Menu

Laden Evenementen

15 februari 2026 Zesde zondag na Epifanie

15 februari 2026

Zesde zondag na Epifanie

Bij deze dag

Esto mihi. Wees mij tot een beschuttende rots, tot een sterke vesting om mij te redden, omwille van uw naam zult Gij mij leiden (Ps. 31,3-4) Op deze 50e zondag voor Pasen klinken er ‘sterke teksten’. ‘Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen, door de Heer uw God lief te hebben, hem te gehoorzamen en hem toegedaan te blijven’ (Deut.30). Het evangelie van de bergrede brengt wijsheid in verband met ‘Weisung’ zoals Martin Buber, Thora vertaalt. ‘Die Fünf Bücher der Weisung.’ Het gaat om de weg. Jullie hebben gehoord dat er gezegd is, je staat in een traditie, je bent hoorder, maar je bent ook gehouden om opnieuw te vertalen. Dat vraagt om eerbied voor de overgeleverde tekst, en tegelijk ook om vrijheid om er zelfstandig mee om te gaan, zo begint een leerhuis. Tussen mensen wordt het concreet. Moord begint al met een scheldpartij, echtbreuk begint al met een veelzeggende blik en vergelding maakt geen einde aan vijandschap, maar houdt haar juist in stand. Zo wordt de wet vol gemaakt, in de concrete weg van ieder mens. En zo gaat de Mensenzoon zijn weg, zijn opgang naar Jeruzalem.

Jaar A | Groen
ot
Deuteronomium 30:15-20
ap
Psalmen 119:9-16
ep
1 Korintiërs 2:6-11
ev
Mattheüs 5:17-26
Liedsuggesties

Navolging: letter en geest/Geest

Bij Deuteronomium 30,15-20, 1 Korintiërs 2,6-11 en Matteüs 5,17-26

Op deze zesde zondag na Epifanie gaat het om navolging. Hoe moet je in het leven staan als je volgeling van Christus bent, als je met Gods volk op weg bent naar het land dat Hij beloofd heeft te geven? Het antwoord van de oudtestamentische lezing: je moet een heldere beslissing nemen. Je gaat óf linksom óf rechtsom. De evangelielezing zegt: blijf niet hangen aan de oppervlakte. Begrijp waar het de Eeuwige écht om gaat. Laat de Geest bepalen hoe je tegen je naaste aankijkt en lees zo de Tora.

De tekst uit het boek Deuteronomium vormt het laatste gedeelte van een derde toespraak (Deut. 29–30) van Mozes aan het volk. Ook in het volgende hoofdstuk (Deut. 31) spreekt Mozes de Israëlieten toe, maar dan met een nieuw thema: zijn opvolging. De oudtestamentische lezing vormt dus een hoogte- en eindpunt door samenvattend het volk de principiële keuze in te prenten waarvoor zij staan. Als zij met de Eeuwige verder willen en het doel willen bereiken, namelijk lang wonen in het land dat Hij hun zal geven, wat moeten zij dan doen? Mozes begint deze passage niet direct met een schets van de twee opties die zij hebben. Mozes biedt een perspectief. Hij wijst op de gevolgen die hun keuze zal hebben: leven en voorspoed aan de ene kant, dood en tegenspoed aan de andere kant (Deut. 31,15). Wie mensen in beweging wil brengen, moet niet in eerste instantie zeggen wat ze moeten doen, maar een perspectief bieden, een wens, een verlangen aanwakkeren. ‘Als je een schip wilt bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee’, kom je weleens als citaat van Antoine de Saint-Exupéry tegen. En daar gaat het uiteindelijk om. Het verlangen om ergens te komen brengt in beweging, genereert creativiteit, zet aan tot handelen.

Achter de letter

Als je een heldere beslissing genomen hebt zoals die in Deuteronomium 30 wordt gevraagd, als je de Eeuwige wilt liefhebben en je aan zijn geboden wilt houden, ben je niet nog klaar. Ook al haal je je de woorden van de geboden telkens weer voor de geest – je bent er nog niet. Neem het zesde gebod: ‘Pleeg geen moord.’ Zeker, dat betekent dat je niemand om het leven moet brengen. En hieraan gaat ook niets veranderen (Mat. 5,18). Maar: het betekent niet dat je alles met de ander mag doen, zolang die er maar niet van doodgaat. Met minachting neerkijken op iemand die jouw medegelovige is, een kind van dezelfde vader in de hemel, die als broer of zus naast je staat, hem of haar uit woede ‘leeghoofd’ noemen of ‘domoor’ en hem of haar daarmee elke gelijkwaardigheid ontnemen, verdient dezelfde straf als wanneer je een moord pleegt, aldus Jezus (Mat. 5,22) in overeenstemming met een aantal rabbijnse denkers.

