De kerk is een heilsgebeuren – door dr. A.J. Plaisier
Redactie Theologie.nl

Met zijn ‘Lichaam en Geest van Christus’ heeft prof.dr. Bram van de Beek een imposant boek geschreven. Ik vind het zijn beste boek dat ik tot nu toe heb gelezen. Het is katholieker van toon en inhoud dan veel van zijn eerdere boeken. Het is ook verrassend oecumenisch. Dit oecumenische gehalte wordt vooral ingegeven door de autoriteit van de kerkvaders van de vroege kerk. Zij zijn de leermeesters waar Van de Beek vooral naar wil luisteren. Het is onmogelijk de rijkdom van dit boek recht te doen in deze korte reactie. De eruditie van Van de Beek is groot, zijn werkkracht bewonderenswaardig en daarbij is Van de Beek ook hier weer nadrukkelijk kerkelijk theoloog. En, zou ik willen zeggen: leraar van de kerk.
Van de Beek laat de kerk vooraf gaan aan de Geest. Daarmee is de toon gezet. ‘Tegenover de tendens in de hedendaagse theologie om de pneumatologie breed te laten uitwaaieren en zelfs uit te spelen tegen de christologie, is het nodig de leer van de Geest strikt te binden aan de christologie en de ecclesiologie.’ (10). Het is mijns inziens volkomen terecht dat van de Beek Geest en kerk verbindt. Te gemakkelijk wordt de Geest zo in verband gebracht met het koninkrijk van God dat de kerk hooguit nog een middel wordt waar de Geest gebruik van maakt, maar geen doel meer is. Alsof het samenkomen van mensen in één lichaam en het leven in dit ene lichaam van de ene Heer een middel is voor een hoger doel. De wereld moet kerk worden: gemeenschap van broeders en zusters rond de ene Heer, ook al weten we dat de Geest ook buiten de kerk werkt. “De kerk is echter niet dienstbaar aan hogere idealen, Zij heeft zelfs geen eigen ideaal (..). Zij leeft niet met idealen maar ze leeft slechts haar identiteit: behoren aan Christus (..). “ (124)
Van de Beek begint bij de kerk als lichaam van Christus. De kerk is de ‘heilsgemeente van de eindtijd’ waar Christus aanwezig is, door Woord en vooral in de eucharistie. Verrassend is het sterke accent op de eucharistie, als geneesmiddel dat ons eeuwig leven geeft. We worden erdoor verbonden met de gekruisigde en opgestane Heer. De exclusieve en krampachtige kruistheologie van de vorige boeken van Van de Beek wordt hier overstegen. Ook in dat opzicht is dit een katholiek boek. Om de ontmoeting met de Heer gaat het in de kerk. Daarom is de kerk een moeder. Jezus, de Zoon van de Vader, is niet los verkrijgbaar. Daarom geloven we volgens van de Beek ook in de kerk. De kerk is een heilsgebeuren, en wie deze kerk niet als moeder heeft, heeft God niet als Vader.
Dit boek is geschreven met grote liefde voor de kerk. Zonder dat hiermee de kerk op een voetstuk wordt gezet. Gemeten aan de vier klassieke kwaliteiten van de kerk ‘eenheid’, ‘heiligheid’, ‘katholiciteit’ en ‘apostoliciteit’ is het met de huidige kerk niets . Ik versta dat dit ook uit liefde voor de kerk wordt geschreven, die deze kwaliteiten te grabbel heeft gegooid en gegooid. Hier klinken donkere tonen. Misschien te donker en kan ik het niet laten een kritische opmerking te maken. ‘Wie niet lijdt onder de pijn van een gescheurde kerk, onder haar verwereldlijking en ontrouw aan de leer van de apostelen en elke dag alles in het werk stelt om dat om te keren, is niet katholiek.’(185). Dat is waar, al klinkt mij het ‘alles in het werk stelt’ erg doenerig juist uit de mond van Van de Beek. Maar dan zo’n knallend statement: ‘kerkgenootschappen hebben zich verbonden aan nationale staten en nationale belangen. Ze functioneren als belangengroepen of gezelligheidsverenigingen.’ Vervolgens trekt Van de Beek een parallel tussen de incarnatie en de ecclesiologie: ‘zoals Christus aanwezig was in zijn tot de dood gemarteld lichaam , zo is de Geest present in het verscheurde lichaam van de kerk’. (188). De conclusie: de kerk is dan zondig en ziek, maar God is er toch in aanwezig, in kruisgestalte, met uitzicht op het hemels leven. Dat is mijns inziens een faux pas, die ook niet goed past in het geheel van zijn boek. Paulus wist ongenadig de waarheid over de kerk uit te spreken maar hij wist er ook voor te danken. Aanname van het zondige vlees door Christus is wat anders dan aanname van den zondige kerk door de Geest. De Geest zit namelijk al in de kerk. De kerk is namelijk al lichaam van Christus, als vrucht van de opstanding van Jezus.
De kerk kan er niet zijn zonder ambt, Bijbel en credo. Die zijn de noodzakelijke middelen, om de kerk bij de Heer van de kerk te houden. Ik vind dat een goede greep. Het gaat niet om ambt, zelfs niet om de Bijbel en ook niet om het credo. Maar zonder deze drijft de kerk af van het heil in Jezus Christus. Er is maar één bron van waar heil, en dat is de gekruisigde en opgestane Heer. Dat wordt ons gegeven en aangezegd, maar daar zijn wel instrumenten voor nodig.
De ambtstheologie zal ons nog huiswerk geven. En zal het gesprek tussen Rome en Reformatie opnieuw moeten openen. Daarbij zal zowel de successie van personen als dat van de leer serieus genomen moeten worden. ‘Het wordt tijd dat Rome en reformatie die stap te zetten.’ (156) Ik hoop dat dit gebeurt. Ik ben ervan overtuigd dat de protestantse kerk het nodig heeft. Ik hoop dat dezelfde overtuiging er ook aan Rooms katholieke zijde is. Of moeten we met deze breuk de jongste dag halen? Het boek van Van de Beek is een hartstochtelijk pleidooi voor kerkelijke eenheid en ik hoop en bid dat dit boek daar ook aan zal bijdragen.
Ik ga verder niet in op de rest van het boek. Niet omdat het niet belangrijk is. Ik zou graag nader in willen gaan op de kritische behandeling van Hauerwas, waar Van de Beek mijns inziens een aantal zeer terechte vragen aan stelt, of aan zijn polemiek met Dingemans, zijn hermeneutische opmerkingen en de consequentie daarvan voor het gesprek met Israël en de visie op Israël. Ik wijs ook nog op de mooie partijen van de pneumatologie – al vraagt het gesprek met de Pentecostale traditie nog wel om een nieuwe aanloop. Die traditie komt er sowieso wat bekaaid af, en waar 25% van de christenheid zich hier intussen toe bekent, geeft dat wel aan dat dit boek ook zijn grens kent. Is het, ondanks de bevrijdende inzet bij de patres, toch een typisch Westers boek? Dat is geen schande, maar het stempelt het boek wel. Dat alles neemt niet weg dat ik dit boek een belangrijke aanwinst waar ik Van de Beek dankbaar voor ben. Theologie als deze heeft ook de Protestantse Kerk in Nederland hard nodig.
over Arjan Plaisier
Dr. A.J. Plaisier is scriba van de Protestantse kerk in Nederland. Van zijn hand verscheen bij Uitgeverij Boekencentrum het boek Is Shakespeare ook onder de profeten?. Ook schreef hij mee aan een recent boek over Blaise Pascal Pascal als religieus denker (Uitgeverij Klement).