Menu

Laden Evenementen

02 november 2025 Zevende zondag van de herfst

02 november 2025

Zevende zondag van de herfst

Bij deze dag

Een uitgelezen zondag om overleden gemeenteleden te gedenken, waarbij de heiligen zeker betrokken moeten worden (zie 1 november), want zij zetten hen die wij gedenken in een bepaald spoor. Het Dienstboek van de PKN benadrukt dat de pelgrimerende gemeente op aarde verbonden is met de lofzingende gemeente in de hemel. De link met de heiligen kan dus tot uiting komen in het zingen. Gelukkig kent het Liedboek een aparte rubriek ‘Allerheiligen’. Het zingen is in deze dagen van gemis van levensbelang. ‘Door ademnood bevangen of in verdriet verstild’, het lied tilt ons in deze tijd aan het licht (LB 657). En als we zelf niet kunnen zingen, draagt ‘het lied op andere lippen’ ons.

Er valt veel voor te zeggen om de zaligsprekingen deze zondag te laten klinken. Dit is goed te combineren met Genesis 12 en ook met het alternatieve spoor, dat deze zondag start. Paulus moet afscheid nemen van zijn gemeente in Efeze. Is afscheid nemen niet een beetje sterven? De gemeenteleden waren in ieder geval zeer ontdaan. Wie kiest voor 2 Tessalonicenzen komt ook de heiligen weer tegen. Bij het Lech lecha uit Genesis valt veel te zingen, zoals LB 803 en 318.

Jaar C | Groen
ot
Genesis 12:1-8
ap
Psalmen 32
ep
2 Tessalonicenzen 1:1-12
ev
Lukas 19:1-10
Alternatief
Handelingen 20:13-38
Liedsuggesties

De vrucht van de vijgenboom

Bij Lucas 19,1-10

In het Nieuwe Testament lezen we niet vaak een beschrijving van iemands lichaam. Dat Lucas opmerkt dat Zacheüs ‘klein van postuur’ was, valt daarom op. Toch besteden de meeste commentaren er niet veel aandacht aan. Het zou slechts een narratief opstapje zijn, om te verklaren dat Zacheüs niet over de menigte heen kon kijken en in een boom moest klimmen om Jezus te zien. Er is echter meer aan de hand.

In de oudheid zag men een nauw verband tussen uiterlijk en gedrag. Als je er niet mooi uitzag of als je een gebrekkig lichaam had, werd dat gezien als een teken van twijfelachtig of slecht gedrag. Een mooi en goed geproportioneerd lichaam was daarentegen een teken van hoogstaand gedrag. Omgekeerd meende men dat immoreel gedrag wel moest leiden tot een lelijk lichaam, terwijl goed gedrag leidde tot een mooi ichaam. In de antieke literatuur vind je tal van voorbeelden van deze samenhang tussen lichaam en gedrag. In Lucas’ tijd bestonden er zelfs handboeken die alle aspecten van deze relatie beschreven.

Gevangen in het lichaam

Voor mensen met fysieke beperkingen waren de consequenties van deze manier van denken akelig. Zulke mensen zaten als het ware gevangen in hun lichaam: door hun loutere voorkomen werden zij niet in staat geacht tot het goede. In Lucas- Handelingen komen ze allemaal voor: de gebochelde, de korte, de verlamde, de zieke, de blinde, de eunuch, en zelfs de vissers die naar Romeinse maatstaven niet mooi kónden zijn. Zouden zij in staat zijn tot het goede?

Toch maken juist deze mensen bij Lucas een doorbraak mee. Stilistisch doet Lucas dat steeds heel knap. Eerst lijkt het of hij met het heersende Hellenistisch-Romeinse denken meegaat, maar dan blijken zijn woorden dubbelzinnig te zijn en een andere, schriftuurlijke context op te roepen. Bij nader inzien blijkt dan dat goed, rechtvaardig gedrag en een waarachtig inzicht in wat Tora van je vraagt niet bij de elite rond de tempel te vinden is, en al helemaal niet bij de Romeinse rechters en bestuurders, maar juist bij die mensen die als je op hun uiterlijk afgaat alles tegen hebben. Zij komen tot het inzicht dat het woord van Tora zoals dat door Jezus geleefd is, de weg is. Zij worden gezien voor wie ze zijn, niet langer gevangen in hun lichaam, maar verlost, opgestaan als nieuwe mensen. Zoals Zacheüs.