Je kunt je er niet met een jantje-van-leiden van afmaken. Het feit dat er niemand dood is gegaan door jouw toedoen, betekent nog niet dat je je aan het zesde gebod hebt gehouden. Jezus wil dat je het principe achter een gebod begrijpt. ‘Pleeg geen moord’ is één concrete vorm van een principiëlere kijk op je medemens. En deze achterliggende kijk, dit principe geldt het te achterhalen en om te zetten. Soms helpt het om een verbod zonder ontkenning te herformuleren, bijvoorbeeld: ‘Geef je naaste de ruimte voor zijn of haar leven.’ Navolging betekent aan de hand van de onwankelbare geboden blijven nadenken over hoe de Eeuwige wil dat ik mijn relatie tot mijn geloofsgenoten en algemeen mijn naaste vormgeef. Want hier gaat het om bij alles wat Jezus in deze passage uit de Bergrede (Mat. 5,17-48) over de geboden zegt: om de mens, de ander, de naaste. Het gaat niet om de activiteit an sich, niet om de werkwoorden, niet om wat ik mag doen en wat niet. Het gaat om degene die het lijdend voorwerp is van mijn handelen.

Eenzelfde geest

Maar hoe kan het dan lukken om de geboden van de Eeuwige niet alleen volgens de letter te lezen, maar de geest achter de woorden te ontdekken? Hoe kan iemand bij de wijsheid komen die hiervoor nodig is? Misschien op dezelfde manier als het hele evangelie bij de mensen is gekomen die God liefhebben: de Eeuwige heeft het door de Geest geopenbaard (1 Kor. 2,9-10). Zoals de menselijke geest het meest geschikt is om de mens te doorgronden, zo is ook de Geest van God degene die de wil, de plannen en de gedachten van de Eeuwige aan het licht kan brengen (1 Kor. 2,11). Uitgaande van de epistellezing zou de boodschap van deze zondag dus kunnen zijn: Laat je manier van denken veranderen door de Geest van God, kijk naar je naaste met de ogen van de Eeuwige en lees zo de Tora.

Ik hef mijn ogen op

Want menselijke wijsheid heeft iets voorlopigs, tijdelijks (1 Kor. 2,6). Alle drie de teksten sporen hun lezers aan om verder te kijken dan de dag van vandaag. De heersers van onze tijd zullen niet voor altijd de heersers blijven (1 Kor. 2,6). Wat ik doe en hoe ik anderen behandel heeft niet alleen gevolgen in het heden (Mat. 5,22). De beslissing om wel of niet van de Eeuwige te houden bepaalt de toekomst (Deut. 30,15-18). Op lange termijn kunnen andere dingen van belang zijn dan op korte. Om zich heen kijken, de ogen op de grond voor je voeten richten brengt je nergens. Wie zijn ogen opheft, zijn blik aan het doel hecht, kan het heden een richting geven.

Anders gedaan

Richting kiezen

Bij Deuteronomium 30,15-20, Psalm 119,9-16 en Matteüs 5,17-26

Keuzes maken. Bij Deuteronomium en in de Psalm van vandaag, maar ook Matteüs, komt het erop aan welke kant je op gaat. Gericht zijn op Gods woorden en regels om zuiver te leven? Zijn geboden volgen omdat dat zegen belooft? Dat is niet zo eenvoudig. Soms zijn regels op meerdere manieren te interpreteren. Hoe kies je het juiste en leef je op de goede manier? Keuzestress is er niets bij. Door de bomen het bos niet meer zien, zeker als Jezus zegt dat elke jota, elke tittel van kracht blijft. Soms is het zo dat je eerst eens flink moet verdwalen, liefst wel samen met i/Iemand, om daarna verder te komen.

Op zoek naar de weg

Rabbi Chajim vertelde:

‘Eens verdwaalde iemand diep in het bos.
Na een tijdje verdwaalde nog iemand en trof de ander aan. Zonder te weten wat die had beleefd, vroeg hij hem langs welke weg men eruit kon komen.
‘Die weet ik niet’, antwoordde de eerste, ‘maar ik kan je de wegen wijzen die nog dieper het struikgewas in gaan, en laten we dan gemeenschappelijk naar de weg zoeken.’
Gemeente, zo besloot de rabbi zijn vertelling,
laat ons gemeenschappelijk naar de weg zoeken.’

