25e dag van de Veertigdagentijd, met een bijdrage van Mink de Vries
Redactie Theologie.nl
‘Toen wist Jezus dat alles was volbracht, om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei Hij: “Ik heb dorst”.’
Mijn eerste gedachte die boven komt, bij het lezen van dit gedeelte, is de vraag hoe het nu echt is gegaan. Het lijkt erop dat Jezus zijn dorst uitspreekt om aan te geven dat het volbracht is. Johannes zal dit waarschijnlijk niet zo hebben bedoeld. Toch roept juist dit vers veel op. Hoeveel wist Jezus zelf van wat er ging gebeuren? Jezus was mens, net zoals u en ik. Hij was geen God, maar mens met een vrije wil. Hij toonde blijdschap, verdriet, boosheid, angst en verbazing. Hij kende dorst en hij kende honger. Jezus wist en voelde aan dat Hij moest lijden, dat het lijden zwaar zal zijn. Maakt het voor ons wat uit hoeveel Jezus nu precies wist van wat er ging komen ? Er is zoveel meer, bijvoorbeeld de woorden van Jezus ‘Ik heb dorst’.
Deze drie woorden staan er niet zo maar. Het is de eerste keer dat Jezus zich richt tot de soldaten en bewakers. Vanaf het moment dat het ‘Kruisig Hem, kruisig Hem’ klonk, heeft Hij niks gevraagd. Opeens klinken die drie woorden, woorden die klinken als een overgave, als een soort loslaten. Jezus vraagt anderen om hulp, vlak voor zijn dood. Hij strijdt niet meer, de strijd is gestreden, het is volbracht. Jezus geeft zijn leven uit handen, het is niet zijn leven meer. Het water met azijn, dat Hij van de soldaten krijgt, doet er niet meer toe, Zijn leven is Zijn leven niet meer. Jezus is in ontspanning, in rust, de dood kan en mag komen.
Hoe lang duurt het vaak in mijn eigen leven, in uw leven, dat wij kunnen zeggen ‘ik heb dorst’. Het liefst houden wij de controle, vechten we door in de strijd en laten wij niet los. Wat zal ons gebeuren wanneer wij wel loslaten, wanneer anderen en/of de Ander het roer overnemen? Er zijn momenten nodig van loslaten, van overgeven, om dat te kunnen vinden wat we zoeken. Tegen de ander en/of Ander durven zeggen dat je dorst hebt en dat je je leven daarvoor durft loslaten, dat vraagt om een heel diep vertrouwen.
In de woorden ‘Ik heb dorst’ laat Jezus niet alleen zien dat Hij zijn allerlaatste angst heeft overwonnen, de woorden tonen ook zijn diepe vertrouwen in God de Vader aan. De woorden ‘Ik heb dorst’ zijn immers te vervangen door ‘Ik kan het niet alleen’. Jezus is met het uitspreken van deze woorden daar gekomen waar Hij wilde zijn, bij Zijn Vader.
Van Mink de Vries verschenen Pleidooi voor postmoderne devotie en Mystiek aan de IJssel. Ook werkte hij mee aan de glossy THOMAS over Thomas a Kempis.