Die man deugt niet

Lucas beschrijft Zacheüs als een man van enig aanzien. Hij heeft een hoge functie als districtshoofd van de indirecte belastingen. Dat was een functie die te koop was, daar moest je dus al veel geld en connecties voor hebben. Later zal hij dat hebben ‘terugverdiend’ door de hem onderhorige tollenaars flink te laten betalen – die op hun beurt van de mensen weer extra geld eisten, iets waarvoor zij bij Lucas zware kritiek krijgen. En dan schrijft Lucas: ‘Hij was klein van postuur.’ De basisbetekenis van het Griekse woord hèlikia is tijdsduur (vgl. 12,25). De tweede betekenis is het resultaat van die tijdsduur: fysieke volgroeidheid of morele wasdom. Het is kenmerkend voor het denken van die tijd dat fysieke en morele wasdom vaak door elkaar lopen. Zo ook bij Lucas, in het verhaal van de twaalfjarige Jezus in de tempel: ‘Hij groeide op in wijsheid en in postuur en in gratie’ (2,52).

Voor Lucas’ oorspronkelijke hoorders zal het als een vermakelijke anticlimax hebben geklonken: een man met zo’n positie en dan toch klein van postuur? Het zal ze duidelijk zijn geweest: die man deugt niet, dat zie je zo! Maar klopt dat wel? Hij wil Jezus zien (19,3). Dat verlangen maakt hem tot een ‘voorloper’ (19,4), net als ‘de andere leerling’ die sneller dan Petrus bij het graf wilde zijn (Joh. 20,4). Zou het uiterlijk bedriegen? Betekent ‘klein van postuur’ misschien ook ‘nog niet tot volle morele wasdom gekomen’?

Kijken naar het hart

Jezus doet niet mee met het dominante denken van zijn tijd. Zoals geschreven staat in 1 Samuel 16,7 kijkt Hij niet naar uiterlijk of rijzige gestalte, maar naar het hart. Hij roept Zacheüs omlaag: ‘Heden moet Ik in jouw huis blijven.’ Maar waar is dat huis? Narratief gezien blijven we onder de vijgenboom. In Zacharia 3,10 is de vijgenboom een beeld voor overvloed en veiligheid in een land waar het onrecht is uitgebannen. Het lijkt erop dat Jezus heeft gezien in het hart van Zacheüs, iemand die nog niet tot volle wasdom is gekomen, en hem nu als een rijpe vrucht uit de vijgenboom heeft gehaald om met hem te verblijven in een huis zonder onrecht.

De ‘allen’ blijven ondertussen in het spoor van het heersende denken: hij is een zondaar (19,7). Maar dan verklaart Zacheüs: ‘De helft geef ik de armen, en wat ik frauduleus heb vergaard vergoed ik viervoudig.’ Dat ‘frauduleus’ is opvallend, want de Griekse woordstam bevat het woord sukos, ‘vijg’, net als de vijgenboom, de sycomore. Afdrachten zullen in natura zijn gedaan, en met vijgen werd gerommeld. Maar nu neemt Zacheüs openlijk afstand van die beroepsfraude. De vijgenboom staat voor het recht. Moeten we Zacheüs’ woorden nu zo opvatten dat hij voortaan zijn leven zal beteren? Of zegt hij dat hij dit al deed: delen met de armen en zijn fraude goedmaken? De tegenwoordige tijd wijst op het laatste. Hij was al half tot morele wasdom gekomen.

Zacheüs was deel van een onrechtvaardig systeem. En volgens het heersende denken was hij onvermijdelijk een slecht mens. Dat hij nieuwsgierig was, vooropliep om te kijken, maar nog ‘halfwas’ was, dát werd gezien door Jezus, die hem wegriep uit zijn frauduleuze vijgenhandel. Ook deze man is een kind van Abraham. Deze vijgenboom was niet vruchteloos.

Anders gedaan

Zacheüs

Bij Lucas 19,1-10

Wie nog wat wil doorgaan op het thema binnen/buiten van zondag 26 oktober, kan aanvullende inspiratie opdoen in de bestseller Geduld met God van Tomáš Halík (Boekencentrum, 2014), waarin Halík de omgang met de geseculariseerde samenleving vergelijkt met de omgang van Jezus met Zacheüs uit Lucas 19.

Met welke bril kijken wij?

