Bij Handelingen 20,13-38
In de derde serie Handelingen gaan we via aankomst in Jeruzalem (Hand. 21) en de schipbreuk in Handelingen 27 naar Rome als eindstation (Hand. 28). Maar we beginnen de serie in Milete, in die dagen gelegen aan de monding van de rivier de Meander, circa 50 km ten zuiden van Efeze. Een opvallend gegeven: terwijl Paulus getuige 20,14 haast heeft om met het Pinksterfeest in Jeruzalem te zijn, neemt hij de moeite oudsten uit Efeze te laten halen om ze toe te spreken: een oponthoud van misschien wel vijf dagen!
Een paulinische Paulus?
In hoofdstuk 19 heeft Lucas Paulus’ jaren in Efeze beschreven. Deze waren gekenmerkt door dagelijks onderwijs en door wonderen. Ook is hij er het middelpunt van een volksoproer geweest. Totaal anders echter is de sfeer van de toespraak in Milete tot de oudsten van de gemeente in Efeze, in hoofdstuk 20. We ontmoeten hier een andere apostel, een Paulus die zowel in taal als in thema erg lijkt op de Paulus van de brieven.
Hierbij kunnen we onder andere noemen: ‘de Heer dienen’ (vs. 19a, cf. Rom. 12,11); ‘nederigheid’ (19a, cf. 2 Kor. 10,1; Fil. 2,3); ‘vervolging’ (23; cf. 1 Tess. 3,3); en ‘raad geven’ (31; cf. 1 Kor. 4,14; Rom. 15,14). Zo zijn er nog veel meer woordelijke overeenkomsten. Ook het uitdrukkelijk noemen van het voorzien in zijn eigen levensonderhoud (vs. 33-34) is typisch Paulus (cf. 1 Kor. 9,14-15 en 2 Kor. 11,7-9).
Maar in vers 33-34 zien we meteen dat we hier ook een Paulus voor ons hebben die anders is dan de Paulus van de brieven. Niets in de brieven wijst erop dat Paulus middels zijn werk ook voorzien zou hebben in het levensonderhoud van zijn metgezellen, zoals hier uitdrukkelijk staat. Gaan we daar verder op letten, dan valt er meer op dat niet paulinisch is, bijvoorbeeld de uitdrukking ‘verkondigen van het koninkrijk’ in vers 25. Met deze ‘onpaulinische’ frase legt Lucas een link met het optreden van Jezus (cf. Luc. 9,2).
Geboeid door de Geest
In vers 22 zegt Paulus dat hij ‘geboeid door de Geest trekt naar Jeruzalem’. Even later wordt dat in vers 24 in zoverre gecorrigeerd dat daarin zijn vrijwilligheid benadrukt wordt. Concentreren we ons op het beeld van ‘geboeid door de Geest’, dan kunnen we daarin een diepe ironie zien. In 9,2 was het namelijk Saulus die de ‘mensen van de weg’ geboeid naar Jeruzalem wilde voeren (cf. 9,14.21 en 22,5). Door zijn Damascus-ervaring heeft hij dat niet ten uitvoer kunnen brengen. Nu echter staat Paulus op het punt naar Jeruzalem te gaan, en wel ‘geboeid door de Geest’.
Deze door de Geest gedreven gang naar Jeruzalem zal tot zijn eigen boeien (cf. 22,29 en 24,27) en uiteindelijk tot zijn eigen dood leiden. Toespelingen daarop staan waarschijnlijk in vers 25 en 38. Door zich te laten ‘binden door de Geest’ gaat Paulus zo de weg die lijkt op de lijdensweg van Jezus zelf. In die zin vervult de afscheidstoespraak in Milete dezelfde functie als de lijdensaankondigingen van Jezus dat in het Evangelie van Lucas doen. De verzekering van Jezus in zijn afscheidstoespraak dat Hij in het midden van de leerlingen is ‘als één die dient’ (Luc. 22,27), heeft binnen dat evangelie dezelfde functie als Handelingen 20,19 binnen het tweede deel van Handelingen, gewijd aan de wederwaardigheden van Paulus.
Een afscheidsrede met een boodschap
De eerste toespraak van Paulus in het boek Handelingen is te vinden in 13,16-41. Deze is allereerst gericht tot Israël en bevat twee schriftcitaten. De tweede toespraak van Paulus in 17,22-31 is gericht tot Grieken en bevat een citaat uit Griekse poëzie. Nu zijn we toe aan Paulus’ derde toespraak, als enige gericht tot medegelovigen. Het is passend dat deze toespraak in 20,35 eindigt met een citaat uit de mond van Jezus – een citaat dat overigens niet in de evangeliën te vinden is. Dit citaat heeft grote betekenis: zo wordt de autoriteit van Paulus uiteindelijk gegrondvest in de autoriteit van de Heer Jezus zelf.
Zijn rol is nu niet meer die van missionaris zoals in de eerste twee toespraken, maar die van herder en zielzorger. Net als in de pastorale brieven hebben we hier te maken met een christenheid die de reeds vastgelegde grenzen wil beschermen. Dat is een latere fase dan de brieven van Paulus zelf, waar deze grenzen nog moeten worden vastgelegd. Nu moet de kerk verdedigd worden tegen de ‘woeste wolven’ uit vers 29, een zin die dicht staat bij de pastorale brieven (1 Tim. 1,3vv.; 4,1vv.; 2 Tim. 2,17vv.).
Nogmaals: Paulus is hier niet meer de missionaris maar de herder. Waarbij hij uitdrukkelijk zijn eigen betrouwbaarheid naar voren brengt (17,20.26, cf. 1 Sam. 12,3). Het college van oudsten van Efeze wordt opgeroepen dezelfde beschikbaarheid en overgave te hebben als Paulus onder hen heeft betoond. Met deze toespraak wordt de leiding van de kerk ten tijde van Lucas opgeroepen zich als betrouwbaar te bewijzen. Zo is Paulus, een figuur uit een ver verleden tijdens het schrijven van Handelingen, de exemplarische herder en krijgt de toespraak tot de oudsten in Milete een paradigmatische waarde. Met deze toespraak schetst Lucas een niet-tijdgebonden beeld van hoe leiders in de kerk zich te gedragen hebben. Het gaat hier om echt leiderschap, hoe om te gaan met tegenslagen en lijden. De gemeente en hoe die bedreigd wordt staat centraal. Daarmee is het een toespraak die een actualiteit zal houden tot aan de jongste dag.