Bij Deuteronomium 30,15-20, 1 Korintiërs 2,6-11 en Matteüs 5,17-26
Op deze zesde zondag na Epifanie gaat het om navolging. Hoe moet je in het leven staan als je volgeling van Christus bent, als je met Gods volk op weg bent naar het land dat Hij beloofd heeft te geven? Het antwoord van de oudtestamentische lezing: je moet een heldere beslissing nemen. Je gaat óf linksom óf rechtsom. De evangelielezing zegt: blijf niet hangen aan de oppervlakte. Begrijp waar het de Eeuwige écht om gaat. Laat de Geest bepalen hoe je tegen je naaste aankijkt en lees zo de Tora.
De tekst uit het boek Deuteronomium vormt het laatste gedeelte van een derde toespraak (Deut. 29–30) van Mozes aan het volk. Ook in het volgende hoofdstuk (Deut. 31) spreekt Mozes de Israëlieten toe, maar dan met een nieuw thema: zijn opvolging. De oudtestamentische lezing vormt dus een hoogte- en eindpunt door samenvattend het volk de principiële keuze in te prenten waarvoor zij staan. Als zij met de Eeuwige verder willen en het doel willen bereiken, namelijk lang wonen in het land dat Hij hun zal geven, wat moeten zij dan doen? Mozes begint deze passage niet direct met een schets van de twee opties die zij hebben. Mozes biedt een perspectief. Hij wijst op de gevolgen die hun keuze zal hebben: leven en voorspoed aan de ene kant, dood en tegenspoed aan de andere kant (Deut. 31,15). Wie mensen in beweging wil brengen, moet niet in eerste instantie zeggen wat ze moeten doen, maar een perspectief bieden, een wens, een verlangen aanwakkeren. ‘Als je een schip wilt bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee’, kom je weleens als citaat van Antoine de Saint-Exupéry tegen. En daar gaat het uiteindelijk om. Het verlangen om ergens te komen brengt in beweging, genereert creativiteit, zet aan tot handelen.
Achter de letter
Als je een heldere beslissing genomen hebt zoals die in Deuteronomium 30 wordt gevraagd, als je de Eeuwige wilt liefhebben en je aan zijn geboden wilt houden, ben je niet nog klaar. Ook al haal je je de woorden van de geboden telkens weer voor de geest – je bent er nog niet. Neem het zesde gebod: ‘Pleeg geen moord.’ Zeker, dat betekent dat je niemand om het leven moet brengen. En hieraan gaat ook niets veranderen (Mat. 5,18). Maar: het betekent niet dat je alles met de ander mag doen, zolang die er maar niet van doodgaat. Met minachting neerkijken op iemand die jouw medegelovige is, een kind van dezelfde vader in de hemel, die als broer of zus naast je staat, hem of haar uit woede ‘leeghoofd’ noemen of ‘domoor’ en hem of haar daarmee elke gelijkwaardigheid ontnemen, verdient dezelfde straf als wanneer je een moord pleegt, aldus Jezus (Mat. 5,22) in overeenstemming met een aantal rabbijnse denkers.
Je kunt je er niet met een jantje-van-leiden van afmaken. Het feit dat er niemand dood is gegaan door jouw toedoen, betekent nog niet dat je je aan het zesde gebod hebt gehouden. Jezus wil dat je het principe achter een gebod begrijpt. ‘Pleeg geen moord’ is één concrete vorm van een principiëlere kijk op je medemens. En deze achterliggende kijk, dit principe geldt het te achterhalen en om te zetten. Soms helpt het om een verbod zonder ontkenning te herformuleren, bijvoorbeeld: ‘Geef je naaste de ruimte voor zijn of haar leven.’ Navolging betekent aan de hand van de onwankelbare geboden blijven nadenken over hoe de Eeuwige wil dat ik mijn relatie tot mijn geloofsgenoten en algemeen mijn naaste vormgeef. Want hier gaat het om bij alles wat Jezus in deze passage uit de Bergrede (Mat. 5,17-48) over de geboden zegt: om de mens, de ander, de naaste. Het gaat niet om de activiteit an sich, niet om de werkwoorden, niet om wat ik mag doen en wat niet. Het gaat om degene die het lijdend voorwerp is van mijn handelen.
Eenzelfde geest
Maar hoe kan het dan lukken om de geboden van de Eeuwige niet alleen volgens de letter te lezen, maar de geest achter de woorden te ontdekken? Hoe kan iemand bij de wijsheid komen die hiervoor nodig is? Misschien op dezelfde manier als het hele evangelie bij de mensen is gekomen die God liefhebben: de Eeuwige heeft het door de Geest geopenbaard (1 Kor. 2,9-10). Zoals de menselijke geest het meest geschikt is om de mens te doorgronden, zo is ook de Geest van God degene die de wil, de plannen en de gedachten van de Eeuwige aan het licht kan brengen (1 Kor. 2,11). Uitgaande van de epistellezing zou de boodschap van deze zondag dus kunnen zijn: Laat je manier van denken veranderen door de Geest van God, kijk naar je naaste met de ogen van de Eeuwige en lees zo de Tora.
Ik hef mijn ogen op
Want menselijke wijsheid heeft iets voorlopigs, tijdelijks (1 Kor. 2,6). Alle drie de teksten sporen hun lezers aan om verder te kijken dan de dag van vandaag. De heersers van onze tijd zullen niet voor altijd de heersers blijven (1 Kor. 2,6). Wat ik doe en hoe ik anderen behandel heeft niet alleen gevolgen in het heden (Mat. 5,22). De beslissing om wel of niet van de Eeuwige te houden bepaalt de toekomst (Deut. 30,15-18). Op lange termijn kunnen andere dingen van belang zijn dan op korte. Om zich heen kijken, de ogen op de grond voor je voeten richten brengt je nergens. Wie zijn ogen opheft, zijn blik aan het doel hecht, kan het heden een richting geven.