Het verhaal van Zacheüs is ook een spiegel voor onszelf. Hoe gaan wij om met anderen, van wie wij denken dat zij onmogelijk hun leven kunnen beteren? Immers, Zacheüs betekent de reine, maar hij is als jood én rijk én directeur van de Belastingdienst. Vanuit het evangelie van Lucas gedacht heeft hij alle schijn tegen dat dit nog goed kan komen. Toch staat Jezus stil bij zijn nieuwsgierigheid.

Hoe zou je reageren als een rijke techmiljardair jullie kerkdienst vandaag online gevolgd heeft en op social media laat weten geraakt te zijn? Zou hij de kans krijgen echt daarin gezien en gehoord te worden? Wat heb jij nodig om de ander jouw vertrouwen te geven?

Dankbaarheid tonen

Zacheüs toont zijn dankbaarheid aan Jezus door gerechtigheid te doen aan wie hij tekortdeed. In Nederland profiteren we van goedkope producten en grondstoffen uit andere landen. Maak in kleine groepjes een lijst van vijf producten of activiteiten die je kunt teruggeven om recht te doen. Wat kies je, en wie profiteert hiervan?

Liedsuggestie

‘Het juiste pad’ – Yentl en de Boer

Actueel

Bevrijding van het heilig moeten

We moeten zoveel, van onszelf en de samenleving. De drang om altijd perfect te presteren, aan verwachtingen te voldoen en alles onder controle te hebben, laat weinig ruimte voor de Geest. Kunnen we onszelf daarvan bevrijden?

God heeft de ingrediënten al gegeven: accepteer dat je goed genoeg bent – dat hoef je echt niet constant te bewijzen. Fouten maken mag – dat maakt je mens. En trek je af en toe terug in de woestijn – dan ontdek je wat er werkelijk toe doet. Zo kun je loslaten. Dat vergt wel de nodige moed, maar je ontdekt ruimte, creativiteit en ware vreugde.

Dus laten we stoppen met dat heilige moeten en de vrijheid verwelkomen.

En beste voorgangers: ook hierin heb je een voorbeeldfunctie…

Invalshoek

A Dieu

Afscheid nemen, weten, het moment is daar
hoe beladen, hoe kostbaar, alles vragend, waarheid wil gehoord,
wil gezien worden nu het nog kan,
omdat het kan, juist nu!
Onderlinge liefde in de schijnwerper verbindingskracht van de Geest in volheid.
Danken wij voor Gods roeping, voor het getuigen in zijn Kracht van het wonder der verlossing,
de vreugde van het nieuwe Leven: Christus de Heer!
Ik heb jullie laten zien, zegt Paulus,
in woord en daad wat dat betekent.
Gemakkelijk is het niet, zal het ook nooit zijn,
want de Uiteenspeler ligt altijd op de loer.
Straks als ik er niet meer ben,
zal hij zijn spel spelen: binnen en buiten.
Herinner je dan mijn woorden, die ik sprak in naam van de Heer.
Ik vertrouw jullie toe aan Gods genade.
Wat mij wacht weet ik niet,
maar de Geest lijkt te zeggen: hoe dan ook, het is lijden om de Naam.
Laten we samen bidden om Gods zegen dit afscheid moedig te dragen.

Lied onder de loep

LB 186 – Er is geen plaats

In dit bekende lied van Hanna Lam wordt in eenvoudige taal het verhaal van Zacheüs verteld. In de vijfde en laatste strofe wordt samengevat waar het om draait: roeping, een thema dat in de lezingen van vandaag naar voren komt.

Het lied heeft twee melodieën, gecomponeerd door Wim ter Burg. Melodie A wordt gezongen bij de strofen 1, 3 en 5. Melodie B klinkt bij de strofen 2 en 4. Melodie A begint op hoge toon met een motief dat meteen in dezelfde regel nog herhaald wordt. Nadat de eerste twee regels gezongen zijn, volgt met de laatste twee regels van melodie A een exacte herhaling van het begin. Deze melodie staat in de toonsoort g-majeur. Melodie B heeft een ander karakter, dat onder andere tot uitdrukking komt in de toonsoort. De melodie buigt naar e-mineur, dat is de parallel van g-majeur. Aan melodie B valt op dat in elk geval de eerste drie regels sterk op elkaar lijken. In de vierde regel slaat de melodie een andere weg in, misschien niet toevallig bij de regels ‘maar Jezus kijkt omhoog’ (strofe 2) en ‘en Jezus is zijn gast’ in strofe 4. Deze hoopvolle wendingen in de tekst worden zo door de muziek ondersteund.

