Pasen. Deze context brengt mij bij LB 680, een gebed om de werking van de Heilige Geest. In wezen is dit gebed de tegengestelde beweging van de naambetekenis van deze zondag ‘Doe mij recht’ (Psalm 43). Dat staat op het spel: niet dat God ons recht, maar dat wij Gód recht doen, in een leven dat niet aan de dood verslingerd raakt, maar gewijd is aan de liefde voor dat lieve godgegeven leven zelf. Dichter Ad den Besten (1923-2015) wil ons hier wekken uit een dor bestaan: de dorre beenderen staan voor de vervlogen hoop van Gods volk. Alleen de erkenning dat God God is opent de deur naar het nieuwe huis, naar beloofd land. LB 680 zingen we op de vertrouwde melodie van Psalm 134; en is geschikt als openingslied of een gezongen gebed om de Heilige Geest voorafgaand aan de lezingen. En terwijl in de Bijbel de Heilige Geest nergens wordt aanbeden of geroepen beheerst de verwondering over de aanwezigheid van die Geest de vierde strofe. Tot onze grote blijdschap!

Kansen voor gebed

Eeuwige,
uw woord heeft een vreemde klank,
toont een nieuwe wereld,
laat zien dat onze grenzen niet de uwe zijn.
Wij bidden:
zend uw geest en open ons hart,
open onszelf
voor uw wetten, voor uw wereld.
Roep ons tevoorschijn
als uw geliefde mens.