Uit: René Hornikx, Een huis vol verhalen. Kampen: Kok, 2003.

Actueel

Een goede dood

Wanneer er een overlijden van iemand uit de vage kennissenkring wordt gemeld hoor je vaak direct de vraag “Waaraan is hij/zij overleden?” En men verwacht dan kennelijk een soort medisch verslag, want als het geen ongeluk of misdaad betreft, moet het een ziekte zijn. Bij jongeren is die vraag nog voorstelbaar, maar bij mensen van over de 90 is dat nauwelijks interessant. Veel mooier is dan de vraag naar vrede en berusting. In oude verslagen uit het begin van de 18e eeuw lees je telkens hoe iemand in vrede met God en zijn naasten de laatste adem heeft uitgeblazen en hoe hij of zij troost vond bij regels uit een geliefd lied. Het gegeven of iemand vredig was heengaan was de belangrijkste nieuwswaarde. Daar kunnen we een inspirerend voorbeeld aan nemen. Want hoeveel troost biedt een gedetailleerd medisch verslag over de (combinatie van) kwalen, die in onze tijd voor een oud lichaam vaak de belangrijkste doodsoorzaak zijn? Ook voor de familieleden en mantelzorgers, die misschien nu eindelijk een medisch circuit achter zich kunnen laten, is dit meestal geen onderwerp dat troost biedt.
Sta daarom liever eens langer stil bij mooie momenten uit het afscheid in de laatste dagen.

Invalshoek

In de tekst van Matteüs ontbreken de emoticons, de smileys, en net zo goed de oudere grafische manieren, de ‘tussen aanhalingstekens’-gebaren, de gezichtsuitdrukkingen met ‘not’. Het minste van de geboden afschaffen, en dan toch het koninkrijk beërven? Gerecht zijn als een schriftgeleerde, en dan níet daar, in dat koninkrijk, komen? Dwaas zeggen en daarom eeuwig branden? Wegrennen van bij het altaar? Wat een overdrijvingen!

Jezus moet toch wat, als hij mensen op een ander spoor wil zetten. Hoe maakt hij anders, dat ze stoppen met rekenen, met logische taal van ‘voor wat hoort wat’? Met voorwaarden en kleine lettertjes, met ‘als zij, dan wij…’-gepraat, met berekeningen rond heiligheid, gelovigheid, plichtsbetrachting, vrijstelling van geloofsdaden in geval van wat dan ook? Gewoon, die hele emmer elke dag weer leeg gieten Gewoon, elk woord van Gods wet met liefde wegen en met een lach leven, en ja, stoppen met kijken naar hoe die anderen het doen. En gewoon, heel Psalm 119 zingen natuurlijk.

Lied onder de loep

LB 119a – Uw woord omvat mijn leven

Dit lied van Sytze de Vries en Willem Vogel bij Psalm 119,89-112 sluit goed aan bij de lezingen van deze zondag. In de teksten wordt de mens voor de keuze gesteld: zegen of vloek, leven of dood. Het lied begint en eindigt met die levenskeuze, die geen momentopname is, maar een pad, een weg om te gaan. Op die goede weg blijven lukt door Gods woorden smakend en tastend te herhalen. De vreugde om Gods wet helpt om de moed erin te houden. Deuteronomium: Mozes reikt het volk die weg om te gaan met God concreet en op een presenteerblad aan. Evangelie: Jezus benadrukt dat Wet en Profeten van kracht blijven en vervuld moeten worden: poort naar Gods koninkrijk. In de melodie van Willem Vogel zijn we snel thuis. De beginregel van zijn liedmelodie lijkt op die van het lied ‘O Welt, ich muss dich lassen!’ (LB 577). Dat helpt om dit lied als opmaat naar de vastentijd te horen en te zingen. Het lied verscheen eerder in de Amsterdamse Katerenen en in Jij, mijn adem (2009) van Sytze de Vries. Het blijft mooi hoe deze dichter zegen/vloek, leven/dood vertaald naar zoet/bitter, de smaak van koninkrijk.

Kansen voor gebed

Om onuitputtelijkheid bid ik, God, de kruik die nooit stopt met schenken,
de psalm die almaar door blijft klinken in mijn leven, de daden die mijn woorden te boven blijven gaan,
een hart dat vol warmte klopt voor al die anderen, de niet-weters en de alles-weters,
ogen die zien wat is, en me helpen me toe te vertrouwen aan U, U die liefde bent, die de wet leest, zingt als lied, die de mens ziet als bron van mogelijkheden, onuitputtelijk.