Kansen voor gebed

Heer, bemoedig ons om wie en wat ons dierbaar is los te laten, als de tijd gekomen is. Dat we dan mogen beseffen hoe kostbaar en onherhaalbaar het leven is. Dat ieder leven spreekt op unieke wijze van uw stille en verborgen aanwezigheid, die niet sterven kan.

Alternatief

Geboeid door de Geest

Bij Handelingen 20,13-38

In de derde serie Handelingen gaan we via aankomst in Jeruzalem (Hand. 21) en de schipbreuk in Handelingen 27 naar Rome als eindstation (Hand. 28). Maar we beginnen de serie in Milete, in die dagen gelegen aan de monding van de rivier de Meander, circa 50 km ten zuiden van Efeze. Een opvallend gegeven: terwijl Paulus getuige 20,14 haast heeft om met het Pinksterfeest in Jeruzalem te zijn, neemt hij de moeite oudsten uit Efeze te laten halen om ze toe te spreken: een oponthoud van misschien wel vijf dagen!

Een paulinische Paulus?

In hoofdstuk 19 heeft Lucas Paulus’ jaren in Efeze beschreven. Deze waren gekenmerkt door dagelijks onderwijs en door wonderen. Ook is hij er het middelpunt van een volksoproer geweest. Totaal anders echter is de sfeer van de toespraak in Milete tot de oudsten van de gemeente in Efeze, in hoofdstuk 20. We ontmoeten hier een andere apostel, een Paulus die zowel in taal als in thema erg lijkt op de Paulus van de brieven.

Hierbij kunnen we onder andere noemen: ‘de Heer dienen’ (vs. 19a, cf. Rom. 12,11); ‘nederigheid’ (19a, cf. 2 Kor. 10,1; Fil. 2,3); ‘vervolging’ (23; cf. 1 Tess. 3,3); en ‘raad geven’ (31; cf. 1 Kor. 4,14; Rom. 15,14). Zo zijn er nog veel meer woordelijke overeenkomsten. Ook het uitdrukkelijk noemen van het voorzien in zijn eigen levensonderhoud (vs. 33-34) is typisch Paulus (cf. 1 Kor. 9,14-15 en 2 Kor. 11,7-9).

Maar in vers 33-34 zien we meteen dat we hier ook een Paulus voor ons hebben die anders is dan de Paulus van de brieven. Niets in de brieven wijst erop dat Paulus middels zijn werk ook voorzien zou hebben in het levensonderhoud van zijn metgezellen, zoals hier uitdrukkelijk staat. Gaan we daar verder op letten, dan valt er meer op dat niet paulinisch is, bijvoorbeeld de uitdrukking ‘verkondigen van het koninkrijk’ in vers 25. Met deze ‘onpaulinische’ frase legt Lucas een link met het optreden van Jezus (cf. Luc. 9,2).

Geboeid door de Geest

In vers 22 zegt Paulus dat hij ‘geboeid door de Geest trekt naar Jeruzalem’. Even later wordt dat in vers 24 in zoverre gecorrigeerd dat daarin zijn vrijwilligheid benadrukt wordt. Concentreren we ons op het beeld van ‘geboeid door de Geest’, dan kunnen we daarin een diepe ironie zien. In 9,2 was het namelijk Saulus die de ‘mensen van de weg’ geboeid naar Jeruzalem wilde voeren (cf. 9,14.21 en 22,5). Door zijn Damascus-ervaring heeft hij dat niet ten uitvoer kunnen brengen. Nu echter staat Paulus op het punt naar Jeruzalem te gaan, en wel ‘geboeid door de Geest’.

Deze door de Geest gedreven gang naar Jeruzalem zal tot zijn eigen boeien (cf. 22,29 en 24,27) en uiteindelijk tot zijn eigen dood leiden. Toespelingen daarop staan waarschijnlijk in vers 25 en 38. Door zich te laten ‘binden door de Geest’ gaat Paulus zo de weg die lijkt op de lijdensweg van Jezus zelf. In die zin vervult de afscheidstoespraak in Milete dezelfde functie als de lijdensaankondigingen van Jezus dat in het Evangelie van Lucas doen. De verzekering van Jezus in zijn afscheidstoespraak dat Hij in het midden van de leerlingen is ‘als één die dient’ (Luc. 22,27), heeft binnen dat evangelie dezelfde functie als Handelingen 20,19 binnen het tweede deel van Handelingen, gewijd aan de wederwaardigheden van Paulus.

Een afscheidsrede met een boodschap

De eerste toespraak van Paulus in het boek Handelingen is te vinden in 13,16-41. Deze is allereerst gericht tot Israël en bevat twee schriftcitaten. De tweede toespraak van Paulus in 17,22-31 is gericht tot Grieken en bevat een citaat uit Griekse poëzie. Nu zijn we toe aan Paulus’ derde toespraak, als enige gericht tot medegelovigen. Het is passend dat deze toespraak in 20,35 eindigt met een citaat uit de mond van Jezus – een citaat dat overigens niet in de evangeliën te vinden is. Dit citaat heeft grote betekenis: zo wordt de autoriteit van Paulus uiteindelijk gegrondvest in de autoriteit van de Heer Jezus zelf.

Zijn rol is nu niet meer die van missionaris zoals in de eerste twee toespraken, maar die van herder en zielzorger. Net als in de pastorale brieven hebben we hier te maken met een christenheid die de reeds vastgelegde grenzen wil beschermen. Dat is een latere fase dan de brieven van Paulus zelf, waar deze grenzen nog moeten worden vastgelegd. Nu moet de kerk verdedigd worden tegen de ‘woeste wolven’ uit vers 29, een zin die dicht staat bij de pastorale brieven (1 Tim. 1,3vv.; 4,1vv.; 2 Tim. 2,17vv.).

Nogmaals: Paulus is hier niet meer de missionaris maar de herder. Waarbij hij uitdrukkelijk zijn eigen betrouwbaarheid naar voren brengt (17,20.26, cf. 1 Sam. 12,3). Het college van oudsten van Efeze wordt opgeroepen dezelfde beschikbaarheid en overgave te hebben als Paulus onder hen heeft betoond. Met deze toespraak wordt de leiding van de kerk ten tijde van Lucas opgeroepen zich als betrouwbaar te bewijzen. Zo is Paulus, een figuur uit een ver verleden tijdens het schrijven van Handelingen, de exemplarische herder en krijgt de toespraak tot de oudsten in Milete een paradigmatische waarde. Met deze toespraak schetst Lucas een niet-tijdgebonden beeld van hoe leiders in de kerk zich te gedragen hebben. Het gaat hier om echt leiderschap, hoe om te gaan met tegenslagen en lijden. De gemeente en hoe die bedreigd wordt staat centraal. Daarmee is het een toespraak die een actualiteit zal houden tot aan de jongste dag.

Alternatief

Afscheid

Bij Handelingen 20,13-38

Het afscheid van Paulus van de gemeente in Efeze is ontroerend om te lezen. Er is in drie jaar tijd een band gesmeed.

Die band zal blijven, ook wanneer ze elkaar niet meer zullen zien.

Er zijn drie belangrijke elementen in deze afscheidstoespraak. Het eerste is de herinnering aan wat ze met elkaar meegemaakt hebben. Het tweede is de oproep om voor elkaar te zorgen. Er zullen altijd momenten en situaties zijn die bedreigend zijn. Hou elkaar dan vast en zorg voor elkaar. Het derde is een moment van loslaten: Paulus laat de gemeente los en vertrouwt hen toe aan Gods hand.

Het afscheid van Paulus en de gemeente is definitief. Ze zullen elkaar niet meer zien. Maar ook voor een minder definitief afscheid is deze drieslag inspirerend. Bijvoorbeeld voor de wegzending en zegen aan het einde van de dienst. Je neemt afscheid voor even, maar je weet nooit voor hoe lang. De zegen is een afscheid in Gods naam, ‘tot wij weer elkaar ontmoeten, in Zijn naam elkaar begroeten’ (LB 416).

Probeer eens een wegzending en zegenbede te formuleren zoals Paulus het aanreikt. Bijvoorbeeld zo:

We hebben met elkaar het Woord geopend, en Gods lof gezongen.
We zijn elkaar tot gids geweest
en hebben gezocht naar Gods weg in ons leven. Nu wij uiteengaan,
beloven wij elkaar te blijven zoeken, naar elkaar om te zien,
elkaar te dragen in onze gebeden.

Moge God ieder behoeden op diens weg.
Moge God ieder bewaren in zijn vrede,
moge Gods oneindige liefde meegaan,
de dag door, de nacht in, tot de nieuwe morgen.
Amen.